And now the end is here

Nederland, 17 juli 2011

Ongeveer een week geleden stapte ik op het vliegtuig in Auckland. Na een lange vlucht van zo'n 26 uur kwam ik vroeg in de ochtend in Nederland aan waar ik werd ontvangen door Judith en mijn ouders. The 2nd adventure is nu echt voorbij maar ik heb zoveel mooie momenten om aan terug te denken, niet alleen maar ook samen met Judith. Ter ere hiervan heb ik wat filmpjes gemaakt. De eerste is een korte slide-show compilatie van mijn mooiste momenten in Nieuw Zeeland (zowel uit 2008 als van 2011). De tweede (in drie delen opgesplitst) is een 34 minuten durende film over de avonturen die Judith en ik samen in Nieuw Zeeland en Rarotonga hebben beleefd. Klik op de foto's hieronder om de filmpjes te openen. Veel kijk plezier.

New Zealand Wonders


Judith & Jordi's New Zealand & Rarotonga Adventures
Part I

Part II

Part III

 

Knuffels van Jordi 

 

Like a needle in a hay stack

Auckland, 6 juli 2011

Nog maar een klein weekje en dan sta ik weer met beide benen op Nederlandse bodem, dat is als er geen onverwachte natuurramp is zoals een aardbeving of uitbarstende vulkaan. Zo'n 5 maanden geleden zal het nieuwsbericht van de vernietigende aardbevingen in Christchurch ook wel Nederland bereikt hebben. Niet lang daarna schudde Japan nog heviger heen en weer. Dit werd in Europa gevolgd door een uitbarstende vulkaan in IJsland dat veel vliegverkeer op de grond hield. Kort geleden begon een vulkaan in Chili aswolken te spugen. Inmiddels is de aswolk al drie maal om de aarde gegaan en keer op keer is het vliegverkeer in Nieuw Zeeland ontregelt, niet te spreken over de gevolgen voor de mensen en dieren die dichter bij de vulkaan wonen. De hele planeet lijkt ontregelt te zijn en terwijl Christchurch bijna elke dag naschokken en zelfs nieuwe verwoestende aardbevingen heeft (ik vraag mij af of dat nog elke keer het nieuws in Nederland haalt) is er in Auckland niets van te merken. Of toch wel?
Op een avond zat ik met Manu & Chris (waar ik verblijf als ik niet in het veld ben) tv te kijken. Chris was inmiddels in slaap gevallen na een lange dag werken toen er een enorme vrachtwagen langs het huis reed die de grond deed schudden en de ramen deed ratelen. Ik schonk er geen aandacht aan maar Manu keerde zich naar mij met een geschrokken gezicht en vroeg: "was that an earthquake?"
Pas toen realiseerde ik mij dat deze trillingen inderdaad heel anders waren dan die van een groot voertuig dat voorbij komt; het was werkelijk de grond onder ons die vibreerde. Ik sprong gelijk op internet waar Manu's vraag duidelijk werd beantwoord. Om 21:09uur was er 10km ten oosten van Auckland en 9km in de grond een aardbeving met een kracht van 2.9 op de schaal van Richter. In heel Auckland en de omgeving hebben mensen de beving gevoeld. De meeste mensen waren, net als ik, enthousiast dat zij voor het eerst een aardbeving hebben meegemaakt, maar voor andere was dit een mogelijk begin van een herhaling van de Christchurch aardbeving. Er zijn echter geen (voelbare) naschokken geweest in Auckland, dus ik ben nog steeds erg enthousiast over mijn eerste aardbeving. Het is best een bijzonder idee als je bedenkt dat je getuige bent van het vormen van de aarde. Echter zijn er wekelijks nieuwsberichten over hevigere aardbevingen in alle uithoeken van Nieuw Zeeland, de aarde is zeker aan het veranderen.

West Coast
Op een ochtend liet ik mij door Manu & Chris meeslepen naar een ochtend markt in de regio. Opzich niet zo bijzonder, maar met deze twee weet je nooit waar je terecht komt met een weekends uitje. Zo ook dit keer. De markt hebben we nooit gevonden dus besloten we door te rijden naar de kust ten westen van Auckland. Deze kust, met Muriwai, Bethels beach en Piha als meest beruchte plaatsen, staat bekend om zijn hoge dodental. Het water van de Tasman sea slaat met hoge, wilde golven  op het strand. Het is een populaire surfplek maar super verradelijk. Vooral daar waar het water rustig lijkt is het het gevaarlijkst. De wilde golven worden gebroken door een onzichtbaren maar machtige stroom die vanaf het strand ver terug de zee in stroomt. Regelmatig komen mensen hier in terecht en worden de zee in getrokken door de onderstroom. Er is zelfs een tv programma genaamd "Piha rescue", een soort real-life baywatch met meer actie dan je lief is.
Wij bleven gelukkig ver bij het water vandaan tijdens ons bezoek aan Muriwai.

Het wilde water en zwarte strand van Muriwai

Muriwai staat bekend om zijn Jan-van-Genten kolonies. In de (Nieuw Zeelandse) zomermaanden komen hier duizenden van deze vogels bijeen zij aan zij te broeden op de rotsen. Aangezien het hier nu winter is was er geen activiteit maar de heuveltjes op de rotsen waar zij op broeden staan al klaar voor het volgende seizoen.


Manu, Chris en ik bij Muriwai

Boven de stranden vlogen nog enkele Jan-van-Genten, maar ook para penters en radiografische vliegtuigen zweefden op de sterke wind heen en weer.


Tiritiri Matangi Island
Door de weeks kreeg ik nog een laatste keer de kans om naar Tiri te gaan voor een dagje. Het was al weer even geleden dat we voor het laatst de pinguins gecheckt hadden dus hebben we de jacht weer geopend. Vlak voordat de boot ons weer terug naar het vasteland bracht vonden we nog even vier pinguins waar we bloed en veer samples van hebben genomen, maar nog bijzonderder was het volgende tavereel:

Een pinguin ei. De vraag is nu of dit het eerste ei van dit seizoen is (dat zou vrij vroeg zijn) of dat het een overgebleven ei van vorig jaar is (maar waarom hebben we die dan nooit eerder gevonden?). Hoe dan ook. Over enkele weken begint het broedseizoen en helaas ben ik dan niet meer in Nieuw Zeeland om dit mee te maken. Maar het vinden van een ei is toch wel een mooie troostprijs.
Voor de laatste keer zette ik ook nog even een paar tui op de foto, dit blijven toch wel mijn favoriete vogels met hun kleurenpracht en hun gevarieerde zang.

Hiermee sloot ik de dag af, nogmaals vaarwel zeggend tegen Tiritiri Matangi Island.


Waitomo caves
Het volgende weekend reden Manu, Chris, Monique, Levi en ik naar het zuiden, naar de Waitomo Caves. Een uitgebreid grottenstelsel dat bekend staat om de vele glow worms. Eerst namen we een wandeltour door de Ruakuri cave. Dit betekent zoiets als "de twee honden". Lang geleden bevond een maori krijger zich in de bossen rond de Waitomo grotten waar hij door twee wilde honden werd aangevallen. Hij overleefde het gevecht en doodde de honden. Bij het ontdekken van de nabij gelegen grot noemde hij de grot naar de twee honden.
Een lange, zwak verlichte wenteltrap bracht ons enkele tientallen meters onder de grond.

Vanaf hier liepen we door het grottenstelsel langs wilde stromende onderwater rivieren en prachtige stalagmieten- en stalagtietenformaties.

Ook hingen er prachtige steensculpturen aan het plafond die de passende naam "gordijn" dragen

De laatste etappe in deze grot bracht ons langs een oude begraafplaats waar een Maori chief zijn eeuwige rustplaats heeft gekregen aan het begin van de Ghost passage. Het verhaal gaat dat iemand hier ooit alleen liep en voetstappen achter hem aan hoorde komen terwijl er niemand met hem in de grot was. Echo of een spook? Mijn nuchtere ik zal zeggen dat het een echo was, maar na nadere inspectie van mijn volgende foto zou je toch haast anders gaan denken...

De ghost passage

Hoewel we tijdens deze wandeling al enige glow worms hebben gezien, moesten we naar een andere grot voor de echte glow worm ervaring. Eerst wandelden we naar de Cathedral van de grot. Het woord cathedral verwijst naar de hoogste ruimte in een grot en daar aangekomen werden we uitgenodigd om de prachtige natuurlijk akoestiek uit te testen. Helaas had ik mijn ukulele thuis gelaten, maar een couplet van Queen's Bohemian Rhapsody (die ik moest leiden) gaf een goed idee. Vanaf hier werden we in een bootje geladen en dreven we langzaam door een onverlichte grot. Voordat we een onzichtbare hoek omgingen was een gedimde gloed al zichtbaar en even later bevonden we ons onder een machtige sterrenhemel. Duizenden blauwe lichtpuntjes hingen boven ons in de tunnel, het leek net op de melkweg tijdens een heldere nacht. Hoewel ik al meerdere malen glow worms in de bossen van Nieuw Zeeland heb gezien was het nog nooit in zulke aantallen als hier. Je zou er bijna een boek bij kunnen lezen.
Vanwege hevige regenval dat weekend konden we niet de hele grot door varen (het water stond zo hoog dat we al gauw tegen het plafond aan zaten), maar we hebben toch flink wat glow worms gezien. In de stromende regen en met een spektaculaire onweerbui reden we weer enkele uren terug naar het noorden, naar Auckland.


Motukorea (Browns Island)
En toen was het tijd voor mijn laatste veldwerk op een best wel bijzonder plekje; Browns Island. Browns is een klein vulkanisch eilandje, 20 minuten varen, ten noord-oosten van downtown Auckland. Het eiland is slechts 1000 meter breed (en lang) en de vulkanische krater reikt zo'n 64 meter de hoogte in. Voor de komende week mocht ik dit mijn thuis noemen, mijn thuis, ik had het eiland voor mezelf. Hoewel deze veldlocatie dichter bij Auckland was dan alle andere, was het wel mijn meest geisolleerde locatie. Ik was volledig op mijzelf aangewezen, er varen geen veerboten naar Browns Island en in de wintermaanden haalt niemand het in zijn hoofd om met een kayak over te roeien.

Idan, een Phd'er uit Israel, doet onderzoek naar het vangen van ratten op roofdier-vrije eilanden. Veel eilanden in Nieuw Zeeland, zoals Tiritiri Matangi, zijn weer roofdiervrij gemaakt om de inheemse flora en fauna te beschermen. Zo nu en dan kan er toch een rat op zo'n eiland gevonden worden (met boten mee gereist of over gezwommen). Momenteel wordt dit probleem opgelost door vallen met voedsel uit te zetten en gif stations te plaatsten. De hypothese is dat ratten zich sterker aangetrokken voelen tot sociaal contact met soortgenoten dan tot lokvoedsel. Idan heeft op twee locaties op het vasteland, waar nog steeds veel ratten zitten, al enkele tests gedaan. Hij heeft elke keer twee kooien zij aan zij neergezet. De eerste kooi bevat een lokrat (een laboratorium rat) en de tweede kooi pindakaas (ratten zijn hier dol op en daarom wordt dit wereldwijd als lok voedsel gebruikt). Om bij de lokrat of de pindakaas te komen moet de wilde rat door een val en komt dan dus gevangen te zitten. Deze test suggereerden al dat wilde ratten inderdaad vaker op andere ratten af komen dan op voedsel. Tijd dus om het in een echte situatie te testen. Een dag voordat ik naar Browns Island ging hebben we in west Auckland een wilde rat gevangen (een levende val een nacht open zetten met pindakaas erin) en deze rat hebben we in het lab een zendertje om gedaan.

Vroeg in de ochtend stapt Idan en ik vanaf Devonport op de watertaxi, beladen met ingeklapte rattenkooien en voedsel voor een week. Het duurde niet lang voordat we bij Browns island waren. Het was hoog tij, het beste tij om te landen op het eiland dat geen echte steiger heeft. In plaats daarvan heeft het een met lavastenen gebouwde pier die net ver genoeg het water in loopt om met hoog tij op aan te meren. Wat we echter niet wisten was dat er slechts een smalle strook diep water langs de pier liep en dat daar voorbij een gevaarlijk doolhof van rotsen vlak onder het wateroppverlak lag. Voordat we goed en wel wisten aan te meren (betekent van de boot op de lavastenen springen) belanden de water taxi op de rotsen. We lagen vast, met stokken en alles wat wij in de boot konden vinden, wisten we ons los te duwen van de rotsen en maakten we de sprong naar de pier.


Hier stonden we gelijk voor het kleine schuurtje dat de komende week mijn huis zou worden. Op Browns Island werd voorheen vee gehouden, vandaar dat er zoveel gras is en bijna geen bomen zijn. Het enige gebouwtje was een schuurtje en een generatorhuisje. Het generatorhuisje was nu mijn toilet. Hoewel er een normaal toilet neergezet was was er geen stromend water, doorspoelen ging dus door een emmertje water uit de zee door het toilet te spoelen. De generator, die nog steeds naast het toilet staat, heeft al lang niet meer gewerkt. Elektriciteit is er dus ook niet. Idan had voor mij een lantaarn meegebracht die opgeladen kon worden met een klein zonnepaneeltje. Genoeg om ‘s avonds na vijf uur (zonsondergang was rond 17:15uur) enkele uren licht te geven. In het schuurtje had hij een gaskoker neergezet en achterin stonden enkele bedden. Er was een keukentje met gootsteen maar wederom geen stromend water. Drinkwater hadden we zelf in containers mee genomen, maar afwassen deed ik ook door een emmertje zeewater te scheppen. Douchen zat er uiteraad ook niet in voor de komende week, maar gelukkig is water nooit ver te zoeken op een eiland, de zee voldeed.


Mijn uitzicht op het westen gaf ‘s avonds prachtige zonsondergangen achter de grote vulkaan Rangitoto. Zoals gezegd was het dus na kwart over vijf donker. Er was dan niet veel meer te doen op het eiland behalve in het schuurtje te zitten. Bij het zwakke licht van mijn zonnecel geladen lantaarn heb ik mij elke avond uren vermaakt met het bespelen van mijn ukulele, een goede kans om mijn skills flink te verbeteren.

Op het eiland, waar roofdieren volledig uitgeroeid zijn, lieten we de gezenderde rat vrij. De eerste paar dagen zou het beestje tijd hebben om te aclimatiseren en een territorium te vinden, waarna wij de vallen uit zouden zetten. Tot die tijd was mijn taak om elke dag de wilde, gezenderde rat te lokaliseren met behulp van een ontvanger en grote richt antenne. Browns Island is bewust ons onderzoeks locatie om de redenen dat er geen andere uitheemse roofdieren zijn en omdat het een klein eilandje is en dus makkelijker om de rat te vinden. Nou, ik kan je vertellen dat een klein eilandje plotseling heel groot wordt als je op zoek bent naar een klein beestje, zelfs al heeft het een zender om. Op vlakke grond heeft de zender een bereik van zo'n 25 meter, maar Browns island is een vulkaan, veel vlakke grond is er dus niet.
De eerste dag begon ik met het structureel afzoeken rond de plek waar wij de rat hebben vrij gelaten. In cirkels met tussenruimte van minder dan 20 meter liep ik met mijn grote antenne, uren later had ik nog steeds geen signaal opgepikt. Daarna liep ik de hele kustlijn af, zonder resultaat. Ook ben ik naar alle toppen op het eiland geweest omdat het bereik van de zender beter is vanaf een hoge plek, wederom geen resultaat. De rat was zoek...
Toch is het geen straf om de hele dag daar rond te lopen, De uitzichten zijn geweldig.

De krater bij zonsondergang

De volgende dag ging ik weer op pad met mijn ontvanger en antenne. Na uren zoeken was het resultaat weer hetzelfde als de dag ervoor. Wederom besloot ik om de hoger gelegen plekken op te zoeken. Zoals op de foto's te zien is is Browns Island volledig bedekt met gras. Er staan een paar bomen hier en daar, maar van bossen kun je niet spreken. De zachte groene deken is echter wel misleidend voor het ware terrein van het eiland. Op de vlakkere delen van het eiland komt het gras zo hoog als mijn middel wat het super zwaar maakt om door heen te worstelen. Waar de heuvels zijn vormt het gras een gevaarlijk deken dat de grond daaronder verbert.

Op deze foto steken een paar scherpe vulkanische stenen uit het gras, op de meeste plekken liggen zij verscholen onder een dun deken van gras. Waar het vlak lijkt kunnen grote gaten in de grond zitten of scherpe stenen verborgen liggen. Geen enkele heuvel op Browns Island loopt dus geleidelijk omhoog zoals het lijkt, in plaats daarvan is het een struikel parcours over snijdende en losliggende stenen.
Later die dag, toen het tij daalde en de stranden en rotskusten rond Browns toegankelijk werden besloot ik nog een laatste ronde om het eiland te maken op zoek naar de rat. Ik wandelde een stuk over zandstranden die later overgingen in lavablokken en gestolde lavastromen die nu super glad zijn door de alg afzettingen. Voorzichtig schuifelde ik over de lava toen ik plots een piep uit de ontvanger hoorde komen. In eerste instantie geloofde ik mijn oren niet, het was immers niet de eerste keer dat ik een piep hoorde die er niet was, maar dit keer herhaalde de piep zich in een constant ritme. Ik had de rat gevonden! Even later stond ik met mijn antenne vlak naast de rat, die diep in het lange gras verstopt zat. Ik kon met een gerust hart terug naar mijn huisje aan de andere kant van het eiland waar ik weer flink op mijn ukulele gespeeld heb. Het is een lekker idee dat er in de wijde omgeving geen mens te vinden is, ik heb dus lekker luidkeels meegezongen met mijn ukulele muziek.

De volgende dag kwam Idan langs om de lokratten te brengen. Bepakt met vier rattenkooien en vallen liepen we naar de andere kant van het eiland om de boel op te zetten.


Twee vrouwtjes labratten gingen in een kooi met daarnaast een pindakaas kooi. En even verderop zaten twee mannetjes labratten met daarnaast een pindakaas kooi. Onze wilde rat zat volgens het signaal van de zender nog steeds op dezelfde plek dus konden we de kooien met rattenvallen hier aan de kust opzetten. In de middag kwam de watertaxi weer om Idan op te halen. Wederom kon er niet echt aangemeerd worden dus moest Idan van de rotsen naar de watertaxi springen. De watertaxi kwam redelijk dichtbij, Idan stapte met een been naar de taxi. Hij stond nu met een voet op de rotsen en de ander op de watertaxi. De stroming duwde de boot plots weg van de rotsen en Idan kwam bijna in een split te staan. Een luide schreeuw volgde en Idan viel tussen de wal en het schip. Nog even wist hij zich aan de boot vast te houden, maar zijn natte kleding was te zwaar om zich nog op te trekken, hij viel in het water. Terwijl ik mijn lachen probeerde in te houden zwom hij naar de kant en sprong nog eens naar de boot, dit keer lukte het. Ik zwaaide hen uit en bleef wederom alleen achter op het eiland. Nu ik mij realiseerde dat ik weer alleen was moest ik toch even een flinke lachbui doorstaan om wat zojuist gebeurd was.
In de dagen die volgden heb ik weer en wind doorstaan op het kleine eiland. De rat zat gelukkig elke dag op dezelfde plek dus was makkelijk te lokaliseren, hoewel hij zich niet liet vangen in onze vallen. De rest van de dagen, na het lokaliseren van de rat, besteedde ik aan het opruimen van eerder uitgezetten tracking tunnels en natuurlijk aan het genieten van de omgeving.
De rest van de week vloog voorbij en aan het einde van de week hadden we de rat nog steeds niet gevangen, volgens het signaal zat hij elke dag op dezelfde plek verscholen in het gras. Dit betekent natuurlijk niet veel goeds dus mijn vermoeden was dat de rat dood was of vrolijk ergens anders rondliep en zijn zender verloren had. De laatste dag kwam Idan weer langs. Samen gingen we naar de rat en zochten in het gras. Al gauw vonden we het dode lichaam van het arme beestje. Misschien was alle stres van een nieuwe omgeving teveel voor hem geworden, maar dat moet hopelijk blijken uit de autopsie. Het experiment was mislukt, dus wij klapten de boel in, namen de labratten mee en belden de watertaxi om ons op te komen halen. We hadden alles op de pier klaar gezet om de watertaxi in te laden, maar natuurlijk ging de landing bij Browns island weer niet zoals geplanned. Het tij was te laag en voordat de boot ook maar in de buurt van de pier was lag deze al op de bodem. De enige mogelijkheid was om naar de andere kant van het eiland te gaan om daar in dieper water via hogere rotsen op de boot te springen. We moesten de meeste spullen daarom op het eiland achterlaten (teveel om helemaal naar de andere kant te sjouwen) en namen alleen onze prive spullen en de labratten mee. Aan de andere kant van het eiland staken scherpe rotsen uit het water. De watertaxi wilde niet te dicht bij komen vanwege de schade die de rotsen zijn boot kunnen toebrengen dus moest ik een flinke sprong maken om op de boot te komen. De boot dreef weg en moest opnieuw dichter naar de rots varen waar Idan mij enkele tassen toegooide, zo herhaalde het zich enkele keren totdat alles aan boord was, inclusief Idan die dit keer droog (met de ratten) de sprong wist te maken.
Enkele dagen later keerde we terug naar Browns om bij hoog tij alle spullen in de watertaxi te laden. Het kalme water van de keer daarvoor was nu wild en koud terwijl we de schommelende boot inlaadde op het eiland en bij Devonport weer uitlaadde. Hoewel beide landingen weer erg spannend waren ging alles gelukkig goed.


Nog een laatste keer keek ik naar het eiland dat ik mijn thuis mocht noemen terwijl  een Caspian tern (Hydroprogne caspia) laag over vloog.

Nu zijn mijn laatste dagen echt aangebroken. Deze week zal ik afscheid nemen van de mensen van Massey University en in het weekend nog even een showtje bezoeken voordat ik een lange reis terug tegemoet ga. Het is zeker een dubbel gevoel om voor de tweede keer afscheid te moeten nemen van Nieuw Zeeland, maar ik heb zin om weer naar huis te komen.

Tot gauw
Knuffels van Jordi

 

In honour of the trees

Auckland, 15 juni 2011

De tijd vliegt voorbij. Ik had nog maar net afscheid genomen van Judith toen mijn agenda zich weer gauw begon op te vullen met een grote variatie aan veldwerk. De eerste paar dagen heb ik Manu in het lab geholpen met haar geckos. Een twaalf-tal forest geckos worden op Massey in het quarantaine lab gehouden waar ze getest worden op ziektes zoals salmonella. Als ze gezond blijken te zijn zullen ze zo snel mogelijk op een nieuwe locatie in Nieuw Zeeland vrij gelaten worden om nieuw dna te introduceren in een bestaande populatie.


Ark in the Park
Tussendoor heb ik nog enkele dag trips gemaakt naar onderzoeks sites in de Auckland regio. Ik werd gebeld door "Ark in the Park"; een organisatie die zich inzet om een deel van de Waitakere Ranges (wildernis in West Auckland) roofdier-vrij te maken en zeldzame soorten zoals robin en kokako te introduceren. Mij werd gevraagd of ik een dagje kon helpen met het hervullen en controleren van de bait-lines. De volgende dag stond ik dus diep in de bush. Het Ark in the Park deel van de Waitakeres is een ruig stuk bos dat meerdere valleien en bergtoppen bedekt. Door het hele bos ligt een grid van bait-lines die meestal zo'n 50 tot 100 meter van elkaar af liggen. Gewapend met zakjes gif ging ik mee met het team. We kwamen aan bij de cascades waar stuwdammen zijn gebouwd voor waterwinning voor Auckland. Voorbij de stuwdam valt het water tientallen meters naar beneden en stroomt door een inmens grote vallei richting de zee. Hier splitsen we ons op in groepjes van twee en gingen allen onze eigen weg. Hoewel de totale afstand slechts een rechte lijn van enkele kilometers was is het geen simpele klus om de bait-stations te bereiken. Cutty gras was een van de dominante plantensoorten in deze bush. Het is niet een plant waar je je zomaar even doorheen duwt.


