New Zealand Adventures

The stories and adventures of a young boy in the wilderness of New Zealand

No goodbye, just a ´see you soon´...

Purmerend, 4 December 2008

De laatste week heb ik mijn tijd doorgebracht in Auckland. Enkele keren ben ik nog naar Massey University gegaan. Ik werd ´s maandags door Weihong uitgenodigd voor eten, dus ik heb nog een laatste heerlijke chineze maaltijd gehad. Dinsdag had ik een etentje met Monique, Manu en Chris in Monique´s nieuwe huisje, met bijna uitzicht op Tiritiri Matangi Island. ´s Avonds hebben we gezellig mijn foto´s van het Zuid eiland bekeken. Op woensdag besloot ik dat ik dan toch maar de toerist in Auckland moest gaan uithangen. Hoewel ik gedurende mijn stage meestal in de buurt van Auckland was heb ik nooit echt de tijd genomen om touristje te spelen. Ik ben de Sky Tower in geweest (de toren waar ik maanden geleden vanaf gesprongen ben) en heb uitzicht gehad over de eilanden en de Harbour Bridge die naar de North Shore leidt waar Massey University ligt.
Auckland harbour bridge
Harbour bridge vanaf de Sky Tower in Auckland
Ook ben ik door de vele stadsparken van Auckland gewandeld en heb ik Mount Eden, 1 van de velen vulkanen in Auckland, beklommen.
Donderdags moest ik nog wat spullen bij Dianne ophalen en ook door haar werd ik uitgenodigd om te blijven eten met haar en haar familie, het was fijn om weer in hun gigantische huis te zijn met al die gezelligheid om mij heen.

Zo vloog de week om en zei ik afscheid na afscheid. In mijn laatste weekend had ik echter nog wel wat leuks geplanned. Op Zaterdag ging ik met de trein naar het westen waar de Waitakere Ranges liggen; een natuurgebied met het formaat van Auckland. Lis heeft daar nu inmiddels een baan en met haar en haar vriend Jarrod hebben we een lange wandeling door het prachtige gebied gemaakt. We liepen langs een beekje totdat we bij een watervalletje aankwamen. Vanaf daar klommen we via een onoficieel pad omhoog om even later bij een tweede watervalletje uit te komen. Het was super rustgevend omdat niemand dit pad omhoog kent (maar aangezien Lis hier nu werkt heeft ze natuurlijk inside information). Bij het tweede watervalletje hebben we onze lunch gegeten om daarna een duik in het water te nemen. Het is toch wel erg bijzonder om onder een waterval te zwemmen.
Waitakeres

Velen malen sprongen we in het water en de eerste paar keer voelde het zo koud, het was net alsof iemand me met een knuppel overal geslagen had. Gelukkig wende de temperatuur van het water na een paar sprongen en hebben we heerlijk heen en weer gezwommen. Op de teruweg naar Auckland hebben we een typisch Nieuw Zeelands ijsje gegeten waarna ik ook van Lis en Jarrod afscheid moest nemen.

Zo brak zondag, mijn laatste dag in Nieuw Zeeland aan... ´s middags had ik lunch met Monique in Parnell, een gezellige buitenwijk van Auckland (waar ik overigens de hele week in een hostel verbleef). Na de lunch zijn we naar Mission Bay gereden; 1 van Auckland´s meest populaire strandjes met een prachtig uitzicht over Rangitoto eiland, de iconische vulkaan die overal vanaf Auckland te zien is, maar het uitzicht gaat nooit vervelen.


Monique en ik met Rangitoto Island in de achtergrond

Vanaf daar reden we naar het busstation waar ik echt voor de laatste keer afscheid moest nemen. Ik kreeg nog een leuk tasje met kaart en cadeautje van d´r mee en vertrok met de bus naar het vliegveld.
Ik heb een geweldige tijd gehad in Nieuw Zeeland, vooral dankzij alle leuke mensen die ik tijdens mijn stage heb ontmoet. Afscheid nemen is nooit leuk, maar de herinneringen die ik hier met deze mensen heb opgebouwd zullen mij altijd bijblijven, daarom kon ik in de bus niets anders dan glimlachen terwijl ik terug dacht aan alle geweldige avonturen.

Na een lange vlucht van 28 uur kwam ik uitgeput weer in Nederland aan waar ik hartelijk werd verwelkomt door bijna mijn hele familie, compleet met spandoeken en posters. Het is goed om weer thuis te zijn. Vandaag begint de eerste dag van de rest van mijn leven...
Iedereen harstikke bedankt dat jullie mijn verhalen zo trouw hebben gevolgd en altijd zo leuk in mijn gastenboek, per e-mail en per sms gereageerd hebben, zonder jullie steun was het half zo leuk niet geweest.
Goodbye New Zealand, I´ll see you soon!

As I say goodbye to the land of the long white cloud,
realiseer ik mij dat mijn leven zich nu pas echt ontvouwt

New Zealand Fern

 

 

Land of fire and brimstone

Massey University, 25 November 2008

Zoals je ziet ben ik inmiddels weer terug op mijn oude vertrouwde plekje in Massey University. Het is fijn om iedereen nog een laatste keer te zien, maar toch ook wel een beetje triest dat dit de laatste keer is. Het afscheid is nu toch echt aangebroken.
Maar eerst meer over mijn avonturen van de afgelopen weken. Velen zeggen dat het Zuid eiland veel indrukwekkender is dan het Noord eiland dus, na al die pracht in het zuiden gezien te hebben, had ik geen hoge verwachtingen van het Noord eiland. Maar wederom heeft dit land mij met haar pracht weten te verbazen, keer op keer.

Na Nelson was het nog niet meteen tijd om naar het Noord eiland te gaan. Eerst kwam ik nog in Picton aan. Picton is een klein dorpje, de toegangspoort tot het Zuid eiland die gevormd wordt door de prachtige Marlborough Sounds. Bij aankomst heb ik een halve dag in de brandende zon gewandeld in de buurt van het dorp. Gelijk zag ik al talloze prachtige fotomomenten:

blauwe lucht, helder blauw water en groene heuvels. De dag erna ben ik met een watertaxi naar Motoura Island gegaan, een kleine bird sanctuary. Ookal heb ik de vogels die hier leven al talloze keren gezien, de zang van de bellbird en de territoriale displays van de robins blijven erg bijzonder.

Robin
Na een korte wandeling op het eilandje werd ik weer opgepikt door de watertaxi en aan de overkant op het vaste land, in het midden van de Queen Charlott Sound, gedropt. Onderweg op het water zag ik een flinke groep zee vogels in het water duiken, en dit betekent meestal dat er dolfijnen in de buurt zijn. De watertaxi vaarde richting de vogels en al gauw doken de eerste dolfijnen op. Sommige dolfijnen leken erg vreemde finnen te hebben en het was niet totdat ik door mijn telelens keek dat ik er achter kwam dat we hier niet alleen met dolfijnen te maken hadden, maar ook met fur seals. De twee waterzoogdieren jagen hier samen op vis. Wederom een unieke wildlife ervaring!
Shipcove was een van Captain Cook's (de ontdekker die Nieuw Zeeland in kaart gebracht heeft) favoriete landingsplekken en hier begon mijn wandeling in de Marlborough Sounds. Een 5 uur durende wandeling bracht mij langs prachtig kleine watervalletjes, weelderige jungle en kustlijn met het meest blauwe water dat ik ooit gezien heb.

Marlborough Sounds
Onderweg kwam ik ook nog een Weka chick en Paradise shellduck familie tegen. De vogels hebben jonkies, de zon staat hoog in de lucht, het ziet er naar uit dat de lente nu echt begonnen is. Gelukkig is de koele zeebries altijd aanwezig om mij af te koelen.

Paradise shellduck met chicks

Na mijn wandeling door de prachtige Marlborough Sounds was het tijd om afscheid te nemen van het Zuid eiland en de 3 uur durende boottocht van Picton naar Wellington, Nieuw Zeeland's hoofdstad, te nemen. Het schip dat mij overbracht was zo gigantisch groot, je merkt haast niet dat je op het water zit, geen golfje dat deze boot van zijn koers doet afwijken. Dat was eigenlijk al een vrij unieke ervaring opzich na al mijn eiland avonturen met kleine, schommelende, zeeziek-makende bootjes.
Na enkele weken op onbewoonde eilandjes en in pitoreske dorpjes geleefd te hebben was het wel even een cultuurshock toen ik in Wellington aankwam. Hoewel Wellington lang zo groot niet is als Auckland voelt het toch zeker wel als een echte stad. Veel mensen, grijze gebouwen en verkeer vlogen me om de oren. Maar al gauw wist ik van de drukte van de stad te ontsnappen en heb ik mijn tijd gevuld in het Te Papa museum en de botanische tuinen. Het museum is gratis (dat spreekt me gelijk al aan) en heeft een grote varieteit van tentoonstellingen. Natural history; wildlife, maori cultuur, vulkanische activiteit; moderne kunst; en vele kleine tijdelijke tentoonstellingen over Nieuw Zeeland. Erg leerzaam en toch ook wel leuk om iets over de cultuur te leren na mijn 'over'dosis aan natuur.
Met de cabelcar ben ik heuvelopwaarts naar de botanische tuinen gegaan. Per ongeluk heb ik voor de cabelcar een studententicket gekocht in plaats van een vol tarief. Pas achteraf realiseerde ik mij dat ik allang afgestudeerd ben en dus geen student meer ben... Maar ik ben ermee de heuvel op gekomen!
Hoewel ik geen hoge verwachtingen van de botanische tuinen had (ik had immers maanden geleden de tuinen in Hamilton gezien) werd ik hier verbaasd door een oase aan rust in de drukke stad. Prachtige Australische-, Mexicaanse-, Nieuw Zeelandse-, rozen- en kruidentuinen kleurden het landschap in alle kleuren van de regenboog.

Mexican garden
Schattige paviljoentjes boden mij schaduw en een goede plek om uren te genieten van de rondzwemmende eenden in de duckpond en de rondvliegende kaka, kereru, mussen, merels, spreeuwen, duiven, vinken en tui.
Later die dag besloot ik om toch ook maar een beetje sightseeing in het centrum te doen. Wellington is een stad van film en kunst en overal zie je dan ook mensen die deze hobby op hun eigen manier uitoefenen. Ook heeft Wellington veel interessante architectuur, echter kent de stad zowel prachtige gebouwen, gebouwd in oude stijl, als de meest afgrijzelijke, moderne, architectonische monsters; een interessante combinatie...
Mijn avondmaal heb ik gegeten bij de waterfront met de ondergaande zon in mijn rug.

Gelukkig, het was weer tijd om de wildernis op te zoeken. Hoewel het Noord eiland geen wildernis kent zoals ik deze op het Zuid eiland heb gezien, vond ik er toch veel unieke en net zo prachtige landschappen. Met de bus reisde ik noordwaarts langs de oostkant van Tongariro National Park, het vulkanische park waar ik in mijn eerste twee weken in NZ geweest ben. Nog steeds kan ik geen genoeg krijgen van het uitzicht over de vulkanen, vooral nu zij met sneeuw bedekt zijn.

Mount Nagaruhoe - Zo prachtig, zo enorm, zo indrukwekkend... *zucht*...
Mijn eerste stop na Wellington was Lake Taupo, het grootste meer in Nieuw Zeeland (20km bij 30km als ik het mij goed herinner). Het meest interessante aan dit meer vind ik dat onderzoekers onlangs een vrij schokkende ontdekking hebben gedaan. Dat het Noord eiland veel vulkanische activiteit heeft was al lang bekent, maar nu blijkt dat Lake Taupo niet zomaar een meer is, het is een met water gevulde vulkanische krater! De laatste keer dat deze vulkaan is uitgebarsten (honderden of duizenden jaren geleden) waren de schokken voelbaar aan de andere kant van de wereld. Hoewel het meer nu niet veel activiteit meer toont is het nog steeds een levende vulkaan, en als deze vulkaan boem doet, zeg dan maar dag tegen het Noord eiland. Waar het in mijn ogen op lijkt is dat het grootste deel van het Noord eiland een grote vulkaan is, met Taupo als krater. De andere vulkanen in de buurt zijn dan slechts secundaire kraters.

Zonsondergang bij Lake Taupo
Tijdens enkele van mijn wandelingen werd ik al geintroduceerd met de vulkanische activiteit. Een lichte geur van zwavel hing hier en daar in de lucht en enkele riviertjes bleken, na voorzichtig voelen, een temperatuur van 30 tot 45 graden te hebben.
Vanaf Taupo ben ik naar het vulkanische centrum van Nieuw Zeeland gegaan; Rotorua. Voordat ik uit de bus stapte kon ik de intense zwavellucht al ruiken en bij aankomst was deze lucht alleen nog maar sterker. Rotorua is een klein en rustig stadje, maar het is niet zomaar een stadje. Hier en daar, bijna overal, vind je gaten in de grond waar zwavel of waterdamp uit opstijgen. Borrelende modderpoeltjes, stomende meertjes en bijna kokende waterbronnen vind je in het stadspark en hier en daar op het strand is een warm waterbron met geel uitgeslagen rotsen door de grote hoeveelheid zwavel in de grond.
Net buiten Rotorua is een vulkanisch 'pret'park. Hier heb ik de Lady Knox gijser zien uitbarsten. Deze gijser barst eens in de 24 tot 38 uur uit, maar om het publiek te kunnen laten genieten van de uitbarsting hebben de Nieuw Zeelanders een slim trucje ontdekt. Enkele decennia geleden werd dit gebied intensief gebruikt door mijners. De mijners gebruikte het hete water in de gijser om hun kleding met zeep te wassen maar vonden al gauw dat de gijser erg heftig reageert wanneer het water met zeep menkt. Vandaag de dag, rond 10.15uur in de morgen gooit iemand dan ook nog steeds een blokje zeep in de gijser zodat ik kan genieten van een uitbarstende gijser die zijn water meer dan tien meter hoog de lucht in spuit.

Lady knox gijser
Vanaf hier ben ik naar het 'pret'park gegaan. Feitelijk was het hetzelfde als wat ik in het stadsparkje in Rotorua gezien had, alleen hier was het velen malen spektakulairder!!!
Overal waren kraters, diepe gaten in de grond, verspreid. Sommige waren rood gekleurd, andere waren geel of hadden borrelende water of modderpoelen in de bodem. Een krater was gevuld met vel geel water, gekleurd door zwavel en zout.
Het meest beroemde meertje hier is de Champagne pool, een meertje waar constant zwavel en waterdamp uit opstijgt met een rand van diep rood gekleurde stenen onder het water oppervlak.

Champagne pool
Dit soort dingen vind je niet op het Zuid eiland, van de een op de andere dag bevond ik mij in een compleet andere wereld; van de vredige jungle naar de agressieve vulkanische bronnen.
Na Rotorua besloot ik deel te nemen in de ultieme vulkanische activiteit; een wandeling in de krater van een van Nieuw Zeeland's meest actieve vulkanen; White Island.
Hiervoorben ik naar het dorpje Whakatane gegaan en heb ik een tour boot naar het eiland genomen. White Island is zo genoemd omdat het vanuit de verte schijnbaar wit lijkt, niet dat het in mijn ogen wit was, maar goed...
Onderweg dook er plotseling een walvis op, dit was natuurlijk een geweldig verrassing.

Aangezien er geen marine biologen aan boord waren weet ik niet zeker wat voor walvis dit was, maar waarschijnlijk was het een Sei- of Fin whale. Hoe dan ook, zoals alle walvissen was het een gigant!
Na anderhalf uur varen kwam de boot aan bij White Island. Een gemotoriseerd opblaas bootje bracht mij in de krater. Vanwege de hevige uitbarstingen in het verleden is de kraterwand aan een zijde van het eiland volledig verdwenen. Vanaf het water stap je dus gelijk de krater in. Het is zo geweldig en indrukwekkend om in een actieve vulkaan te staan.

White Island
Met een gids wandelde we door de hele krater. Overal stroomde hete, witte riviertjes (gekleurd door calcium) of kwam rook uit de grond. De kraterwand aan de binnenkant heeft prachtige gele, oranje en rode kleuren en continu kan je de vulkaan horen schreeuwen. Kleine openingen in de grond laten grote hoeveelheden water- en zwaveldamp vrij onder grote druk. Het klinkt als een fluitketel, maar dan duizenden keren zo groot en zo gevaarlijk. Hoewel het inademen van de gassen niet echt schadelijk is kregen we toch een gasmasker mee. De zwaveldampen kunnen irriterend werken op je longen en op zulke momenten is het gewoonweg prettiger om je masker op te doen. Bovendien lijken we net aliens op een maanlandschap, dus het is ook nog eens leuk om je gasmasker op te zetten. De reden dat ik een helm op heb spreekt natuurlijk voor zich.