Toetoe (Cortaderia sp.) Cutty gras
De randen van de meters hoge grassprieten zijn uitgerust met duizenden minuscule tandjes die met gemakt door de huid snijden, zoals mijn partner demonstreerde voordat hij met een hevig bloedende hand de rest van de bait-line moest afleggen.  Regelmatig moesten we door de dichte bush om een massa van deze cutty gras heen navigeren of kiezen om er dwars doorheen te gaan en onze handen en gezicht te bedekken.
Een ander opstakel waren de voor mij wel bekende supple jacks, de lianen waar ik in Tawharanui aan geslingert heb. Ballen van deze door elkaar gevlochten lianen kropen her en der door de jungle en vormde een ondoordringbare muur.
Onze bait-line leidden ons naar het midden van een vallei vanaf waar de lijn weer omhoog liep. Halverwege staken we een stroompje over en stonden we voor een steile wand. Er zat niets anders op dan deze meters hoge wand te beklimmen, vasthoudend aan boomwortels en sterke flax bladeren. Na de klim werden we even vergezeld door twee robins die hier zijn geherintroduceert; een teken dat de bait-lines werken en de vogels het naar hun zin hebben. Na alle bait-stations hervult the hebben bracht een modderig, kronkelend paadje ons weer terug bij de cascades.


Cascade lake

Vanaf daar werd ik opgehaald door Monique om haar ouders' boerderij te bekijken. Haar ouders wonen slechts enkele minuten rijden hier vandaag en beheren een groot stuk grond met allerlei leuke beesten. De rest van de dag heb ik met biggetjes, lammetjes, honden en kippen kuikens gespeeld.


Auckland zoo
Enkele dagen later heb ik een onderzoeker van Massey vergezeld naar de Auckland zoo. Anna, die onderzoek heeft gedaan naar het reukvermogen van drie Nieuw Zeelandse papegaaiensoorten, moest nog wat foto's hebben van haar onderzoeksopstelling en ik was de aangewezen persoon om foto's te komen maken.
In de zoo gingen we het verblijf van de kaka in en zetten de proefopstelling neer. Al gauw kwam een van de kaka op het platform af, nieuwschierig naar de nieuwe geur in zijn verblijf. Ik bukte om vanuit de juiste hoek foto's te maken toen een tweede kaka in duikvlucht op mijn hoofd af kwam. Het dier landde subtiel op mijn hoofd, maakte het zichzelf gemakkelijk en begon zich uitgebreid te wassen. Dus, met een grote papegaai op mijn hoofd zette ik mijn werk voort en bleef ik foto's maken van de andere kaka bij de onderzoeksopstelling. Ondertussen had het dier op mijn hoofd ook door dat er een nieuwe geur in zijn verblijf was en sprong soepel weer van mijn hoofd af en vloog naar het plateau. Toch een leuke bonus, je hebt niet elke dag een papegaai op je hoofd.


Kaka (Nestor meridionalis)
De onderzoeksopstelling waar de twee kaka erg geinteresseerd zijn in de geur (van pindakaas) die uit de cilinder komt.


Shakespear Regional Park
De volgende dag was het tijd voor iets anders. Ik ging mee met Master student Joshua naar Shakespear regional park. Hij doet onderzoek naar geckos en habitat in de vorm van hun favoriete vegetatie. Dit keer zouden we ons dus voornamelijk richten op planten in plaats van dieren. Joshua was zelf nog nooit eerder in Shakespear geweest, dus ik mocht mee als gids om alle shortcuts over het terrein te laten zien en de transecten te lokaliseren. Hoewel ik hiervoor altijd alleen maar met dieren gewerkt heb is het erg interessant om ook eens beter naar de planten te kijken, de beesten zijn bovendien in elk aspect van hun bestaan afhankelijk van deze gebladerde wezens. Het werd mij al gauw duidelijk dat het toch vooral dezelfde plantensoorten waren die elke keer weer terug kwamen.


Ponga (Cyathea dealbata), silver fern


Een andere varen

De silver fern is Nieuw Zeeland's bekendste en best herkenbare varen met zijn witte onderkant. Maar Nieuw Zeeland kent tientallen varensoorten, hierboven een andere soort.


Een afgezaagde varen toont hoe artistiek de natuur is

Tijdens de vegetatie inventarisatie zijn we helaas geen gecko's tegen gekomen, maar we hadden ook niet anders verwacht (ze zitten er wel, maar slechts in hele lage aantallen).


Musica-e
Nu even wat anders, totaal niet gerelateerd aan mijn vrijwilligerswerk in Nieuw Zeeland. Ter introductie gaan we even een paar hoofdstukken terug naar de Cook islands. Tijdens ons verblijf op Rarotonga hebben we ook veel natuurpracht gezien. Het rijke visleven in de zee en prachtige bloemen en palmbomen op het land. Ook hadden we daar wat van de cultuur meegekregen, een cultuur waarin dans en muziek altijd erg belangrijk zijn geweest. Een bepaald aspect van de muziek spreekt mij in het bijzonder aan; de ukulele. (Bijna) alle pacifische eilanden, van Hawaii tot Fiji, gebruiken een variant van de ukulele in hun traditionele muziek. Op Rarotonga heb ik veel mooie en bijzonderen modellen gezien die voor aardig wat geld over de toonbank gingen. Omdat de reis in zijn geheel al prijzig genoeg was heb ik des tijds genoegen genomen met een simpel toeristen dingetje. Best een leuk ding hoor, een kokosnoot is de klankkast en de body is beschilderd met een voor mij herkenbare Rarotonga zonsondergang, maar van de kwaliteit mag ik natuurlijk niets verwachten.
Weer terug in Nieuw Zeeland moest ik weer terugdenken aan de echte, professionele Cook Island ukulele die 8 snaren in plaats van 4 draagt. Behalve dat dit professionele uke's zijn weet ik ook dat elk individueel instrument uniek is. Ze worden volledig met de hand gemaakt van inheemse houtsoorten en hun hele uitstraling is totaal anders dan wat ik gewend ben van een conventionele ukulele. Ik kon het niet laten om op internet een beetje rond te surfen om meer te lezen over die intrigerende Cook Island 8 stringed ukulele. Natuurlijk maakte dit mij nog enthousiaster over dit instrument, wat had ik nu een spijt dat ik destijds niet gewoon zo'n ding gekocht had voor 300 dollar. Maar, per toeval kwam ik op een ukulele forum terecht waarop iemand originele Cook Island uke's aanbood. Ik heb gelijk contact met deze mensen opgenomen om te horen wat het precies is dat zij aanbieden. Na enig e-mail contact (met foto's van hun uke's) bleek dat het een echte Cook Islander is (die dus op Rarotonga woont) die zelf de uke's maakt naar verzoek van de klant en bereid is deze wereldwijd te versturen. De prijs was 250 dollar, in eerste instantie goedkoper dan de prijs in de winkel op Rarotonga. Helaas zou het instrument verzonden moeten worden naar Nieuw Zeeland, wat nog eens 200 dollar extra zou kosten. Zo werd het wel erg veel geld, maar toch bleef het idee kriebelen bij mij. Ik besloot er nog even over na te denken terwijl ik mijn e-mail contact voort zette om te kijken of zij de uke voor mij konden maken die ik graag zou willen. Ze vertelden mij dat ze momenteel wat uke's hadden liggen die voldeden aan mijn eisen, foto's zouden ze de volgende dag mailen. ‘s Ochtends vroeg sprong ik direct op internet benieuwd naar de foto's. Helaas nog niets ontvangen, maar wel een mailtje van hen met de vraag of ik in Auckland was. Ik antwoorde dat ik inderdaad in Auckland verbleef en dat ik erg benieuwd was naar de foto's.
Later die ochtend ging ik met Manu & Chris, waar ik tussen mijn veldwerk door verblijf, richting Massey om de geckos te voeren toen ik gebeld werd door een internationaal telefoonnummer. Ik nam op en tot mijn verbazing had ik de vrouw van de Cook Island ukulele bouwer aan de lijn. Zij vertelde mij dat haar broer in een buitenwijk van Auckland woont en dat hij enige tijd geleden vier van hun uke's mee naar huis heeft genomen om in Nieuw Zeeland te verkopen. Ik kreeg zijn adres en mocht langs komen wanneer het mij uitkwam. Later die middag zijn we naar zijn huis gereden. Daar aangekomen liet hij mij de ukulele's zien. Alle vier waren ze precies het type dat ik zocht en twee ervan waren in de houtsoort die ik van tevoren al in gedachte had. Je raad het dus al: 5 minuten later stond ik weer buiten met mijn eigen Cook island 8-stringed ukulele. Hiervoor heb ik dus geen 200 dollar verzendkosten hoeven te betalen en ik heb precies wat ik zocht.



Cook Island 8-stringed ukulele. Helemaal handgemaakt en uitgesneden uit het hout van de Miro (Thespesia populnea), Polynesian Rosewood, een inheemse boomsoort van Rarotonga. Van de klankkast tot de top van de hals lopen prachtig uitgesneden patronen die de uke nog unieker maken. Het klankgat zit aan de achterkant wat de uke een bescheiden maar uniek geluid geeft. Ik ben helemaal tevreden.
Interesse? Enua & Teroro Totini kunnen bereikt worden op e-mail adres: kmd.ukuleles@gmail.com of zoek hen op op Facebook onder de naam "Kmd Ukuleles" .

Over enkele weken moet ik dus drie ukulele's mee terug naar huis slepen, maar da's een luxe probleem.


Hamilton Zoo
De volgende dag besloten we (Chris, Manu & ik) om naar Hamilton zoo te gaan, zo'n 130km ten zuiden van Auckland. Dit dierenpark is een stuk moderner dan Auckland zoo en heeft grotere verblijven met minder dieren.


Madagascar day gecko (Phelsuma madagascariensis madagascariensis)


Sun conure (Aratinga solstitialis)

Behalve exotische dieren hebben ze ook veel inheemse soorten, een mooie gelegenheid om de dieren die in het wild altijd op afstand blijven eens van dichtbij te fotograferen.


Kaka


White-faced herron (Egretta novaehollandiae)
Een van de meest voorkomende reigersoorten in Nieuw Zeeland


Tiritiri Matangi Island
Later die week was het tijd om nog een laatste maal naar Tiritiri Matangi Island te gaan, wederom voor de pinguin jacht. Voor een korte week heb ik nog eens achter de kleine blauwe vogels aan gerent,  mijn handen open laten bijten door hen aan hun snavel uit hun hol te trekken, knieen bezeert toen ik er een uit een grot wilde halen en steile wanden beklommen om bij hun nesten te komen.

Maar natuurlijk heb ik nu ook meer dan alleen maar pinguins gezien. Een andere blauwe vogel die zich regelmatig laat zien en met een beetje geluk ook laat horen is de zeldzeme en mysterieuze Kokako.


North island kokako (Callaeas cinerea), blue wattled crow
Ooit bestonden er twee (onder)soorten van deze vogel; de South island kokako (C. cinerea cinerea) en de North island kokako (C. cinerea wilsoni). Het enige verschil in uiterlijk is dat de South Island kokako roze wattles aan de snavelbasis had in plaats van blauwe. Ik spreek hier in verleden tijd omdat de South island kokako sinds  1960 uitgestorven is verklaard. In gedrag waren deze twee soorten echter enorm verschillend. De South island kokako is een enorm schuw dier dat zich eerder laat horen dan zien, maar zelfs dat was heel zeldzaam. Ik heb stukken gelezen die beschrijven dat de dieren diep in de bush leven, ver van menselijke beschaving af. Ooit heeft iemand veren van het dier weten te verzamelen. Ze werden naar Groot Brittanie gestuurd ter onderzoek, maar ze zijn nooit aangekomen... De prachtige zang van dit dier is een keer opgenomen. De opname lag in een opslag die enkele tijd later in vlammen is opgegaan, inclusief de opname... Om deze redenen word dit dier vandaag de dag ook wel "the grey ghost" genoemd.  Veel mensen vermoeden dan ook dat dit dier nog niet is uitgestorven maar zich vanwege zijn schuwe karakter en behendigheid in de bush verscholen weet te houden van mensen.
De North island kokako, die op Tiri woont, is gelukkig niet uitgestorven, maar het scheelde niet veel. Momenteel leven er zo'n 2000 kokako verspreid over Nieuw Zeeland, daarom hebben ze de status van protected threatened endemic.
Het is prachtig om deze vogels, die slecht kunnen vliegen, door de bush te zien springen. Met het grootste gemak en sierlijkheid stuiteren ze van tak naar tak. Nog mooier is het om hen te horen zingen. Ieder die hun zang hoort zal dit moment nooit vergeten. Hun zang wordt door de boeken omschreven als: "delightful organ- or flute-like duets of long, melodic syllables".
Een veel voorkomend probleem bij fok programma's, waarbij vogels uit verschillende populaties verwisselt worden, is dat de kokako alleen paart met een individu dat ze kunnen verstaan. Oftewel, deze vogels met hun sterke lokale dialecten, weigeren met een nieuwkomer te paren waardoor een genetische bottleneck onvoorkomelijk is. Gelukkig lijken de vogels na enige tijd van gewenning toch gewend te raken aan andere dialecten, bleek uit een uitwisseling van vogels op Tiritiri Matangi. Er is dus hoop.

Zoals altijd barste het op Tiri weer van de bellbirds, tui en hihi. Het bijzondere aan Nieuw Zeeland is dat het het hele jaar rond bomen in bloei heeft. Als de ene soort is uitgebloeid begint de ander, daardoor hebben deze nectar etende vogels het hele jaar wat te smullen.


Manuka (Leptospermum scoparium), tea tree
De Manuka staat bekend om zijn medicinale (anti-bacteriele) werking, de maori gebruikten deze boom dan ook als medicijn. Tegenwoordig zijn de bloemen ook erg belangrijk voor de productie van honing (met dezelfde antibacteriele werking).


Wattle tree (Acacia sp.)
Geintroduceerd in Nieuw Zeeland en veel voorkomend op Tiri. Ondanks dat deze plant niet thuis hoort in Nieuw Zeeland vormt het geen probleem voor de inheemse soorten. Momenteel is het een goede voedselbron voor de honingeters maar de plant laat zich gemakkelijk in de verdrukking brengen wanneer inheemse plantensoorten in de buurt groeien. Langzaamaan verdwijnt de wattle dus van Tiri en wordt hen plaats ingenomen door bomen als de manuka en kohekohe.


Kohekohe (Dysoxylum spectabile)
Een tropisch ogende plant waarbij de bloemen direct uit de stam en takken groeien.
Vooral in de oudere bossen op Tiri zijn deze bloeiers veel te vinden. Het hout werd door de Maori gebruikt om canoes van te maken en de schors werd in water gekookt en gedronken.


Harakeke (Phormium sp.), Flax
Een plant die ik in Nieuw Zeeland al veel ben tegen gekomen. In januari, toen de tui nog flink aan het broeden waren, stond deze plant in bloei met zijn rode bloemen, maar nu staan zijn stengels er bij als bruine takken met dode bloemen. De lange bladeren werden door de Maori vaak gewoven om als tassen en kleding te gebruiken. Ze werden zelfs zo belangrijk voor de Maori dat zij zelfs plantages begonnen om flax te verbouwen.

Zo zie je maar, al het vogelleven waar ik de afgelopen tijd zoveel aandacht aan besteed heb, zou er niet kunnen zijn als deze groen gekleurde wezens het land niet zo rijkelijk bedekten. Maar niet alleen voor de vogels zijn de reuzen van het bos belangrijk, ook de mensen (vooral de Maori) konden niet zonder hun bomen (canoes om mee te reizen) en planten (medicijnen, voedsel en kleding). Voor mij geldt het zelfde; zonder planten zijn er voor mij geen vogels om mee te werken, maar ook zou ik nooit mijn geliefde ukulele's kunnen bespelen als moeder natuur de grondstoffen hiervoor niet zou leveren.


Goodbye Tiritiri Matangi

 

In search of the ratites 

Tiritiri Matangi, Mei 2011

Hoewel Jordi als begenadigd schrijver/verteller tot nu toe al onze avonturen op virtueel papier heeft gezet, kan een 3e verhaal over Tiritiri Matangi eentonig worden... Tijd dus om het paradijselijk rustige eiland eens door andere ogen te bekijken!

In de vroege ochtend van 9 mei haastten Jordi en ik ons te voet door Auckland om op het nippertje de ferry te halen. Je zou denken dat we ons hadden verslapen na onze nachtelijke vliegreis terug naar Nieuw Zeeland, maar niets is minder waar. Het hostel waar we wilden bijslapen bleek de ideale plek voor nachtactieve zuipschuiten, en terwijl wij 's ochtends op tijd bij het kantoortje stonden om onze key deposit terug te krijgen, waren de rest van de bewoners - inclusief de medewerkers - nog niet tot leven gekomen...

Met de aankomst op Tiritiri was voor mij het laatste hoofdstuk van het avontuur aangebroken. De twee weken op dit kleine eiland zouden Jordi en ik onze avonden besteden aan het speuren naar en vangen van Blauwe pinguïns. In eerste instantie niet alleen, want naast Fiona (master-student), werden we het eerste paar maal vergezeld door Oran (een Israëliër uit Cambodja) en Chloe en Sam, een jong Frans stel wat hier een week voor DOC vrijwillig kwam werken. (Met die laatste twee deelden we tevens onze slaapkamer, ik was stiekem blij te kunnen vaststellen dat geen van beide snurkte of dergelijk lawaai produceerde 's nachts).

Met onze eerste avond werken in het vooruitzicht stelde Jordi voor om alvast ‘droog' te oefenen voor het "rots-hoppen". Dit deden we bij Emergency Landing, waar ik wel leerde dat rotsen met een rode gloed (in feite algen) weinig stabiliteit bieden. Het gebruiken van de handen kan dan handig zijn, maar minder fijn waar de rotsen ruw en puntig zijn in plaats van rond, en waarbij een dikke eeltlaag voor een keer fijn zou zijn geweest. Al met al een goede oefening! Het zou dan ook niet gebeuren dat een van ons tweeën in die twee weken gewond raakte, al biedt ervaring geen garantie, zo bleek toen Fiona de week erna alsnog viel tijdens het lokaliseren van nesten. Gelukkig zonder al te pijnlijke gevolgen.

Die eerste avond splitsten we bij de stijger op om de stranden en rotsen aan beide kanten af te speuren, op zoek naar pinguïns. Bewapend met kussenslopen om deze waggelende, schattige wezentjes in te vangen, trokken we al gauw de conclusie dat zij zich goed lieten vinden. De bottleneck was dan ook het verrichten van metingen aan de pinguïns, welke gedaan werden door Fiona, die daarnaast steevast bloed- en verensamples nam om voor haar onderzoek te kunnen analyseren.

Na drie dagen stond de teller op 26 pinguïns en werd het werk overgelaten aan Jordi en mij. Ik had besloten dat pinguïns erg gemeen kunnen bijten en dat het daarom beter was ze zo snel mogelijk weg te stoppen in een kussensloop. De routine die volgend op de vangst van een pinguïn in gang werd gesteld, ging ongeveer zo: ik zoek naar een steen, liefst glad en vrij van schelpdieren, om me op te zetelen. Ondertussen heb ik me ervan verzekerd dat de pinguïn zich niet uit de zak kan wriemelen door deze dicht te knopen; nu is de pinguïn gereed om gewogen te worden. Na de pinguïn goed gepositioneerd te hebben, kan ik de kop voorzichtig tevoorschijn laten komen.

  

Jordi staat klaar met een schuifmaat en alles om te noteren. Vanaf hier ben ik relatief veilig, want de bijtgrage vogel zal zich vooral richten tot de schuifmaat en de hand daarachter. Toch zijn de Blauwe pinguïns in deze situatie niet erg voorspelbaar: ze kunnen ook uiterst verbaasd en nieuwsgierig tevoorschijn komen, mij in de illusie latend dat ze mij óók lief vinden, totdat ze je broek compleet onderpoepen. Ik begreep eerst Jordi's uitleg niet, dat het beter zou zijn voor ons geweten om zo genadeloos teruggebeten te worden (de pinguïns snappen toch ook niet wat voor vreselijks ze overkomt...). Uiteindelijk zag ik hier wel de logica van in toen ik een duidelijk wat zwakker en lichter individu in mijn handen hield.

Na de reeks van handelingen laten we de pinguïn weer vrij op de plaats van vangst, nu voorzien van een geel tapeje met getallen, die we later hopen terug te vinden aan de pinguïn. In de avonden erna zouden we nog ruim 40 pinguïns vangen, meten en taggen, maar slechts 3 hiervan betroffen individuen die we eerder hadden gemarkeerd en die dit tapeje nog bij zich droegen.

De dagen tussendoor werden gevuld door korte wandelingen, afgewisseld door binnen zitten wanneer het ons uitkwam of als het weer niks anders toeliet. Ik had mezelf een extra doel gesteld om deel twee van Stieg Larsson's Milennium-reeks uit te lezen in die tijd, nadat ik deze per toeval vanuit mijn bed had zien staan. Jordi vermaakte zich evengoed met zijn creatieve uitspattingen. Samen met een Indiase Nieuw-Zeelander waren we een tijd lang de enige bewoners van de bunkhouse. Het was rustig op het eiland wat nog eens bevestigde dat de winter binnenkort zijn intrede zou maken in Nieuw Zeeland.



Zo kropen de dagen voorbij, totdat Fiona op de voor ons één na laatste dag arriveerde op Tiritiri om samen over het eiland te lopen en pinguïnnesten te lokaliseren. Een uitgelezen kans deed zich voor toen we eindelijk bij daglicht pinguïns vingen, want nu kon ik ze ook filmen en hun gesnater voor eens en voor altijd vastleggen.

's Avonds sloeg de realiteit echter als een bom in: dit is de laatste avond op Tiritiri Matangi voor ons, maar ook mijn allerlaatste kans om kiwi's in het wild te zien. Iedere avond op pad had ons tot op die dag geen kiwi's opgeleverd, waar andere toeristen aan één avond genoeg hadden. Of zoals Oran op zijn derde en laatste avond daar gezegd had: "I just saw a kiwi, now I can go to bed peacefully". Nu begrijp ik heel goed waarom.

We gingen die vrijdagavond op pad om pinguïns te vangen, dezelfde weg als op andere avonden naar beneden aflopend. Ineens hoorden we geritsel aan de rand van het pad: we stonden meteen klaar om onze eerste pinguïn, eh, kiwi te vangen.

Kiwi?! Ja hoor! Daar rent er één langs onze voeten, op zoek naar een veiligere plek in de begroeiing. Een met zachte veren bedekte voetbal, waaraan drie uitstekels in de vorm van twee poten en een lange, dunne snavel. Zo zou ik het willen omschrijven. We zouden snel daarna nog een kiwi langs het pad zien, en later op de avond nog tweemaal langs de Ridge track. Misschien lag het aan het maanlicht van de andere avonden dat ze zich beter verstopt hadden voor ons, maar hoe dan ook, we hadden de smaak te pakken. Samen met de Noctiluca (zie Jordi's eerdere verhalen en foto), maakte deze avond het tot een mooie afsluiting van twee weken vrijwilligerswerk. Alleen een met gesmolten kaaslucht doordrongen bunkhouse kon bij thuiskomst nog afbreuk doen aan de pret.

Uiteindelijk heb ik met veel meer wildlife kennis gemaakt op dit eiland. Zo heb ik Greg de Takahe en zijn soortgenoten persoonlijk mogen ontmoeten. Maar ook de Brown Teal, de Kokako en de Kakariki hebben zich aan mij laten zien. De petrels die 's nachts met veel kabaal op ons afkwamen in antwoord op Jordi's lokroep, zijn ook zeker geen vogels die vergeten mogen worden in dit lijstje.


Takahe


Pateke, Brown teal

Op zaterdagmiddag zouden we vertrekken richting Auckland, maar voor die tijd konden we het niet laten om nog één keer op zoek te gaan naar een Tuatara. Geen vogel, maar een prehistorisch reptiel die daar wel rondkruipt en die ik ondanks onze zoektochten nog niet tegengekomen was. Jordi wist een Tuatara-hol te vinden, maar het is altijd de vraag of deze ook bezet is. Jordi en ik bogen ons over het holletje en... mission accomplished! We hadden alles gezien wat we hoopten te zien, nu kon ik ook rustig het eiland verlaten.

Laat in de middag werden we uitgezwaaid door de ranger en zijn vriendin en binnen no-time stonden we in Gulf Harbor, alwaar we werden opgepikt door Chris en Manu. We waren al die tijd nooit ver van Auckland geweest, wat ook de duidelijk zichtbare skyline met de stad elke avond bevestigd had. Het gezellige weekend bij Chris en Manu vloog om, en de tijd was gekomen om afscheid te nemen.

Onze laatste dag zijn we naar een hostel dicht bij het centrum vertrokken, om vanaf daar naar de skytower te wandelen en met de lift het hoogste gebouw van Auckland te betreden. Vanuit daar keken we voor het laatst samen naar een zonsondergang in Nieuw Zeeland. Een avondje uit eten in de Irish pub maakte het tot een geslaagde laatste dag.


Uitzicht vanuit de Sky Tower

Dinsdag was de dag dat ik terug naar Nederland zou vliegen en hier keken Jordi en ik geen van beiden naar uit. We namen deze keer gelukkig voor een kortere tijd afscheid van elkaar. Het Nieuw Zeeland avontuur is daarmee niet meteen afgelopen, want bij thuiskomst zouden er nog honderden foto's en filmpjes te laten zien zijn.

Na 22 uur vliegen zonder te slapen en wat wachten tussendoor, sta ik weer op Nederlandse bodem. De aankomst helemaal des Judith's, want terwijl iedereen de bagageruimte door arrival gate 3 verlaat, loop ik doodleuk de andere kant op. Bij arrival gate 4 staan dus geen mensen te wachten. Zodoende kan ik mijn vader van achteren besluipen, en krijgt hij de kans niet om een spontane foto te nemen. Niet erg, helemaal niet erg.

 

 

Take a dive

Auckland, 21 mei 2011

Om iedereen mee te laten genieten van de prachtige onderwaterwereld waar we ons enkele weken geleden in bevonden bij Rarotonga:


Klik plaatje

 

Rarotonga

Tiritiri Matangi Island, 9 mei 2011

Een oude vulkaan bedekt met een dicht regenwoud vol riviertjes en tropische bomen. Vijf pieken, die enkele honderden meters de hoogte in steken, zijn de enige overblijfselen van de oude kraterwand. Steile rotswanden staan dramatisch verscholen tussen de overweldigende vegetatie. Als het verschil tussen dag en nacht, zo verandert de vulkaan lager bij zee niveau. Het ruige landschap maakt plaats voor een stuk vlak land vanaf waar de vulkaan het water in loopt. Een spierwit strand met palmbomen en bezaaid met kokosnoten, cirkelt volledig rond het eiland. De eerste honderd meter rond de vulkaan ligt een azuurblauwe lagune vol met koraalblokken en kleurrijke, tropische vissen. Een smal koraalrif omlijst het eiland en breekt de hoge golven van de wilde, Grote Oceaan, waar de vulkaan midden in ligt.

Ik praat hier over een eilandje behorend bij een eilanden groep ongeveer 3000 km ten noordoosten van Nieuw Zeeland. Een van de laatste plekken op aarde waar de zon op komt en op spektaculaire wijze weer onder gaat. Vanaf Auckland stapten we op maandag ochtend in het vliegtuig om na drie en half uur vliegen op zondag middag op Rarotonga, hoofdstad/eiland van de Cook Islands, aan te komen. Met Nieuw Zeeland in het uiterste oosten van de dag grens en de Cook Islands in het westen bestaat er tussen deze twee landen een tijdverschil waarbij de Cook Islands 22 uur achterlopen op Nieuw Zeeland. Vlak voordat we landden zagen we het koraalrif, dat het eiland volledig omringt, al liggen voordat de indrukwekkende, groene toppen van de vulkaan door het kleine vliegtuig raampje te zien waren. Voordat we het wisten stonden we aan de grond, gingen de deuren van het vliegtuig open en zetten wij onze eerste stappen op het tropische eiland. Het was een zonnige dag met strak blauwe hemel en de intense hitte van de hoogstaande zon brandde direct op onze bleke huid. Terugkijkend naar ons vliegtuig stond ook nu de machtige vulkaan trots op de achtergrond.

Bij de douane en baggage claim werden we verwelkomd door een oud mannetje dat vrolijke ukulele liedjes speelde. Om ons heen liepen Polynesiers met bloemenkransen rond hun nek en bloemetjes in hun haar. De stemming zat er dus gelijk al goed in. Na vliegensvlug door de douane checks te zijn gegaan (er wordt eigenlijk nauwelijks gecontroleerd) werden we al gauw door een busje opgehaald en naar ons hostel aan de westkust van Rarotonga gebracht. Hier kwamen wij al gelijk ons eerste wildlife tegen. In de hoekjes van de muren en plafond kropen bijna doorzichtige hagedissen rond die zonder moeite op hun kop bleven hangen en zelfs op hoge snelheid weg wisten te rennen.

House Gecko (Hemidactylus frenatus)

De timing van onze aankomst kon niet beter, want na het droppen van onze tassen op de kamer waren we nog net op tijd op het strand om onze eerste tropische zonsondergang te zien.
Hoewel de zon onder was en het al pikkedonker was op het eiland, bleef de temperatuur lekker aangenaam. Op het strand werden inmiddels allerlei beestjes wakker en kwamen in grote aantallen uit hun holletjes in het zand gekropen. Het krioelde er van de krabbetjes die met verbazingwekkende snelheid zijwaarts over het strand renden. Langzamer waren de hermietkreeftjes die in allerlei verschillende soorten en maten schelpen verscholen gingen.

Krab


Hermietkreeft

De volgende dag stond de zon vroeg in de ochtend al hoog aan de hemel en de intense hitte was weer volop aanwezig. We namen de bus naar het grootste dorpje van het eiland, Avarua, en verkenden daar de vele winkeltjes met lokaal gemaakte producten. Op het heetst van de dag keerden we weer terug naar het strand. Nu konden we de schoonheid van de tropische stranden bij daglicht aanschouwen en het voelde zo onwerkelijk. Het strand rondom Rarotonga is zo ontzettend mooi, dit zijn beelden die ik alleen maar uit films ken. Welke kant je ook op kijkt, overal zie je azuurblauw water, palmbomen en spierwitte stranden. Elke bocht die we om gingen gaf ons weer een prachtig uitzicht over de ansichtkaart-stranden, de ene nog mooier dan de andere.

Met snorkel en masker doken we het tropisch warme water in op zoek naar tropisch visleven. We waren nog geen seconde onder water en waren al omringd door de meest prachtige vissen die ik ooit gezien heb. Overal lagen brokken koraal in de de meest wilde vormen. Hersenkoraal en koraal in de vorm van bijzondere bomen boden bescherming voor kleine, kleurrijke visjes die geen angst leken te kennen voor mensen met alien-achtige duikmaskers op.

Vissen zoeken bescherming bij het koraal



We konden er maar geen genoeg van krijgen, elke keer kwamen we weer nieuwe soorten koraal tegen met nieuwe vissen groot en klein.


Judith met een butterfly fish - Threadfin butterflyfish (Chaetodon auriga)


Picasso Triggerfish (Rhinecanthus aculeatus) (boven) en een butterfly fish (onder)


Moorish idol (Zanclus cornutus)

Na bijna twee uur onder water geweest te zijn gingen we weer terug naar het strand om onder de hete zon op te drogen. Tijdens een wandelingetje over de stranden vonden we een flinke kokosnoot en kwamen we op het idee om de noot er uit te halen. Gewapend met een stuk vulkanisch gesteente en een scherp stukje dood koraal begon ik op de vrucht in te hakken. Met veel moeite kwamen de eerste taaie vezels van de vrucht los. Uit nieuwsgierigheid kwam er een hond (het eiland stikt van de loslopende honden en kippen) op ons afgelopen die geintrigeerd naar mijn pogingen zat te kijken. Toen ik even een korte pauze nam greep de hond de half gemutileerde kokosvrucht en zette zijn tanden erin. Wild met zijn kop zwaaiend trok hij het ene na het andere stuk er vanaf totdat hij het zat was. De halve vrucht was inmiddels van de noot getrokken en ik hoefde zelf nog maar een paar keer te snijden en te hakken om de rest er vanaf te krijgen. Onder de massieve vrucht kwam nu eindeljk de echte kokosnoot tevoorschijn die we gedurende de dagen erna gedronken en gegeten hebben.
Inmiddels stond de zon alweer laag boven de zee en wederom sloten we de dag af met een prachtige zonsondergang op het strand.

De volgende ochtend werden we gewekt door het gekletter van een tropische regenbui die in bakken uit de hemel kwam vallen. Gelukkig was de regen gestopt tegen de tijd dat wij ons ontbijt op hadden en er op uit trokken, maar de tropische zon van de vorige twee dagen liet zich de hele dag niet zien. Deze dag grepen we de kans om het resultaat van de tropische regenbuien op het eiland te bewonderen; het tropische regenwoud van het "binnenland". Binnen de ring van koraal en stranden is Rarotonga volledig bedekt met bossen. Een ruim vier uur durende wandeling bracht ons over een van de toppen van het eiland. We begonnen in het dorpje Avarua vanaf waar we een pad namen dat geleidelijk omhoog liep langs rabarber tuintjes en bananenbomen.

In het binnenland van Rarotonga stikt het van de bananenbomen.

Het verharde, vlakke pad lieten we al gauw achter ons en een smal, steil paadje bracht ons in de dichte jungle. Met boomwortels als enige houvast klommen we regelmatig bijna recht omhoog en kwamen we al gauw bij de top uit.

The Needle (Te Rua Manga), een van Rarotonga's meest karakteristieke toppen

Een ander klein paadje bracht ons bij de voet van the needle en bood een panoramazicht op het eiland onder ons.

We vervolgden onze weg door naar de andere kant van het eiland. Het pad naar beneden was nog steiler en moeilijker begaanbaar dan onze weg omhoog. Een lange tocht bracht ons langs een riviertje dat hier en daar met stroomversnellingen door het regenwoud kronkelde. Op verschillende plekken moesten we de rivier oversteken of langs een rotspartij hoog boven de rivier balanseren. Zelfs toen het pad naar beneden minder steil werd bleef de jungle maar duren en duren. De vegetatie veranderde langzaam naar een door hoge palmbomen geregeerd bos. Niet ver van ons, toen we even stonden uit te puffen, hoorde we een harde knal. Zojuist was er vanuit een van de hoogste palmbomen (misschien wel dertig meter hoog) een enorme kokosnoot naar beneden gedonderd; een serieus, dodelijk gevaar voor de potentiele persoon die hier onder kan staan. Vanaf dat moment liepen wij alleen nog maar met onze armen boven ons hoofd om eventuele vallende kokosnoten tegen te houden, gelukkig vielen er geen andere meer.
Zelfs toen we de lagune met de oceean erachter alweer tussen de bomen door konden zien was het nog een flinke wandeling met wederom een onverwachte steile afdaling voordat we het geweldige regenwoud aan de andere kant van het eiland weer uit kwamen. Bij een klein watervalletje lieten we onze vermoeide voeten even rusten voordat we daarna de laatste etappe, langs bananenboomplantages, naar het strand vervolgden.

Zelfs zonder zon staan de palmbomen er prachtig bij

De dag erna hadden we weer wat meer zon tussen de wolkenvelden door. In het dorp huurden we een scooter, Rarotonga's voornaamste vervoermiddel, en reden het eiland rond, zo'n dertig kilometer.

We kwamen langs schattige winkeltjes en nog meer witte stranden met palmbomen. Aan de oostkant van Rarotonga stopten we even om van het uitzicht op de vier kleine eilandjes te genieten. De met palmbladeren bedekte bootjes die mensen van en naar de eilandjes brachten, maakten het tropische plaatje compleet.


Koromiri island (links) en Takooka island (rechts)


Takooka island,
een klein tropisch eilandje in de lagune van Rarotonga

Al gauw kregen we het flink warm onder de tropische zon en was het weer tijd om de onderwaterwereld van Rarotonga te verkennen. Wederom zwommen we tussen prachtige koralen en werden we omringd door grote scholen vissen. De meest bijzondere vis die we dit keer tegen kwamen was er een met een kleurenpracht waar picasso nog wat van had kunnen leren.

Prachtige vis, maar geen idee wat voor soort

De laatste dag maakten we nogmaals een rondje om het eiland met de scooter. We bezochten nog meer winkeltjes met lokaal gemaakte ukulele's (Hukalele zoals ze het daar schrijven), t-shirts, kokosnoten-dingetjes en nog veel meer. De zon scheen weer volop dus we namen nog een laatste keer de kans om lekker op de stranden te zitten en de binnenweggetjes van het eiland te verkennen voordat we de scooter weer inleverden. Tegen de avond zaten we op een strand tussen de palmbomen en palmbladgedekte huisjes waar we voor de laatse keer de tropische zon zagen ondergaan. Toen het donker werd zijn we naar een nabijgelegen restaurant gegaan om een traditionele "Island night" mee te maken. Eerst kregen we een lopend buffet van lokale delicatessen (zoals inktvis ringetjes in currysaus) onder het genot van live muziek en zang in de Cook Island's Maori taal. Na het eten kregen we een dans show met live muziek op traditionele instrumenten zoals 8-snarige ukulele's en speciale drums.

Ook een vuurshow was onderdeel van het dansspektakel

Op verschillende muziek werd in tradionele kleding gedanst door een lokale dansgroep. Voor de laatste dans werden verschillende mensen uit het publiek gevraagd mee te dansen, waaronder Judith die met palm pom poms in haar handen met een fanatieke Cook Islander heeft gedanst.

Met deze indrukwekkende show sloten wij onze avond en helaas ook onze vakantie op Rarotonga af. Om half drie in de nacht van donderdag op vrijdag stapten wij weer op het vliegtuig om 22 uur in de tijd vooruit te vliegen en zaterdagochtend weer in Auckland te landen (waarmee we in feite dus geen vrijdag gehad hebben, bizar toch). Vermoeid, en in mijn geval misselijk van de vele turbulentie in het vliegtuig, waren we weer terug in Nieuw Zeeland; een geweldige ervaring rijker, eentje waar we altijd met een grote glimlach aan terug zullen denken.

Vaarwel Rarotonga!

Knuffels van Jordi & Judith



 

Mt. Mysterie

Auckland, 30 april 2011

De overtocht vanaf Picton terug naar het Noord eiland was een wereld van verschil met de overtocht van twee weken geleden.

Honderden kwallen dreven in spiegelglad en helderblauw water in de sounds. Hier en daar zwom een blue penguin door de kwallenmassa alsof het zich niets aantrok van de brandende netelcellen van de vele medusa's in het water. De sounds uit varend kwam het Noord eiland weer in zicht. Het water bleef spiegelglad en voor we het wisten waren we drie uur later weer in Wellington. De rest van de dag gebruikten we om een flinke afstand richting het noorden te overbruggen. 

Langs watervallen, omlijst door de kleuren van de herfst, reden we in twee dagen naar het Central plateau van Nieuw Zeeland; het vulkanische zeer actieve Tongariro National Park, Nieuw Zeeland's oudste national park, opgericht in 1887. Om een indruk te krijgen wat ons de dag erna te wachten stond reden we met de auto naar een dorpje genaamd "Whakapapa" (spreek uit als de taboe-zin "fuck a papa" ) aan de voet van Nieuw Zeeland's grootste vulkaan en Noord Eiland's hoogste berg Mt. Ruapehu (2797 meter). Na het dorp begon een steile weg de vulkaan op. We reden met ons auto'tje zo ver als het kleine motortje ons kon trekken, tot aan de sneeuwlijn. Het was een ruig landschap met weinig meer begroeiing dan wat sprieten droog gras hier en daar en de dreigende krater van de actiefste vulkaan van het vasteland op de achtergrond.

De helling van Mt. Ruapehu met de top van de kraterrand in de wolken

Ruapehu staat er om bekend regelmatig een aswolk uit te hoesten en zo nu en dan laat het ook het dorpje Whakapapa aan de voet van de berg flink beven, gelukkig bleef de berg stil toen wij er waren. Zonder gas te hoeven geven rolde ons auto'tje weer slingerend naar beneden. Onderweg naar beneden braken de wolken naar het zuiden open en hadden we een uitzicht over het prehistorische landschap van Tongariro National Park.

Mt. Ngauruhoe met zijn top nog in de wolken, links daarvan de minder als vulkaan ogende Mt. Tongariro

De volgende dag was het dan zover, we gingen de beruchte Tongariro Crossing doen. Bekend als Nieuw Zeeland's zwaarste, maar ook meest indrukwekkende dag hike die ons tussen de twee vulkanen door en over de rand van Tongariro's krater zou brengen. Vanwege de steile klims en oneven ondergrond die ik mij nog goed kan herinneren van de vorige keer dat ik hem in 2008 liep was Judith er niet zeker van of ze de 5 tot 6 uur durende wandeling wel aan zou kunnen. Enkele dagen daarvoor hadden we de knoop doorgehakt om het gewoon te proberen en hier stonden we dan bij zonsopkomst op de bus te wachten die ons naar het begin van de route zou brengen en ons aan het einde weer zou ophalen.

De zon komt op boven Mt. Tongariro en Mt. Ngauruhoe

Een half uur later stapten we de bus uit en stonden we aan het begin van de lange wandeltocht bepakt met een half brood, vele muesli bars en water, regenkleding en koele kleding. Aan het begin hadden we de pas er flink in zitten terwijl we nog over vlakke grond liepen. Langs een beekje met lage, grasachtige begroeiing rond ons liepen we richting Mt. Tongariro. Zo dicht bij de vulkaan liepen we voor enkele kilometers in de schaduw van de vulkaan voordat de zon eindelijk over de kraterrand omhoog kwam. Na een korte stop bij een schattig watervalletje waren we bij de ‘Devil's staircase'. Voorheen was dit een steile, ongemarkeerde klim aan de voet van Mt. Ngauruhoe, maar dit is jaren geleden "vergemakkelijkt" toen er een lange, slingerende trap is aangelegd. Onderaan de trap staat nog een laatste bordje dat waarschuwt of we wel goed genoeg voorbereid zijn voor de komende 5 uur, iets waar Judith nog niet zo zelfverzekerd van was. Na de aanleg van de trap wordt vaak geroepen: "they took the devil out en put the staircase in", maar zelfs nu voel je de hete adem van de duivel nog in je nek en de puntige drietand in je benen bij de lange klim omhoog. Om de trap van begin tot eind te beklimmen moet je zeker wel een uur voor nemen, niet zomaar een trappetje dus.
Langzaam baanden wij ons een weg verder en verder omhoog met een constant wisselend uitzicht die zo ver kon strekken tot de west kust van het Noord Eiland waar een verbannen vulkaan eenzaam ligt te wachten op vergiffenis.

Mt. Taranaki, zo'n 130 kilometer naar het westen, is vaag te zien vanaf de Devil's staircase.
Volgens Maori legende stond Mt. Taranaki ooit samen bij de drie vulkanen Tongariro, Ngauruhoe en Ruapehu. Alle vulkanen in het land hadden een oogje op de vrouwelijke vulkaan Pihanga, maar Taranaki en Tongariro vochten het hardst om haar. Uiteindelijk won Tongariro het hevige gevecht na Taranaki flink verwond te hebben. Hevig verwond vluchtte Taranaki naar het westen terwijl hij een diep spoor achter zich liet dat nu de Whanganui rivier is. Bij de westkust aangekomen kwam de zon op en versteende Taranaki tot de vulkaan die het vandaag de dag is. Het wordt gezegd dat de wolken, waarachter Taranaki vaak schuil gaat, de tranen zijn voor zijn verloren liefde. Maar vandaag, op deze heldere dag, liet hij zichzelf trots zien aan haar in een poging indruk op haar te maken.
Tongariro's uitbarstingen zijn, volgens de Maori, zijn gebrul naar Taranaki als waarschuwing om niet meer terug te komen.
Het geloof van de Maori ging vroeger nog verder dan dit. Zij geloofden dat de vulkanen het op een dag goed zullen maken met elkaar en Taranaki weer welkom is op het Central plateau, daarom hebben er voor lange tijd geen Maori gewoond tussen de twee vulkanen als voorzorg voor wanneer de machtige vulkaan zijn vluchtroute terug zal afleggen.

Na de intensieve klim naar de top van de Devil's staircase kwamen we op een enorme vlakte tussen de hoofdkrater van Tongariro en Ngauruhoe. We bevonden ons nu al boven de laagste wolkenlaag en hadden een indrukwekkend uitzicht op de twee vulkanen, vooral Ngauruhoe stond er machtig bij met de eerste sneeuw al verspreid over zijn flanken. Ongemerkt was tijdens de lange staircase het graslandschap van eerder veranderd in een kale rotsvlakte, een ware woestijn met patches sneeuw hier en daar. Aan het einde van de vlakte kwamen we bij nog een kleine helling die, na het beklimmen, een spectakulair panorama uitzicht gaf over Ngauruhoe en Tongariro's krater waar wij zojuist doorheen gelopen waren.

Ngauruhoe (links) is in feite een zijkrater van Tongariro (rest van de foto)

We stonden nu op het lage deel van de rand van een van Tongariro's kraters terwijl we terugkeken over de zojuist gelopen etappe. Niet meer beschut door de kraterrand stonden we nu in een volle, ijsige wind. De afritsbroekspijpen werden er weer aangeritst en alle lagen kleding die we mee hadden gingen weer aan. Vanaf hier volgden we de kraterrand naar de top; een steile beklimming over steenpuin en grind. Elke stap was een kleine overwinning en een stapje dichter naar het hoogste punt van de wandeling; de red crater van Tongariro. Hevige windstoten en glibberige sneeuwpartijen maakten het niet makkelijker terwijl wij over de smalle kraterrand de wolken in liepen. Het vergezicht van zonet was verruild voor een mistige wereld met een onzichtbare afgrond aan beide kanten.

Vermoeid en verwaaid kwamen we eindelijk bij de top van de rand van red krater. Met ons hoofd diep in de wolken viel er vanaf hier niets te zien van de schijnbaar zo mooie krater, maar desalniettemin was het een nieuw overwinning. Het zwaarste deel van de crossing lag achter ons, vanaf hier was het voornamelijk down hill.
Gauw begonnen we aan de afdaling om aan de koude wind te ontsnappen. De afdaling aan deze kant bleek nog steiler dan de klim van hiervoor. Samen gleden we over vulkanisch steengruis weer tot onder het dikke wolkendek vanaf waar we toch nog een glimps van red krater konden vangen.

Red crater (rechts) en Emerald lake (links)
Vanaf hier kwamen ook al de mooie Emerald lakes onder ons in zicht; twee super heldere meertjes die hun mooie kleur danken aan de minerale uit het vulkanisch gesteente. De lucht was doordrongen met een sterke zwavellucht waar wolken overgingen in zwaveldampen die ontsnapten uit gleuven in de vulkaan terwijl de zon zich weer even liet zien.

De super heldere Emerald Lakes

Vanaf hier geen zware klim of afdaling meer. Nadat we de Blue lake (een groter meer op de flank van Tongariro), gehuld in mist, gepasseerd waren volgden er een lang slingerpad verder naar beneden. Langzaam kwam de vegetatie op de berg weer terug. Grasland en heide maakten al gauw plaats voor lage manuka struiken die op hun beurt plaats maakten voor boomvarens en andere bomen. Als een magische poort van een vijandig land naar een vredige wereld liepen we voor we het wisten door een dichte jungle waar de robins en tui actief aan het fluiten waren. Het laatste uurtje volgden we een stroompje door de jungle tot we, na een tocht van ruim 6 uur, eindelijk bij het parkeerterrein aankwamen waar we door de bus weer bij ons hostel afgezet werden.

Tegen al haar eigen verwachtingen in heeft Judith het eigenlijk zonder problemen gedaan; een ware overwinning.