We liepen langs zure kratermeren waar je echt niet in wilt vallen aangezien het water hier nog zuurder is dan zoutzuur. Ook kwamen we langs een helder riviertje waar de gids vertelde dat we het water mochten proeven. Helaas begreep ik niet dat je slechts je vinger in het water dipte en deze moest aflikken en daarom nam ik een grote slok uit de rivier. Ook dit water was vrij zuur (gelukkig slechts net zo zuur als cola), ook was het vrij warm en de smaak was verschrikkelijk. Gelukkig kon ik het uitspugen voordat ik het had ingeslikt, poeh, wat was dat water vies zeg.
In het begin van de 20ste eeuw werkte er mijners op het eiland. Wanneer, door hevig weer, de boot met voedsel en water voorraden niet kon komen waren zij gedwongen dit water te drinken. De werkomstandigheden waren vast verschrikkelijk. Maar dit alles eindigde op een nacht toen de kraterwand los liet van de rest van de vulkaan en het kleine mijnersdorpje volledig vernietigde. De enige overlevende was de kat van de mijners. Toch besloten andere mijners hierna een poging te wagen op het eiland, maar de omstandigheden waren te ruig en de zwavelwinst was niet groot genoeg. Nu liggen er op het eiland alleen nog maar de ruine overblijvselen van het mijnersdorpje. Steen, metaal, plastic; alles op het eiland wordt aangetast en aangevreten door de zure lucht. Schijnbaar zijn er tourgidsen die hun contactlenzen wekelijk moeten vervangen omdat deze vele malen sneller oud worden op het eiland. Iemand heeft ooit een helm in een borrelende modderpoel laten vallen. Enkele weken later werd deze helm weer uitgespuugd. Al het kleurpigment was verdwenen en de harde helm was omgetoverd in een zacht, flexibel en vormloze substantie.
Na zo dichtbij al deze vulkanische activiteit geweest te zijn realiseerde ik me pas hoe levend de wereld is. Het zijn niet alleen de dieren en de planten die de wereld levend maken, steen, water en de hele planeet zijn continu in bewegen. Ze vormen het land, creeeren nieuw land of vernietigen bestaand land. Het is moeilijk voor te stellen als je in Nederland bent, aangezien de bodem daar niet veel activiteit vertoont, maar de wereld is een levend individu en het lijkt er zelfs op dat de wereld emoties vertoont...

Tijd verstreek snel terwijl het prachtige Nieuw Zeelandse landschap aan mij voorbij is gegaan. Ik ben inmiddels weer terug in Auckland, waar ik mijn laatste week verblijf. Gister heb ik de spullen die ik bij Weihong had achtergelaten opgehaald en heb ik nog een laatste heerlijke maaltijd van haar gehad. Haar kookkunsten en gastvrijheid zal ik zeker gaan missen, evenals de muziekavonden die we hebben gehad.
Vandaag heb ik mijn laatste labmeeting bijgewoont en vanavond eet ik bij Monique. Vandaag zal waarschijnlijk mijn laatste dag op Massey zijn...
Ik ben wel een beetje triest dat ik dit prachtige land en al deze geweldige mensen ga verlaten, maar ik heb toch ook wel veel om naar uit te kijken thuis. Ik zie jullie allemaal weer, kerst komt er alweer gauw aan, het is winter en lekker koud (de eerste sneeuw is schijnbaar nu al gevallen), ik kan eindelijk mijn diploma in handen nemen en ik kan weer mijn regelmatige bezoekjes aan de waterleidingduinen brengen!!
Genoeg om voor naar huis te komen! Ik kijk er naar uit!
Nog maar minder dan een weekje... *snik snik* maar ook *hoera yeah*!!

Tot volgende week!
Knuffels en groetjes van de kiwi die het luchtruim in gaat (met een beetje hulp van Air New Zealand)
Zonsondergang - Lady on the Rock, Whakatane

 

Frozen tears of the Fox

Nelson, 10 November 2008

Hoi allemaal. Erg leuk dat jullie nog steeds leuke reacties in mijn gastenboek plaatsen en dat ik nog zo regelmatig mailtjes met updates ontvang (sorry dat ik er niet op antwoord, ik lees ze in ieder geval wel allemaal).
Helaas zit ik op internet met tijddruk dus het wordt nog even zien hoeveel ik kan typen voordat mijn tijd en geld op is. Helaas kan ik nog niet alle foto's plaatsen, hopelijk lukt me dat nog voordat ik het land verlaat.

Het avontuur ging verder waar Codfish Island begon. In de middag sloot ik mij aan bij Luis en Lis die vanaf Auckland naar Invercargill gevlogen waren. We gingen snel in quarantaine en kleden ons om in onze met Trigene gewassen kleding. Vanaf daar werden we naar het vliegveld gereden en stapten in een klein vliegtuigje. Codfish is, vanwege het ruige terrein maar voornamelijk om het ontoegangelijk te houden, niet per boot te bereiken. Je kunt er alleen per helikopter of klein vliegtuigje komen, niet dat er een landingsbaan is, maar dat maakt het des te spannender.
De landingsbaan is het strand! Na een half uurtje vliegen, met uitzicht over Stewart Island, vlogen we over Codfish. De piloot maakte eerst een test run vlak over het strand om de omstandigheden te bekijken.

Codfish Island's landingsbaan
Na een dubbele scherpe U-bocht daalde we tot het landingsstel het zand raakte. Verbazingwekkend genoeg was deze landing soepeler dan elke andere vliegtuig landing op een officiele landingsbaan. En zo arriveerden we op het zonnige strand van Codfish Island.
De twee weken daarna verbleven we in een bunkhouse. Drinkwater kwam in de vorm van regenwater en douche water was water uit de rood gekleurde rivier. De toiletten waren een eindje verder op het eiland in de bush. Twee longdrops stonden daar. De ene stonk zo verschrikkelijk naar urine dat je flauw valt als je er te lang in bent, en bij de ander wordt je aangevallen door een zwerm van honderden vliegen. Je wilt je dus niet voorstellen hoe het is om daar naar het toilet te gaan. Maargoed, het leven op een eiland is geen luxe en bovendien waren we hier niet op vakantie.
De volgende dag hebben we de netten, om vogels mee te vangen, opgezet. Onze missie was om zoveel mogelijk vogels te vangen, met name pappegaaien en parkieten. We hebben bloed en veer monsters genomen die later in het lab getest zullen worden op de aanwezige ziektes.

Zonsopkomst vanaf Codfish Island met Stewart Island in de achtergrond

Codfish Island is afgesloten voor het publiek omdat hier de uiterst zeldzame Kakapo leeft. De grootste pappegaaien soort ter wereld (1 tot 1.5 kg). Vanwege de lange afwezigheid van roofdieren in Nieuw Zeeland zijn zij hun vliegvermogen verloren en zijn hun vleugels korter geworden. Echter zijn zij uitstekende klimmers en springen zij vaak uit bomen om vervolgens hard op de grond te ploffen. Om een kakapo te zien moet je geluk hebben, net als kiwi zijn zij voornamelijk 's nachts actief en in het donker is het nog moeilijker om deze gecamoufleerde vogels te zien.
Kakapo leven alleen op Codfish Island en op Anchor Island in Fiordland National Park. De Department of Conservation wil hen terug naar Little Barrier Island brengen, maar voordat zij dat doen willen zij weten welke ziekten aanwezig zijn op deze drie eilanden. Als het om dezelfde ziektes gaat dan is het geen probleem en geen risico om enkele kakapo te verplaatsen. Zo, nu weten jullie waarom ons werk zo belangrijk is.
Het vangen van vogels ging niet zo voorspoedig als gehoopt, het is hier simpelweg niet het juiste seizoen voor, maar gelukkig hebben wij in totaal toch aardig wat bloed en veer monsters weten te verzamelen. Maar ik zal jullie niet vervelen met mijn 'spannende' mist net verhalen, want om eerlijk te zijn is mist netting niet het meest spannende werk (hoewel ik het wel erg leuk vind).
Wat interessanter is om te vertellen zijn mijn jungle avonturen. Op een dag mocht ik mee met de rangers, die de radiotransmitters van de kakapo moesten vervangen. Gewapend met antenne en ontvangers gingen we op zoek, helaas hebben we het halve eiland afgelopen om tot de conclusie te komen dat de kakapo waar wij naar op zoek waren hier niet aanwezig was. Om mij toch een kakapo te laten zien zijn we een jonge kakapo gaan opzoeken. Jem was haar naam. Na ongeveer een uur door de bush gebanjerd te hebben waren wij eindelijk dichtbij. Ze zou vlak voor ons moeten zitten maar wij konden haar niet zien. Terwijl we langzaamaan dichterbij kropen moesten we met elke stap die we zetten oppassen dat we niet op haar zouden staan. Kakapo zijn zo goed gecamoufleerd dat je hen soms niet ziet terwijl ze vlak voor je neus kunnen staan. Plots dook er een hoofd weg achter een omgevallen boomstam, ik zag het slechts in een flits maar nog geen 5 seconden later kwam er een nieuwsgierig groen hoofdje achter de boomstam opgedoken. Ze keek ons recht in ons gezicht voordat ze besloot om er vandoor te hoppen. Met enkele onhandig ogende sprongen bewoog zij zich verder bij ons vandaan. Nog even bleef zij staan om naar ons te kijken voordat ze in de jungle verdween...
Dat ik een wilde Kakapo heb gezien zal mij altijd bijblijven. Slechts een handvol mensen (voornamelijk DOC rangers) hebben kakapo gezien en ik nu ook. Ze zijn werkelijk geweldig mooi!!

Gedurende ons verblijf bleven we de mist netten verplaatsten in de hoop ons vangsucces te verhogen. Vanaf het strand gingen wij steeds dieper de jungle in totdat wij elke dag in volledige wildernis vogels aan het vangen waren. Toch merkten we dat we in de buurt van het strand meer vogels vingen dus verplaatsten wij de netten weer naar het strand.
De dag voor ons vertrek pakten wij al onze spullen weer in en hadden we wat tijd over. Lis en ik besloten om het deel van het eiland te verkennen dat wij nog niet gezien hadden. Het weer was heerlijk terwijl wij naar de hoogste top van het eiland klommen waar wij een prachtig uitzicht hadden over Stewart Island en het besneeuwde Fiordland. We kwamen langs gigantische rotsformaties waar we heerlijk geklommen en geklauterd hebben, het eiland is werkelijk een wildlife speelparadijs. Toen wij weer dieper de jungle in kwamen kwamen we langs enkele kakapo voeder stations. Kakapo paren slechts eens per vijf jaar en alleen wanneer de Rimu boom in bloei is. Aangezien hun voortplantingssucces zo sterk afhankelijk is van de aanwezigheid van voedsel worden de kakapo bijgevoerd door de rangers op het eiland. Plots stond Lis doods stil en gebaarde naar mij om stil te blijven staan en naar het voederstation (een klein platform met voederbak) te kijken. Het was in het midden van de dag, maar op het platform stond Hoki, 1 van de meest belangrijke kakapo op het eiland omdat zij verantwoordelijk is voor het hebben van de meeste nakomelingen (aangezien er maar 91 kakapo ter wereld zijn kan je je dus wel voorstellen waarom zij zo belangrijk is voor de populatie). Terwijl wij slechts vijf meter van haar vandaan stonden en zij zich bewust was van onze aanwezigheid bleef zij onverstoord door eten. Zo stonden wij daar enkele minuten ons te vergapen aan het aanzicht van dit geweldige dier. Mijn camera draaide natuurlijk weer overuren terwijl zij prachtig voor ons poseerden.

Na enige tijd had Hoki haar buik vol gegeten en verdween zij gauw in de jungle... Geweldig!!!!

De dag erna was het tijd om dit magische paradijs te verlaten. De laatste nacht was een nacht zoals alle andere. De Yellow eyed penguin leeft in grote aantallen op dit eiland en, zoals ik eerder al vertelde, zij zijn de meest luidruchtige pinguin soort ter wereld en dat hebben wij gemerkt in de nachten. Gelukkig ben ik een vaste slaper, maar zelfs ik werd enkele keren gewekt door hun luide geroep, het volume deed ons vermoeden dat de pinguins in onze slaapkamer stonden. Luis is enkele nachten gevlucht of heeft pinguins weg gejaagd in de hoop een goede nachtrust te krijgen. Ik kon er alleen maar van genieten, niet iedereen heeft mazzel genoeg om op een plek als deze te belanden, een plek waar de kakapo overdag wandelen en de pinguins je 's nachts wakker houden.
Maargoed, de laatste morgen was aangebroken en in stevige wind landen ons kleine vliegtuigje op het strand en bracht ons veilig terug naar Invercargill.

Onderweg kregen we een prachtig uitzicht over de gouden zonnenstralen die door de wolken probeerden te breken. Het grappige van de vlucht was dat we opstegen vanaf zand en landen op een landingsbaantje van gras.
Die dag hebben Luis, Lis en ik de prachtige parken en het museum in Invercargill bezocht voordat zij weer terug naar Auckland vlogen en ik de bus naar Wanaka (ten westen van Queenstown) pakte.

Binnen een dag bevond ik mij weer in een totaal andere wereld. Wanaka ligt vlakbij Mount Aspiring National Park en ik wandelde weer langs spiegelmeren en tussen besneeuwde bergen.

Lake Wanaka

Wanaka heeft een interessant museum, Puzzling World. Een plek vol optische illussies, doolhoven en balans-verstorende kamers. Als ik thuis ben vertel ik hier vast nog wel meer over.
Mijn volgende bestemming was het prachtige Fox Glacier en Franz Josef Glacier. De bus bracht mij door Haast Pass van de oostkant van de bergen naar de westkust. Biede gletsjers zijn gigantisch en omringd door de meest prachtige jungles en rivieren.

The pointy peaks of Fox Glacier
Mijn eerste dag heb ik mij aangesloten bij een gletsjers wandeling op Fox glacier waarbij een gids mij de hele dag liet rondlopen over de gletsjer en in smalle ijstunnels liet kruipen. Alleen als je op de gletsjer staat realiseer je je hoe enorm het is. Deze gletsjers behoren tot de snelst bewegende gletsjers ter wereld. Als je er overheen loopt of in de buurt staat hoor je hen dan ook constant kraken en rots- of ijsblokken vallen bijna constant van de voor- en zijkanten af.

Uitzicht vanaf Fox Glacier over de door de gletsjer uitgeslepen vallei

Vlak bij het dorp heb ik genoten van een prachtige zonsondergang en daarna besloot ik een korte bushwalk te doen.

Zonsondergang bij Fox Glacier Village

Hier werd ik verrast door een ware tastbare sterrenhemel, echter waren de sterren niet alleen in de lucht maar ook in het bos. Honderden, misschien wel duizenden glowworms omringde mij. Eindelijk had ik de kans om hen van dichtbij te bekijken en ik heb mijn uiterste best gedaan om de sfeer met mijn camera vast te leggen. Nu kan ik jullie in ieder geval laten zien hoe de glowworms er uitzien.

De glowworms hangen beschut onder boomwortels of takken. Zij laten dunne draden met klevende druppeltjes naar beneden zakken, dit fungeert als hun web. Zij nemen positie in een slijmlaagje tussen hun draden, steken hun lichtje in hun achterlichaam aan en wachten geduldig tot motjes en muggen hierdoor aangetrokken worden en in hun 'web' vast komen te zitten. Zij eten hun draadje dan op waarmee zij hun prooi naar zich toe trekken en een heerlijke maal te verorberen hebben.
Ook dit was een ervaring die ik nooit zal vergeten. Sterren boven mij en sterren overal om mij heen, de pracht is eigenlijk niet in woorden vast te leggen, je moet het met eigen ogen zien.

De dagen erna heb ik enkele jungle wandelingen gemaakt. Interessant is dat niet alle rivieren bruggetjes hebben, ik moest dus door de rivier lopen om aan de overkant te komen. De eerste rivier was geen probleem, maar door de zware regen was de tweede rivier veel te breed en wild om over te steken, ik wilde het risico niet nemen dus ben ik terug gekeerd. Maar terug bij de eerste rivier kwam ik tot de verrassing dat deze inmiddels ook flink gegroeid was. Het was nu te diep en het stromende water was te sterk om over te steken. Ik moest een eindje langs de rivier lopen om een geschikte oversteek plaats te vinden en zelfs hier voelde ik hoe de kracht van het water mij bijna wist mee te trekken. Maar ik ben veilig en doorweekt terug bij het hostel aangekomen.