Judith poseert trots voor haar overwinning van de eerste zware etappe van de Tongariro Crossing

Met nog steeds vermoeide voeten reden we de volgende dag naar de volgende vulkaan, een vulkaan die wij vanuit de verte al in volle glorie hebben zien staan. Zonder het door te hebben kwamen we aan bij de voet van Mt. Taranaki. Terwijl hij de vorige dag nog zo trots naar Pihanga keek was hij vandaag in tranen om zijn verloren liefde. Diep verstopt achter de wolken was geen spoor van de berg te vinden die toch zo dichtbij moest staan.
De dagen daarna bleven we een beetje in de omgeving hangen, in een klein dorpje ten oosten van de vulkaan bezochten we een pioneer's village waar allemaal, voor Nieuw Zeelandse begrippen, oude gebouwtjes bij elkaar gezet waren. Ook bezochten we de grootste stad in de regio, New Plymouth, waar we lekker over de boulevard en in de stadsparkjes gewandeld hebben. Al deze tijd bleef Mt. Taranaki verscholen achter de wolken.
In een poging de berg toch te zien zijn we met de auto een stukje de voet van de berg op gereden naar een schattig watervalletje en stroompje. Taranaki toont een wereld van verschil met de drie vulkanen bij Tongariro. Terwijl deze drie bedekt zijn door kale rotsvlaktes en niets meer op hen hebben groeien dan grassen bleek Taranaki een bron van leven te zijn. De hele vulkaan, tot aan de boomgrens natuurlijk, is bedekt in de dichtste jungle die ik in Nieuw Zeeland heb gezien. Het slingerweggetje omhoog werd aan beide kanten afgesloten door een ware muur van planten. De eerste mogelijkheid om de top van de berg te zien kwam dan ook pas op een open plek in het bos waar een parkeerplaats en bezoekerscentrum gebouwd zijn. Ongeduldig stond ik met mijn camera paraat terwijl de berg nog steeds in nevel was gehuld. Op een gegeven moment leek het wolkendek dunner te worden en kon ik daarachter wazige vormen zien. Het leek de helling naar de top die als eerst zichtbaar werd en al gauw kwam er een krater in beeld. Zou Taranaki eindelijk ophouden met treuren en weer als de trotse berg staan die we enkele dagen daarvoor van zover konden zien?
Toen braken de snelbewegende wolken plots open, een duidelijke vulkaankrater omlijst door een dichte jungle stond even in het volle licht en de wolken sloten zich gauw weer rond de top.

Meer ging het ons niet geven, hier moesten we genoegen mee nemen. Taranaki toont zich, maar niet helemaal. Wat wij hier zagen was de lage krater van de vulkaan. Mt. Taranaki is een van de meest symetrische vulkanen ter wereld. Zelfs vanuit de ruimte is het bijna een perfecte cirkel in het land met de krater in het midden. De enige a-symetrische lijn aan de vulkaan is zijn tweede lagere krater die op de zuidhelling van de berg in de schaduw staat van de grote hoofdkrater. Dit was de krater die ik op de foto heb weten te zetten in dat korte moment dat Taranaki even zijn tranen droogde. De top bleef de rest van de dag verscholen achter de wolken. Terwijl wij onze weg naar het noorden vervolgden stond daar achter ons die machtige berg, die berg waar je zo voorbij zou rijden als je niet wist dat hij er stond. De berg die huilt, Mt. Mysterie.

In twee dagen reden we ver naar het noorden, naar de sub-tropische Bay of Islands, zeg maar een voorproefje op de komende week. Vanaf onze aankomst bij Taranaki tot hier hebben we grijs weer gehad met regelmatige buien, maar toen we bij het spierwitte strand aankwamen brak het wolkendek open om ons de laatste twee dagen van onze rondreis flink in het zonnetje te zetten. De eerste dag pakten we de fiets om een beetje in de omgeving rond te kijken. Het badplaatsje Paihia was onze basis in het centrum van de Bay of Islands. We genoten door lekker op de stranden te hangen en de toeristenwinkeltjes af te struinen.
Een dag later werden we zelfs sportief. We hadden kayaks gehuurd. Vanaf de haven van Paihia kayakden we vanaf de zee landinwaarts een waar mangrovebos in. Pied shags (aalscholvers) en White-faced herrons (reigers) keken ons aan vanuit het mangrovebos terwijl wij langzaam tussen deze bijzondere bossen door het water gleden.



Deze prachtige tocht door de mangrove bracht ons uiteindelijk bij de pittoreske Haruru falls.

Vanaf hier roeiden we weer terug door de mangrove, de haven uit en de Bay of Islands in. Voordat de zon onder ging kwamen we nog bij ons eigen prive-eilandje, Motu Maire, waar we een korte pauze hielden voordat we de zonsondergang tegemoet gingen terug naar de haven.

Terug naar Auckland namen we een kleine detour door het Waipoua forest waar de grootste Kauri bomen van het land staan. Kauri's zijn bomen die, na duizenden jaren, gigantische dimesies kunnen aannemen. Deze bomen staan er dus al langer dan dat er mensen op Nieuw Zeeland zijn en de Maori zien hen ook als heiligen.
De eerste indrukwekkende boom waar we langs kwamen was Tane Mahuta, de oudste Kauri boom in het land. Na zo'n 2000 jaar is deze boom uitgegroeid tot een ware reus met een stam omtrek van 13,77 meter.

Tane Mahuta

Verderop kwamen we nog langs veel meer enorme bomen zoals de Four sisters, waar vier redelijk grote kauri's tegen elkaar staan. Het is werkelijk een bos vol reuzen, foto's tonen bij lange na niet de indrukwekkende formaten van deze giganten. Reuzen van wel 2000 jaar oud. Laten we hopen dat ze nog minstens zo lang boven alle andere bomen uit blijven kijken.

Knuffels van Jordi & Judith

 

Reflections

Zuid eiland, 22 april 2011

Met nog trillende zee-benen reden we van de veerboot af, we waren eindelijk aangekomen op het bergachtige zuid eiland. Na een overnachting in Blenheim zijn we via Marlborough wine country naar Nelson Lakes National Park gereden. Hier liggen de twee fotogenieke gletsjermeren Rotoiti en Rotoroa. Wij parkeerden ons auto'tje bij Lake Rotoiti en maakten een ontspannen wandelingetje langs het meer terwijl we genoten van het zonnige weer.

Lake Rotoiti

Vanaf daar reden we verder door naar de wilde westkust van het Zuid eiland, maar niet zonder enkele ontspannende tussenstops. Zo zijn we een rivier overgestoken met de langste hangbrug van Nieuw Zeeland en hebben we een kort wandelingetje gemaakt door een lidteken in het land waar vroeger tijdens een aardbeving de grond opengescheurd en vier meter omhoog gekomen is.
We zijn de westkust naar beneden afgereden en hebben onderweg bij verschillende plaatsjes overnacht. Met de ruige zee aan onze rechterkant en een geweldige manuka en tree fern jungle links slingerden we over de enige weg die aan deze kant van het eiland loopt. We hebben de geologische pracht van de pancake rocks in Punakaiki aanschouwd. Eeuwenlange slijtage van de zee heeft de zachte rotskust gekneed tot een stapel pannekoeken in steen. Bij hoog tij en ruig water kan het water op spektaculaire wijze door grotten stromen en de lucht in spuiten. Hoewel wij er bij hoog tij bij waren was het een verassend kalme dag in het westen en waren de blowholes, zoals ze die hier noemen, niet actief.

Later reden we verder naar het zuiden en kwamen we aan bij de twee bekendste en meest toegankelijke gletsjers van het land; Franz Josef glacier en Fox glacier. Beide gletsjers glijden met relatief hoge snelheid van de Southern Alps (de lange bergketen die het Zuid eiland vormt) tot slechts enkele kilometers van de kust beneden. Korte wandelingetjes langs de gletsjer rivieren brachten ons tot enkele tientallen meters van de glestjers. Dichterbij mochten we niet komen, want afgelopen jaar zijn er nog toeristen omgekomen doordat zij aan de voet van de gletsjers stonden toen er een ijswand boven op hen instortte. Een machtig grote muur van ijs is het begin (of beter gezegd het einde) van de gletsjer. Vanaf daar slingert de gletsjer in tinten van wit, blauw en grijs (rock flower) naar boven. Enorme scheuren in het ijs ogen als lidtekens gemaakt door scherpe, reusachtige klauwen. Zo nu en dan braken de wolken boven de Southern Alps open om ons de besneeuwde toppen van de gletsjer omringende bergen te tonen, maar het duurde nooit lang voordat deze weer ver achter een stapel wolken verscholen gingen.

Fox glacier
Beide gletsjers, Franz Josef en Fox, staan omschreven als behorend tot de snelst bewegende gletsjers ter wereld. Zo is een vliegtuig wrak dat ooit 3,5km van de gletsjer mond neerstorte er 6 en half jaar later bij het einde uitgekomen. Franz Josef heeft daarmee een snelheid van ongeveer 1 meter per dag. Ook zijn beide gletsjers een van de weinige in de wereld die nog regelmatig vooruit bewegen, terwijl de meeste andere met global warming alleen nog maar korter worden en zich verder de bergen in terugtrekken.

Na zonsondergang in Franz Josef village maakten we een korte bushwandeling met een zaklampje in ons hand. Onder de wortels van een oude omgevallen boom schakelde we het lampje uit om te genieten van de sterrenhemel boven ons. Het was een bewolke avond en toch konden we genieten van de vele sterren boven ons en wij waren waarschijnlijk niet de enige. Vliegenlarven in het bos verpoppen zich van larve tot vlieg. In de hoop een partner te vinden is het eerste dat zij doen na verpopping zo hoog mogelijk vliegen, geleid door het licht van de sterren vliegen zij zo hoog mogelijk totdat... zij plots vast komen te zitten in een kleverige substantie. Ze snappen er niets van. Zo word je wakker onder een ruime, heldere hemel en het volgende moment hang je midden in de lucht gevangen...
In werkelijkheid zit het zo. De vliegjes verpopten zich ver onder het bladerdak, verscholen onder de wortels van een omgevallen boom. Bij het wakker worden dachten zij sterren te zien in de hemel maar in werkelijkheid zagen zij de zwakke blauwe lichtjes van mysterieuze beestjes die aan het "dak" van de omgevallen boomwortels hangen. De vliegjes gaan op de "sterren" af, maar komen minder dan een meter boven de grond al vast te hangen in een verzameling van kleverige draden die onder de wortels hangen. Het blauwe lampje begint te bewegen en glijdt langzaam boven zijn prooi. Langzaam wordt het arme vliegje omhoog getakeld totdat het bij de mond komt die bij het blauwe licht hoort. Het vliegje is gevangen door een glow worm.

Glow worm (Arachnocampa luminosa)
De glow worm leeft in grotten of onder een overhang in het bos. Het is de larve van een vlieg die met behulp van een lichtgevend orgaan in hun achterlijf insecten in zijn val lokt. Ze zitten verstopt in een slijmerige buis onder het plafond en zijn omringd door enkele tientallen draden met kleverige druppels die zij zelf gemaakt hebben. Het is een soort spinnenweb in een andere vorm. Hun prooi komt op hun licht af, waarschijnlijk in de veronderstelling dat het richting een sterrenhemel vloog, en raakt verstrikt in de kleverige bolletjes. De glow worm begint dan op zijn gemak z'n prooi op te takelen door het draadje naar binnen te slurpen en eet zo uiteindelijk zijn vangst daarmee op. Later verandert de glow worm zelf in een vliegje dat slechts enkele dagen leeft en dan zijn lichtje gebruikt om een partner te vinden, voort te planten en dan voorgoed zijn lichtje te doven.

De volgende dag bezochtten we Lake Matheson vlakbij Fox glacier. Dit kleine meertje in the middle of nowhere had de "view of views", zoals de bordjes zelf omschreven, en met recht. Overal vanaf het meer hadden we een geweldig uitzicht op de twee hoogste bergen van Nieuw Zeeland gereflecteerd in het meer. Mt. Cook (3755m) en Mt. Tasman zijn op een heldere dag tussen de bergen rond Fox glacier te zien en vandaag was een kraakheldere dag.




Lake Matheson met links Mt Tasman en rechts Mt Cook

De weg naar het zuiden bracht ons enkele dagen later bij Haast vanaf waar de Haast Pass via een prachtige scenic route naar het binnenland loopt. De Haast pass is zeker geen weg voor zij die haast hebben en wij namen er dan ook onze tijd voor. Voor enkele uren reden wij tussen bergen en heuvels en rivieren en watervallen en dichte jungle over de lange slingerweg. Halverwege maakten we een wandelingetje naar de Blue Lakes; in werkelijkheid inhammetjes van een smeltwater-riviertje dat door mineralen en de breking van het licht een diepe blauwe kleur krijgt.

Blue Lakes

Na de pas reden we binnen in het schattige, door de herfst gekleurde plaatsje Wanaka, dat aan het gelijknamige meer ligt. Het zag er zo gezellig uit met al die herfstkleuren dat we besloten hier een nachtje te blijven en eens wat anders te doen. We bezochten Puzzling World; een museum/ pretpark voor jong en oud vol met optische illusies, film effecten en een enorm doolhof waar we uren in hebben rondgedwaald. Werkelijk aan elk detail is gedacht, zelfs het toilet is een vermakelijke ruimte om binnen te wandelen. Waarschuwing, de volgende toilet foto kan grafische beelden bevatten die voor sommige mensen als onsmakelijk wordt beschouwd.

Na onze bizarre avonturen in Wanaka namen we de volgende pas dieper het binnenland van het Zuid eiland in. Lindis Pass was een wereld van verschil met Haast Pass met weidse velden en lage heuvels in plaats van hoge bergen en droge, gele heide in plaats van een groen regenwoud.

Lindis Pass

Voorbij de pas kwamen we uiteindelijk bij Lake Tekapo, wederom een gezellig dorpje aan een gelijknamig meer. Voor het gemak reden we met ons auto'tje naar de top van Mt. John, een nabijgelegen berg met een sterrenkijkcentrum op de top. Lake Tekapo is een van de donkerste plekjes in Nieuw Zeeland en een belangrijke locatie voor onderzoek naar het heelal.

Lake Tekapo was in 2008 de eerste plek op het Zuid eiland waar ik naar toe gereisd ben en het meer lag er nog net zo mooi bij als hoe ik het mij herinnerde van toen. Helder blauw water met een net zo blauwe lucht. De met sneeuw bedekte omliggende bergen waren nu, vroeger in het jaar, nog sneeuwloos maar daarom niet minder mooi. We namen hier lekker de tijd om ook de andere meertjes in de omgeving te bewonderen en speelde relaxt een potje minigolf in het dorpje, dat we nagenoeg met gelijkspel beindigden.

Na de westkust en het binnenland verkend te hebben, reden we naar de oostkust van het Zuid eiland. Het recentelijk door een aardbeving getroffen Christchurch reden we gauw voorbij, maar we vingen nog wel een glimps van een ingestort gebouw voordat we de stad door waren. ‘s Avonds, na een lange dag rijden, kwamen we aan in Hanmer Springs, een zeer populaire toeristische bestemming. Het gebergte van het Zuid eiland is ontstaan doordat de twee aardplaten (Pacifische plaat en Australische plaat) hier tegen elkaar schuiven en zo een gebergte omhoog duwen. Bij Hanmer Springs komt warmte uit de aarde omhoog tot vlak onder het aardoppervlak. De hoofdattracties in dit dorp zijn dan ook de hot pools; een soort openlucht zwembad bestaande uit allerlei kleine bubbelbadjes en stroompjes die op natuurlijke wijze verwarmd worden van 36 tot 40 graden met de hete bronnen er onder. Na zo'n lange dag rijden was het heerlijk om een paar uurtjes te niksen in de hot pools om lekker tot rust te komen.

Vanaf Hanmer Springs reden we de volgende dag weer terug naar de oostkust, naar Kaikoura; de hotspot voor aquatische zoogdieren. Vanaf hier varen dagelijks, het hele jaar door, walvis- en dolfijnspot tours uit. Helaas wordt er voor deze tours belachelijk veel geld gevraagd dus besloten wij aan wal te blijven en daar de omgeving te verkennen. We parkeerden de auto aan het begin van een peninsula walk en liepen nog even rond op het parkeerterrein voordat we aan de wandeling begonnen. Rond het parkeerterrein lag een smal strandje waar een hoop meeuwen rondhingen bij een paar grote bruine rotsen. In eerste instantie zagen we het nog helemaal niet totdat het wel erg opviel hoeveel mensen met camera's geinteresseerd leken in de rotsen. Een tweede blik hierop werpend  zagen we pas dat het geen rotsen waren maar grote fur seal mannetjes die lui lagen te zonnen. Pas daarna viel ons op dat ze werkelijk overal lagen, zelfs op de stukjes gras langs het parkeerterrein.



Judith had al gauw een fur seal getraind voor een showtje (de werkelijkheid was dat de zeehond Judith getraind had om gekke armbewegingen te maken)

De volgende dag reden we naar Picton vanaf waar de veerboot terug gaat naar het Noord eiland, maar het was nog geen tijd om op de boot te stappen. Eerst namen we nog lekker de tijd om de Marlborough Sounds te verkennen. De sounds zijn zee ingangen in het land die gedurende miljoenen jaren zijn uitgesleten door rivieren. In deze lange tijd heeft het water het land uitgeslepen in de meest bizarre en spektaculaire vormen wat resulteert in een ruige en lang kronkelende kustlijn met duizenden kleine inhammen en haventjes waar het bruist van het zeeleven zoals dolfijnen, fur seals, vis en ook:

Tien-armige zeester

We wandelden via een steil pad door het bos naar een geweldig mooi uitkijkpunt met een 360 graden uitzicht op de magische Marlborough Sounds.

Marlborough Sounds

Met de beelden van de prachtige sounds en de smaak van chocolade pudding (die elke avond gratis in ons hostel geserveerd werd) nog in onze mond lieten we het Zuid eiland achter ons en maakten wederom de oversteek van de Cook Straight naar het noorden. Dit keer kwamen we gelukkig zonder een ruige zee aan bij Wellington waar we ons avontuur vervolgen op het Noord eiland, waar ons nog meer pracht te wachten staat.


Zonsondergang over de Sounds

Groeten en knuffels van Jordi & Judith

 

The sweet arrival

North Island, 11 april 2011

Eindelijk was het zover, het moment waarop ik zolang heb moeten wachten. De borden met "Arrivals" gaven aan dat vlucht CX107 geland was. Ik stond ongeduldig vooraan te wachten bij de schuifdeuren, elke keer in spanning over wie er door deze deuren zou komen. Inmiddels was de binnenstromende mensen massa met een Indisch uiterlijk (van een eerder geland toestel) opgehouden en kwamen de eerste Chinezen uit Hong Kong door de deuren gewandeld. Een jongen van ongeveer mijn leeftijd kwam met zijn koffer binnen en werd door een jonge  dame bescheiden verwelkomd met een preutse zoen en een zwakke en korte omhelzing; ik vroeg mij af hoe lang (of kort) zij elkaar niet gezien hadden. Meer en meer mensen kwamen met hun slaperige hoofd binnen druppelen, elf uur in een vliegtuig is niet niks. Elf uur vliegen, veertien uur op Hong Kong wachten en nog eens elf uur vliegen is echter wel een hele lange reistijd. Je zou je zo voor kunnen stellen dat ieder die dit doorstaat niet meer de kracht heeft om uit het vliegtuig te stappen bij aankomst. Maar toen kwam eindelijk een blank, blond meisje tussen alle donkere Chineze hoofden door de deuren gewandeld. Het leek of alle mensen om ons heen verdwenen en ik  de enige was die stond te wachten en zij de enige die de aankomsthal in kwam wandelen toen we in elkaars armen vielen om voor geruime tijd niet meer los te laten. Judith was eindelijk, na 36 uur reizen en wachten, in Auckland gearriveerd. We pakten de shuttle bus naar downtown en stortten in op het bed van ons hotel, waar we de eerste twee dagen rustig aan deden; een beetje door de stad wandelen, boodschappen doen en plannen maken voor onze reis door Nieuw Zeeland. Judith leek de jet lag redelijk goed onder controle te hebben. Hoewel er na enkele dagen nog een kleine energie dip leek te zijn was er verder bijna geen spoor van te bekennen.

Ons auto'tje stond enkele ochtenden later al op ons te wachten bij het verhuurbedrijf. Een klein blauw botsauto'tje met een gedeukte kentekenplaat, pitten in het raam en het stuur aan de verkeerde kant. Dit was het moment van de waarheid; de eerste keer links rijden. De eerste etappe was natuurlijk gelijk het meest hectisch. Midden in de drukste stad van Nieuw Zeeland navigeerden we terug naar het drukke centrum waar ons hotel lag, om onze zware tassen op te pikken. Het was erg onwennig maar gelukkig regelde het karretje het schakelen helemaal zelf en konden we gewoon het verkeer aan de linkerkant van de weg volgen met de ene voet op het gaspedaal en de andere strak boven de rem. Al gauw vonden we onze weg van het hotel naar de snelweg en lieten we de drukke stad met het vele verkeer achter ons, op naar Coromandel.

We namen de toeristische route via binnendoor weggetjes en kwamen na enkele uren bij de Coromandel peninsula uit. Een bochtige en prachtige weg langs de westkust van dit schiereiland bracht ons bijna helemaal tot in het noorden. Het laatste stukje verlieten wij de geasfalteerde weg en reden we voorzichtig in de avondschemer over een gravel weg naar onze eerste camping bij Waikanau. We zetten gauw ons tentje op, aten ons avondeten en vielen in slaap na een lange dag rijden. De volgende ochtend werden we wakker terwijl het zonnetje de tent al flink had opgewarmd. We hadden nog geen idee in wat voor omgeving we stonden omdat we de vorige avond pas zo laat aankwamen, dus was het hoog tijd voor een wandelingetje door de omgeving. We moesten slechts het geluid van de zee volgen om binnen tien minuten op een spierwit strand te staan waar meters hoge golven van de Pacific Ocean op neer sloegen. We liepen het strand af zover we konden, genoten van de vele exotische schelpen en gooiden een frisbee heen en weer. Een geul met zeewater volgend belandden we meer landinwaarts op een mangrove vlakte waar kleine krabbetjes voor onze voeten uit renden naar hun holletjes in de modder. Tussen weilanden en langs duinenrijen liepen wij weer terug naar ons tentje waar wij nog een tweede nacht bleven.

Mangrove worteltjes happen naar lucht

De volgende ochtend ochtend namen wij een scenic route terug over het schiereiland, langs het schattige Coromandel town en over de heuvels weer terug naar de oostkust. Onderweg genoten wij van een bushwalk hier en daar. Zelfs op deze korte 15 minuten wandelingetjes wisten wij het verkeerde pad in te slaan en half te verdwalen. Afkoeling in het sub-tropische klimaat vonden wij bij een schattig watervalletje waar wij dapper een duik in het koude water namen om daarna weer op de stenen op te warmen.

Later reden we verder naar Hot Water Beach en Cathedral Cove; een prachtige wandeling langs de kust met vele mooie baaitjes en eindigend bij spectaculaire rotspartijen en bogen.

Cathedral cove

Ook op de stranden hier waren de golven van de Grote Oceaan hoog en ruig. De hitte maakte ons dapper genoeg om tot onze middel het water in te lopen maar er gauw ook weer uit te gaan. Toch nog even "gezwommen" in de Grote Oceaan.
Terug bij de auto maakten we ons klaar voor een flinke, niet zo scenic route, naar het binnenland van Nieuw Zeeland's Noord eiland; naar het vulkanisch actieve Rotorua. Na meerdere malen en vele kilometers verkeerd gereden te zijn, kwamen we vlak voor het donker eindelijk aan op een kleine camping aan een schattig meertje. In de vroege ochtend bezochten we het termische park Wai-O-Tapu waar zwavel stroompjes de oevers van kleine meertjes rood en geel doen kleuren. Mos op de bomen was fel oranje en een sterke zwaveldamp hing overal. Modderpoelen borrelen door warme lucht dat uit de grond omhoog komt. Het is een indrukwekkend verschijnsel dat je weer doet realiseren hoe actief de aarde is.