Vanaf de gletsjers ben ik naar Greymouth afgereisd waar ik de Tranz Alpine train naar Arthur's Pass National Park heb genomen. Schijnbaar is dit traject een van de mooiste scenic trainroutes ter wereld en ik kan ook zeker bevestigen dat de uitzichten oogverblinden zijn.
Arthur's Pass NP is net zo mooi. Een korte wandeling bracht mij bij de spektakulaire Devil's Punchbowl Falls en langere wandelingen brachten mij over de meest weelderige beekjes tot aan de sneeuwlijn waar mini gletsjers lagen. Ook hier moest ik het pad verlaten om langs een rivierbed verder omhoog te klimmen. Gelukkig regende het niet zo hard en bleef de rivier binnen zijn oevers. Dus wist ik mijn voeten gelukkig droog te houden.

Arthur's pass National Park

Terwijl ik, enkele dagen later, met de trein terug naar Greymouth ging zag ik de sneeuwvlokken langs het raam dwarrelen. Aan het einde van de dag kwam ik aan in het kleine dorpje 'Punakaiki', beroemd door de Pancake rocks; een interessante stapel rotsen in de vorm van opgestapelde pannekoeken. Enkele gaten in de rotsen zorgen bij hoogtij voor spektakulaire scenes van hoog opspattend water.

Pancake rocks


Chimney pot bij de pancake rocks

Voor sommige mensen zal mijn vakantie misschien eentonig klinken want ook in Punakaiki heb ik mij voornamelijk vermaakt met wandelen door jungles en langs rivieren. Lopen, lopen en nog eens lopen. Maar voor mij blijft het de beste manier om het land te zien en ik kan er niet genoeg van krijgen. In Punakaiki heeft geen enkele rivier een brug. Na uren wandelen moest ik dus beslissen om terug te keren, of de brede rivier over te steken. Ik besloot een poging te wagen maar kwam er al gauw achter dat ik tot mijn middel in de rivier stond en de stroming veel te sterk begon te worden. Dus moest ik weer uren terug lopen, maar met deze prachtige omgeving is dat zeker geen straf en van elk moment heb ik weer vollop genoten.
Die avond was ik uitgenodigd door Deb (werkt in het info centre van de Department of Conservation en was op Codfish Island toen ik daar ook was). Eindelijk heb ik dus weer een fatsoenlijke maaltijd gegeten. Na het eten zijn we naar de Tavern gegaan waar live banjo muziek gespeeld werd, het was een gezellige avond.

Vanaf Punakaiki ben ik naar Abel Tasman National Park gegaan, dit bracht mij in de noord west top van het Zuidereiland. De eerste dag was super zonnig, de laatste paar weken heb ik alleen maar regen en grijze lucht gezien. Het Nationale park werd door de zon omgetoverd in een tropisch paradijs. De dag van aankomst ben ik via de rotsachtige kust naar Split apple rock gelopen. Eerste moest ik mij een weg door een moerasachtig strand banen waarna ik van rots naar rots moest springen om mijn voeten droog te houden. Al gauw kwam ik erachter dat deze rotsen de thuis zijn van gigantische spotted shag en pied shag kolonies, vooral herkenbaar door de wit gekleurde rotsen.

Terwijl de aalscholvers mij om de oren vlogen moest ik over de glibberige wit onder gepoepte rotsen balanseren, toch weer een unieke ervaring. Na enige tijd kwam ik dan eindelijk bij Split apple rock.
In de tijd dat de eerste Europeanen in Nieuw Zeeland aankwamen raakten zij in conflict met de Maori. Zo ook op dit strand in wat nu Abel Tasman National Park is. De kapitein van het schip besloot om een waarschuwingsschot naar de Maori te vuren. Hij richtte zijn kanon op een rots in de zee, vlak bij het strand, en vuurde. Bij puur toeval raakte de kanonskogel de rots in het midden waardoor deze in twee perfecte helften brak, vandaar dat deze nu 'split apple rock' genoemd wordt.

Split apple rock
Ik was helemaal alleen op dit paradijselijke strand. Ookal ben ik geen fan van warm weer, na zoveel regen en grijze lucht is het toch best fijn om een dagje zon te hebben.


Hoewel het weer voor de dag erna hetzelfde zou zijn volgens het weerbericht, werd ik wederom wakker in een grijze wereld. Maar dit laat mij niet ontmoedigen om toch een lange wandeling te maken. Ik boekte een watertaxi die mij, een uur later, in het midden van het Nationale park afzette. Vanaf daar ben ik in 6 uur 22.8km terug naar mijn hostel gewandeld. Onderweg kwam ik langs prachtige stranden, liep ik door dichte jungle en vond ik een schattig watervalletje in de bush waar ik mijn lunch gegeten heb.

Veel foto's heb ik niet gemaakt omdat de stranden simpelweg niet zo paradijselijk zijn zonder zon en blauwe lucht, maar dit weer vormde wel de perfecte temperatuur om in te wandelen, niet te warm en niet te koud.
Vandaag ben ik van Abel Tasman naar Nelson gegaan. Hier heb ik een rustig dagje gehouden. Mijn plan is om morgen naar Picton en de Marlborough Sounds te gaan. Ik zal nog proberen om naar Nelson Lakes National Park te gaan, maar ik heb net te horen gekregen dat het vanaf Nelson erg lastig en vooral duur is om daar te komen. Waarschijnlijk moet ik dit nationale park dus overslaan. Maar ik heb nog genoeg spannends op het Noord Eiland in de planning staan.
Hopelijk kan ik gauw meer foto's in mijn verhaal zetten, maar tot die tijd moeten jullie je fantasie gebruiken.

Nog maar 21 dagen en dan ben ik alweer terug in Nederland, de tijd gaat snel. Maar ik moet wel zeggen dat ik voel dat ik tegen die tijd klaar ben om weer terug naar huis te gaan (ookal zal ik, eenmaal thuis, vast weer gauw terug naar Nieuw Zeeland willen). 8 maanden weg van huis is best lang en ik begin jullie zo langzamerhand toch best te missen. Ik heb zeker geen heimwee, daarvoor heb ik het veel te goed naar mijn zin, maar het zal goed zijn om jullie weer te zien.
Dus, op naar mijn laatste avonturen in Nieuw Zeeland en tot gauw!!!

Knuffels en groetjes van Jordi

 

Run for the sea lion

Invercargill, 12 oktober 2008

Daar is dan eindelijk een update, hopelijk zijn jullie me nog niet vergeten.

De avond voordat ik naar het Zuid eiland vertrok had ik nog een laatste activiteit in Auckland geplanned staan. Met Shauna en Weihong ben ik naar een ierse pub geweest waar een informele jam sessie gehouden werd. Hier werden veel liedjes gespeeld die wij kenden dus de hele avond hebben we vrolijk meegespeeld.

Maar de volgende ochtend begon het dan eindelijk. Ik stapte in het vliegtuig naar Christchurch. Vanuit de lucht kon ik de met sneeuw bedekte vulkanen van Tongariro National park goed zien en al gauw zag ik dat we vlak langs mount Taranaki, een vulkaan aan de westkust van Nieuw Zeeland, vlogen. Het uitzicht was super spektakulair.

Mount Taranaki en Tongariro National Park in de achtergrond
De maori legende luidt dat mt Taranaki vroeger bij de andere 3 vulkanen in het midden van het Noord eiland was. Taranaki en Tongariro kregen echter ruzie en de keuze werd gemaakt dat Taranaki de groep moest verlaten. Hij is toen naar het westen verhuist en een rivier tussen de vulkanen geeft het pad aan waarover de vulkaan gereist heeft. Nu wachten de maori op het moment dat de vulkanen hun meningsverschil en ruzie goedmaken en Taraniki weer terug naar het midden verhuist. Om deze reden leven er geen maori tussen de vulkanen in, je wilt immers niet onder de voeten gelopen worden door een gigantische vulkaan.

Na mijn landing in Christchurch heb ik kort de omgeving verkent, maar ik was al gauw tot de conclusie gekomen dat Christchurch niet interessant voor mij is. De volgende dag nam ik dan ook gelijk de bus naar mijn eerste officiele bestemming, Lake Tekapo. Ik was meteen bij aankomts al overweldigd bij de pracht van het land. Besneeuwde bergtoppen overal om mij heen werden gereflecteerd door het gigantische lake Tekapo.

Lake Tekapo
Enkele dagen ben ik in dit kleine dorpje gebleven en heb ik veel gewandeld langs de velen meren en 's avonds ben ik sterren gaan kijken.
Enkele dagen later heb ik de bus naar Mount Cook National park gepakt. Het landschap werd almaar indrukwekkender toen ik bij de hoogste berg van Nieuw Zeeland aankwam. Het dorpje hier is een van de kleinste en meest geisolleerde plekjes waar ik ooit ben geweest. Direct na aankomst ben ik mijn eerste wandeling gaan maken. Een zware klim tegen een van de steile bergen naast mount Cook bracht mij binnen enkele uren boven de sneeuw grens. Eindelijk, na een sneeuwloze winter in Auckland, bevond ik mij dan toch echt in de sneeuw.

In de sneeuw met Mount Cook boven mijn hoofd in de achtergrond
Het pad was erg glibberig maar veilig genoeg. Het uitzicht over de vallei en de bergen was magisch. Ik kon het niet laten om een sneeuwengel te maken en bij de top aangekomen heb ik ook een sneeuwpop gemaakt. Om mij heen kon ik de roep van de kea horen; de enige alpine papegaai in de wereld.
De dag erna was het weer niet zo goed, de hele dag regen en flinke wind, maar daar laat ik mij niet door tegenhouden. Zo bevond ik mij in een verlaten wereld vol watervallen, hangbruggen over kolkende rivieren en ijsmeren. Mount Cook liet zich die dag niet zien zoals de maori zeggen: het ligt aan de stemming van de berg of hij zich laat zien. Ook voor mount Cook hebben de maori een interessante legende. Als ik het mij goed herinner was het Maui en zijn broers die in een kano in de oceaan aan het roeien waren. Helaas strande de kano op enkele rotsen en kantelden. Maui en zijn broers klommen uit het water op de kano en zaten daar voor enkele dagen totdat de kou hen in steen veranderden. De kano vormde zo het Zuidereiland, Maui werd mount Cook en zijn broers de omringende bergen...
Gelukkig was het de dag erna beter weer en besloot ik dezelfde wandeling te maken als de dag ervoor, dit keer kon ik tenminste mijn camera tevoorschijn halen zonder dat deze zou verdrinken. Hoewel de wind nog steeds flink raazde zag het ijsmeer er dit een stuk mooier uit.

Hooker lake met ijs drijvend in het meer


Hooker Valley river walk

Vanaf mount Cook national park ben ik naar Queenstown gegaan, de stad van adrenaline en avontuur. Ik kon het niet laten om mij in te schrijven voor een bungeejump van 40 meter van een brug af. Het gaf mij zeker wel een adrenaline kick, maar om eerlijk te zijn is het niet zo indrukwekkend en eng als ik verwacht had. Misschien heeft het mooie landschap van Nieuw Zeeland mij verpest.
Behalve de bungee heb ik mij ook flink vermaakt met een high speed rodel baan op de top van de berg, je voelt je net een kind in die wagentjes.

Bungee brug in Queenstown waar ik vanaf gesprongen ben


Uitzicht over de heuvels en bergen bij Queenstown

Al gauw daarna vond ik het weer tijd om terug te gaan naar de natuur, Te Anau was mijn volgende bestemming en is een klein dorpje opweg naar Milford sound in Fiordland national park. Hier heb ik een glowworm cave bezocht en heb ik mij weer flink vermaakt met lange wandelingen door prachtige jungle en over kolkende rivieren. In Te Anau moest ik enkele dagen langer blijven omdat de weg naar Milford sound geblokkeerd was door een lawine. Gelukkig waren de bomen en stenen gauw van de weg geplukt en kon ik op weg.

Kepler track, Te Anau, uitzicht

Milford sound is eigenlijk geen sound maar een fiord. Het verschil zit het in het gegeven dat milford sound (de fiord) is uitgeslepen door een gletsjer en een sound wordt uitgeslepen door rivieren. Hoe dan ook, het was prachtig. Dit deel aan de zuidwest kan van Nieuw Zeeland heeft de meeste regenval van het land en dat heb ik gemerkt. Wederom heb ik een lange wandeling door de regen gemaakt, maar de prachtige regenwouden en vele watervallen lieten mij vergeten hoe hard het regende. In dit hevtige weer heb ik zelfs een stoat van dichtbij gezien terwijl deze probeerde een rivier over te steken. Een stoat is een wezelachtig dier dat geintroduceert is in Nieuw Zeeland. Nu levert deze problemen op omdat zij de inheemse vogels eten, ondanks dat is het toch een prachtig beestje.

Regenwandeling

De dag erna had ik mazzel en was het opgeklaard. Vroeg in de morgen stapte ik op een boot en kreeg ik een twee uur durende tocht door de fiord waar we het 'kleine' neefje van de albatros, de mollymawk, en enkele schattige fur seals tegenkwamen.

Mollymawk
Het meest herkenbare punt van Milford sound is Mitre Peak, blijkbaar de stijlste rots die omhoog komt uit een fiord. Tijdens de tocht vaarde de boot onder enorme watervallen door. Ik wist net op tijd een foto te maken en mijn camera weg te stoppen voordat deze zou verdrinken.

Mitre Peak


Waterval in Milford Sound


Twee schattige jonge aalscholvers in Milford Sound
Tussen Milford sound en Invercargill kreeg ik een lift van een backpacker met een auto. We stopten bij de meest prachtige uitzichten en ontmoette de Kea van dichtbij. Twee van deze slimme papegaaien liepen over een carpark waar wij stopten. Direct sprongen ze op de auto en begonnen al het rubber van de antenne en ramen af te knagen, schijnbaar vinden ze dit leuk en zijn zij hierom berucht in Nieuw Zeeland. Het zijn in ieder geval prachtige vogels en het is geweldig om hen van zo dichtbij te zien.

Kea - alpine parrots

Vanaf Invercargill, de saaiste stad van het land, heb ik gauw de boot naar Stewart Island gepakt, het meest zuidelijke puntje van Nieuw Zeeland. De overvaart was heftig, golven hoger dan de boot maakte mijn flink zeeziek, maar gelukkig kwamen we binnen een uur aan op het prachtige eiland. De eerste avond heb ik de boot naar Ulva Island gepakt, een kleine birdsanctuary vlak bij Stewart Island. Hier heb ik de super zeldzame Kakapo, Sirocco, gezien. Deze gronddwellende en nachtactieve papegaaien zijn de grootste papegaaiensoort in de wereld en er leven nog maar 91 van hen. De meeste leven op Codfish Island, waar ik binnenkort naar toe ga.

Sirocco de Kakapo
De drie dagen erna heb ik een drie daagse wandeling langs de kust en door de jungle van Stewart Island gemaakt. Hoewel Stewart Island geen dagen zonder regen kent heb ik het relatief droog gehouden. 's Nachts sliep in hutten geplaatst door de Department of Conservation. De eerste avond hoorde ik een kiwi koppel in de verte roepen en de tweede avond zag ik een possum vlak bij de hut. Eerst dacht ik dat het een kat was, maar het toen het wegliep en naar mij omkeek staarde ik recht in het gezicht van de possum. Ook dit dier veroorzaakt een hoop schade aan Nieuw Zeeland met de hoeveelheid bomen die ze eten, maar wederom zijn het prachtige beestjes. Bij deze overnachting in de hut kwam er plotseling een Fransman de hut binnen gestrompeld die vroeg om een dokter. Het bleek dat hij gevallen was en nu was zijn schouder uit de kom. Hij had mazzel dat hij iemand tegengekomen was op het pad die zijn spullen kon dragen naar de hut. De volgende ochtend hebben we zijn spullen verdeeld over onze rugzakken en zijn we aan de laatste 5 uur van de wandeling terug naar het dorp begonnen, de fransman nog steeds met de schouder uit de kom. Bij het dorp aangekomen werd hij op het eerste vliegtuig naar het vasteland gezet om naar het ziekenhuis te gaan. Het was een avontuur, maar ik ben blij dat ik gezond en wel terug gekomen ben.

Hangbrug op Stewart Island tijdens mijn 3 daagse wandeling
De laatste dag op Stewart Island ben ik weer naar Ulva Island gegaan, dit keer om de dag actieve vogels te zien. Hier vond ik de interessante gronddwellende Weka, die mij overal volgde, bedelend voor voedsel. Ulva is een prachtig eilandje met tropische stranden en interessante rode riviertjes.

Ulva Island strand


Weka op Ulva Island

Daarna was het weer tijd om terug te gaan naar het vasteland. Vanaf Invercargill heb ik de bus naar Dunedin en de Otago Peninsula gepakt, beroemd om zijn interessante wildlife. Een tour bracht mij eerst bij het puntje van het schiereiland, bij de enige plek in de wereld waar de Royal Albatros (de grootste zeevogel ter wereld) op het vasteland broed. Vier van deze giganten vlogen af en aan en kwamen regelmatig vlak langs ons vliegen. Zij hebben een vleugelspanwijdte van zo'n 3.3 meter, een stuk groter dan een meeuw dus.

Royal Albatros
Daarna zijn we naar een strandje gegaan waar de yellow eyed penguins en sea lions al op ons stonden/lagen te wachten. Deze penguins zijn de luidste penguins ter wereld en de sea lions zijn de meest zeldzame zeeleeuw soort, dit strand is dus zeer uniek.

De zeer zeldzame yellow eyed penguin
Terwijl ik de penguins regelmatig uit het water zag komen liepen we langs de sea lions. Zo speels als zij zijn vinden ze het erg leuk om achter ons aan te rennen een voordat ik het wist kwam een 300kg zwaar mannetje recht op me afgerend, op zo'n moment zet je het dus wel op een rennen. Gelukkig was het dier te lui om de achtervolging voor te zetten en plofte hij weer neer op het strand.

Brullende en stoeiende sea lions
Vanaf hier liepen we naar een ander strand waar we een grote groep fur seals (dezelfde soort als die ik in Milford Sound gezien heb) zagen luieren. De zon ging onder en sloot een geweldige dag vol met unieke wildlife af.

Fur seals

Zo langzamerhand moest ik weer terug naar Invercargill omdat mijn trip naar Codfish Island bijna begint. Via een twee dagen durende omweg door de Catlins (zuidoosten van het Zuidereiland) ben ik naar Invercargill gegaan. In de Catlins heb ik prachtige uitzichtpunten bezocht, een strand gevonden waar nog enkele sea lions leven, maar bovenal heb ik de meest prachtige watervallen gevonden die ik ooit heb gezien. Wildlife & photographers paradise!!

Uitzicht vanaf Nugget point


Purukanui falls


Horseshoe falls


Mclean falls

De laatste 3 dagen heb ik in het saaie Invercargill mij voorbereid op Codfish Island. Al mijn kleding heb ik gewassen met antivirul en antibacterial soap om er zeker van te zijn dat ik geen microorganisme meeneem naar het eiland die de Kakapo ziek kunnen maken. Ik ben zo enthousiast over deze trip, hoewel het vast modderig en nat gaat worden zal het ook de meest unieke ervaring in mijn leven zijn. Morgen is het zover, ik kan niet wachten.

Zo, nu zijn jullie weer helemaal op de hoogte van mijn avonturen. Hoewel ik nog pagina's door kan gaan en in detail kan treden over mijn activiteiten moet ik het nu hierbij laten. De komende twee weken ben ik weg van de wereld, geen tv, geen radio, geen telefoon ontvangst of internet, heerlijk.
Tot over een tijdje.

Knuffels en groetjes van Jordi

 

Nesting & scratching

Massey University, 15 september 2008

Ter gelegenheid van het einde van mijn stage en het behalen van mijn diploma (die ik ooit een keer in Nederland moet op gaan halen), hadden mijn collega's op vrijdag 5 september een afscheidsfeestje voor mij georganiseerd. In Weihong's huis, waar ik de laatste tijd gewoond heb, hadden we een uitgebreid dinner en de meeste mensen van het lab waren aanwezig.
De week ervoor hoorde ik dat Monique (de studente uit Zuid-Afrika en tevens de persoon waar ik het het beste mee kon vinden) moest werken op vrijdag en kon daarom niet naar het feestje komen, daar baalde ik wel een beetje van.
Tijdens het feestje was ik bezig om de openhaard aan te krijgen toen Weihong vroeg of ik de deur kon openen. Ik rende naar beneden, maar er was niemand, dus ik dacht dat ik in de maling genomen werd. Net toen ik de deur weer dicht wilde doen sprong Monique tevoorschijn! Vanaf het begin van de week wist ze al dat ze wel kon komen, maar op deze manier van de verrassing voor mij natuurlijk des te groter!!!
Er was ontzettend veel eten en we hebben dan ook de hele avond niets anders gedaan dan gegeten en gekletst. Aan het einde van de avond deden mijn lachspieren en buik pijn van al het lachen, al mijn collega's zijn altijd zo grappig, het zal mij zwaar vallen om hen te verlaten.

Van links naar rechts: Jurgen (Duitse phd student), Jordi (Nederlandse bsc), Manu (Duitse phd studente) en Monique (Zuid-Afrikaanse msc studente).

Om Dianne en Weihong te bedanken voor deze stage en het onderdak dat ze mij gegeven hebben heb ik hen beide een ingelijste, bewerkte en uitvergrote foto gegeven.
Bellbird by Jordi Segers
Een bellbird voor Dianne

Tui by Jordi Segers
En een Tui voor Weihong

Zaterdag ben ik met enkele collega's (Luis, Chris, Manu en Marleen) naar een Duits restaurant in Auckland gegaan, Duitsers serveren een hoop voedsel heb ik gemerkt en ik heb een grote berg spare ribs verorberd.
Ook Zondag was een drukke dag. In de middag ben ik met Weihong en Shauna naar een folk bar in Auckland gegaan waar we een leuk optreden hebben bijgewoond. In de avond zijn we terug naar Weihong's huis gegaan waar we tot laat in de avond zelf muziek gemaakt hebben. Shauna heeft bijna de hele sessie opgenomen, dus hopelijk kan ik die opname van haar krijgen voordat ik vertrek.

Little Barrier Island
Maandag was het dan eindelijk zover, mijn laatste trip naar Little Barrier Island kon beginnen. Dit keer ging ik weer met Luis en zijn team, om meer kakariki te vangen en naar Motuihe Island en Tawharanui te verplaatsen. Na weer een lange quarantaine waarin al ons voedsel (en dat was nogal wat) en kleding gechecked moest worden, konden we eindelijk naar de watertaxi. Het stormde en regende ontzettend hard en bij de taxi aangekomen kregen we te horen dat het praktisch onmogelijk was om de oversteek naar Little Barrier te maken zonder gewond te raken. Gelukkig woont 1 van de vrijwilligers dichtbij dus konden we daar met z'n allen (9 mensen) overnachten. We hebben ons vermaakt met het kijken van films en het spelen van spelletjes zoals Jenga, Pictionary en Weerwolf.
De volgende ochend was het weer een stuk kalmer. Aangezien we enkele kisten met toilet spullen en voedsel hadden moeten openen moesten we weer opnieuw in quarantaine, maar gelukkig waren we dit keer snel klaar, sprongen we in de watertaxi en waren we op weg naar het wilde eiland. Die dag hadden we net genoeg tijd om de netten op te zetten, maar konden we geen vogels meer vangen.
's Avonds ben ik zo snel mogelijk naar buiten gegaan om een nachtwandeling te maken. De kiwi kon ik overal om mij heen horen roepen. Op een gegeven moment hoorde ik een mannetje vrij dichtbij roepen, dus ik rende er naar toe. Even later klonk ook de roep van een vrouwtje en toen ik bij de rivier aangekomen was zag ik haar voorzichtig de rivier oversteken. Ze had mij gehoord en keek om naar mij terwijl ze haastig verder door het riviertje liep om het mannetje te vinden. Ik kon weer tevreden naar bed.

De volgende ochtend waren we vroeg op om kakariki te vangen. Behalve kakariki was Luis ook geinteresseerd in Kaka, de grote papegaaien, om bloedtests te doen en uit te vinden of deze vogels enge ziektes bij zich dragen. Luis was net uit ons zicht toen een kaka in ons net vloog. Papegaaien hebben een enorme sterke snavel. Kakariki kunnen flink bijten, maar een kaka is vele malen groter en sterker. Ik rende naar het net en de kaka begon te krijsen. Dit alarmeerde alle kaka in de bomen en zij vlogen allemaal op om boven mijn hoofd rond te cirkelen terwijl zij allemaal luidkeels (en boos) aan het krijsen waren. Ik greep de kaka bij zijn rug en vleugels, Lis greep de kop en Josie greep de poten. Ondanks dat wist de kaka ons alle drie flink te bijten en te verwonden met zijn sterke en scherpe klauwen. 1 vogel, 3 mensen en alle 3 de mensen hadden bloedende handen; deze vogels zorgen er wel voor dat je respect voor hen krijgt. Tegen de tijd dat we de kaka uit het net hadden kwam Luis langs om ons te helpen. Hij wist de vogel in zijn eentje vast te houden en nam deze naar de processing table terwijl wij verder gingen met het vangen van vogels. Het duurde een eeuwigheid voordat we eindelijk een kakariki vingen. Toen we eenmaal eentje in het net hadden was het natuurlijk geen enkel probleem om deze parkiet eruit te krijgen. Als je eenmaal een kaka gehanteerd heb is een parkiet een eitje. Helaas toonde deze kakariki ons iets verontrustends. Veel vogels, wanneer zij een nest hebben, hebben een kale plek op hun buik. Zo ook deze kakariki. Zij had dus ergens een nest en was waarschijnlijk op zoek naar voedsel om weer terug te keren en haar eieren uit te broeden. Wij moesten haar dus weer vrijlaten. Ook zagen wij regelmatig een kakariki in en uit 1 bepaalde boom vliegen, in de boom vonden wij een nest. Het broedseisoen voor de kakariki was dus al begonnen en dit betekent dat wij de hele operatie moesten staken. We willen immers geen vogels bij hun nest weg houden aangezien we hiermee verantwoordelijk zijn voor het sterven van alle ongeboren kleine kakariki'tjes. De operatie moet nu wachten tot Maart 2009. Na al het voorbereid werk moet dit erg zwaar zijn voor Luis.
Hierdoor hadden we wel meer tijd om te ontspannen en om wandelingen over het eiland te maken. We grepen deze kans dan ook en hebben weer prachtige jungle en riviertjes op het eiland verkent.

Little Barrier Island jungle

Ook het strand was erg interessant. Terwijl ik van steen naar steen sprong zag ik honderden shore skinks weg duiken. Shore skinks zitten overdag vaak op de stenen om zich op te warmen in de zon.
shore skink
Shore skink

En ook vond ik deze gigant
giant weta
De giant weta

Donderdagavond was een en al spelletjes avond. De ranger Shane had een quiz voorbereid en had ons in teams opgedeelt. De verliezer moest de grease pit (de put waar al het water en andere troep van de gootsteen terecht komt) schoonmaken voor vertrek. Het was een lange, interessante en grappige quiz en van de drie teams eindigde mijn team gelijk met een ander team op de eerste plaats. Het derde team moest dus de grease pit schoonmaken. Natuurlijk speelde we ook weer weerwolf, maar ook Moose en de vegetable game waren erg grappig.
Hoewel het elke dag zonnig en warm was werd er slecht weer voorspeld voor zaterdag, de dag dat we zouden vertrekken. We wilden het niet riskeren dat we vast zouden komen te zitten op het eiland (hoewel ik me geen betere plek kan bedenken om vast te zitten) dus moesten we helaas vrijdag het eiland al verlaten. Maar niet voordat we een groepsfoto hadden gemaakt.

Van links naar rechts: Tracey, Josh, Lis, Jordi, Luis, Josie, Stefi, Mike en Jen
Luis bleef op het eiland om meer observaties van de nestende kakariki te maken en de rest van ons laadde de watertaxi in en vertrokken terug naar het vaste land. Het water was spiegelglad en terwijl de taxi in beweging kwam zagen we plots een hele groep dolfijnen tussen ons en het eiland in zwemmen. De watertaxi keerde om en voor enkele minuten waren we omringt door dolfijnen. Ook op de terugweg sprongen er enkele dolfijnen hier en daar uit het water, het was erg magisch.

Zaterdags, terug op het vasteland, heb ik gebrunched in Devonport vanaf waar ik uitzicht had op Auckland (niet interessant) en de eilanden in de Hauraki Gulf. Vanaf hier kon ik zo'n beetje alle eilanden zien waar ik inmiddels geweest ben: Ponui, Motuihe, Motutapu, Rangitoto, Little Barrier, Tiritiri Matangi en Tawharanui (de laatste is geen eiland).
's avonds had ik afgesproken met het kakariki team van Little Barrier en zijn we in Auckland uit eten geweest in een Thais restaurant waarna we naar de bios gegaan zijn om The forbidden kingdom (met Jackie Chan en Jet Li) te zien.

Ik ben erb blij dat ik voor mijn vertrek nog zoveel uitjes met collega's gehad heb. Ik zal een hoop mensen enorm gaan missen maar ik weet dat ik een hoop goede vrienden gemaakt heb!

Woensdag is het zover, dan gaat mijn reis over het Zuidereiland beginnen. Waarschijnlijk zal ik nog wel even een kort berichtje achterlaten voordat ik vertrek, maar tijdens mijn reis zal ik niet veel mogelijkheden voor updates hebben. Ik wil dan ook iederen bedanken voor alle leuke reacties in mijn gastenboek. Bedankt voor de felicitaties in verband met mijn diplomering. En houd zo nu en dan mijn website toch in de gaten, want wie weet zet ik tussendoor toch nog een snelle update hier neer.
Tot over een paar maanden!!!

Knuffels en groetjes van Jordi

 

 

Entering the Lost world

Massey University, 5 september 2008

Zoals mijn pap en mam in het gastenboek al hebben laten weten is mijn verslag inmiddels nagekeken en goed gekeurd!! Ik zit nu alleen nog te wachten op een officieel bericht van het Van Hall dat ik nu echt gediplomeert ben en mijn diploma op 19 september in ontvangst kan nemen... Maar dan zit ik lekker nog in Nieuw Zeeland!!! Ik weet niet of ik het hier al gemeld had, maar ik heb mijn vlucht (van 29 september) omgeboekt naar 30 november; ik ga nog niet naar huis, nog lang niet nog lang niet.

Afgelopen zondag ben ik met Weihong naar de jam sessie op mount Victoria (een dode vulkaan in Auckland, Auckland heeft een stuk of 10 dode vulkanen verspreid over de stad) geweest. Er waren een stuk of 10 mensen met gitaar, een mandolien, een banjo en een mond harmonica. Het was erg leuk om naar de jam sessie te luisteren, maar helaas was het niveau te hoog voor mij om echt heel actief mee te doen. Ik heb hier en daar bij wat liedjes de akkoorden meegespeeld, maar meer kon ik niet doen.

Dinsdags ben ik op pad gegaan naar een andere vulkaan. Mijn plan is om, tijdens mijn rondreis, een drie daagse wandeling over Stewart Island (ten zuiden van Nieuw Zeeland) te maken. Om goed voorbereid te zijn wilde ik een test trip van drie dagen maken, dichter bij de bewoonde wereld zodat ik niet in de problemen kom als ik te weinig eten meebreng. Zo'n beetje overal waar ik geweest ben domineert Rangitoto Island de horizon en daarom vond ik het tijd om dit eiland eens te bezoeken. Rangitoto is de jongste vulkaan in de Auckland regio, slechts een paar honderd jaar oud.
Rangitoto island
Rangitoto met zijn lavasteen woestijn
Met een slaapzak, twaalf gekookte eieren, een brood en een paar appels op zak ben ik op pad gegaan. Na een boottochtje van een half uurtje kwam ik op het eiland aan en ben ik richting de top gewandeld. Halverwege heb ik de lavagrotten bezocht; een paar nauwe tunnels waar je door heen kunt kruipen om enkele tientallen meters verder weer boven de grond te komen. Daarna heb ik mijn tocht naar de top hervat.
Rangitoto lijkt vanuit de verte behoorlijk bebost, maar in werkelijkheid is het merendeel open vlakte met lavastenen. Lavastenen hier, lavastenen daar, overal waar je kijkt zie je dezelfde woestenij. Veel paden zijn dan ook niet vlak en het is dan ook vrij vermoeiend om op de onstabiele stenen ondergrond te lopen.
Vanaf de top kon ik bijna alle eilanden zien die ik tijdens mijn stage bezocht had: Ponui, Motuihe, Tiritiri Matangi, Little Barrier en de Tawharanui peninsula. Na een uurtje op de top gezeten te hebben ben ik weer naar beneden gelopen, heb een loop om het halve eiland gemaakt om vervolgens over te steken naar het aangrenzende Motutapu Island. Het is een wereld van verschil. Van het woeste, levenloze (niet veel dieren leven op Rangitoto) landschap van Rangitoto kwam ik in de open velden van Motutapu waar de lammeren en kalven vrolijk op de velden stonden te grazen.
Motutapu Island
Motutapu Island
Na ruim 5 uur wandelen op Rangitoto en een uur van de westkust naar de oostkust van Motutapu kwam ik, vlak voordat het donker werd, aan bij Homebay campground; een klein veldje met uitzicht over een prachtige baai. Niet meer dan een huisje met toilet stond hier, maar dit was de camping en de enige plek op deze eilanden waar het toegestaan is om te overnachten. Aangezien ik geen tent wilde meeslepen had ik geen tent om op te zetten. Ik heb mijn slaapzak (met regenhoes) uitgerolt en ben om 7 uur 's avonds in slaap gevallen onder de sterrenhemel.
De volgende ochtend werd ik gewekt door de zonsopkomst en onder het genot van het geluid van de zee, de fluitende vogels en de loeiende koeien at ik mijn ontbijt en ging ik weer op pad. Deze dag heb ik een rondje om het hele eiland gemaakt. De paden op het eiland worden aangegeven door gekleurde paaltjes, maar echte paden zijn er eigenlijk niet. Het is een en al weiland en regelmatig werd ik vergezeld door honderden kalfjes of lammetjes die nieuwschierig achter mij aan liepen. Na uren gelopen te hebben over de heuvelachtige weilanden was het een leuke afwisseling om bij de kust aan te komen.