Champagne pools


Zwaveldampen stijgen overal op van het thermische terras

Later die dag reden we zuidoostwaards naar het centrum van Noord eiland's grootste national park; Te Urewera National Park. We reden over slingerende weggetjes langs brede rivieren en massieve watervallen. Overal waar we keken zagen we niets anders groene heuvels, dicht bebost met fern trees, kauri's, rimu's en rata's. Aangekomen bij Lake Waikaremoana zetten we ons tentje op. De volgende ochtend werden we wakker aan het meer. Het mooie, warme weer dat we vanaf het begin hadden was inmiddels omgeslagen naar een grijze lucht met enkele dagen bijna non stop miezer regen. Gelukkig weerhield dit er ons niet van om toch het nationale park te gaan verkennen. We deden verschillende waterval wandelingen en wandelden door indrukwekkende bossen naar het nabijgelegen lake Waikareiti waar een mistig, spookachtig tavereel op ons lag te wachten.

Papakorito falls


Lake Waikareiti

Later die dag vonden we een wel heel indrukwekkende boom; een gigantische rata tree (Metrosideros sp.). Deze variant van de rata begint zijn leven als zaadje dat met de wind meegevoerd wordt tot in de vork van een grote boom. Hier land het zaadje tussen aarde en bladerafval waar het tot kiemen komt. Langzaam beginnen meerdere armen zich te ontvouwen die in de loop der tijd om de grote boom slingerend naar beneden groeien. Bij de grond aangekomen graven de armen, dat in werkelijkheid luchtwortels zijn, zich in in de grond waarna het echte groeien kan beginnen. De luchtwortels zijn nu diep in de grond ingegraven en groeien steeds dikker en dikker. Nu groeit de rata niet alleen in dikte en diepte maar ook in hoogte. Na honderden jaren kan de rata zijn host boom overgroeien. De boom waar hij eerst zo dankbaar gebruik van maakte sterft langzaam weg door verstikking en/of ouderdom terwijl de inmiddels gigantische rata op eigen "benen" blijft staan. Hier in Te Urewera staat een van deze giganten van zo'n 1000 jaar oud.

Na al dit natuurschoon was het tijd om eens wat cultuur van dit prachtige land op te snuiven. Onze volgende bestemming was de aan de oost kust gelegen Gisborne; de eerste stad ter wereld die de zon ziet opkomen. We besloten het er goed van te nemen en brachten een bezoekje aan het Gisborne wijnhuis waar we ieder vijf wijnen en een kaasplankje kregen om te proeven en te vergelijken (zelfs ik heb mij aan een klein hapje kaas gewaagd, ik noem het maar de negatieve effecten van alcoholgebruik).

Wat we natuurlijk ook niet mochten overslaan was het standbeeld van Captain James Cook bij Poverty Bay. Deze baai bij Gisborne is de eerste plek geweest waar Captain Cook in 1769 op 8 oktober (eigenlijk kwam hij een dag eerder aan dan hij in zijn logboek schreef vanwege het tijdsverschil met Europa) voet aan land zette met als doel zijn schip te bevoorraden. Een Iwi (Maori stam) woonde hier op dat moment al en ontvingen de kapitein en zijn bemanning op vriendelijke wijze. Nadat Captain Cook de Iwi leider had ontmoet werden zij verwelkomt met een traditionele Maori dans. Deze agressief ogende dans (zoek de "Haka" van de All Blacks, NZ's nationale rugby team, maar eens op op youtube) werd echter door enkele bemanningsleden op de verkeerde manier geinterpreteerd en pistoolschoten volgden richting de Maori. Hierbij vielen zeker twee doden onder de Maori waarna de kapitein en bemanning na nog enkele mislukte pogingen het hazenpad terug naar het schip kozen en de baai verlieten. Om de reden dat Captain Cook hier niet vond wat hij zocht (bevoorrading voor zijn schip) doopte hij de baai tot Poverty Bay, oftewel "armoede baai".

Gisborne lieten we achter ons en we vervolgden onze weg langzaam naar het zuiden via de kust waar we nog een klein stadje aan deden; Napier. Napier is een schattig art-deco stadje dat in de aardbeving van 1931 bijna volledig verwoest werd. Het stadje staat vol met borden met foto's van de vernielde straten des tijds maar behalve deze foto's is er weinig meer van te zien. De straten vandaag de dag worden gesiert door een mix van schattige, in oude stijl gebouwde huisjes, bijzondere, architectonische kerken, oud Griekse en Romijnse bogen en neonlicht.

Vanaf Napier reden we in twee dagen naar het zuidelijkste puntje van het Noord eiland, maar niet zonder de nodige vermakelijke tussenstops. Zo kwamen we langs een heuvel die de langste plaatsnaam ter wereld claimt te hebben (of dit waar is weet ik niet, maar indrukwekkend is het wel). Voor het gemak staat het op de wegbewijzeringsbordjes dan ook maar aangegeven als "Longest place name", anders zou het ook nooit op zo'n bordje passen. Onderweg hiernaartoe is Judith op middelbare school stijl met haar neus in de boeken gedoken om voor een topografie toets te leren. Een makkelijke dit keer, want ze hoefde maar 1 plaatsje te leren. Het is haar gelukt, maar doen jullie het haar na?

Taumatawhakatangihangakoauauotamateaturipukakapikimaungahoronukupokaiwhenoukitanatahu

Tijd om verder te rijden, naar het zuidpuntje dus; cape Palisser. Het was een lange weg langs een prachtig ruige kust en door verlaten dorpjes. Hier en daar stond de weg onder water, maar dat was gelukkig geen obstakel voor ons kleine botsauto'tje. Toen we vlak bij de kaap aankwamen werd de weg even geblokkeerd door een kudde koeien, maar dit was nog niets vergeleken met wat we daarna half op de weg zagen liggen; een grote fur seal (Arctocephalus forsteri). Dit dier was niet alleen, vanaf dat punt lagen er links en rechts, niet meer dan een meter langs de weg, tientallen fur seals in het gras te zonnen. Bij een prachtige rotspartij zetten we de auto aan de kant en wandelde into fur seal territory. Vanaf een afstandje hoorden wij hen al luid brullen en al gauw waren wij omringt door deze mooie dieren. Her en der, vooral op de hoogste stenen, lagen vrouwtjes met pups te zonnen.

Kekeno (Arctocephalus forsteri), New Zealand fur seal pups
Zij namen kort notie van ons door hun kop op te tillen waarna zij weer verder gingen met hun luie bezigheden. Op een gegeven moment kwamen we bij een poeltje uit (we bleven weliswaar op flinke afstand) en zagen dat dit een fur seal creche was. Er zullen wel tientallen fur seal pups in gezwommen hebben, sommige oefenden met kleine sprongetjes uit het water en andere hadden pret door van een natuurlijke glijbaan af te glijden. In de poel zwommen ook twee grote mannetjes die hevig met elkaar in gevecht waren maar later redelijk vriendschappelijk weer uit elkaar gingen.

Seal creche


Vechtende mannetjes

Vanaf de kaap was het niet ver rijden naar een geologisch wonderbaarlijk plekje dat mij door Steffy aangeraden is. Vanaf een parkeerplaatsje liepen we een uurtje stroomopwaarts door een rivierbed. Geen paden dit keer, gewoon slingerend de rivier volgen en waar nodig er overheen springen. Links en rechts van ons waren al enkele mooie rotsformaties te zien, maar bovenaan viel mijn mond echt open van verbazing. Ik kon maar niet ophouden met het uitspreken van mijn ooh's en aah's. We waren bij de Putangirua pinnacles.

Putangirua pinnacles

Zachte steenwanden die door de kracht van de snijdende wind zijn uitgesleten tot inmens hoge losstaande torens. De een na de ander torende aan beide randen van de kloof hoog boven ons uit en vormden een imposant 360 graden uitzicht. Eigenlijk te indrukwekkent om op een foto vast te leggen.

Toen Judith mij eindelijk had weggesleept van de pinnacles en we de rivier weer stroomafwaarts naar de auto gevolgd hadden reden we richting Wellington waar we vlak ten noorden in een chique hostel hebben overnacht met een prachtig uitzicht op de ondergaande zon over de Tasman Sea.

Mana island met ondergaande zon

De volgende ochtend namen we de trein naar het centrum van Wellington om druk verkeer en parkeren te voorkomen. Hier hebben we een dagje in de windy city rondgehangen en vooral veel tijd besteed in het Te Papa museum en lekker de sfeer van deze relaxte stad opgesnoven aan het waterfront en in de winkelstraten. Hiermee sloten we, voor nu, onze avonturen op het Noord eiland even af; tijd om de boot te pakken.

Met ons auto'tje reden wij de boot op en namen later plaats in de luie stoelen aan de voorkant van de veerboot terwijl het gevaarte langzaam in beweging kwam. Het water in de haven van Wellington was lekker kalm terwijl het Zuid eiland al in zicht kwam. Naarmate we verder en verder de haven uit vaarden werd het water echter steeds ruiger en begonnen de golven over de boeg tegen onze ramen aan te slaan. Het duurde niet lang voordat het hevig schommelen van de boot ons evenwichtsorgaan helemaal in de war had geschopt en het zeeziek-zweet ons beide uitbrak. Toen rond ons kopjes en schotels van tafels afschoven en op de grond kletterden haasten wijons naar buiten om verkoeling op te zoeken maar het was nog een hele opgave met al het heen en weer geschommel van de boot. Buiten gekomen moesten wij ons stevig aan de railling vasthouden terwijl we het water elke keer weer naar ons toe zagen komen en van ons af zagen gaan. Elke schommeling van het grote schip deed onze magen omkeren. De enige houvast die ons evenwichtsorgaan enigzinds kon sussen was het staren naar de horizon. Naarmate we dichter bij het Zuid eiland kwamen zwakten de golven gelukkig af en konden we iets meer ontspannen op de veerboot zitten. Vlak voordat we de sounds in kwamen sprongen er in de verte nog wat dolfijnen uit het water. Eenmaal in de sounds was het enige bewijs van de heftige tocht het achtergebleven zout op onze voorhoofden dat eerder met elke golf in onze gezichten sloeg. Uitgeput van deze strijd met het wilde water reden wij van het schip af om in een dorpje dicht bij te overnachten.

Inmiddels hebben wij ons alweer een lange weg gebaand tot diep in het Zuid eiland, maar nu moeten jullie het nog maar even met onze Noord eiland verhalen doen.

Groetjes en knuffels van Jordi & Judith

 

 

Silence of the lands

Auckland, 25 maart 2011

Vanaf Tiritiri Matangi ben ik het water overgestoken terug naar het vaste land. Hier heb ik gecampeerd op een veldje aan de zee in Shakespear Regional Park. Shakespear wordt net als Tawharanui beheert door de Auckland Council. Het is een gebied dat veeteelt, natuur en recreatie combineert. Hoewel Tawharanui al jaren roofdier vrij is staat dit bij Shakespear nog in de kinderschoenen. Een roofdierwerend hek is al geplaatst van kust tot kust (Shakespear is ook een schiereiland) maar is nog niet operationeel; de schuifdeuren van de autopoort zijn nog niet gesloten. Vanaf juni/juli worden er met vliegtuigen of helicopters driemaal gif droppingen gedaan om de ratten, hermelijnen, wezels en possums te doden. Het park, dat een erg populaire dagjes bestemming voor Aucklanders is, zal dan tot december gesloten blijven. Vanaf december kan Shakespear dus langzaam beginnen met het herstellen van de inheemse natuur. Nu bestaat het schiereiland voornamelijk uit open velden waar koeien en schapen grazen. Alleen in de steile geulen in het land is jungle te vinden en dit is relatief weinig.

Ik hielp voor enkele dagen met het zoeken naar hagedissen en het uitzetten van insectenvallen. Beide hebben als doel om er achter te komen welke soorten en in welke dichtheid ze hier voorkomen. Momenteel zijn er veel vergelijkbare onderzoeken aan de gang in Shakespear. In de komende jaren zal regelmatig data worden verzameld en zo kan gezien worden in welke mate (if at all) de inheemse planten en dierenpopulaties zich zelf herstellen na het doden van alle roofdieren. Het is dus een erg interessante locatie om die reden.
Het grootste deel van mijn tijd was ik in de kleine stukjes bush bezig om transecten uit te zetten. Hoewel Shakespear niet veel bush heeft lijkt het toch behoorlijk wanneer je stukken transect van 100 bij 100 meter uit moet zetten. De bush is super dik, vaak moest ik op mijn buik onder de vegetatie doorschuiven, andere keren moest ik over, door en onder supple jacks klauteren met een grote backpack op mijn rug. Wat mij constant opviel was de grote afwezigheid van de dieren die in de herstelde gebieden zoals Tawharanui en Tiri wel voorkomen. Ik ben inmiddels gewend overal vogels te zien of minstens constant vogels te horen zingen. De bush van Shakespear is echter akelig stil. Soms klinkt er in de verte een piepje van een vogeltje, maar meestal is het alleen het geritsel van de bomen in de wind dat de stiltes doorbreekt. Dit toont maar weer aan wat een vernietigend effect geintroduceerde roofdieren hebben op de inheemse fauna.

Ook ik werd niet geheel met rust gelaten tijdens mijn verblijf in Shakespear. Na de eerste avond naar hagedissen gezocht te hebben kwam ik terug bij mijn tentje. Ik zat voor de ingang en trok mijn schoenen uit toen ik iets in mijn tent hoorde. Voorzichtig ritste ik de tent open en scheen met mijn zaklamp naar binnen. Naast mijn zak met brood zat een kleine bruine dame met een lange kale staart en flaporen. Bij het voeteneind van mijn slaapzak zag ik een groot gat in mijn tent; de rat had zich een weg naar binnen geknaagd en deed zich tegoed aan mijn brood. Ik haalde de rat uit mijn tent en ging met naald en draad aan de slag. Ik borg mijn brood dit keer goed op in mijn tas en ging slapen.
Midden in de nacht werd ik gewekt door een geluid vlak bij mijn oor. Ik draaide mijn zaklamp aan en scheen in het rond toen ik een nieuw gat in mijn tentdoek zag. Ik volgde het geluid tot in de hoek van mijn kleine tent en zag wederom een ratje op zoek naar brood. Ze schrok van mij en begon in de rondte te rennen. Op een gegeven moment was ik haar kwijt. Ik ging rechtop zitten om een beter overzicht te hebben toen de rat plots uit mijn slaapzak sprong (dezelfde slaapzak waar ik op dat moment in lag). Ik ritste de tent open en deed mijn licht uit. In een mum van tijd had ze de uitgang gevonden en ging ze er vandoor. De rest van de nacht is ze niet meer terug gekomen.
De volgende ochtend, voordat ik aan het werk ging, vertelde ik de ranger over mijn rat encounters in de nacht. Hij gaf mij een plastic container om mijn eten in op te slaan en een rattenval. Hoewel alle ratten in juni vergiftigd gaan worden vind ik niet dat ik de persoon ben om te bepalen dat een arme hongerige rat nu moet sterven, de rattenval heb ik dus niet gebruikt. Gelukkig heb ik de tweede en derde nacht geen last van ratten gehad. De vierde nacht was echter een ander verhaal. Het was een stormachtige nacht. Slapen ging moeilijk omdat de tent hevig heen en weer schudde. Ik draaide mij om met mijn gezicht richting de uitgang van de tent toen ik door het gaas het sillhouette van een flinke rat zag. Het beestje stond op zijn achterpoten en leek mijn tent in te gluren. Op hetzelfde moment hoorde ik het geritsel van pootjes in mijn lege chipszak die ik buiten mijn tent in een vuilniszak had zitten. De ratten waren weer terug. Maar, naar mijn idee hadden ze geen reden om de tent in te klimmen want al mijn voedsel zat in een plastic box buiten mijn tent. Even later zag ik echter de schaduw van een rat die aan de buitenkant van mijn binnentent omhoog aan het klimmen was. Ik schudde de tent even en het beestje gleed naar beneden. Nog wat later, vlak naast waar mijn hoofd lag begon nog een rat aan het beklimmen van mijn tent. Ik greep mijn zaklamp en tikte van binnenuit tegen het beestje zodat deze van de tent af viel. De rest van de nacht heb ik met een half oog open geslapen om zo nu en dan weer ratten van mijn tent af te schudden. Hoewel ik nauwelijks nachtrust gehad heb is het dit keer gelukkig niet zo ver gekomen dat ze nog meer gaten in mijn tent hebben geknaagd.

Met zoveel ratten in de omgeving en geen dieren om de rattenpopulatie in toom te houden is het dus niet verbazend dat de bush zo stil is. Nesten van kleine zangvogels worden geplunderd binnen enkele dagen en als de ouders niet wijken voor de ratten dan worden zij zelf ook door hen opgevreten. Hopelijk weet de natuur zich te herstellen wanneer de ratten weg zijn, maar het zal lang duren want Nieuw Zeelandse dieren zijn geevolueerd tot lang levende, langzaam voortplantende soorten; de beste overlevingstactiek in een wereld zonder roofdieren (de natuurlijke situatie in Nieuw Zeeland voordat mensen kwamen). Helaas zijn deze soorten niet opgewassen tegen onze Europese kort levende, snel voortplantende diersoorten. Het is een oneerlijke strijd tussen exoten en inheemse dieren die wij hebben gecreeert en zonder onze hulp zullen alle inheemse soorten het verliezen. De mens is dus ook hier verantwoordelijk voor een hoop vernietiging aan de natuur. Gelukkig zijn er plaatsen zoals Shakespear waar de mens verantwoordelijkheid neemt voor zijn eerdere acties en de boel probeert recht te zetten. Laten we hopen dat het niet te laat is.

 

 

The Lost world

Tiritiri Matangi Island, 19 maart 2011

Tiritiri Matangi Island

Tiri is een wetenschappelijk reservaat en een open sanctuary. In de afgelopen 40 jaar heeft de Nieuw Zeelandse overheid (Department of Conservation, DoC) dit eiland  volledig herstelt in zijn oorspronkelijke natuurlijke staat. Rond de kleine overgebleven bossen zijn nieuwe bomen geplant en in de loop der jaren zijn zeldzame en bedreigde diersoorten zoals little spotted kiwi, kokako, takahe en kakariki geherintroduceerd. Nu, zo'n 40 jaar na het begin van het project is het eiland een spektaculaire natuur speeltuin. Overal zijn vogels te zien en te horen. Overdag vliegen de parkieten en bellbirds je om de oren en ‘s nachts, met een beetje geluk, kun je de zeldzaame kiwi tegen het lijf lopen. Tiri is werkelijk een Jurassic Park voor wildlife. Loopvogels zonder vleugels en met sterke poten lopen dag en nacht rond en ‘s nachts komt een ware dinosaurus uit zijn schuilplaats te voorschijn. Tiri is bedekt met prachtige bossen en omlijnt met een ruige kust. Met een beetje geluk zwemt er een walvis of dolfijn voorbij of zie je een groep papegaaien overvliegen.

  

De afgelopen twee weken op Tiri woonde ik in een huisje op het zuiden van het eiland, vlak naast de vuurtoren. Vanuit mijn bed hoorde ik de morepork en kiwi roepen terwijl het licht van de vuurtoren tussen de gordijnen door naar binnen scheen. Het huisje heeft een speciale werk/slaapkamer voor wetenschappers en aangezien ik in die kamer verbleef mag ik mij dus wetenschapper noemen! Ik was hier uiteraad ook niet om vakantie te houden. Wederom was mijn doel het opnemen van tui zang, maar dit keer had ik ook nog velen andere taken. Andere onderzoekers van Massey zijn bezig met projecten naar o.a. bellbirds en pinguins, die net als de tui veelvuldig voorkomen op Tiri.

Vuurtoren bij zonsopkomst

 

Bellbird

Korimako (Anthornis melanura), Bellbird
Net als de tui een honing-eter die behalve nectar ook veel fruit en insecten eet. Hun zang kan vaak verward worden met die van de tui, maar is een stuk minder gevarieerd. Hun namen danken zij aan hun zang die soms klinkt als het klingelen van een bel. Vooral in de ochtend, wanneer de bellbirds met z'n allen luidkeels zingen, is dit een spektaculair schouwspel. Het zijn super territoriale vogels die goede voedselplekjes met veel agressie zullen verdedigen. Andere vogels (ongeacht de soort of het geslacht) worden met veel vleugel geklapper op hoge snelheid achtervolgt en verjaagd. De bellbird was een van de meest voorkomende, inheemse vogelsoorten van Nieuw Zeeland maar is door habitat (bossen) vernietiging op veel plekken op het vaste land verdwenen. Eilanden zoals Tiritiri Matangi en Little barrier zijn echter goede broedplaatsen voor deze vogels. Vanaf hier vliegen steeds meer vogels terug naar het vaste land zoals naar Tawharanui Regional Park. Dankzij de vele projecten om natuur terug te brengen verspreiden de bellbirds zich gelukkig weer langzaam over meer lege gebieden.
Mijn werk voor de bellbird bestond vooral uit het aflezen van kleurringen en het opnemen van hun zang. Een groot deel van de vogels op Tiritiri Matangi heeft gekleurde ringen om hun poten (elk met een unieke kleurcombinatie) om individueel herkent te kunnen worden. Door het aflezen van zoveel mogelijk ringen kan in de gaten gehouden worden of de soort zich verspreid en welk deel van de populatie overleeft.
De zang is interessant omdat zij, net als hun grote broer de tui, waarschijnlijk in staat zijn om geluiden uit hun omgeving te kopieren.

 

Blue peguin
Korora (Eudyptula minor), Blue penguin
Het mag duidelijk zijn dat de blue penguin zijn naam dankt aan zijn glanzende blauwe verenkleed. Het is Nieuw Zeeland's meest voorkomende pinguin en ‘s werelds kleinste pinguinsoort, ze staan 40cm hoog en wegen zo'n 1100gram. Overdag jagen ze in de zee op vis en ‘s avonds komen zij aan land om te rusten. Rond deze periode van het jaar (februari/maart) komen zij voor 2 tot 3 weken aan land om te ruien. Ze verliezen hun oude verenkleed terwijl de nieuwe veren doorkomen. In deze tijd verliezen zij hun isolerende laag waardoor zij niet het water in kunnen (in verband met onderkoeling).
Mijn taak was om de hele kustlijn van Tiri af te lopen en in elk gat en gleuf in rotsen of onder boomwortels te zoeken naar pinguins. Elke gevonden pinguin moest gevangen worden en voorzien worden van een tijdelijk label om te zien of de pinguin later terugkeert naar hetzelfde hol. Dit moest gedaan worden ter voorbereiding van het eigenlijke onderzoek waarbij de plaatstrouwe pinguins voorzien gaan worden van sateliet zenders. Deze zenders houden voor enkele dagen bij waar de pinguin is en hoe diep de pinguin is. Deze informatie wordt gekoppelt aan bloed en verenonderzoek waaruit uiteindelijk het exacte dieet en de foerageergebieden van de pinguin afgeleid kunnen worden.

Mijn pinguinjacht bestond vooral uit nachtwerk. In het pikke donker van rots naar rots springen en balancerend over smalle richels langs een klif om op de meest onbereikbare plekjes te komen. Soms moest ik een steile helling beklimmen omdat het opkomende tij mijn terugweg had afgesneden. Hier en daar vond ik een pinguin in of net buiten zijn hol waarna het altijd een kunst was om hen te vangen. Sommige pinguin zitten zo diep in hun hol dat ik er bijna niet bij kon, andere waren goed in staat om flink van zich af te bijten. Wanneer ik hen eenmaal gevangen had lieten zij hun afkeuring blijken met een diep gegrom.
Helaas waren het niet altijd terugvechtende pinguins die ik vond. HIer en daar vond ik een dode pinguin tussen de rotsen. Vanwege de rui zijn de pinguins voor drie weken niet in staat om te eten, dit is dus een kritieke periode waarin zij het volledig moeten hebben van hun opgebouwde vet reserve. Niet iedere pinguin is hier sterk genoeg voor en sterft van de honger voordat zij volledig in staat zijn om het water weer in te gaan.
Niet alle pinguins die ik gevangen heb vond ik in hun hol. Vooral vroeg in de avond, wanneer de pinguins aan wal komen, trof ik hen op het strand aan. Zodra ze door hebben dat ik hen zie "rennen" zij zo snel ze kunnen terug naar het water. Soms lukte het mij om hen op tijd te vangen, maar meestal waren zij mij te slim af. Een keer sprong ik tussen de pinguin en de zee om hem de pas af te snijden. De pinguin rende echter recht op mij af. Ik bukte om hem op te pakken, maar hij kroop behendig onder mijn handen vandaan, tussen mijn benen door en sprong het water in. Ik sprong hem een meter achterna, maar zag dat de pinguin met enkele vleugelslagen al gauw op hoge snelheid van de kust weg zwom. Ik had gelukkig een ander organsme aan mijn zijde die mij hielp. Voor enkele minuten zat ik stilletjes, zaklamp gedoofd, op het strand totdat ik in het donkere water een blauwe, lichtgevende streep op mij af zag komen. Er zat Noctiluca in het water en de zwemmende pinguin deed het water rond hem opgloeien. De lichtgevende lijn kwam aan wal, ik wachtte stilletjes tot de pinguin dichterbij zou komen, maar hij vertrouwde het niet. Voordat ik kon opspringen hoorde ik alweer een plons en zag ik de lichtgevende pinguin weer weg zwemmen. Ik kan niet altijd mazzel hebben, deze pinguin was mij te slim af.