Kustlijn van Motutapu
Motutapu heeft veel overblijfselen van de tweede wereld oorlog en overal zie je dan ook bunkers verspreid over het eiland. Het landschap echter herinnerde mij meer aan Lord of the Rings, met name The Shire waar de hobbits wonen. Maar in de film laten ze alleen het mooie deel van het dorpje zien, wat ze achterwege laten is dat er ook hobbit-crimineeltjes bestaan. En voor deze criminelen hebben ze een gevangenis gebouwd aan de rand van The Shire. Zie hier:

Hobbit Prison
Zo nu en dan kon ik het geluid van stromend water horen en aangezien ik erg van watervallen houd kon ik het natuurlijk niet laten om van het pad af te wijken om een kijkje te nemen bij de waterval. Het levert altijd weer mooie plaatjes op.
waterfall motutapu
Motutapu waterfall
Wederom na ruim 6 uur gewandeld te hebben kwam ik aan het einde van de dag uitgeput bij de camping aan waar ik mijn avondeten op het strand gegeten heb om weer vroeg naar bed te gaan.
De volgende ochtend moest ik vroeg op om de boot vanaf Rangitoto te halen. Weer bepakt en bezakt wandelde ik terug over de open velden. Ik stak de brug tussen de twee eilanden over en, alsof ik via een magisch portaal tussen twee werelden sprong, belande ik weer in de lost world of Rangitoto. Op de kaart had ik een zijpad gezien die naar een baai genaamd 'wreck bay' zou leiden. Deze naam klinkt interessant dus ik besloot om het paadje in te slaan. Het pad hier was nog ruiger dan de lavasteen paden die ik eerder bewandeld had en na een zware wandeling van een uur kwam ik eindelijk bij het strand aan. Tot mijn verbazing deed deze baai zijn naam eer aan. In de tweede wereld oorlog zijn in deze baai minstens 13 schepen gestrand. Eigenlijk zijn ze niet echt gestrand, ze zijn hier simpelweg gedumpt. Omdat deze baai behoorlijk uit het zicht ligt was het een populaire plek om je oude schepen te dumpen. Toen ik hier aankwam was het vloed, waardoor de meeste schepen niet zichtbaar waren, maar een romp stak wel al boven water uit en verderop op het strand kon ik de overblijfselen van een ander schip zien liggen.
Wreck bay rangitoto
Wreck bay: zoek het wrak
Hoewel deze schepen enorme watervervuiling veroorzaken (de slakken hebben zelfs roest op hun huisjes) heeft het toch ook wel een bijzondere historische sfeer en om deze reden heeft de Department of Conservation besloten om deze historische plek in tact te laten.
In de brandende zon liep ik weer een uur terug over het rotsachtige pad om nog enkele uren naar de werf van Rangitoto te lopen. Terug ik Auckland nam ik de bus naar huis, maar van vermoeidheid lette ik niet op en reed de bus langs mijn bushalte (en de 4 daarna). Dus toen ik eenmaal uit de bus stapte zat er maar een ding op: nog meer lopen.
De afgelopen drie dagen voelde het echt alsof ik in de wildernis was: prachtige landschappen, slapen onder de sterren, gemiddeld 6 uur per dag gelopen. Aan een leven als dit kan ik wel wennen. In mijn hele leven heb ik nog nooit zoveel gelopen in drie dagen, ik denk dat ik klaar ben voor de wandeltocht op Stewart Island.

Hieronder een kaart van de eilanden met de wandelingen die ik gedaan heb:

Knuffels en Groetjes van Jordi

 

Kiwi courtship

Massey University, 28 augustus 2008

Yay, mijn verslag is af en verzonden! Nu is het wachten op het Van Hall en hopen dat het verslag meteen wordt goedgekeurd, hopelijk kan ik dan diplomeren in September. Niet dat ik bij de diploma uitreiking zal zijn, maar het is toch een fijn idee dat ik dan echt ben afgestudeerd.

Afgelopen week is er weer zoveel gebeurd en zijn er weer enkele plannen bovenop mijn huidige plannen gekomen (zoals ik in mijn gastenboek al heb laten weten).

Eerst even een kort voorbeeldje om te laten zien dat je in Nieuw Zeeland niet eens de natuur in hoeft te gaan om prachtige dieren te zien. Ik wandelde door de stad (een buitenwijk van Auckland) toen ik een opmerkelijk beestje tegenkwam. Hij was nog geen 2cm lang, maar was duidelijk zichtbaar in de struiken van iemands voortuin.

Een bidsprinkhaan

Na mijn laatste Tiri trip merkte ik dat ik het kleine eilandje echt aan het missen was, vooral vanwege al die geweldige natuurverschijnselen en dieren die ik toen gezien heb. Daarom ben ik die week druk bezig geweest om een bed te reserveren op Tiri en een research permit te regelen. Het had heel wat voeten in de aarde maar tegen het einde van de week was het gelukt; vorige week zondag vertrok ik wederom naar Tiritiri Matangi Island.
Ik had dus via Shauna een onderzoeksvergunning weten te regelen, en mijn onderzoekbeschrijving was: Neem foto's van bellbirds. Shauna en Dianne kunnen niet genoeg bellbird foto's hebben, dus dat was een goed excuus om mij nog een laatste maal naar Tiri te sturen. Aangezien fotografie mijn hobby is voelde het niet echt als werk en tussendoor had ik meer dan genoeg tijd om het eiland te verkennen, zowel overdag als 's nachts.
De eerste avond was het dan ook gelijk raak en hoorde ik geritsel langs het pad. Een kleine kiwi liep onverstoord tussen de struiken door en stak het pad over, vlak voor mijn voeten. Niet veel verder op het pad hoorde ik weer geritsel en zag ik twee pinguins door de bush wandelen. Tegen het einde van mijn wandeling besloot ik eerst nog even lekker op een bankje in de jungle te gaan zitten om te genieten van het uitzicht over Tiri, de sterren en de maan.

Zie de maan schijnt door de bomen

Terwijl ik daar zo zat zag ik een grote vogel overvliegen, een morepork (uil) landde in een tak precies boven mij. Geweldig hoe de dieren hier zich zo makkelijk laten vinden (of mij vinden).

De dagen daarna was het weer niet optimaal om foto's te maken van de vogels. De kleine beestjes bewegen zich zo snel door de jungle dat het vaak moeilijk is om hen goed vast te leggen. Ik heb dus veel zonlicht nodig zodat ik een korte sluitertijd kan gebruiken en de vliegensvlugge vogels kan bevriezen op de foto.
Maar natuurlijk zal ik mij niet vervelen op Tiri want er is altijd genoeg te zien en te doen. Een van die dagen besloot ik een "rustdag" te houden, maar uiteindelijk kwam het er nog op neer dat ik mij volledig uitputte door de vele heuvels en klifs op Tiri te beklimmen. Zo heb ik weer heerlijk genoten van de prachtige uitzichten over de kustlijn van Tiri.
Tiri eastcoast

Elke voorgaande keer dat ik over Tiri wandelde en bij de oostkust kwam, zag ik een bord met de tekst "The Arches - only at low tide". Het bord maakte mij altijd erg nieuwsgierig, maar meestal had ik geen tijd om de boel daar te verkennen en op een keer dat ik wel tijd had was het hoog tij en kwam ik er al gauw achter dat het daar erg ontoegankelijk was.
Dit keer had ik tijd genoeg en kon ik het zo timen dat ik daar bij laag tij aankwam. Wankelend balanceerde ik over een smal paadje met een diepe afgrond aan beide zijden. De rechterkant was te stijl om naar beneden te klimmen, de linkerkant was iets minder stijl en bovendien staken er wortels van bomen uit, dit was de enige manier om benede te komen. Voorzichtig daalde ik af, mij vasthoudend aan de wortels. Het was zo glad dat mijn voeten totaal geen grip hadden en ik volledig op de grip van mijn handen moest vertrouwen. Regelmatig gleed ik enkele meters naar beneden om zo snel mogelijk een langsschietende wortel vast te pakken. Ik kwam heelhuids (wel een beetje modderig) beneden aan. Ik stond in een diepe kuil en kon het water van de zee door de tunnels horen. Ik liep richting het geluid en zag dat mijn weg versperd werd door een dunne muur van water. Een kleine waterval, veroorzaakt door de regen van die ochtend, viel hier naar beneden, het zwakke zonlicht brekent tot een prachtige kleine regenboog.
waterfall the arches at tiri

Ik liep onder de waterval door en kwam gauw bij de zee uit, aan alle zijden omringt door tunnels en prachtige bogen van steen, gecreeerd door weer en wind.
The arches Tiritiri Matangi Island
The Arches

Sommige tunnels gaven mij toegang tot een nieuw stukje van het eiland dat ik nog niet verkend had en een andere tunnel liep uit in een klein grottenstelsel waar ik deze kleine bewoner vond:
little blue penguin tiritiri matangi island
Little blue penguin, verscholen in 1 van de grotten

Andere bijzondere wezens die hier leven waren o.a. deze krab, die niet al te blij was met mijn aanwezigheid en boos waterbubbels en waterstraaltjes begon te spugen.

In het ondiepe water van de zee vond ik zee-egels, ik zou er niet graag in willen stappen.

Na een lange tijd rondgelopen te hebben onder the arches en genoten te hebben van de vele uitzichten ben ik weer omhoog geklommen. Ook nu voelde ik mijn voeten constant wegglijden en moest ik mijzelf meters omhoog trekken aan de uitstekende boomwortels. Nog enkele keren in de dagen daarna ben ik hier naar beneden geklommen en ik werd er steeds behendiger in. Uiteindelijk wist ik in 22 seconden naar beneden te klimmen en in 16 seconden weer omhoog (ik heb het getimed).

Gelukkig waren de meeste dagen daarna goed geschikt om de vogels te fotograferen dus ben ik het eiland rondgelopen om bij verschillende vogelvoeders enkele uren te zitten. Lekker ontspannen vogeltjes kijken. Natuurlijk waren de bellbirds overal en lieten zij zich makkelijk fotograferen. Ik heb hard geprobeerd om bellbirds in vlucht te fotograferen, maar dit is helaas niet helemaal gelukt zoals ik dat wilde, hoewel deze toch aardig is:

Natuurlijk heb ik niet alleen naar de bellbirds gekeken, mijn favoriete vogel, de tui, werd ook flink gefotografeerd. Nu de lente eraan komt en enkele bloemen al in bloei zijn zie ik meer tui dan ooit tevoren. Elke bloeiende boom heeft minstens tien tui, ze vliegen je overal om de oren en zingen zo luid als ze kunnen.

Zingende tui


Tui, vliegend van boom naar boom

Terwijl ik mij op de bellbirds en tui aan het richten was hoorde ik het griezelige geluid van twee kokako dichterbij komen. Al gauw kwamen er twee zeldzame kokako uit de struiken gevlogen. Eerst zaten ze op de rand van een waterbak om wat te drinken, maar toen sprongen zij er allebei in namen uitgebreid een bad.

Badderende kokako

Een van de vrijwilligers op het eiland vertelde me dat de Brown Teal (een zeer zeldzame eend) jonkies had, dus heb ik ook regelmatig in de buurt van haar nest gezeten in de hoop een glimps van haar kuikens op te vangen. Maar de ouders lieten dit niet toe en hielden de jonkies goed verborgen terwijl ze zelf nieuwsgierig rond mij liepen.
Brown Teal tiritiri matangi
Brown Teal

Maar net zoals tijdens mijn vorige Tiri trip waren het de avondwandelingen die mij altijd bij zullen blijven. Hoewel ik geen lichtgevend water gezien heb en ook geen sterrenregen was de laatste avond met zekerheid een van de beste!
Na een prachtige zonsondergang bij skullrock liep ik langzaam terug naar de bunkhouse. De zon was nog maar net onder en het was nog steeds vrij licht toen ik weer een little spotted kiwi langs de weg zag lopen. Het was slechts een korte ontmoeting, maar ik heb het beestje weer duidelijk kunnen zien.
Na het avondeten ging ik er met camera op uit. Op het strand liepen twee pinguins over de rotsen, maar iets verderop kwam ik een veel bijzonderder dier tegen. Een prachtig oranje gekleurde tuatara liep over het strand.
tuatara tiritiri matangi
Tuatara op Hobbs Beach
De tuatara die ik tijdens mijn vorige trip gezien had zat constant verscholen in zijn hol, waardoor ik elke keer maar een klein deel van zijn lichaam kon zien, maar deze tuatara was duidelijk in zijn totaliteit te zien.
Bovenaan een klif liepen de petrels over het pad. Voor de laatste keer deed ik de indianenroep en de petrels kwamen snel aangerent terwijl zij hun hilarische zang lieten horen. Vanaf daar nam ik een pad door de jungle waar ik even gezeten heb om van de rust en wildernis te genieten.
Toen ik uit de jungle liep hoorde ik herkenbaar geritsel op de bosvloer: een vrouwtjes kiwi (herkenbaar bij haar formaat; groter dan mannetjes) rende door het bos, opgeschrikt door mijn aanwezigheid. Plots hoorde ik geritsel vanuit een andere richting en ik zag een mannetjes kiwi in haar richting lopen. De twee kiwi liepen naar elkaar toe en verdwenen uit mijn zicht. Plots klonk een luide wrie-wrie-wrie; het mannetje riep naar het vrouwtje. Even later werd zijn roep beantwoord door het vrouwtje met een lage wroe-wroe-wroe-wroe-wroe-wroe-wroe waarna beide kiwi een, voor mij, onbekend geluid produceerde. Kgrrr-kgrrr-kgrrr...
Door de struiken kon ik de kiwi niet zien en voorzichtig liep ik in een boog naar hen toe. Ik kon het geluid steeds beter horen tot plots het grote vrouwtje uit de struiken sprong en een sprint nam. Het mannetje bleef eerst staan en liep daarna rustig weg, ik volgde. Het mannetje liet mij super dichtbij komen, dit was mijn kans. Ik had mijn camera klaar en richte deze naar de kiwi. De autofocus probeerde scherp te stellen in deze complete duisternis, maar het was te donker en de kiwi, opgeschrikt door het geluid van mijn camera, liep gauw weg. Ik volgde weer, maar was de kiwi kwijt. Plots sprong het mannetje op, slechts enkele centimeters van mij vandaan, en rende van mij vandaan. In de verte kon ik het geritsel van het vrouwtje horen en ik probeerde uit de weg te gaan zodat zij elkaar weer konden vinden.
Terwijl ik stilletjes in haar richting liep zag ik plotseling het mannetje recht voor mij staan. Weer richte ik mijn camera, de autofocus werkte, het beeld was scherp en ik drukte af...
Little spotted kiwi tiritiri matangi
Eindelijk een close-up van een wilde kiwi, en bovendien de meest zeldzame kiwi soort

Het mannetje liep daarna weer naar het vrouwtje en vanuit de struiken klonk weer het mysterieuze geluid: Kgrrr-kgrrr-kgrrr...
Zo stilletjes als ik kon kroop ik dichterbij totdat ik hen duidelijk kon zien vanaf slechts een halve meter afstand. De twee kiwi stonden snavel aan snavel terwijl zij hun kgrrr geluiden voortzetten. Behalve dat deden zij niets, maar het is vrij zeker dat ik hier getuigen ben geweest van een of ander hofmakerij. Na enige tijd besloot ik om de twee kiwi wat meer privacy te geven en ben ik teruggekeerd naar de bunkhouse waar ik mijn laatste nacht op Tiri heb geslapen.

Daarna was het echt tijd om weer terug naar Massey te gaan om mijn verslag af te ronden. Zondagavond ging ik met Weihong (collega waar ik nu tijdelijk bij woon) naar Tim Lovegrove's huis voor het avondeten. Gedurende de maanden van mijn stage kwam ik de naam "Tim Lovegrove" overal tegen. Iedereen in de wereld van ecologie kent hem en bijna alle wetenschappelijke artikels die ik heb gelezen noemen zijn naam. In Nieuw Zeeland (en zelfs buiten NZ) is het dus bijna een beroemdheid, het was dus erg leuk om hem eindelijk te ontmoeten. Hij heeft een erg muziekale familie, dus tussen de gangen door werd er veel muziek gemaakt.
Maandagavond was nog muzikaler, ik ben naar een gezellig cafe in Devonport gegaan waar de hele avond vrolijke Folkmuziek gespeeld werd; Nieuw Zeelands, Amerikaans, Schots en Iers. Het plan is dat Weihong, Shauna en ik hier volgende week zondag weer heen gaan, maar dan om deel te nemen aan een jam sessie, ik ben benieuwd hoe dat gaat klinken.

Dinsdag heb ik niet veel tijd gehad om aan mijn verslag te werken omdat de Department of Conservation een gestrande dolfijn naar ons lab gebracht had. Een van mijn collega's is een dolfijnenexpert dus zij mocht een autopsie doen om uit te vinden waar deze dolfijn aan gestorven is. Het grootse deel van de dag heb ik gekeken en geholpen.
Zo zag de dolfijn er eerst uit, maar ik zal de foto's van het eindresultaat maar niet laten zien. Laat ik maar zeggen dat we enkele uren gespendeerd hebben aan het opruimen van het bloed en de stukken vlees die overal en nergens lagen.
Het is nog niet geheel duidelijk waar ze aan gestorven is, wel zijn van alle organen (en onbekend weefsel) monsters naar het lab gestuurd.
Wat ook best treurig was, is dat deze dolfijn zwanger was en wij een jong dolfijntje in haar baarmoeder aantroffen.
It's a boy!

De dag daarna heb ik de laatste regels voor mijn verslag geschreven en heb ik deze naar mijn begeleider van het Van Hall gemaild. Hopelijk heeft hij het snel nagekeken en hoef ik me daar geen zorgen meer over te maken.

Nu heb ik nog een spannende trip naar Little Barrier Island in het vooruitzicht en natuurlijk de nog spannendere trip naar Codfish Island, helemaal in het zuiden van Nieuw Zeeland. Tussendoor, en na Codfish, zal ik gaan rondreizen in het zuidereiland. Mijn stage zit er dus eigenlijk zo'n beetje op nu, maar nog steeds heb ik zoveel geweldige dingen in het vooruitzicht. Maar nu eerst moet ik mijn reisplannen definitief gaan maken zodat ik de vliegmaatschappij kan laten weten dat ik nog lang niet naar huis ga...

Groetjes en Knuffels van Jordi

 

 

Stars of the water and sky

Massey University, 8 augustus 2008

Het was zondag; het moment was aangebroken waarop we te horen kregen of de boot naar Tiritiri Matangi Island zou gaan. De wind die dag was vrij hevig, dat is geen goed teken. Ik hield mijn adem in terwijl ik luisterde naar het automatische bericht van de Tiri ferry hotline. "We are sorry to announce that the ferry to Tiritiri Matangi Island for today is cancelled..." ... Moesten we het nu weer een week uitstellen? Net nadat ik de verbinding verbroken had rinkelde mijn telefoon. Ik zag op het display dat het Shauna was, ze had het slechte nieuws waarschijnlijk zelf ook gehoord. Ik nam op en wachtte op een teleurgestelde stem aan de andere kant van de lijn, maar in plaats daarvan hoorde ik een opgewekte stem. Shauna had met de mensen van de ferry company gesproken en ze had goed nieuws. De ferry was inderdaad geannuleerd om mensen naar het eiland te brengen, maar er zaten nog steeds een paar mensen op het eiland die er vandaag echt af moesten en de ferry zou tussen de stormen door hen ophalen, wij mochten mee!!!

Tiritiri Matangi Island
In de middag kwamen we aan op het eiland, het was stralend weer en ranger Jen en stagaire Jamie stonden ons al op te wachten.
Tiritiri heeft zo'n hoge bellbird dichtheid dat we maar twee mist netten hadden meegenomen, dus met zo weinig equipment hadden we gauw onze spullen van de boot geladen en gingen we opweg naar het midden van het eiland waar we de netten hadden opgezet. In de bossen was het weer spitsuur en we waren er van verzekerd dat we veel vogels zouden vangen in een korte tijd. Daarom lieten we vandaag voor wat het was en keerde we terug naar de bunkhouse waar ik ons avondeten heb klaargemaakt; spaghetti met appelmoes. Natuurlijk werd ik flink uitgelachen door Shauna en Jamie, maar gelukkig was het een geslaagd maal.
Na het avondeten besloot ik om het pikdonkere eiland te verkennen, op zoek naar kiwi. Op Tawharanui en Little Barrier heb ik al flink wat kiwi gezien (en vastgehouden), maar de kiwi soort die op Tiri woont (er zijn 5 verschillende kiwi soorten) is de meest zeldzame en meest bedreigde soort. Bovendien blijft het bijzonder om een kiwi te zien, ookal is het een veel voorkomende soort. Met zaklamp en camera liep ik het strand op, eerst waren de pinguins aan de beurt. Maar tot mijn verbazing was het springvloed en stond het water zo hoog dat er helemaal geen strand meer over was. Helaas geen pinguins vandaag dus besloot ik om te zien of de petrels wakker waren. Ik beklom een smal stijl paadje tot ik bovenaan een klif kwam. Enkele meters verder was de plek waar de petrels hun nest hebben en daar zou ik de petrel roep moeten doen, maar onverwacht zag ik plotseling enkele petrels midden op het pad zitten. De tamme beestjes bleven lekker zitten waar ze zaten terwijl ik tussen hen in ging zitten. Ik deed de indianenroep en alle petrels om mij heen, zowel op de grond als in de lucht, leken wakker te worden. Ze wachelde om mij heen en maakte luidkeels hun lachwekkende geluiden. De meeste petrels hadden er totaal geen problemen mee dat ik hen probeerde te aaien. Na een half uurtje besloot ik de petrels met rust te laten en vervolgde ik mijn zoektocht naar kiwi.
Ik bevond mij dieper en dieper in de bossen en regelmatig hoorde ik geritsel om mij heen, maar het licht van mijn zaklamp kon mij niet laten zien wat het was. Na lange tijd zoeken zonder te vinden besloot ik terug naar het pad te gaan en richting bunkhouse te lopen. Ik had nog geen stap op het pad gezet of ik hoorde weer wat geritsel. Ik scheen mijn zaklamp in de bossen en zag nog net een kiwikont achter de struiken verdwijnen. Rechts van mij hoorde ik weer geritsel, mijn zaklamp flitste die kant op en bescheen een tweede kiwi. Het beestje had de schrik flink te pakken en stond bewegingloos in de bossen. Ik greep mijn camera en probeerde wanhopig scherp te stellen in deze duisternis, maar helaas kon ik niets zien. Om niet met lege handen terug te keren klapte ik mijn flits uit en drukte ik de foto af in de hoop dat er toch iets te zien was. Het resultaat lijkt misschien meer op de altijd wazige foto's die van het monster van Loch Ness gemaakt worden, maar ik kan je verzekeren dat het hier om een echte kiwi gaat en niet om een mysterieuze legende.
Professional picture of a little spotted kiwi
Zoek de kiwi - Ongeveer in het midden van de foto, boven de groene bladeren kun je zijn lange, beige snavel zien. Zijn hoofd is verscholen achter de takken, maar zijn grijs gevlekte lichaam is zichtbaar links van de groene bladeren.
Hoewel de foto niet veel toont heb ik in het echt toch goed naar de zeldzame kiwi kunnen kijken. De foto mag dan te wazig zijn, de herinnering is kristal helder! Die avond ging ik als een tevreden jongen naar bed...

De volgende dag waren we vroeg op, toen we bij de mist nets kwamen waren de bellbirds al druk bezig met hun dawn chorus. Ik opende de netten en voor we het wisten vlogen er alweer een stuk of tien bellbirds in het net. Zo snel als we konden haalden we de vogels uit het net en sloten we de netten om te voorkomen dat de vogels te lang in de netten of in de birdbags zouden moeten hangen. De rest van de dag waren we bezig om de bloedmonsters van de vogels te nemen en elke keer dat we alle vogels verwerkt hadden hoefde we het net maar een minuut open te hebben om weer een voorraadje te hebben, het is bijna lopendeband werk op Tiri. Helaas zijn het vooral de mannetjes die in het net vliegen en aan het einde van de dag hadden we 16 mannetjes en 0 vrouwtjes. Morgen moeten we dus een andere tactiek bedenken om ook vrouwtjes te vangen.
Na het avondeten ging ik er weer op uit, dit keer ging Jamie (stagaire uit Duitsland) met me mee. De lucht was super helder en het licht van de sterren bescheen het eiland zachtjes. We kwamen aan bij de werf, natuurlijk was het weer vloed en konden we op het strand niet naar pinguins zoeken. Ik keek naar het water en zag het vonkelen. We deden onze zaklamp uit en lieten ons (voor mij voor de tweede keer) verbazen. Het water gaf weer licht!! De golven waren een stuk wilder dan toen het water tijdens mijn vorige Tiritrip licht gaf, dus elke keer zagen we een blauw oplichtende golf tegen het klif aanslaan. Ik nam mijn tijd om een foto van het spektakel te maken, maar het is simpelweg niet licht genoeg om vast te leggen. Dit is dus een ervaring die ik niet met jullie kan delen of terug kan zien, maar net als met de kiwi van gisteren is het een moment dat ik nooit meer zal vergeten.
We wandelde over een paadje en zagen van bovenaan het klif hoe het kolkende water onder ons blauw oplichtte. We keken uit over de zee, onder ons dreven de lichtgevende puntjes van het oplichtende plankton, verder aan de horizon maakte het water plaats voor de hemel waar de sterren nog steeds helder fonkelden. Plots schoot er een vallende ster door de hemel tot aan de horizon. Kon het nog perfecter worden?
We zaten weer een half uurtje bij de petrels en wandelde daarna naar een open veldje op het eiland. Onder het genot van de 60 tot 80 kiwi op het eiland die naar elkaar aan het roepen waren zagen we tientallen vallende sterren, soms meerder tegerlijkertijd, heen en weer door de hemel schieten. Op een gegeven moment zag ik een vallende ster die langer door de lucht vloog dan de andere. Een lange lichtgevende lijn schoot door de lucht en als klap op de vuurpijl eindigde het in een enorme licht explosie die het eiland kort verlichte als een velle bliksemschicht. Onder een enorme sterrenregen kwamen we, tot onze verbazing om 2 uur 's nachts, terug bij de bunkhouse.

De volgende dag was ik natuurlijk weer druk bezig met het vangen van de vogels, en hoewel dat erg leuk werk is keek ik al uit naar die avond, het kon niet snel genoeg komen.
Nadat ik mijn avondeten op had stond ik al gelijk klaar om naar buiten te gaan met Jamie. De hemel was weer even helder als de avond hiervoor en tijdens onze wandeling werden wij vergezeld door een dunne maar heldere maan. We liepen helemaal naar het noorden van het eiland (de bunkhouse is aan de zuidzijde, maar gelukkig is het een klein eilandje) waar we op een open veldje in het gras gingen liggen om naar de sterren en overvliegende petrels te kijken. Het was een drukke avond met nog meer vallende sterren dan de avond hiervoor. Op een gegeven moment bedacht ik me dat je bij elke vallende ster een wens mag doen. Ik dacht na over wat ik wilde wensen en al gauw wist ik het: Ik ben hier in Nieuw Zeeland, heb al zoveel gezien en gedaan en nog steeds blijft het land mij verbazen met al haar natuurschoon. Ik heb al het geluk van de wereld aan mijn zijde in het zien van al deze zeldzame dieren en natuurverschijnselen, dit is perfectie, ik leef mijn droom. I've got nothing to wish for!

De woensdag was aangebroken, de dag dat de ferry ons zou komen ophalen. Het was stralend weer en er was dus geen enkele reden om de ferry te annuleren, dit was mijn allerlaatste dag op het magische Tiritiri Matangi Island, afscheid was nabij. Vroeg in de ochtend ging ik eerst naar een klein watertje waar de Brown Teal zich zou moeten bevinden. Hoewel de Teal eruit ziet als een simpele eend is het eigenlijk een met uitsterven bedreigde soort. Wat ook erg interessant is aan deze eenden is dat ze voornamelijk 's nachts actief zijn. Maar als ze weten dat je brood bij je hebt worden ze maar al te graag wakker.
brown teal tiritiri matangi
Een brown teal koppel - vrouwtje links en mannetje rechts.

Die ochtend vingen we de laatste vogels en Shauna merkte dat ik nog niet weg wilde. We hadden nog een paar vrouwtjes nodig, maar aangezien we al onze spullen vroeg moesten inpakken om mee te nemen op de ferry, leek het erop dat we het aantal niet gingen halen. Maar toen bedacht Shauna een perfect plan. Zij moest echt terug naar het vasteland die dag om data te verwerken, maar als ik nog een nachtje zou blijven konden we de netten langer open houden als ik ze later in de middag zou opruimen. Tegen zo'n plan zeg ik geen nee, dus ik bleef nog een nachtje langer!!!
Tijdens het mistnetten vloog er eindelijk een vrouwtjes bellbird in het net. Terwijl ik bezig was om het net uit de war te halen en haar eruit te krijgen vloog er een boze tui vlak langs mijn hoofd het net in. Aangezien de tui te groot is om echt vast te zitten in het net bleef hij in het net rollen, zijn scherpe klauwen schoten vlak langs mijn gezicht terwijl ik met de bellbird bezig was. Ik had de bellbird in mijn linkerhand en met mijn rechterhand moest ik de tui bevrijden zonder geraakt te worden door de klauwen (je weet immers nooit hoe je reageert wanneer een tui zijn klauwen in je vlees zet en ik moet er niet aan denken dat ik van schrik de bellbird in mijn linkerhand de bellbird fijn knijp). Met een vogel in de ene hand en het net in de andere wist ik creatief de tui uit het net te lanceren. Hij spreide zijn vleugels en vloog boos de hoge bomen in terwijl ik eindelijk de kleine bellbird uit het net bevreidde. Terwijl ik tussen de twee netten heen en weer liep zag ik een mysterieus gat in de grond, maar op dat moment vloog er een kakariki in het net en moest ik gauw weer aan het werk en vergat ik het mysterieuze gat.
kakariki
kakariki
De prachtig gekleurde kakariki die in het net vloog

'S middags verliet Shauna het eiland en keerde ik terug naar de netten om ze op te ruimen en schoon te maken. De laatste avond was aangebroken en Jamie en ik bevonden ons weer in de donkere jungle van Tiri. De maan stond laag aan de hemel in het westen en we besloten om via een smal paadje af te dalen naar het strand, naar skull rock. We lagen op het strand aan de voet van skull rock en zagen de maan langzaam zakken.
skull rock by night
Skull rock by night
De maan zakte achter de horizon terwijl we lui op het strand bleven liggen. Zag ik daar een fonkel in het water? Jamie zag het ook. En toen een tweede keer en een derde keer. Binnen 15 minuten veranderde het pikzwarte water in een blauw gloeiende massa, het was weer zover! Terwijl wij daar zaten te genieten van wederom een oplichtende zee sloten de wolken zich boven Tiritiri Matangi Island en in de verte zagen we de dreigende regenwolken langzaam dichterbij komen drijven.
We klommen via het smalle paadje weer omhoog en liepen via de main road terug richting bunkhouse. Op een gegeven moment kwamen we langs de plek waar ik eerder die dag de netten had opgeruimt en ik herinnerde mij het mysterieuze gat in de grond. We liepen het bos in en in het donker probeerde ik mij te orienteren om het hol te vinden, al gauw hadden we het gevonden. Ik ging op de grond liggen en scheen met mijn zaklamp naar binnen. In eerste instantie zag ik niets. Ik probeerde om de hoekjes van de tunnel heen te kijken en plots zag ik een geschubde grijze massa. Was het een kiwibeen? Waarom eindigt het in een punt en waarom zie ik geen klauwen aan het uiteinde. Ik volgde de gekrulde lijn en zag een lange rij witte punten, een uitsteeksel met korte klauwen en een hoofd. Toen realiseerde ik mij wat we gevonden hadden. Het was een wilde Tuatara!
tuatara by jordi segers
De tuatara is een uniek reptiel dat alleen in Nieuw Zeeland leeft. Het is ouder dan de dinosaurussen, een levend fosiel dus. Dit was geweldig!!