 

Little spotted kiwi
Kiwi-pukupuku (Apteryx owenii), Little spotted kiwi
Kiwi zijn nachtactieve, vleugelloze, loopvogels verwant aan de emu. De Little spotted kiwi is de kleinste en zeldzaamste van de 5 soorten (Great spottted- (Apteryx haastii), Little spotted- en drie brown kiwi (Apteryx mantelli, Apteryx rowi en Apteryx australis). Ze staan ongeveer 30cm hoog en wegen 1300gram. Gevonden overblijfselen van little spotted tonen dat ze ooit veel voorkomend waren over heel Nieuw Zeeland, vooral het Zuid eiland. De grootse populatie leeft nu op Kapiti Island (ten zuiden van het Noord eiland) waar ze waarschijnlijk in de twintiger jaren gebracht zijn. In 2005 waren er ongeveer 1400 little spotted kiwi waarvan 1200 op Kapiti. In de negentiger jaren zijn 16 kiwi naar Tiritiri Matangi Island verplaats waar zij het erg goed doen. Nu leven er op dit kleine eilandje ongeveer 90 kiwi. In het wild zijn kiwi gevonden die minstens 22 jaar oud waren, maar op beschermde eilanden zoals Kapiti en Tiri is hun levensverwachting zelfs 45 jaar. Omdat kiwi zo oud worden zijn zij langzaam in hun voortplanting. Ze leggen 1 tot 2 eieren per jaar (de kiwi legt het grootste ei van alle vogels ten opzichte van zijn lichaamsformaat). Het mannetje broed de eieren alleen uit gedurende 65 tot 75 dagen. Dankzij deze lange incubatie periode worden de kuikens geboren met veren en kunnen zij na 4 dagen het nest al verlaten en zelfstandig zijn.
De kiwi is volledig aangepast op het nachtleven. Het is de enige vogel met neusgaten op het puntje van zijn snavel in plaats van aan de snavel basis. Terwijl de meeste vogels een slecht reukvermogen hebben is die van de kiwi zeer goed ontwikkeld. Hun gespierde poten dragen hen door de bossen maar maken hen ook in staat om steile rotswanden te beklimmen. Het grootste deel van de nacht lopen zij, luid snuffent met hun neus, de bosbodem af te zoeken naar insecten, wormen en ook bessen. Aan de snavelbasis hebben zij voelspriet achtige haren die hen voorzien van extra tastzintuigen. Grote oren geven de kiwi een scherp gehoor waarmee zij luisteren naar het geritsel van insecten op en in de grond.

Tijdens mijn nachtelijke wandelingen kon ik de kiwi regelmatig horen roepen. Meestal hoorde ik eerst het hoge gefluit van het mannetje dat wel tot dertig keer herhaald kon worden, waarna een vrouwtje even verderop antwoorde met een herhalend, lager, kikkerachtige roep. Anderen keren wist ik de kiwi te vinden doordat ik hen hoorde schuivelen tussen de bladeren op de bosbodem. Ook hun kenmerkende gesnuf verraadde hun aanwezigheid enkele keren. In de meeste gevallen hoorde ik de kiwi dus voordat ik hem of haar zag, maar het gebeurde ook wel eens dat ik midden op een van de paden een kiwi in het licht van mijn zaklamp zag staan. Tijdens mijn zoektocht naar pinguins aan de kust klom ik eens tussen omgevallen boomstammen om te kijken of er een pinguin tussen verscholen zat waarbij ik verrast werd door een kiwi die zich daar gauw verstopt had toen hij mij hoorde aankomen. Het waren eigenlijk altijd de meest onverwachte momenten waarop ik kiwi zag. Juist als ik zo stil mogelijk door de bush liep op zoek naar hen kon ik hen niet vinden. Maar als ik luidruchtig en met vel licht aankwam stond ik plots oog in in oog met hen.
Het zijn bijzondere dieren, enorm zeldzaam en uniek in de wereld. En ik zie ze bijna iedere nacht.

 

Dinosaurs
Overdag houdt hij zich schuil in een hol in de grond, ‘s nachts kruipt hij door de bush en over de stranden op zoek naar hagedissen, grote insecten, eieren en kuikens om te eten. Het is geen afstammeling van de dinosaurussen, sterker nog het is een dino die de massale uisterving overleeft heeft en vandaag de dag nog steeds zo rondloopt als dat het 225 miljoen jaar geleden deed; een echte dinosaurus dus en zo ziet hij er ook uit. Grote grijze, groene of bruine schubben bedekken zijn lichaam. Een rij met witte stekels loopt van zijn massieve kop tot zijn dikke staart. Hij sleept zijn zware lijf door de bush met vier sterke, scherp genagelde poten. Ze kunnen wel 100 jaar oud worden en planten zich slechts eens in de vijf jaar voort.

Tuatara (Sphenodon punctatus)
Bijna elke nacht kwam ik ze wel tegen, vermoedelijk ook hetzelfde individu die ik elke avond op dezelfde plek tegen kwam. Tijdens mijn pinguintochten over de rotsen kon ik er altijd op vertrouwen dat er eentje op mij lag te wachten. Bij mijn aankomst verplaatste hij zijn logge lijf, met niet al teveel haast, iets de struiken in. Andere individuen kregen het voor elkaar om iets sneller en behendiger weg te kruipen maar met voldoende voorzichtigheid kon ik hen altijd van dichtbij bewonderen. Dat deze dino mij zou opeten is niet iets waar ik mij zorgen over hoef te maken. Hoewel zij flink kunnen bijten zijn ze niet groter dan 75 cm en wegen zij "slechts" 1200 gram; geen grote dino dus vergeleken met de reuzen die we van vroeger kennen.
Net als veel vogels in Nieuw Zeeland worden tuatara bereigd door habitat vernietiging en geintroduceerde roofdieren zoals honden en ratten. Maar ook de opwarming van de aarde kan een probleem voor de soort worden. Het geslacht van de tuatara wordt namelijk bepaald door de temperatuur waaraan de eieren (verstopt onder de grond) gedurende 11 tot 16 maanden worden blootgesteld. Bij een temperatuur boven de 21 graden worden 80% mannetjes en daaronder worden 80% vrouwtjes. Als de aarde dus teveel opwarmt worden er alleen nog maar mannetjes geboren en is de soort binnen honderd jaar effectief uitgestorven omdat er geen partners meer gevonden worden.

 

Underwaterlife
Ook rond Tiri heb ik weer veel gesnorkelt. Vooral de steiger voor de veerboot was een waar onderwater wildlife paradijs. Honderden, misschien wel duizenden kleine visjes scholen hier samen in de schaduw. Zo nu en dan komen er ook grotere vissen zoals snapper en red moki voorbij. Pijlstaartroggen liggen her en der verspreid op de zandbodem en goatfish voelen de bodem af naar voedsel met hun kinsprietjes. Ook werd ik vaak verrast door een klein groepje pijlinktvisjes dat nieuwschierig een kijkje kwam nemen. Sommige lieten mij zo dichtbij komen dat ze bijna tegen mijn duikmasker aan plakte. Ik reikte met mijn vinger richting een inktvisje en vlak voordat ik hem raakte schoot hij gauw weg terwijl hij een wolkje met inkt in het water achterliet.

Pijlinktvisje



Eagle ray (Myliobatis tenuicaudatus)
Er was ooit sprake van het benoemen van het water rond Tiri tot Marine Reserve, hetgeen betekent dat er niet meer gevist mag worden, maar deze plannen zijn helaas niet doorgegaan. Het resultaat is, hoewel er een rijk visleven is, dat er eigenlijk geen joekels van vissen zwemmen. Snappers het formaat zoals ik ze bij Tawharanui gezien heb zwemmen hier niet rond. Gelukkig zwemt er nog genoeg rond om zo nu en dan een haai, orka of dolfijn bij de steiger te hebben rondzwemmen (van horen zeggen).
Ook ‘s nachts (ik eindigde mijn pinguinjacht vaak bij de steiger) was het onderwaterleven erg actief. Enkele avonden zat er ook hier veel Noctiluca in het water en dit verraadde altijd de aanwezigheid van de velen vissen die hen verstoorden. Vanaf de steiger gooide ik dan dan een steen in het water. Van schrik sprongen dan overal vissen uit het water wat voor een prachtige "vuurwerk" explosie in het water zorgde.



Steiger van boven af


De steiger van onder af




Tussen de vissen

 


Ondergaande zon vanaf mijn huis op Tiri
Het uitzicht aan de andere kant van de zee is Shakespeare park; mijn volgende bestemming. Tiri, tot ziens. Met een beetje geluk kom ik gauw weer terug om deze avonturen te delen met een heel bijzonder meisje.

 

 

Through the looking glass

Tawharanui, 2 maart 2011

Het heeft even geduurd, maar hier is eindelijk weer een teken van leven en een flinke update in het vooruitzicht. Voor het gemak heb ik het maar even in hoofdstukken ingedeeld zodat je tussendoor kunt stoppen op een logisch punt en later weer makkelijk kunt oppakken waar je gebleven was. Voor degene die het wel in een adem willen lezen:  bereid je voor, zet thee en chips klaar en neem de tijd. Wat je kunt verwachten in deze aflevering: Creepy crawlers, slingerende apen, vreemde vogels en water op z'n mooist.

Tawharanui

De afgelopen 6 weken ben ik in Tawharanui Regional Park geweest; een natuurreservaat/ schiereiland ten noorden van Auckland. De afgelopen decennia is hier hard gewerkt om weer een stukje van het oorspronkelijke Nieuw Zeeland terug te krijgen. Van de noordkust tot de zuidkust(zo'n 3 kilometer) is een twee en half meter hoog hekwerk geplaatst; ingegraven in de grond, met een overhang aan de buitenkant en schrikdraad is dit hek bedoelt om de in Nieuw Zeeland geintroduceerde zoogdieren (ratten, konijnen, wezels, hermelijnen en possums) uit het park te houden. Ladingen met gif zijn vanuit de lucht gedropt om de aanwezige zoogdieren in het park uit te roeien en gifstations en vallen zijn sindsdien verspreid binnen en buiten het gebied om er zeker van te zijn dat niets binnen komt. Omdat Tawharanui een schiereiland is grenst het hekwerk aan beide uiteinden aan het strand. Het hek kan niet helemaal tot de zee lopen omdat de branding het hek zou verwoesten, daarom staan hier kleinere waaierhekken die allen uitkomen bij rattenvallen en dergelijke. Ook staan er camera's die geactiveerd worden als er een dier langs loopt zodat alles dat het park in en uit gaat gezien zal worden. Toen alle uitheemse bedreigingen in het park uitgeroeid waren is begonnen met het herstellen van de inheemse natuur. Nieuwe bossen zijn aangeplant en inheemse dieren zoals de kiwi, kakariki en pateke zijn opnieuw geintroduceert.
Ook aan het waterleven is gedacht. De hele noordkust en enkele kilometers daaromheen is benoemd tot marine reservaat. Dit betekent dat er onder geen omstandigheid gevist mag worden. Sindsdien is het zeeleven explosief toegenomen. Zowel op het land als in het water is Tawharanui dus een natuurlijk paradijs, niet alleen voor de de dieren maar ook voor mij.

Tijdens mijn werk (waar ik later over zal vertellen) verbleef ik bij de ingang van het park in een huisje gelegen tussen glooiende heuvels, ruige jungle en een prachtige lagoon vol wonderlijkheden van de natuur.


Het rode licht van de ondergaande zon werpt een roze gloed op de wolken boven de lagoon

Landleven

Tijdens al het werk (waar ik bovendien voor kwam) en tussen het werk door had ik gelukkig zat tijd om van alle prachtige landschappen en beesten te genieten. Tawharanui is aan drie kanten omringt door de zee en dus is de ruige kustlijn overal te bewonderen. Het tij bepaalt wanneer het wel en niet toegankelijk is.


Golven schieten hoog de lucht in wanneer zij tegen flat rock aan de noordkust van Tawharanui aan slaan


Maori Bay aan de zuidkust van Tawharanui is een stuk rustiger en oogt bijna tropisch

Zoals ik al zei ligt mijn huisje aan de rand van een lagoon die elk etmaal tweemaal vol stroomt via een smalle doorgang met de zee. Mijn eerste weekend was meteen een erg spannende voor het park. ‘s Avonds begon het te stortregenen en ‘s nachts werden we vol getroffen door een orkaan. De volgende dag toen de ranger het huisje binnen kwam en ik naar buiten stapte had ik gelijk natte voeten (maar goed dat het huisje een halve meter boven de grond op palen staat). De wind was gaan liggen en de regen was gestopt maar de grote hoeveelheid wind en water hadden de lagoon tot ver buiten zijn oevers doen treden. Overal in het park waren gigantische overstromingen.


Een stuk overstroomt land. Behalve de dagen voor en na de orkaan heb ik alleen maar blauwe luchten en zonneschijn gezien.

De enige weg van de bewoonde wereld naar het park stond ruim een halve meter onder water. Auto's die toch dapper (of stom) genoeg waren om door het water te gaan werden verderop geblokkeerd door zeker 6 landslides; hele heuvelwanden waren als grote modderpoelen over de weg gegleden. Meters hoge blubber weerhield ieder in het park om te vertrekken en niemand kon ons bereiken. De ranger vroeg mij of ik het predatorhek kon nalopen op schade. Al gauw vond ik tientallen bomen die in een mudslide ontworteld waren en over het hek hingen, een perfecte manier voor roofdieren om over het hek te klimmen. Verderop zag het er nog slechter uit. Over een breedte van zeker tien meter was de heuvelwand naar beneden gegleden, dwars door het hek heen. Een gat van een meter breed is zeker een uitnodiging voor roofdieren om een makkelijke maaltijd te halen in het park. De rest van de dag zijn we bezig geweest om modder weg te scheppen en het hek zo goed als mogelijk te dichten. Voor enkele dagen waren we afgesloten van de buitenwereld totdat grote graafmachines eindelijk de weg hadden vrijgemaakt. Het waterniveau zakte langzaam naar zijn normale hoogte en meer delen van het park werden weer toegankelijk. Overal toont het landschap nu de lidtekens van de storm; rijen met bomen die naar beneden gekomen zijn en wandelpaden blokkeren en zelfs wandelpaden die volledig ingestort zijn en een heuvel afgegleden zijn. De natuur herstelt zich wel weer.

Ik heb mij verder natuurlijk prima vermaakt met het speuren naar mooie beesten en plaatjes in dit ruige landschap. Vele jungles met kleinere en grotere riviertjes heb ik getrotseerd. Om sommige locaties te bereiken moest ik een creatieve manier door de jungle vinden. Zo moest ik regelmatig over omgevallen boomstammen balanceren om aan de andere kant van een rivier te komen. Of, als er geen omgevallen bomen waren, hangend aan takken. Dit laatste deed ik overigens niet alleen vanuit praktische overweging maar ook als ontspanning tussendoor.


Klimmen en klauteren


Nikau palms (linksonder), fern trees (rechtsboven) en enorme puriri (middenboven) zijn enkele van de meest dominant aanwezige bomen in de jungle van Tawharanui

De Nieuw Zeelandse bush heeft ook veel lianen (supplejacks zoals ze hier genoemd worden). Deze bleken zowel mijn grootste vriend als vijand te zijn. Plaatselijk zijn deze dingen overal te vinden. Ze kunnen een gigantische pain in the ass zijn als ze precies tussen mij en mijn bestemming liggen. Duidelijk mag zijn dat ze super sterk zijn en zich moeilijk laten wegduwen. Op sommige plekken vormen ze letterlijk een dichte muur in de jungle. Ze kruipen overal, over de grond, via bomen omhoog en via takken weer naar beneden. Bijna elke dag op een onoplettend moment bleven mijn voeten hangen achter een van de grondkruipers waarna een val (vaak gevolgd door een spannende glijbaan door de bush) onvermijdelijk was. Op andere momenten waarop ik begon te glibberen en te glijden waren de supplejacks juist wat mij hielp voorkomen te vallen. Om een beeld hiervan te schetsen: ik klim door de bush maar plots verliezen mijn voeten hun houvast in de bladermassa op de junglebodem. Ik verlies mijn evenwicht en begin achterover te vallen, heuvelafwaarts. Na een stukje glijden weet ik een supplejack te pakken te krijgen. Eerst glijd ik nog een stukje verder door terwijl ik de supplejack, die vanuit een dikke boom naar beneden hangt, een stuk met mij mee trek. Op een gegeven moment is de knoop van de liaan in de boom stevig genoeg aangetrokken en ga ik:


WEEEEEEHHHH!!!

Je begrijpt natuurlijk wel dat ik dit nu regelmatig gewoon voor de lol doe!

Veel van mijn werk bestond uit uren in de bush zitten om vogels te observeren. Als je zo lang op een plek stil zit komen de leukste, niets vermoedende, beesten voorbij. Ook merk je dat je langzaam onderdeel van de jungle wordt des te meer creepy crawlers jou als verstopplek proberen te gebruiken. Hierbij moet je niet alleen denken aan alle vliegen en muggen die op je landen, maar ook aan wandelende takken, spinnen en kakkerlakken die je shirt in kruipen. Gelukkig went het gauw en kijk je er niet eens meer van op als er tijdens het avondeten een kakkerlak uit je haarbos komt kruipen (true story).
Ook de meer geaccepteerde diersoorten komen super dichtbij als je stilletjes in de bush zit. Zo fladderen de fantails en robins vrolijk om je oren en met een beetje geluk wandelt er een verlegen banded rail langs.


Moho-pereru (Rallus philippensis), Banded rail
Een moeras vogel dat vooral gezien kan worden in de schemer. Een paar blijft enkele jaren bij elkaar en begeleiden de kuikens, die binnen 24 uur kunnen lopen, altijd samen. Ze hebben een vrij slang lichaam en sterke poten wat hen goed in staat stelt om op hoge snelheid door de dichte moeras vegetatie te rennen. Ze eten vooral slakken, wormen, krabbetjes en insecten. Blijkbaar zijn zij in staat om te vliegen, maar ik heb hen dit nooit zien doen. Hoewel ze niet zeldzaam zijn worden ze niet vaak gezien vanwege hun schuwe aard. Gelukkig werd mijn vele wachten in de bush beloond met een bezoekje van een van deze mooie vogels. Later, het moment dat ik deze foto nam, kwam deze moeder met drie schattige kuikens mijn tuin ingewandeld. Helaas heb ik vlak bij het huis ook een dode banded rail in een van de rattenvallen gevonden (waarschijnlijk een van de ouders aangezien de drie kuikens slechts door een volwassen rail werden begeleid). Blijkbaar lopen zij wel vaker de vallen in die erg veilig lijken maar altijd een dodelijke afloop hebben.

De Nieuw Zeelandse natuur is een wereld die tweeledig is. Als de zon onder gaat wordt er een nieuwe wereld wakker; een wereld met vogels zonder vleugels en vogels die geruisloos tussen de bomen doorvliegen en zich alleen zo nu en dan laten horen met een schelle ruru kreet. De "enge" beesten die je overdag tegen komt maken plaats voor nog enger ogende wezens. De luid tjirpende cicade's die overdag zo dominant aanwezig zijn worden stil en de tree en cave weta (een soort Nieuwe Zeelandse super krekels) nemen hun plaats in.


Cave weta (Gymnoplectron acanthocerum)
Een nachtactief insect dat zich overdag schuil houdt in, zoals zijn naam al zegt, grotten of gaten in bomen. Vooral grote puriri bomen met gaten gemaakt door de puriri mot zijn ideaal wanneer grotten niet aanwezig zijn. De cave weta is slanker dan zijn familiegenoten de tree weta en giant weta, maar heeft aanzienlijk langere voelsprieten en achterpoten in verhouding tot zijn lichaam. De voelsprieten kunnen wel 4 maal zo lang zijn als zijn lichaam. Lichaam, poten en antenne's tezamen kunnen in totaal wel 35 cm lang zijn. Ze voeden zich vooral met planten, paddestoelen en kleinere insecten.

In het duister van de nacht lijken de open velder wijder en de bomen lijken. De spinnen lijken niet alleen groter maar zijn dat ook en de gevreesde giant centipede, zoals de naam al zegt, is werkelijk een gigant.


Hara (Cormocephalus rubriceps), Giant centipede
Een nachtactieve jager. Jaagt vooral weta en andere insecten maar volwassen exemplaren zijn ook in staat om vogels te vangen. Ze doden hun prooi met een giftige beet van twee enorme kaken. Bij de mens kan een beet tijdelijke verlamming van het getroffen lichaamsdeel tot gevolg hebben. Deze duizendpoot was met zo'n 20cm lang en 1cm breed nog een jonkie, ze kunnen nog tweemaal zo lang en viermaal zo breed worden en zijn samen met de katipo (spin) de enige inheemse giftige landdieren van Nieuw Zeeland (giftig voor de mens, want alle spinnen zijn in principe giftig).

Regelmatig tijdens mijn nachtwerk (waar ik ook later over vertel) en tijdens mijn vrijetijdse nachtwandelingen hoorde ik morepork en kiwi roepen en tijdens zeldzame momenten lieten zij zichzelf ook zien.


Ruru (Ninox novaeseelandiae), Morepork
Een kleine uil, de enige inheemse uil sinds de Laughing owl (Sceloglaux albifacies) in 1914 uitgestorven is, die zowel door Maori als Engelse reizigers vernoemd is naar het geluid dat zij ‘s nachts maken. De Maori interpreteerde dit als ruru en de (vraatzuchtige?) Engelse hoorde hen morepork roepen. De ruru jaagt vooral op grote insecten zoals cicade, weta's en motten maar ook op kleine vogels zoals silver eye en grey warbler. Overdag echter moet hij zich goed schuil houden want dan kunnen de kleine zangvogels hem gezamelijk aanvallen.