Natuurlijk bleven we daar even liggen om lang naar de tuatara te staren, maar op een gegeven moment moet je het beestje toch met rust laten, dus vervolgde we onze weg terug, nog steeds hyper van deze geweldige ontdekking. We liepen, luid pratend over alles wat we gezien hadden de afgelopen nachten, toen we geritsel hoorde. Ik scheen mijn zaklamp over het pad en riep "KIWI!". Een Little spotted kiwi stond langs de weg. Opgeschrikt door mijn roep nam het drie sprongen en kwam tot stilstand in het bos. Het beestje liep niet ver van het pad, maar liep paralel terwijl wij hem duidelijk door de jungle zagen wandelen. Blijkbaar vond hij het op deze manier veilig genoeg en ging hij verder met foerageren terwijl wij ruim de tijd namen om deze beelden goed in ons geheugen op te slaan.
In Nieuw Zeeland zijn is zo'n unieke ervaring. Dan ook nog een kiwi zien maakt het helemaal geweldig, maar bovenop alles in dezelfde avond een wilde tuatara zien maakt het helemaal compleet. Deze nacht was Nieuw Zeeland ten top. In 1 nacht hebben wij meer van Nieuw Zeeland gezien dan de meeste Nieuw Zeelanders in hun hele leven te zien krijgen. Wij kunnen ons nu met recht echte kiwi's noemen!

De laatste dag was aangebroken. Snel pakte ik al mijn spullen bijeen om nog even kort van het eiland te kunnen genieten voordat de ferry zou vertrekken. Een korte wandeling naar 1 van de vele uitzichtpunten bleek een goede keus te zijn. Mijn laatste uurtje op Tiri heb ik heerlijk van het uitzicht en de rust genoten, maar tegerlijkertijd realiseerde ik mij dat dit helemaal niet de laatste keer hoeft te zijn. Dat ik niet meer zal participeren in veldwerk op Tiri betekent niet dat ik er zelf niet naar toe kan gaan, ze noemen het niet voor niets een 'open sanctuary'. Ik ben nog niet klaar om afscheid te nemen, dus ik heb nog een laatste trip (misschien zelfs 1 na laatste, je weet het nooit) naar Tiri geplanned staan.

Tiri, tot gauw!!

 

Hitchcock's: The Kaka

Massey University, 30 juli 2008

Wow, het is alweer lang geleden dat ik voor het laatst wat geschreven heb. Ik kan niet geloven hoe snel de tijd voorbij gaat. Zo is ook het einde van mijn stage al dichterbij dan ik mij realiseerde en heb ik mij inmiddels volledig gestort op het schrijven van mijn verslag. Hoewel, niet helemaal volledig want ik heb nog 1 of 2 veldtrips geplanned staan.
Maar ik zal de volgorde van mijn verhalen proberen chronologisch te houden, dus eerst gaan we 3 weken terug.

Hauturu
Na een weekje 'uitrusten' en alvast werken aan mijn verslag in het lab was het tijd om terug te keren naar het mooiste eiland waar ik tot nu geweest ben: Little Barrier Island (of Hauturu in Maori). De vorige keer gingen we naar het eiland met een watertaxi; een klein bootje dat aardig wat snelheid maakte en ons binnen een uur op het eiland afzette. Maar dit keer gingen we met een speciale boot van de Department of Conservation; de Hauturu boot, vernoemd naar het eiland. De Hauturu is een langzaam, middelgroot vracht schip. Het oogt niet groot in lengte, maar in hoogte is het een monster! De boot heeft niet veel diepgang, waardoor het makkelijker door ondiep water kan varen dat een barriere vormt voor grotere boten. Het nadeel hiervan, zo heb ik mij laten vertellen, is dat de boot bij elk golfje als een gek heen en weer begint te zwiepen. En daarbovenop komt nog eens dat de Hauturu met een slakkengangetje door de Hauraki Gulf vaart. We hadden nog best mazzel; normaal gesproken doet de Hauturu ongeveer 4 eilanden aan (om te voorzien van goederen) voordat deze naar Little Barrier Island gaat, maar dit keer stopten we alleen bij Tiritiri Matangi. En dat was zeker mazzel, want zelfs met maar 1 stopover duurde de vaart naar Little Barrier nog ruim 5 uur. Gelukkig was er geen zuchtje wind en merkte ik niet veel van het heen en weer zwiepen van de boot. Bovendien ging de tijd best snel terwijl ik genoot van de voorbijdrijvende, paradijselijke eilandjes en de vele pinguins die rond de boot naar vis doken.
Hauturu Little barrier island
Hauturu: Little Barrier Island
De landing op Little Barrier was, wederom vanwege het mooie weer, een stuk kalmer en veiliger dan de landing van de vorige keer en voor we het wisten stonden we (met vier personen en een ranger) aan wal. Onze missie: het vangen van 40 bellbirds om in hun bloed naar malaria te zoeken. De vorige keer (toen we de red crowned kakariki wilden vangen om naar Motuihe Island te verhuizen) vingen we meer bellbirds dan ons lief was, dus we verwachtten niet veel problemen.
We zagen hoe de Hauturu boot weer begon met een slakkengangetje een vijf uur durende tocht terug naar het vasteland te maken toen de ranger een grote zeevogel in de verte zag. We grepen allemaal naar verrekijkers of camera's met telelenzen om het beestje van dichtbij te kunnen zien, maar al gauw bleek dat we deze apparatuur niet nodig hadden. Langzaam maar zeker kwam de vogel naar ons toe gedobberd en al gauw spreidde hij zijn gigantische vleugels om balans te houden terwijl hij over het rotsachtige strand naar ons toe kwam gewandeld.
Giant petrel Little barrier island
Het was een Giant Petrel en een gigant was het zeker. Giant petrels zijn bijna 90 cm lang, 5 kilo zwaar en hebben een vleugelspanwijdte van bijna 2 meter!!! Deze gigantische vogel vertoonde overigens wel heel vreemd gedrag. Toen wij en stapje dichtbij zette begon hij, in plaats van afstand te houden, een sprint over het strand in onze richting. Ik bukte om een foto vanuit een lage hoek te maken, maar voor ik het wist was het dier te dichtbij om te focussen en sprong hij spontaan op mijn schoot. Hier zat ik dan, met vijf kilo veren en 2 meter aan vleugel op mijn schoot. We kwamen hier om vogels te vangen, maar dit hadden we nooit verwacht. De giant petrel ging ons allemaal langs en liet zich uitgebreid door ons aaien. Dankbaar nam hij een paar kwalletjes (die iemand gauw uit onze bagage had gevist) uit onze hand en keerde weer terug naar de zee.

Voor ons was het speelkwartiertje ook over en we moesten aan de slag. Na al onze spullen gecheckt te hebben op ongenode gasten (zaden, insecten, knaagdieren) pakten we onze spullen uit en zette we de mist nets op. De avond viel voordat we tijd hadden om vogels te vangen. Na het avond ben ik direct naar buiten gegaan op zoek naar het vele nachtleven dat op Little Barrier Island woont. Zo'n beetje overal om mij heen hoorde ik het geritsel van kiwi, maar elke keer waren ze me te slim af. Weta en gecko's zag ik bijna overal rondkruipen, maar de kiwi wilden zich niet laten zien. Na een half uur, toen ik het het minst verwachtte, liep er plots een kiwi langs mij over het pad. Het beestje was totaal niet bang, het leek mij zelfs niet gezien of gehoord te hebben terwijl ik hier direct naast hem stond. Hij wandelde de struiken in en vervolgde zijn speurtocht naar wormpjes en insectjes. Op de terugweg vlogen er een paar vleermuizen rond mijn hoofd en werd ik begroet door het geroep van de morepork (de uilen).
De ochtend was aangebroken en de mist nets stonden op scherp. Het duurde niet lang voordat de vogeltjes het net in vlogen. Binnen 2 uur hadden we al 22 bellbirds gevangen en moesten we de netten sluiten omdat we ze anders niet snel genoeg konden 'verwerken' (maten opnemen en bloed afnemen). Tijdens de 2 uur dat de netten open waren vingen we natuurlijk ook veel andere vogels. Eindelijk heb ik een volwassen Saddleback gevangen. Ik heb al eens eerder laten zien hoe zij eruit zien, dus nu zal ik het houden bij een klein educatief feitje. De saddleback, samen met de nog zeldzamere Kokako, behoort tot de familie der wattlebirds. Wattles zijn vleesachtige flapjes die aan de basis van hun snavel hangen. Het interessante aan deze wattles is dat je hiermee jonge vogels van volwassen vogels kan onderscheiden. Hoe jonger de vogel, des te kleiner de wattle. Dus hoe ouder de vogel, des te groter de wattle.
Saddleback juvenile
Saddleback juvenile

Saddleback adult
Saddleback adult

Het duurden enkele uren voordat alle gevangen bellbirds verwerkt waren en vrijgelaten konden worden. Helaas was het tegen die tijd aan het regenen en in de regen is het geen goed idee om vogels te vangen. Het verendek van vogels beschermt hen perfect tegen regen en kou, maar op het moment dat je ze vastpakt duw je als het ware het water door hun veren heen en is de kans groot dat de vogel onderkoelt raakt en misschien zelfs sterft. De rest van de dag hebben we dus geen vogels kunnen vangen. We hebben ons vermaakt met het maken van muziek op viool, gitaar en ukulele.

De volgende dag was het weer troosteloos. Bijna de hele dag heeft het geregent en in de korte periode dat het droog was en we de netten open hadden staan hadden we bijna niets gevangen. En zo ging het ook de dag erna.
1 vogel die ik wel heb gevangen zou ik liever niet nog eens vangen. De hele dag, terwijl ik vanaf een afstandje de netten in de gaten hield, hoorde ik het gekraai van Kaka (grote papegaaien) in de bomen om mij heen. Ze hebben enorme klauwen en enorme snavels waarmee ze in staat zijn een vinger af te bijten. Op een gegeven moment zag ik een van de netten, die vanuit mijn positie half verscholen zat achter een struik, hevig heen en weer zwiepen. Ik wist direct wat er aan de hand was en rende als een gek richting het net. Een enorm geirriteerde kaka hing in het net. Toen de vogel binnen mijn hand bereik was begon het keihard te gillen, dit alarmeerde alle kaka in de bomen om mij heen. Voorzichtig greep ik het net en kieperde deze binnenstebuiten. Dit is een veelgebruikte methoden om grotere vogels, die je liever niet wilt vasthouden, uit het net te 'lanceren'. Gelukkig werkte dit en vloog de kaka, nog steeds gillend en krijsend, uit het net. Op dat moment kreeg ik een waar Hitchcock's Birds moment. Alle kaka in de omgeving sprongen uit de bomen en een grote, luide, opgeschrikte groep, boze kaka vlogen als zwarte silhouetten over mijn hoofd. Het was een kabaal van jewelste, maar gelukkig bleef het bij blaffen en na enige tijd landen de vogels weer in hun favoriete boom.
kaka little barrier island
De kaka zit weer hoog en droog

De weersvoorspelling voor de komende dagen voorspelde zware storm en regenval. Regen betekent geen vogels vangen en storm betekent dat het onmogelijk wordt om van het eiland af te komen. Hierdoor waren wij gedwongen om drie dagen eerder dan geplanned het eiland met een watertaxi te verlaten.

Tawharanui
Hierdoor konden we enkele dagen eerder dan geplanned naar onze volgende bestemming om bellbirds te vangen; Tawharanui. Maar nu waren we natuurlijk wel weer veilig op het vasteland, de weersvoorspelling was nog steeds hetzelfde. Het grootste deel van de tijd hebben we besteed aan het wachten tot de regenbuien overdreven, maar als het droog was was de wind vaak te hard waardoor we de helft van de mist nets dicht moesten houden (een vogel heen en weer zwiepend in een net kan vleugels doen breken). Nieuw Zeeland is het land van 4 seizoenen in een dag, dus naast wind en regen hadden we ook onze momenten van zonneschijn. Maar ook dit is niet ideaal, want wanneer de zon op het net valt is het net niet onzichtbaar meer en vliegen de vogels er niet in. Zo hadden we dus maar 3 effectieve netten en veel vogel activiteit was er niet. In 5 dagen hebben we slechts 12 bellbirds gevangen. Deze lage vogelactiviteit gaf mij in ieder geval lekker de tijd om rond te dwalen in de jungle van Tawharanui en te genieten van de vogels om mij heen.
Tawharanui jungle
In de jungle (the mighty jungle, the bellbirds here take flight) vond ik een hoop Tui. Ik ken tui onderhand wel als agressieve vogels, maar volgens mij zijn ze werkelijk de koning van de Nieuw Zeelandse jungle. Alle vogels, groot of klein, hebben respect voor de tui en laten zich zonder verweer verjagen. Zo zag ik een tui en een veel grotere en sterkere kaka hoog in een boom zitten. De tui zat op het uiteinde van de tak en maakte agressieve gebaren naar de kaka door zijn vleugels luidruchtig heen en weer te klappen. De kaka was niet echt onder de indruk dus vloog de tui met zijn klauwen vooruit op de kaka af. Dit maakte schijnbaar meer indruk op de kaka en zonder om te kijken verkoos de papegaai het luchtruim en had de tui zijn territorium herwonnen.
tui and kaka in Tawharanui
Tui vertoont agressief gedrag naar de kaka

Als ik zo achteraf de lijst bekijk van bijvang ziet het er zo slecht nog niet uit (behalve dan dat we niets hebben aan bijvang). Ik heb een paar vogels gevangen die ik nog niet eerder in de netten ben tegengekomen. Een soort die ik 4 keer gevangen heb is de prachtige ijsvogel. Het zijn kleine, kleurrijke vogeltjes met een enorme vechtlust. Ze krijsen agressief wanneer je ze vastpakt en bijten alles dat in hun buurt komt. Gelukkig hebben ze totaal geen kracht in hun snavel.
Kingfisher Tawharanui
Always look on the bright side of bite

Op een ander moment zag ik andere vreemde vogel in het net hangen. Het had het formaat van een merel, maar leek enorm veel op een Pukeko. Ik verbaasde me dat het in het net gevlogen was aangezien het slechte vliegers zijn en ze vrijwel altijd lopen. Achteraf heb ik hem in een vogelboek moeten opzoeken om hem te identificeren als een spotless crake.
Spotless crake Tawharanui
Spotless crake

Tawharanui sunrise
De laatste ochtend (op een vrijdag) was het weer eindelijk beter en vingen we meer bellbirds. Helaas was het aan het einde van de dag nog niet genoeg, maar we moesten terug naar Auckland om ons voor te bereiden op een trip naar Tiritiri Matangi voor zondag.
Die zaterdag stonden de kranten vol met berichten dat de hevigste storm in eeuwen over Nieuw Zeeland zou trekken. Nu bleek dit achteraf niet waar te zijn, maar de storm was toch te hevig voor de boot, dus de Tiri trip kon niet doorgaan.
Het plan is om aankomende zondag een tweede poging te wagen, dus hopelijk zwakt de wind af en is het weer dit keer beter om vogeltjes te vangen. Ik hoop in ieder geval heel erg dat deze trip doorgaat, want dit zal hoogstwaarschijnlijk mijn laatste bezoekje aan Tiri worden.
Mijn verslag heeft inmiddels vorm gekregen, maar is nog niet helemaal af. De komende tijd zal ik dus voornamelijk op kantoor zitten om naar een computerscherm te staren terwijl mijn gedachten naar al mijn avonturen afdwalen. Ook moet ik zo langzaamaan beginnen met het plannen van mijn verdere avonturen. Binnenkort kan ik gaan beginnen aan mijn reis in Nieuw Zeeland. Tussendoor wil ik nog even terugkeren naar Massey om nog wat veldwerk te doen (zolang het aansluit op mijn rondreis) en daarna ben ik klaar om naar het Zuid Eiland te vertrekken. Hopelijk kan ik daar nog wat winter en sneeuw mee pikken voordat de lente alweer begint. Mijn precieze terugkeer datum weet ik nog niet, maar ik kan nu wel al zeggen dat het minstens een maand later (dan eind september) gaat worden. So don't hold your breath for my return!