Zoals je leest herbergt de nacht vele natuurwonderen, sommige wat enger dan andere, maar allemaal een pracht om te zien en horen. Laat ik jullie dan nu maar vertellen over het meest magische beestje dat ik ‘s nachts heb gezien. Hoewel de kiwi (die ik helaas niet op de foto heb gekregen) erg bijzonder is gaat het hier om een kleiner beestje. Het is ook geen insect, dit beestje is zelfs kleiner dan dat, niet groter dan een milimeter. Hoewel het bijna overal ter wereld leeft hebben veel mensen het nog nooit gezien. Vooral tijdens donkere nachten is de kans groot dat het beestje zich in zijn grootste spektakel toont, daarom is de Nieuw Zeelandse natuur met weinig lichtvervuiling de perfecte plek.
Tijdens een donkere, maanloze nacht in Tawharanui besloot ik een korte wandeling over het strand te maken. Er stond geen zuchtje wind toen ik het huis verliet en langs de lagoon richting het strand liep. Het was een heldere nacht, de melkweg stond hoog en duidelijk aan de hemel en het zuiderkruis (sterrenbeeld) leidde mij naar het zuidelijke strand voorbij de lagoon. Het was laagtij en er waren slechts kleine golfjes in de branding. In de verte kon ik de lichten zien van enkele kleine dorpjes aan de andere kant van de zee en op het strand zag ik in het zwakke schijnsel van mijn lamp een scholekster koppel en twee New Zealand dotterels weg kruipen. Ik kwam bij de opening waar de zee met hoog tij water de lagoon in pompt, met het lage tij was het echter meer een droge rivierwal. Ik besloot via de rand van de lagoon terug naar het huis te lopen. Om het echte nachtgevoel te krijgen draaide ik mijn lamp uit en liep ik schuivelend langs de rand van het water. Wat ik niet zag was dat er verderop aan de rand van de lagoon een grote groep paradise shellduck lag te rusten. Deze eenden zijn altijd super alert en slaan geheid op de vlucht wanneer mensen te dicht in de buurt komen. In het duister zagen ze mij echter nog niet en ik zag hen niet. Stap voor stap kwam ik steeds dichterbij de eenden. Ik kan mij zo inbeelden dat een van deze vogels zijn kop omhoog stak toen hij of zij mij voor het eerst hoorde. Het is erg onwaarschijnlijk dat er zo laat in de nacht nog mensen in Tawharanui rondlopen dus het arme dier zal het niet verwacht hebben. Ik moest de groep tot op slechts enkele meters genaderd zijn toen ik een korte, jammerende kreun hoorde. In een flits zag ik enkele tientallen witte koppen (de vrouwtjes hebben een wit hoofd, de mannetjes een pik zwarte) omhoog komen in het duister. De hele groep werd abrupt wakker, met een luide kwaak sprongen ze tegerlijk op. Vliegen konden ze niet want het was net de rui periode waarin deze eendensoort al zijn vliegveren verliest voordat de nieuwe aangroeien. De enige manier voor de gestreste beesten om in veiligheid te komen was door in de lagoon te springen en zo snel mogelijk naar het midden te zwemmen. Dit was het moment dat het beestje waar dit verhaal over gaat zich voor het eerst liet zien. Op het moment dat de enorme groep shellduck het water raakte begon de magie. Noctiluca milliaris werd verstoort en begon spontaan licht te geven. Deze zooplankton (een klein beestje dat met miljoenen aan het wateropervlak drijft) heeft de vreemde eigenschap om op te lichten wanneer het in beweging gebracht wordt. De eenden gingen kopje onder en bij het boven komen gleed het water met de noctiluca van hun waterafstotende veren. Tijdens deze comotie lichtte alles op en zo ook het dunne laagje water dat van de eenden af gleed. Enkele tientallen glow in the dark vogels zwommen gehaast naar hun veilige plekje  midden op het meer. Ze lieten een vel oplichtent spoor achter in het water. Vanaf deze nacht ben ik elke avond even rond de lagoon gewandeld om te kijken of noctiluca aanwezig was. Soms was er geen vonkje te zien maar andere avonden was het een vuurwerk spectakel groter dan oud & nieuw. Blauwe vonken schoten weg terwijl ik door de rand van het water liep. Soms spoelde ze in massa's aan en werden ze geactiveerd door simpelweg over het zand te wandelen. Overal waar het zand brak ontstond een schakel van blauw oplichtende aders en bij het optillen van mijn voet bleef een zacht gloeiende voetafdruk achter. Insecten die over het water schaatsen laten dunne lichtstrepen achter en vissen laten een brede band achter hen. Woorden kunnen niet omschrijven hoe bijzonder spectakulair dit natuurverschijnsel is, je moet met eigen ogen zien dat de magie er letterlijk vanaf spat. Gelukkig is het, na vele pogingen, gelukt om het op de gevoelige plaat vast te leggen.


Noctiluca milliaris
, in het Nederlands zeevonk, betekent letterlijk "milioen nachtlichtjes" en dat omschrijft hen perfect. Het is een zooplankton, oftewel een klein beestje dat met zeestromingen meedrijft, dat zijn bloei heeft wanneer de zomer zijn hoogste temperatuur bereikt. In Nederland is dit rond de laatste week van juli, in Nieuw Zeeland is dit in januari/februari. Niet veel is bekend over de reden van het lichtgeven maar een theorie omschrijft dat het dient om de vijand van zijn vijand te lokken. Plankton etende vissen komen op noctiluca hopent op een lekker hapje. Ze zwemmen door de noctiluca heen waardoor deze oplicht. De vissen zijn hierdoor vanaf grote afstand herkenbaar voor grotere roofvissen die op hun beurt op de noctiluca-etende vissen af komen en deze opvreten.
Individuele noctiluca zijn kleiner dan een milimeter en lijken niet meer dan een transparant balletje met een maag en twee staarten. De staarten, flagelaten, zijn om zich voort te bewegen, maar erg goed lukt dit de noctiluca niet. Zij laten zich door het wilde water onder water brengen waarna zij langzaam opstijgen (niet dankzij de flagelaten maar simpelweg omdat zij drijven). Onderweg naar het oppervlak vangen zij phytoplankton (minuscule plantjes) en schelpdier larven.
Deze foto geeft de noctiluca trouwens niet helemaal weer zoals het er in het echt uit ziet. Hoewel hun licht voor onze ogen vel genoeg is om te worden waargenomen kan een camera het licht niet zomaar vangen. De zogenoemde "gevoelige plaat" is dus niet gevoelig genoeg. Op normale foto's zijn de sterren wel te zien maar blijft het water zwart. Om het toch op de gevoelige plaat te krijgen heb ik een moment opname van 15 minuten moeten maken. Ik heb de sensor dus een kwartier lang blootgesteld aan het zwakke licht van de noctiluca om dit "moment" te vangen. In feite is het dus meer een filmfragment gevangen in een enkel frame. Vandaar dat de sterren (door het draaien van de aarde) in 15 minuten strepen worden.

Waterwereld

Hieruit blijkt wel dat niet al het natuurschoon op het land of in de lucht te vinden is maar het loont om een kijkje te nemen aan de andere kant van de waterspiegel. Vaak na een lange, warme dag werken op het land was het hoog nodig om af te koelen in het water. Met masker en snorkel gaat er een hele nieuwe wereld open in het marine reservaat van Tawharanui. Dagelijks zwom ik tussen beesten die zonder snorkel-gear volledig onopgemerkt blijven. Ik begon aan de zuidkust (het reservaat is aan de noordkust) omdat het water hier meestal rustiger was. Zwemmen tussen een groep haringen die opgejaagd werden door roofvissen zoals de John Dory met zijn opmerkelijke nep-oog op zijn flanken. In het zand gaan vissen zoals de rode poon schuil en tussen de rotsen vond ik kleurrijke nudibranchs (de mooiste naaktslak die je je kan bedenken) en kleine pijlinktvisjes die mij nieuwschierig aankeken.
Op dagen waarop het water erg kalm was durfde ik mij in het ruigere noordkust water te begeven. Mijn mond viel open (waarna ik gauw mijn snorkel weer terug in mijn mond moest doen om aan verdrinking te ontsnappen) van alle schoonheid en het rijke visleven. Meteen was te zien wat voor negatieve invloed sportvissen en commercieel vissen heeft op het waterleven nu ik het onbeschermde zuidelijke water met het beschermde noordelijke water kon vergelijken. Tussen de rotsen onder mij stikte het van de kleine visjes in alle soorten en maten. Zee-egels gaan schuil tussen de rotsen, foeragerend op zeekelp dat een ware onderwater jungle vormt en ook een uitdagend doolhof is voor snorkelaars. Het meest verbaasd was ik over de snapper, deze vissen zijn totaal niet bang en juist super nieuwschierig. Ze kunnen uitgroeien tot reuzen van bijna een meter lang. Een van de grootste die ik zag bleef mij volgen waar ik ook ging, het was erg gezellig om samen met zo'n grote vis het rif te verkennen. Half verstopt onder het zand zag ik zo nu en dan een pijlstaartrog. Deze dieren hebben de laatste jaren een slechte reputatie gekregen maar de waarheid is dat zij niemand kwaad doen zolang je hen met rust laat en de mens hoort al deze dieren met rust te laten. Enkele keren tijdens het snorkelen bevond ik mij plots tussen een hele groep kleine kwalletjes, mooie beestjes om te zien en vrij onschadelijk. Een keer kreeg ik er een per ongeluk tegen mijn lip en voelde het alsof ik met schrikdraad aan het zoenen was. De rest van de dag had ik een tintelende lip, maar dit is gauw vergeten dankzij al het natuurschoon onder water.


Tamure (Chrysophrys auratus), snapper


Red moki (Cheilodactylus spectabilis) ?

 

Tui

Maar genoeg over hoe mooi het is in Tawharanui, werk aan de winkel, want daar kwam ik voor. Massey heeft momenteel een Phd en een Msc student die werken aan de tui.


Tui (Prosthemadera novaeseelandiae), Parson bird
De tui hoort samen met de bellbird (Anthornis melanura) tot de familie der honing-eters. Favoriet voedsel is dan ook nectar en vooral dat van de flax flowers en puriri tree

Tui met oranje hoofd van het nectar van de flax flowers
Behalve nectareters zijn het ook actieve insecteneters. Ze doen zich flink tegoed aan de grote aantallen cicaden en wandelende takken, ook motten zijn favoriet.
Het zijn prachtige gekleurde vogels, meestal bevinden zij zich in de schaduw onder het bladerdak waardoor zij zwart als een merel lijken, maar wanneer zij uit de schaduw stappen en het zonlicht op hun verendek valt schitteren zij letterlijk blauw, groen en brons. De onbekende engelse naam "parson bird" verwijst naar de twee witte veren in zijn nek die doen denken aan de witte boord van een pastoor. De tui is een van de meest voorkomende inheemse vogels van Nieuw Zeeland en mede daardoor is onderzoek naar deze soort hard nodig. Alle zeldzame, met uitsterven bedreigde soorten, worden al jaren lang onderworpen aan tal van onderzoeken. De talrijke soorten ontsnappen echter aan onze aandacht. Omdat zij zo talrijk zijn lijkt onderzoek niet nodig, ze hoeven bovendien niet beschermt te worden, maar talrijke soorten zijn juist altijd een belangrijke schakel in de overleving van zeldzame soorten omdat zij met hen concurreren voor voedsel en leefgebied. Tui zijn dan ook enorm agressief territoriale dieren. Ze zijn altijd actief bezig met het vrijhouden van hun stukje bos en doen dit met een uitgebreid zang repertoir en een kenmerkent luid geratel van de vleugels dat zij kunnen maken met een speciale uitgroei aan een van hun vleugelveren.

Nests

Het Phd deel van het project gaat voornamelijk over de ouderlijke zorg van deze vogels. Werzaamheden waren o.a. het vangen van vogels voor het ringen (ter individuele herkenning in het veld) en het afnemen van bloed (voor DNA identifictatie). De volwassen vogels vingen we met mistnetten en de kuikens haalden we rechtstreeks uit het nest.



Een kuiken laat zijn grote, gele, open bek zien (boven) om bij de ouders om eten te bedelen. De eerste paar dagen zijn de ogen nog niet open (onder) en komen de eerste veertjes al door.

De tui heeft enorm scherpe nagels die als scheermessen in een scheerapparaat tekeer gaan wanneer zij in een mistnet vliegen. Bloed vloeit gegarandeerd bij het vangen van deze vogels, niet hun bloed maar mijn bloed.

Een ander deel van het werk was dus het vinden van nesten. Hiervoor moest ik vaak volwassen tui in de gaten houden om te kijken of zij een nest hadden. Bij het vinden van nesten mocht ik lekker in bomen klauteren om te kijken of het een actief nest was of een van voorgaande jaren. Wanneer de kuikens uit het ei komen blijven zij nog drie weken in het nest en worden zij gevoerd door de moeder en de vader. Dit deel van het project bestond uit het doen van twee uur nest observaties. Meerdere keren per week moest elk nest in blokken van twee uur in de gaten gehouden worden. We keken dan hoe vaak de kuikens door de moeder of vader gevoerd werden om inzicht te krijgen in ouderlijke zorg. De tui vormt per broedseizoen een koppel maar het bleek al gauw dat zowel het mannetje als het vrouwtje regelmatig vreemd gaat. Het mannetje kan er zo nooit zeker van zijn dat alle kuiken (if any) in het nest van hem zijn. We willen er dus achterkomen, met behulp van het DNA van de ouders en de kuikens, of dit de investering van de vader beinvloed. Het werd mij al gauw duidelijk dat het zowiezo vooral de moeder is die de kuikens voert. De vader biedt zijn territorium aan en verjaagt alles dat te dicht bij de kuikens komt.

Na ongeveer 21 dagen komen de kuikens voorzichtig uit het nest en binnen enkele uren springen zij al wankelend van tak naar tak, een dag later kunnen ze al redelijk van boom naar boom vliegen. Wanneer zij eenmaal het nest uit springen komen zij niet meer terug bij het nest. De ouders begeleiden hen dan meestal naar het centrum van vader's territorium waar zij nog 3 weken gevoerd worden en zelf ook al veel voedsel vangen. Vanaf het moment dat de kuikens uit het nest springen blijven wij ze dus nog volgen om de ouderlijke zorg te monitoren.



Deze kuikens hebben een week geleden hun nest verlaten en vliegen al vrolijk rond, ze worden nog wel actief door de moeder gevoerd

Terwijl de ouders erg achterdochtig zijn naar ons zijn de kuikens vaak nieuwschierig. Tijdens observatie blokken komen zij vaak erg dichtbij en zo krijg je al gauw een band met deze beestjes. Ik was dan ook super trots toen een van mijn favoriete kuikens voor het eerst een grote cicade ving.
Zo zie je deze beestjes vanaf hun eerste dag, naakt en blind, opgroeien tot een echte vogel in slechts vijf weken. Je ziet broederlijke of zusterlijke ruzies waarbij de jonge vogels elkaar te lijf gaan met hun snavels. Of ondeugende jonkies die hun nestgenootjes van achter besluipen en dan van een tak af duwen of even snel aan de staart trekken. Ook grappig is het dat veel kuikens hun ouders niet herkennen (of hun geluk testen) en achter de verkeerde vogel aanvliegen bedelend om voedsel. Een keer zag ik een jonge tui (waarschijnlijk zelf nog maar net zelfstandig) vlak bij een van mijn kuikens landen. M'n kuiken rende op de jonge vogel af met opengesperde gele snavel, krijsent om eten. Ik weet dat het onwetenschappelijk is om menselijke gevoelens op dieren te reflecteren maar de uitdrukking en het gedrag van de jonge vogel sprak boekdelen. Het arme beestje wist zich geen raad met de kleine schreeuwlelijk en voelde zich duidelijk erg ongemakkelijk. Maar na vijf weken is het tijd voor hen om op eigen benen te staan (of vleugels) en moeten zij zelf voor hun eten zorgen. They grow up so fast!

Zang

Het Msc deel van het tui project richt zich op de zang van de vogels. De tui heeft de meest complexe zang die ik ooit gehoord heb bij vogels. Het bestaat uit allemaal losse lettergrepen zoals klikjes, plopjes, gebabbel, gekras, gehoest, geratel, etc. In dit stadium van het project is al duidelijk geworden dat de tui zeer plaatselijke dialecten kent. Verspreid over Nieuw Zeeland spreken zij overal een andere taal, maar zelfs binnen Tawharanui zijn duidelijke verschillen te horen. Meestal komt zo'n verschil tot uiting in een extra lettergreep in hun "zinnen", een lettergreep die alleen door de tui in een bepaalde vallei gebruikt worden, in de andere bossen in het park zingen de tui deze niet. Tui zijn ook heel goed in staat om geluiden uit hun omgeving te kopieren daarom wordt in dit project de zang van urban tui (tui uit de stad) vergeleken met de zang van reservaat tui. Er zijn zelfs gevallen bekend van tui in gevangenschap die praten, maar niet zoals een papegaai met een hoog stemmetje. Nee, de tui kopieert precies wat hij hoort, een menselijke mannenstem van zijn verzorger dus.
Het lastige aan de zomer periode is dat, waar je ook bent, er altijd cicade aan het zingen zijn en dat zijn geen bescheiden insecten, ze laten graag weten dat ze er zijn. Aangezien cicaden een belangrijke voedselbron voor tui zijn moeten deze insecten wel oppassen wanneer zij zich laten horen. Zo heb ik een opname waarop bijna geen cicaden te horen zijn. Een tui zingt luid en duidelijk vanuit een boom. Plots kwam er een cicade aanvliegen, recht op de lijn tussen mij en de tui, dus daar gaat mijn zuivere opnamen. De cicade begint gelijk luid te tjirpen, maar de tui heeft daar andere gedachten over, springt een tak lager, vreet de cicade op en vervolgt zijn zang. Toch nog een zuivere opname!

De laatste paar weken, toen ik nog maar een of twee kuikens in de gaten hoefde te houden, had ik zat tijd om van bush naar bush te rennen met een richt microfoon en digitale recorder. Zo ben ik dus nog bewuster naar de tui's zang gaan luisteren en wederom tot de conclusie gekomen dat Nieuw Zeeland's meest voorkomende vogel (waar we zo weinig over weten) wel heel bijzonder is.


Klik plaatje om tui zang te horen

 

Pateke

Zo nu en dan in de weekenden kwamen er mensen langs in Tawharanui die onderzoek doen naar de Pateke.


Pateke (Anas Chlorotis), Brown teal
Een zeer zeldzame, nachtactieve eend die exclusief in Nieuw Zeeland leeft. Ze leven voornamelijk van kleine insecten die zij in moerasgebieden vangen. Dit is een van de dieren die de afgelopen jaren in Tawharanui is geherintroduceerd, en met succes want overal waar water is in Tawharanui zijn zij te vinden.

Omdat deze eend nachtactief is wordt het meeste werk ‘s nachts gedaan. Een paar keer ben ik meegeweest met de "jacht" om deze vogels te vangen. Super spannend natuurlijk om midden in de nacht met een oversized vlindernet achter eenden aan te rennen. Tijdens deze speurtocht werden we bijgestaan door tui. Niet de vogel, maar een hond genaamd tui. Deze hond is speciaal getraint om de geur van de pateke te volgen en ons te wijzen waar de eenden zijn. Dit maakt het allemaal een stuk makkelijker om ze te vinden en te vangen.

Gecko's

Ander nachtwerk dat ik gedaan heb is gecko jacht. Manu en Chris (van Massey University) komen eens in de zoveel tijd naar Tawharanui waar Chris zijn Msc project met gecko's gedaan heeft. Nu, enkele jaren na zijn afstuderen, houdt hij ze nog steeds in de gaten.


Een baby green gecko van slechts enkele jaren oud. Wat niet te zien is op de foto is dat dit kleine beestje zijn staart eens verloren is. Dit kan gebeurd zijn toen een morepork hem aanviel, gecko's kunnen dan bewust hun staart afwerpen waardoor hun vijand zich daar op richt in plaats van op het levende beestje zelf. De staart groeit in de loop der tijd weer aan (dit werkt overigens ook met tenen en vingers) maar laat wel een lidteken en verschil en lichaamstekening achter.

Met de mule (een 4x4 golfkarretje) zijn we over de heuvels naar het uiteinde van het schiereiland gereden. Hier is relatief jong bos dat thuis is voor vele green gecko's en forest gecko's. Door met zaklampen in het bladerdak te schijnen konden we met redelijk gemak de lichte buikjes van de gecko's zijn. Soms moesten we in bomen klimmen maar meestal konden we vanaf de grond bij de gecko. Het vangen was nog makkelijker dan het vinden. We namen dan de maten van de hagedissen op en namen foto's van de rugpatronen waarmee ze individueel herkent kunnen worden.


Forest gecko



Door twee foto's van gevangen gecko's naast elkaar te plaatsen kan bepaald worden of het om een hervangst gaat of dat het een niet eerder gevangen exemplaar is. Op deze foto kunnen de rugpatronen vergeleken waaruit blijkt dat het om twee verschillende individuen gaat (het verschil in lichaamslengte kan aan de foto liggen of aan het feit dat dieren ook groter worden). Bij de bovenste gecko is goed te zien dat hij ooit zijn staart verloren is; de patronen en kleuren veranderen.

Omdat we zo gefocust op zoek waren naar beestjes in bomen zie je ook veel andere wildlife. Overal waar ik keek zag ik tree weta, motjes, kakkerlakken, gigantische spinnen en wandelende takken.


Wandelende takken

Het was duidelijk paar seizoen voor de wandelende takken. Overal zagen we de grotere vrouwtjes met daarop (op de foto hangen ze op de kop) de kleinere mannetjes. De wandelende takken komen in alle kleurcombinaties en in verschillende patronen; groen, bruin, beige, effen of met strepen. De rode oksels van het vrouwtje geven aan dat ze een geslachtsrijpe leeftijd bereikt heeft.

In een flits zagen we zelfs nog een kiwi in de struiken verdwijnen. Bij terugkomst bij het huis zei ik gedag tegen Chris en Manu en heb ik in mijn eentje nog even genoten van wederom een grote massa blauw, oplichtent water. Ik krijg nooit genoeg van de pracht van Noctiluca.

 

Na al deze avonturen zit mijn tijd in Tawharanui er alweer op voor nu. Het was erg bijzonder om de afgelopen tijd (meestal alleen) in het huisje aan de lagoon te wonen. Ik hoop dat ik gauw weer de bush in ga, want ik merk dat het een stuk moeilijker is om weer in de stad te leven na al die wildernis.

 

 

 

A steep curve and significant increase in rate of decline

Auckland, 15 januari 2011

Begin deze week ben ik weer voor het eerst naar het lab van Massey University geweest. Ik heb weer veel oude bekende gezien, maar ook veel nieuwe Msc en Phd studenten ontmoet. Dit was een goede kans om iedereen te laten weten dat ik graag de bush in gestuurd word om te helpen met hun veldwerk. Zo heeft Dianne (de associate professor van de afdeling Ecology & Conservation) mij voor lange tijd op Tiritiri Matangi Island geboekt. Wanneer ik er heen mag weten we nog niet, maar er is in ieder geval een bed voor mij beschikbaar. Verder heb ik met mensen gesproken over de mogelijkheden om te assisteren in pinguin-, papegaai-, hagedissen- en apenwerk. Concrete plannen kan ik pas maken als Weihong aankomende week terug is, maar de contacten zijn in ieder geval gelegd.

Ondertussen heb ik mij op het lab nuttig weten te maken. Manu, een afgestudeerde Phd'er, heeft gedrag onderzoeks gedaan naar gecko's. Deze 100 gecko's, samen met net zoveel skinks, worden in het lab en in kooien buiten gehouden. Ik heb mooi kunnen helpen met het voeren van de beesten en het verschonen van de verblijven. Verder waren er nog 3 grote buitenkooien waar skinks in gezeten hadden die helemaal uitgeruimd en ontsmet moesten worden. De skinks zijn enige tijd geleden succesvol geherintroduceerd in het wild. Wel waren zij drager van salmonella (niets ernstigs, in de natuur zijn een hele hoop wilde dieren besmet met ziekten zonder dat er enig verschijnsel optreed) en daarom moeten hun oude verblijven eerst met antiviral en antibacterieel spul worden geschropt. Ook heb ik een groot deel van de week onkruid kunnen wieden rond de gecko verblijven. Lekker buiten in het zonnetje met flink wat zonnebrandcreme op. Nog geen echt veldwerk gedaan, maar het voelt goed om me nuttig te maken.

Natuurlijk heb ik ook gezorgd voor de nodige ontspanning. Ik kreeg een berichtje van Lis en Jarrod (met Lis heb ik vorige keer veel geassisteerd in het veldwerk van Luis' kakariki onderzoek, Jarrod is haar vriend) dat zij, na 2 jaar in Australie gewoont te hebben, weer even in Nieuw Zeeland zijn. Dit was een mooie kans om weer even met oude vrienden af te spreken. Om herinneringen op te halen zijn we weer naar de Waitakere Ranges (een gigantisch natuurgebied ten westen van Auckland) geweest om onder een waterval te zwemmen. Het was een prachtige bushwalk stroomopwaarts langs een riviertje. Overal waren kleine stroomversnellinkjes en prachtige jungle.


Een kleine waterval in de Waitakere Ranges


De eerste waterval, hier eindigt het pad

Later kwamen we bij de eerste grote waterval, na deze flinke klim was het erg verleidelijk om alvast in het water te springen, maar we wisten dat er hogerop een nog mooiere plek was. Een plek voorbij de aangegeven paden die een stuk minder makkelijk te bereiken was. Na een korte rust begonnen we aan de zware klim. Sommige stukken moesten we in feite verticaal omhoog klimmen met uitstekende boomwortels als enige houvast.


Jarrod en Lis klimmen omhoog

Na deze zware klim kwamen we bovenaan de eerste waterval uit. Springend over gigantische rotsblokken en langs oude omgezaagde Kauri boomstammen, klimmend langs nog wat steile stroomversnellingen hadden we eindelijk de diep in de jungle verstopte waterval bereikt. Omgeven door jungle aten wij onze onze lunch op de rotsen die een vredig klein vijvertje omsloten. Aan de ene kant kwam het water van een steile rotswand naar beneden gestort en aan de andere kant stroomde het via een soort natuurlijke glijbaan weer weg.


De tweede waterval na een stijle klim langs boomwortels en over rotsblokken

Voordat we het verkoelende water in gingen hebben we ons als een stel kleine kinderen vermaakt met boot races houden. Ieder kiest zijn boot, een tak of blaadje of gecombineerde creatie uit de bush, en laat deze tegerlijk in de stroomversnelling vallen. Het bootje dat als eerst veilig beneden in de vijver verder drijft is de winnaar.


Lis en Jarrod laten hun "bootje" te water

Natuurlijk kon ik het niet laten om ook nog even te proberen naar de top van deze waterval te klimmen. Door de bush zocht ik naar manieren om hogerop te komen maar het werd op een gegeven moment te steil en te onverantwoord om verder te gaan. Het was mij nog wel gelukt om halverwege de waterval, op een vlak plateau, te komen maar hoger zat er niet in.
Ik klom weer naar beneden waar we ons alle drie klaar maakten voor een plons in het water.

Het water was toch wel vrij koud en echt lang konden we niet zwemmen, maar we hebben ons prima vermaakt met erin plonsen en er gauw weer uit klimmen. Lis en ik waagde ons zelfs tot onder de waterval. De foto's zijn erg misleidend, hoewel het er super tropisch uitziet (ook in het echt), is het water echt harstikke koud.

We lieten nog enkele vaarwel bootjes van de stroomversnelling afdalen en begonnen toen aan de afdaling. Weer terug langs het beekje en springend van rots naar rots kwamen we bij de super steile helling die ons naar de eerste grote waterval zou brengen. Net als omhoog waren er twee routes naar beneden; de relatief tamme en de steile. Met avontuur in mijn bol besloot ik rechts via de steilse kant naar beneden te gaan. Het eerste stukje was geen probleem, hangend aan boomwortels. Ik gleed gecontroleerd een minder steil stukje naar beneden waar ik verwachtte nieuw houvast te krijgen. Helaas was er geen boom of steen om mij aan vast te houden en gleed ik zo pardoes het steilste stuk in. Mijn neerwaartse snelheid werd direct een stuk hoger toen de grond minder grip bood en de zwaartekracht meer grip op mij kreeg. Op mijn kont gleed ik met hoge snelheid naar beneden. De ene na de andere tak schoot aan mijn handen voorbij. Mijn camera stuiterde op mijn buik heen en weer terwijl mijn kont over de oneffen modder en steenwand gleed. Ik viel inmiddels zo snel naar beneden dat het bijna een vrije val geworden was. Vlak boven de rotsvloer bij de waterval hing een horizontale hangende boom onder mij. In volle vaart vloog ik er op af. Ik zette mij schrap voor zover dat mogelijk was in deze vrije val en gleed langs de boom. Met armen zwaaide zich razendsnel om de stam heen en hielde zich zo stevig mogelijk vast. De rest van mijn lichaam gleed nog een stuk door totdat ik gestrekt onder de boomstam hing, mijn benen bungelden onder mijn lijf in het niets. Ik slingerde zodat ik mijn voeten weer op kleine randjes op de steile helling kon zetten. Wonder boven wonder had ik slechts oppervlakkige schrammen op mijn ene arm en ondiepe kras op mijn been. Ook mijn camera heeft het gestuiter zonder schade overleefd. Direct barste ik in lachen uit na mijn spectakulaire glijbaan richting de rotsen onder mij. Van boven hoorde ik de bezorgde stem van Lis en Jarrod roepen of ik in orde was. Ik was te hard aan het lachen om te antwoorden, maar de echo van mijn lach was antwoord genoeg. Van beneden af observeerde ik het glij spoor op de steile helling. Het ging letterlijk recht naar beneden op sommige stukken en ik moet zeker 10 meter naar beneden gegleden zijn voordat de boomstam mijn val brak. Vijf minuten later kwamen Lis en Jarrod pas beneden aan waar we nog lang nagelachen hebben om dit avontuur. Vanuit hun perspectief gleed ik vlak onder hen weg om achter struiken te verdwijnen waarna zij alleen nog maar het geluid van mijn val actie konden volgen. De hele weg terug door de jungle hebben we nagenoten van het hele avontuur; van lekker zwemmen en kinderlijk bootje racen tot vervaarlijk de diepte in storten.

Na gedag te hebben gezegd ben ik met de bus weer terug naar huis gegaan. ‘s avonds was ik door Manu uitgenodigd om te komen eten met haar en Monique; nog meer oude vrienden bezocht dus. Het was weer lol als van ouds. Manu's vriend Chris, die op Massey onderzoek gedaan heeft naar wilde gecko's, heeft in de achtertuin kooien met inheemse gecko soorten staan. Dit zijn dieren die onderdeel zijn van een fokprogramma om uiteindelijk de nakomelingen weer in het wild te zetten. Een mooie kans voor mij om 3 prachtige inheemse soorten op de foto te zetten.


Northland green gecko (Naultinus greyii). Dit is een dag actieve gecko soort die alleen in het uiterste noorden van Nieuw Zeeland's noord eiland voor komt. Ze leven vooral in het bladerdak van bomen als Manuka en Kanuka . Ze kunnen volledig groen zijn, maar ook getekent zijn met bruine en gele vlekken.


Forest gecko (Hoplodactylus granulatus). Een vooral nachtactieve gecko die met zijn bruin-grijze patronen enorm goed gecamoufleerd is op boomstammen waar ze overdag vaak een schuilplaats zoeken. ‘s Nachts gaan zij op zoek naar voedsel tussen de bladeren op de grond. Deze soort is verspreid over bijna heel Nieuw Zeeland, maar toch niet veel voorkomend.


Green gecko (Naultinus elegans). Zoals de naam suggereert is dit een groen gekleurde gecko soort. Zeldzaam is de fel gele variant zoals deze. Ze komen over het gehele Noord eiland voor, behalve in het uiterste noorden. Behalve in uiterlijk en verspreiding komen zij in hun biologie redelijk overeen met de Northland green gecko.

Na het fotograferen van de gecko's en het avond eten zijn we naar Long Beach gegaan voor een korte avondwandeling over het strand.
Het is weer een geweldige week geweest in het Nieuw Zeeland zoals ik het ken van 2 jaar geleden. Laat de rest van de avonturen maar komen.

Knuffels en Groeten van Jordi

 

Getting freaky on Waiheke

Auckland, 10 januari 2011

Tijd voor een bezoekje aan een eiland. Veel van de eilanden in de Hauraki Gulf heb ik al eens bezocht, op de meeste heb ik ook veldwerk gedaan. Maar dit waren toch vooral de wilde, onbewoonde  eilanden, daarom vond ik het nu tijd om eens een bewoond eiland in de Hauraki Gulf op te zoeken: Waiheke island.

Slechts 40 minuten varen en ongeveer 17 kilometer ten noord oosten van downtown Auckland ligt het eiland Waiheke (92m3, 19,3km lang). Het is het op een na grootste eiland in de Hauraki Gulf en het dichtst bevolkte eiland van Nieuw Zeeland. Ondanks dat is het toch een oase van rust buiten de dorpjes. Er wonen ongeveer 8000 mensen en in de zomer komen hier nog zo'n 3400 bij die hier een vakantiehuis hebben. In feite is het, als populaire vakantie en weekend bestemming vlak buiten de grote stad, best vergelijkbaar met ons eigen Texel... Totdat de foto's komen.

Het "binnenland" van Waiheke heeft veel olijf- en wijngaarden, maar waar het mij om ging was de ruige kustlijn. Waiheke heeft 133,5 km kustlijn waarvan 40 km strand. Mijn wandeling bracht mij vanaf de haven van Matiatia in het westen, via de kust noordwaards naar het grootste dorpje Oneroa en weer terug. Dit is slechts een een minuscuul hoekje op het eiland als je het op de kaart bekijkt, maar ik heb dan ook flink de tijd genomen om te genieten van de kleine, verlaten baaitjes en hoge uitzichtpunten. Natuurlijk heb ik een hoop foto's van rotsen en seasides gemaakt, maar ik zal jullie niet met teveel willekeurige rotskusten vervelen.


Ruige kust net om de hoek van Matiatia wharf, links in de achtergrond ligt Motuihe island, rechts Motutapu met daarachter de piek van Rangitoto island.


Island bay

Zo nieuwsgierig als ik ben probeerde ik natuurlijk bij elk baaitje naar beneden te klimmen om in elk gaatje en waterhole te zoeken naar leuke beesten. Meestal lukte het om omlaag en weer omhoog te klimmen, maar soms moest ik de verstandige keuze maken om het toch maar niet te proberen. Gelukkig staat dit hier en daar ook wel eens aangegeven met borden.


Be afraid, be very afraid...

Toch waren de rotsklim beproevingen nog niets vergeleken met de vijandigheid van de natuur in de bossen van Waiheke. Overal op het eiland (ook op het vaste land trouwens) word ik de hele dag toegezongen door het tjirpende en ploppende geluid van duizende cicaden; een soort kruizing tussen krekel, bladluizen en wantsen. Deze insecten soort is ongeveer zo groot als het bovenste kootje van je duim en wanneer zij hun vleugels spreiden om te vliegen zijn zij best indrukwekkent.
Het grootste deel van de wandeling hoorde ik hen alleen. Hier en daar zag ik een huidje hangen van een vervelde cicade, maar meer ook niet.


Cicade huid

Maar, toen ik het bos kwam sloeg de stemming van de cicaden in eens om. Het ene moment hoorde ik niets, maar daarna werd ik plots besprongen door een luid tjirpende cicade die recht op mij af kwam. Ik wist hem net te ontwijken en liep rustig verder. Niet veel later gebeurde hetzelfde, maar dit keer werd ik belaagd door twee van deze beesten. Ook nu wist ik hen te ontwijken, maar de belaging was nog maar net begonnen. Terwijl ik verder liep sprongen er regelmatig 1 of meer cicaden mijn kant op. Het begon er nu toch echt op te lijken dat ze bewust op mij aan het richten waren. Op een gegeven moment zag ik er een vanuit mijn ooghoek naar mij springen. Ik bukte en was in de veronderstelling dat ik ook deze ontweken had totdat ik vlak naast mijn oor luid getjirp hoorde. Het beest zat in mijn haar. Op dat moment sprong er nog een mijn kant op en knalde tegen mijn hoed aan. Ik deed mijn hoed af en haalde het eerste beest uit mijn haar toen een derde cicade recht in mijn gezicht sprong en via mijn wang weer terug stuiterde. Hoewel ik wist dat deze beesten in principe geen kwaad kunnen maakte deze aanvallen mij toch wel lichtelijk zenuwachtig. Gelukkig kwam ik even later ongedeerd het bos uit, de cicaden hebben hun territorium met succes verdedigd.

Behalve insecten heb ik natuurlijk ook van het vogelleven kunnen genieten. Hier een paar die ik ben tegengekomen op Waiheke.


Karuhiruhi (Phalocrocorax sp.), Pied shag, Aalscholver. Een primitieve vis etende vogel. Ze duiken vanuit vlucht onder water om met hun gehaakte snavel vis te vangen. Hun vleugels hebben echter geen goede vetlaag zoals eenden of Jan van Genten om water af te stoten, hierdoor hebben zij na het duiken moeite met vliegen. Daarom staan zij vaak met gespreide vleugels in de zon om hun veren te drogen.


Pukeko (Porphyrio porphyrio), purple swamphen. In mijn ogen een van de grappigste vogels van Nieuw Zeeland. Ze lopen als een grote kip en vliegen niet veel beter. Ze hebben altijd enorme moeite om de lucht in te komen, maar hebben er wel altijd haast bij. Dit gaat vaak gepaard met botsingen tegen bomen, struiken of hekken. Ondanks hun destructieve gedrag komen zij toch veelvuldig voor in Nieuw Zeeland en worden zij ook actief bejaagd om populaties in toom te houden.


Tauhou (Zosterops lateralis), Silver eye. Een klein vogeltje dat slechts 13 gram weegt. Waarschijnlijk is deze soort over komen vliegen/waaien vanuit Australie rond 1832. Ze eten vooral insecten, fruit en nectar maar zijn enorm opportunistisch. Een prachtig klein vogeltje om te zien.


Pine trees op Motuihe island

‘s Avonds nam ik de boot vanaf Matiatia bay weer terug naar Auckland. Terwijl de boot langs Motuihe Island voer ging achter Auckland de zon onder. Wat een dag...


Sun sets over Auckland

 

 

Vulcanoes in the city

Auckland, 8 januari 2011

Het is nog maar mijn 4de dag in Nieuw Zeeland, maar het lijkt erop dat ik het grootste deel van mijn jet-lag al kwijt ben. Ik word nog wel vroeg wakker en ben rond 10 uur ‘s avonds vrij moe, maar daar is alles ook mee gezegd. Van 2,5 jaar geleden herinner ik mij nog dat ik ruim 2 weken last gehad heb van de jet-lag; midden op de dag in slaap vallen om ‘s nachts klaar wakker te zijn en bijna geen eetlust. Ik denk dat het ook wel veel verschil maakt dat ik nu lekker rustig een huis voor mijzelf heb in plaats van dat ik een kamer in een hostel moet delen.


Bloemen van de Pohutekawa boom

Ondanks dat ik het rustig aan doen ga ik natuurlijk ook niet stil zitten. Donderdag heb ik in Glenfield en Hillcrest (2 kleine buitenwijken aan de North Shore van Auckland) rond gehangen. Ik ben een paar keer naar het winkelcentrum op en neer geweest. Om er voor te zorgen dat ik de komende 6 maanden een beetje contact kan houden met het thuisfront heb ik een laptop en telefoon aangeschaft (telefoonnummer is op verzoek te verkrijgen bij pap en mam). Later op de dag heb ik mij vermaakt met een bush wandeling in het Eskdale reserve; een stukje wilde jungle slechts 5 minuten van Weihong's huis vandaan. Het is groot genoeg om even lekker weg te zijn uit de stad. Nu voelt de North Shore zowiezo niet al seen stad; overal stikt het van de vogels en bomen. Het is echt een super groene wereld hier.


Eskdale reserve

De volgende dag besloot ik om natuur en cultuur met elkaar te combineren. Ik heb de bus naar Devonport gepakt; de "kroon juweel" van Auckland. Devonport is een buitenwijk die net ten noorden van downtown Auckland ligt en vanaf daar te bereiken is met een 10 minuten durend veerboot ritje. Maar aangezien ik van het noorden kwam kon ik gewoon de bus nemen. Devonport heft (voor Nieuw Zeelandse begrippen) veel oude gebouwen, maar nog indrukwekkender zijn de twee vulkanen die er midden in liggen; Mt. Victoria en North Head. De beide vulkanen bieden een spectaculair uitzicht op de omliggende landmarks die aan de ene kant gedomineerd wordt door de skyline van Auckland en aan de andere kant door de meest iconische vulkaan uit de regio; Rangitoto island.
Mijn wandeling bracht mij eerst door het oude Devonport met zijn 18de eeuwse winkelstraat, kerkjes en begraafplaatsen.


St. Paul's Presbyterian Church uit 1917

De winkelstraat achter mij latend begon ik mijn klim naar de top van Mt. Victoria. Zowel North Head als Mt. Victoria zijn maar kleine vulkaantjes, dus de klim duurde niet erg lang. In Auckland, tussen alle woonwijken in, staan zeker een dozijn van deze kleine vulkaantjes. Allen zijn ze al lang niet meer actief geweest, de meeste hebben zelfs geen zichtbare krater meer en zijn volledig met gras overgroeid. Toch zijn op sommige plekken bij de kust de oude lavastromen nog te zien.


Uitzicht vanaf de helling van Mt. Victoria over downtown Auckland

Vanaf het uitzicht op Auckland wandelde ik verder, cirkelend rond de helling van Mt. Victoria op weg naar de top. Even later kwam ik aan de andere kant van de kleine vulkaan waar ik van een ander contrasterend uitzicht kon genieten.


Rangitoto island

Dit is het jongste eiland in de Hauraki Gulf. Slechts 700 jaar geleden is dit 260 meter hoge eiland uit de zee ontstaan na een serie vulcanische uitbarstingen. Het eiland is bijna overall vanaf de Auckland region (en ook vanaf veel andere delen van Nieuw Zeeland's Noord eiland) te zien en is daarom een waar icoon geworden.

Na weer afgedaald te zijn liep ik via het strand en later een rotskust door naar North Head, de tweede vulkaan van Devonport om wederom te genieten van het uitzicht over eilandjes als Motuihe, Motutapu, Waiheke, Browns en zelfs in de verte Tiritiri Matangi; veel eilandjes die ik mijn vorige avontuur al heb bezocht en vast weer ga bezoeken in de komende tijd.

Onderweg ben ik natuurlijk ook nog wat wildlife tegengekomen, wel valt mij op dat het in de stad vooral de exoten zijn die het meest voorkomen, de inheemse soorten zijn toch meer op de eilanden te vinden. Hier alvast twee exoten:


De Indische Myna bird (Acridotheres tristis). Door de IUCN uitgeroepen tot 1 van de enige 3 vogels in de lijst van 100 ergste invasieve soorten. Rond 1870 is deze vogel voor het eerst in Nieuw Zeeland geintroduceerd en sinds dien hebben zij zich over het hele land verspreid. Ze zijn vooral een probleem omdat zij zeer territoriaal en agressief naar andere soorten zijn, hierdoor verdrijven zij veel inheemse soorten.


De Australische Eastern rosella (Platycercus eximius). Geintroduceerd in Nieuw Zeeland in 1910 nadat een schip met de vogels aan bord de haven niet in mocht. Na het vrijlaten van deze vogels net buiten de kust mochten zij de haven wel in. De eastern rosella is nu de meest voorkomende parkietsoort in het land, maar het is nog niet geheel duidelijk of zij schade toebrengen aan inheemse soorten of slechts een open niche in het ecosysteem opvullen.

In mijn ogen is het wel duidelijk geen Nieuw Zeelandse soort. De dieren hier zijn over het algemeen niet super uitbundig gekleurd. Tropischere soorten zijn dit vaak wel, vandaar waarschijnlijk dat de rosella zo'n opvallende vogel is in Nieuw Zeeland.

 

Terwijl ik dit zit te schrijven op de veranda merk ik dat de zon steeds hoger komt te staan en de schaduw plekjes schaarser worden. Jullie zijn nu in ieder geval weer helemaal op de hoogte van mijn activiteiten sinds aankomst in dit mooie land. Ik ga nu weer even een lekker wandelingetje maken en mijn volgende activiteiten plannen.

Knuffels en groetjes van Jordi



 

 

The sweet arrival

Auckland, 6 januari 2011  

Daar zit ik dan eindelijk weer in Auckland, New Zealand na een vlucht van meer dan 24 uur.
Op schiphol werd ik uitgebreid uitgezwaaid door de familie. In de rij bij de douane, elke keer als ik omkeek, schoten er 10 paar handen de lucht in om te zwaaien. Ik had duidelijk het grootste afscheidscomitee daar, het zag er erg grappig uit.
Even later zat ik in het vliegtuig en taxieden we richting de take-off zone totdat het vliegtuig vreemde geluide begon te maken. Vooral in de bochten begon alles onder ons te piepen en te kraken. Al gauw klonk de stem van de kapitein door de intercom dat we terug naar de gate moesten om dit te laten onderzoeken. 2 uur later kregen we te horen dat de technische dienst een onderdeel vervangen had en dat we alsnog met dit toestel konden vertrekken.
We hadden flinke wind mee en daarmee het grootste deel van de vertraging weer ingehaald toen we bij Sjang Hai airport aankwamen. Vanaf hier was ik in no-time ingecheckt voor de vlucht naar Auckland en zonder problemen 11 uur later geland. Het was 6.15 uur in de ochtend, snel door de bio-security check heen en op de bus naar downtown Auckland. De lucht ruikt hier heerlijk zoet, overal staan bomen in bloei, de temperatuur ligt rond de 20 graden, het voelde (nog steeds) heerlijk. Vanuit de bus keek ik mijn ogen uit naar alles wat ik de afgelopen 2 jaar zo heb gemist. Links van me stonden hele heggen van flax en cabbage trees en rechts zag ik mijn eerste pukeko's (vogels) al langs de weg lopen. Ook downtown Auckland voelde meteen erg vertrouwd en ik wist precies hoe ik naar mijn bushalte moest lopen. Helaas begreep de ene na de andere bus chauffeur niet waar ik heen wilde en werd ik 2 uur lang van de ene naar de andere halte gestuurd (terwijl ik ervan overtuigd was dat mijn eerste keus de juiste was). Uiteindelijk toch een bus gevonden die de goede kant op zou moeten gaan; bleek het dat deze bus mij naar de straat "Hillcrest" bracht in plaats van de wijk... Gelukkig kwam de omgeving mij nog wel bekend voor en heb ik vanaf daar gauw een bus gevonden die wel naar de wijk "Hillcrest" ging. Toen we de wijk inreden herkende ik het gelijk en begon mijn hart sneller te kloppen in excitement. Ik stapte de bus uit en was eindelijk aangekomen.

Weihong had gelijk de lunch klaar staan en is daarna zelf vertrokken om 10 dagen op vakantie te gaan. In de tussentijd heb ik het huis voor mij alleen en heb ik twee katten om te verzorgen. Zelf ben ik na de lunch (om 13.00uur) gelijk naar bed gegaan en pas 17 uur later (6.00 uur 's ochtends) werd ik wakker, klaar voor mijn eerste dag.

Ik zit nu achter de computer in het torenkamertje. Door het open raam naast mij komt de sterke zoete geur van de bomen naar binnen. Vanaf hier lijk ik al in de jungle te zitten, het is ongelovelijk hoeveel bomen er hierr staan; flax, cabbage trees, pohutekawa en de typerende (hoewel exotische) pine-trees die in de tijd van Captain Cook (die het grootste deel van Nieuw Zeeland heeft ontdekt) een symoblische christelijke status hebben gekregen vanwege de sterke overeenkomst met het kruis. Tussen de vele bomen door kan ik nog net een stukje Hauraki Gulf zien met de helling van Rangitoto Island (een vulkaan). De lucht is grijs en het miezert een beetje, maar het ziet er alsnog prachtig uit. Ik ben al helemaal in mijn element.

Uitzicht vanaf de torenkamer; in het midden het kruis van de Pine tree en daar direct achter de helling van Rangitoto island.

 

The 2nd chapter begins

Purmerend, Maandag 3 januari 2011

Vandaag is het zo ver; de reis gaat beginnen. Over ongeveer 7 uur begint mijn vliegtuig met taxien en 24 uur later zal ik hopelijk in Auckland staan. Momenteel is er een tijsverschil van precies 12 uur met Nieuw Zeeland waardoor op de klok mijn reis wel 36 uur zal duren. Ook is het op het zuidelijk halfrond net zomer geworden, de temperaturen in Auckland lopen al richting de 25 graden celcius.

Ik ben er klaar voor! 

 

 

The story continues 

Texel, Zaterdag 18 December 2010  

Hallo allemaal!
Het is alweer een tijd geleden dat ik van mij heb laten horen. Druk met werk op Texel en het voorbereiden van: Een nieuwe reis naar Nieuw Zeeland.

Op 3 Januari vertrek ik weer naar het land van de lange witte wolk. Al sinds ik terug in Nederland kwam in 2008 verlangde ik er naar weer terug te gaan en nu is het eindelijk zo ver. Wederom ga ik voor Massey University werken. Er zijn twee projecten waar ze mij hard kunnen gebruiken en verder ben ik weer all-round inzetbaar in het veld. Veel veldwerk dus gegarandeerd weer veel mooie foto's, verhalen en avonturen.

Houd de boel hier dus goed in de gaten vanaf 3 Januari en schrijf vooral wat in het gastenboek.
Voor nu, fijne feestdagen en tot ooit!!!