Knuffels en groetjes van Jordi

 

 

 

Live by the tides

Massey University, 7 juli 2008

Motuihe
Weer terug in de bewoonde wereld... De afgelopen drie weken heb ik op Motuihe Island gewoond. Hoewel Auckland duidelijk zichtbaar is vanaf het eiland is het toch een zeer geisolleerde plek (zo heb ik uit eigen ervaring geleerd) waar je volledig afhankelijk bent van wat het eiland te bieden heeft. Motuihe is een klein eilandje, nog geen 200 hectare groot, maar heeft een grote historie.
In het begin van de 19de eeuw, rond de eerste wereld oorlog, was Motuihe een soort van legerbasis. Een moderne piraat, Von Luckner (ook wel de duivel van de zee genoemd), was berucht en beroemd en het leek alsof de hele wereld achter hem aan zat. In de Grote Oceaan wist hij een groot aantal schepen tot zinken te brengen nadat hij alle bemanningsleden gevangen nam op zijn eigen schip. Hoewel hij velen misdaden op zijn naam heeft wist hij dit alles te doen (bijna) zonder slachtoffers te maken. Met uizondering van 1 persoon die hij wel vermoord heeft, liet hij alle gevangenen leven en behandelde hij hen goed (naar omstandigheden). Zelfs katten en andere dieren die op de schepen leefden behandelden hij met respect. Hij voer van eiland naar eiland waar hij iedereen om de tuin leidde door te vertellen dat hij een Nederlandse Amerikaan op ontdekkinsreis was. Helaas voor hem zagen mensen hier uiteindelijk doorheen en werd hij gearresteerd en naar Nieuw Zeeland gebracht waar hij in de gevangenis op Motuihe Island werd ondergebracht. Von Luckner werd pas echt beroemd nadat hij tot twee keer aan toe er in slaagde om van Motuihe te ontsnappen nadat hij zich, en een voorraad goederen, lange tijd schuil hield in een zelf gegraven grot op het eiland. Vandaag de dag zijn de overblijfselen van deze grot nog steeds te vinden.

Mijn reden om drie weken op Motuihe te wonen was gelukkig een stuk nobeler. Zoals ik eerder al heb verteld moest Luis (de Kakariki onderzoeker uit Mexico) voor enkele weken naar Mexico en de Kakariki konden niet alleen blijven. Daarom had hij mij gevraagd of ik ze enkele weken wilde volgen met behulp van radio apparatuur. Gedurende mijn drie weken ben ik er dus elke dag op uit gegaan om de Kakariki te zoeken en zoveel mogelijk observaties van hen te maken als mogelijk is. Tijdens mijn verblijf zag ik hoe de vogels vaste partners vonden en zich over het hele eiland verspreidde. Ook heeft het mij enige inzicht gegeven in hun dieet en heb ik gezien hoe zij concurreren met andere vogels. Ze lijken het prima naar hun zin te hebben in hun nieuwe woonplaats en dat is goed nieuws, want een tweede translocation staat op de agenda voor augustus/september.
Om zoveel mogelijk vogels te vinden was het belangrijk dat ik elke vierkante meter van het eiland afzocht. Gelukkig is het een klein eilandje en dus kon ik elke week het hele eiland bewandelen. Ik heb zo'n beetje elk hoekje en kiertje van het eiland gezien en tijdens deze speurtocht heb ik veel bijzondere dingen en dieren gevonden.
In de eerste week kwam ik erachter dat Motuihe een hotspot is voor zeesterren (misschien is heel Nieuw Zeeland zo, maar voor mij was het de eerste keer dat ik zeesterren in het wild heb gezien). Als je weet waar je ze kan vinden dan zie je ze werkelijk overal en deze langzame dieren zijn dan gemakkelijk van dichtbij te fotograferen.


Close-up van een zeester arm
Tijdens eb veranderen de rotsstranden in een wereld opzich. Op het eerste gezicht lijkt er niet veel gaande te zijn, maar als je wat langer kijkt en zoekt blijkt dat bijna alles leeft. Van zeesterren en oesters tot kleine krabbetjes en duizenden zee anemonen (ik heb gezien hoe zee anemonen prooi vangen en opeten).

In het bos bruist het natuurlijk ook van het leven, zo vond ik een motje, ‘gecamoufleerd' als een wesp, die geen bezwaar leek te maken tegen een close-up fotoshoot.

Regelmatig moest ik tijdens eb de rotsachtige kust van Motuihe beklimmen. Hoewel sommige plekken goed toegankelijk zijn vormen andere plekken een grote uitdaging.

De prachtige kust van Motuihe, gevormd door wind en water
Zo gebeurden het een keer dat ik een klif, die 90 graden recht omhoog ging, moest beklimmen. Terwijl mijn voeten weggleden en ik mij wanhopig aan de wortels van een boom vasthield hoorde ik beneden de stenen, die onder mijn voeten vandaan gleden, in de oceaan plonsen. Ik heb nog nooit zoveel adrenaline door mijn lichaam voelen stromen, gelukkig haalden ik het om bovenaan de klif te komen, waar ik een flinke tijd heb moeten uitrusten van de zware klim.

Motuihe is trouwens niet echt een onbewoond eiland. Er is bijna altijd een ranger aanwezig (behalve in de weken dat ik er was) en er is 1 permanente vrijwilliger (Mike) die op het eiland woont. Ook was er in deze eerste week een groep Amerikaanse studenten die zich bezig hielden met het tellen en identificeren van de planten. Dit was een welkom gezelschap en de avonden vulden we met het maken van wandelingen en spelen van spelletjes. Ik heb er een paar goede vrienden aan over gehouden die ik hopelijk nog eens zal zien. Op vrijdag vertrokken zij naar Auckland en bleef ik alleen op het eiland achter. Zaterdags ging ik naar Auckland, die avond had ik een verkleed feestje en overdag kon ik de nodige inkopen hiervoor doen, waaronder een ukulele om mijn eenzame avonden op Motuihe wat leven in te blazen. Tot mijn verbazing, toen ik uit de muziekwinkel stapte, kwam ik daar vier van de Amerikaanse studenten tegen (Megan, Jess, Izzy en Torin). Overdag heb ik met hen door Auckland gewandeld. Alle vier hadden ze gereserveerd om aan een kabel van de Sky Tower te springen, 192 meter naar beneden. Aangezien mijn feestje pas in de avond begon besloot ik om hen vanaf de grond aan te moedigen terwijl ze een voor een de sprong waagde. Drie van hen waren inmiddels beneden, maar Jess kon de sprong niet maken (ze heeft enorme hoogtevrees) en moest via de lift weer naar beneden komen. De Sky Tower heeft een oplossing hiervoor zodat je niet je geld kwijt bent. Ze gaven haar een voucher waarmee ze kosteloos nog eens een poging kon wagen binnen 6 maanden. Maar helaas moest zij de week erna weer terug naar Amerika en had zij niet meer de kans om de sprong te maken. En dat is waar mijn geluk weer eens een hoogtepunt bereikt. De ticket hoeft niet gebruikt te worden door degene aan wie deze uitgeschreven wordt en daarom besloot zij de voucher aan mij te geven! Ik had nu dus een gratis ticket om een basejump te maken, wat een geluk!!!
Helaas was het tijd voor mij om naar het feestje te gaan en kon ik niet gelijk springen, maar met Megan en Torin (die wat langer in Auckland zouden blijven) had ik afgesproken dat ik hen over een week bij de Sky Tower zou zien wanneer ik de sprong zou maken.

‘s Avonds was dus het verkleed feestje. Iedereen van mijn Massey Lab (mijn collega's dus) was verkleed, we leefden ons allemaal helemaal in in onze rol, we waren een mooi stelletje. Aangezien ik op een eiland leefde voelde ik mij als een echte piraat, het was dus niet moeilijk om te beslissen als wat ik verkleed wilde gaan.



Op Zondag was het voor mij weer tijd om terug te gaan naar het eiland. Terwijl de eerste week een week vol zon en kalm weer was, was het weer inmiddels helemaal omgeslagen. Stevige wind en hoge golven teisterden de Hauraki Gulf. Het was zelfs zo erg dat de ferry naar Motuihe niet ging en ik een watertaxi moest regelen. De hele week had ik vier seizoenen in een dag. Orkaanachtige wind met hevige regenval en warm zonnig weer wisselden elkaar af. Onweer en wind deed het huisje, waar ik in verbleef, flink schudden. Aangezien ik met gevoelige apparatuur werk dat niet tegen water kan, was ik gedwongen om tussen de regenbuien door zoveel mogelijk metingen te verrichten om daarna hard naar het huis te rennen om mijn apparatuur droog te houden. Dit gaf mij veel tijd om mijn ukulele te bespelen en al gauw had ik Motuihe omgetoverd in een waar Hawaii. Zo nu en dan, terwijl ik muziek aan het maken was, kwam Mike het huis in, hij leek mijn muziek wel te kunnen waarderen.
Natuurlijk ging ook deze week niet voorbij zonder enige bijzondere dieren te zien. Toen ik op een dag over de zandstranden liep bevond ik mij temidden van een hoop kleine, schattige kustvogeltjes.

De Dotterels, zoals zij heten, liepen en vlogen overal.
Een ander klein vogeltje, eentje die ik al eens eerder heb laten zien, deed zijn naam eer aan. Deze fantail (betekent: waaier-staart) liet zijn staartveren goed zien.

Fantail

Het weekend naderde en het weer was nog steeds hetzelfde. Als deze wind aanhield zou ik op Zaterdag niet terug naar Auckland kunnen, dit zou dus betekenen dat ik de sprong van de Sky Tower niet zou kunnen maken. Maar wonder boven wonder, na een week lang het extreme weer, was het water op zaterdag zo glad als een spiegel en kon ik met de boot naar Auckland. Om 11 uur ‘s ochtends, zoals afgesproken, waren Megan en Torin bij de Sky Tower. Aangezien ik van te voren niet wist of ik wel naar Auckland zou kunnen komen had ik niet gereserveerd voor de sprong. Maar ook hier was het geluk aan mijn zijde, bij de balie kreeg ik te horen dat er momenteel niemand voor de sprong had gereserveerd en dat ik direct omhoog kon. Terwijl Megan en Torin mij beneden opwachten kleede ik mij om en ging ik met de lift 192 meter omhoog. Het ging allemaal zo snel, voor ik het wist stond ik bovenaan de toren en keek ik recht naar beneden, waar de mensen in de stad net mieren leken. Er werd afgeteld, van 3 naar 0, en ik sprong. Het is zo vreemd om van een gebouw af te springen, het gaat volledig tegen je overlevingsinstinct in. Maar omdat alles zo snel ging had ik geen tijd om hierover na te denken en tuimelden ik (hangend aan een kabel) bijna 200 meter naar beneden.

Vallend naar beneden
Het gaf een gigantische kick, en in no-time voelde ik dat de kabel mijn val afremde en mij veilig en zachtjes op de grond afzette. Het was goed dat er beneden mensen op mij stonden te wachten en mij aanmoedigden, zo'n ervaring is niet hetzelfde als je het alleen, zonder vrienden, moet doen. Achteraf heb ik natuurlijk een lange bedankt e-mail gestuurd naar Jess, die een week hiervoor de sprong niet durfde te maken en mij deze gratis ticket gaf.
Diezelfde dag keerde ik met boodschappen voor mijn laatste week weer terug naar Motuihe. Mijn laatste week was ik niet alleen in het huis. Lis (dezelfde Lis die ook op Little Barrier hielp met het vangen van de Kakariki) kwam mij gezelschap houden omdat zij die week met haar eigen onderzoek bezig was. Terwijl ik die week achter de Kakariki aanzat was zij op zoek naar Eastern Rosella's, een kleurrijke parkiet die in Nieuw Zeeland geintroduceerd is vanuit Australie. Aan het eind van elke dag vergeleken wij onze vindingen en kwamen wij veel te weten over de overeenkomsten, verschillen en interacties tussen mijn inheemse parkieten en haar geintroduceerde parkieten.
Het weer was weer eens typisch Nieuw Zeelands. Eigenlijk hetzelfde als de week ervoor maar dan zonder orkaan wind. Gelukkig had ik deze laatste week ook veel tijd voor mijzelf waarin ik weer velen bijzondere dingen gezien heb. Voordat de Motuihe Trust begon met het beplanten van het eiland was het bezaaid met konijnen. Konijnen vernietigen zo'n beetje alle inheemse planten wat tot gevolg heeft dat ook alle inheemse dieren verdwijnen. De Department of Conservation heeft het eiland daarom gebombardeerd met gif, om de konijnen te bestrijden. In deze laatste week vond ik een hoop konijnenschedels en botten, maar op 1 avond vond ik iets dat toch wel heel apart was. Lis en ik wandelden die avond over het strand, op zoek naar pinguins. Pinguins houden er van om zich ‘s avonds in holletjes en tunnels in de rotsten te verstoppen dus wij waren druk op zoek naar tunnels. Veel tunnels zijn gegraven door konijnen en, nadat de konijnen vergiftigd waren, zijn overgenomen door pinguins en andere zeevogels. Uiteindelijk zagen we een tunnel in de rotsen en er leek iets in de opening van de tunnel te liggen. We kwamen dichterbij en tot onze verbazing zagen wij dit.

Een dood konijn (waarschijnlijk vergiftigd) lag in de opening van de tunnel, maar in plaats van een hoopje botten was er iets bijzonders met het dier gebeurd. Ik vermoed dat de zoute lucht van de zee er iets te maken heeft; het dier was volledig gemummificeerd. Hoewel zijn vacht weg was, zat nog bijna al zijn vel om zijn botten heen. Wie heeft er ooit eerder een konijnen mummy gezien?!
Verderop op het strand tilde ik wat stenen op en tot mijn verbazing bleek ook hier een hele wereld opzich te zijn. Elke steen was een schuilplek voor meer dan twintig kleine krabbetjes. Ze waren werkelijk overal, ik heb nog nooit zoveel krabben bij elkaar gezien. Een mooi moment om hen dus eens van dichterbij te bekijken.

De dag erna was het nog niet over met de pracht en praal die het eiland te bieden heeft. Door de velen regen schoten de paddestoelen uit de grond. Het bos stond er vol mee, maar een soort paddestoel deed mijn mond toch wel openvallen. Zoiets heb ik nog nooit gezien...

Toen ik van de verbazing bekomen was en omhoog keek, zag ik dat ik bekeken werd door een van de mooiste bosbewoners.

Een morepork (uil) zat vlak boven mij op een tak. Dit was zijn slaapplek voor de dag, maar ik had hem duidelijk wakker gemaakt. Na enkele foto's genomen te hebben sloop ik stilletjes weer terug naar het pad om de morepork met rust te laten.

De laatste avond heb ik de zonsondergang vanaf het strand bekeken. Terwijl de lucht zich vulde met mijn ukulele muziek kwam een groep oystercatchers (scholeksters) nieuwschierig naast mij zitten. Even later kwam ook een cormorant langs wandelen. Alle dieren leken zich prima op hun gemakt te voelen en terwijl ik mijn ukulele bleef bespelen ging de zon achter mij onder.

En zo sloot ik mijn avonturen op Motuihe Island af.

En nu zit ik dus weer een weekje in het lab van Massey waar ik aan mijn verslag kan werken. Voor de weken hierna staat mijn agenda alweer helemaal vol. Volgende week naar Little Barrier, daarna Tiri en Tawharanui. Dan twee weken om mijn verslag af te ronden en tot slot weer naar Little Barrier. Precies zoals ik het graag heb. De Island Madness zit inmiddels al helemaal in mij, but that's part of the fun.
Dus, waarschijnlijk geen spannende verhalen voor deze week (hoewel, je weet maar nooit), maar daarna beginnen de avonturen weer en ik weet zeker dat Nieuw Zeeland mij weer zal verbazen met haar schoonheid en diversiteit.

Knuffels van Jordi

 

 

Island of the glowing waters

Massey University, Vrijdag 13 juni 2008

Tiritiri Matangi
Voor deze week was ik door Dianne uitgenodigd om met haar en haar post graduate studenten mee te gaan naar Tiritiri Matangi Island. Tijdens deze trip leren de studenten om te gaan met mist nets, het hanteren en opmeten van vogels en verschillende manieren om de dichtheid van vogels op het eiland te bepalen.
Zondag morgen zou de boot moeten vertrekken, maar door hevige wind en hoge golven kon de boot niet uitvaren. Dianne zou kijken of ze een alternatief kon vinden en na een paar uur had ze het voor elkaar gekregen dat de boot toch zou uitvaren, speciaal voor ons.
Met kilo's voedsel (13 studenten kunnen een hoop eten in 5 dagen) en veldmaterialen stapte we op de boot in Gulf Harbour. We waren de haven nog niet uit toen het ons al duidelijk werd waarom de boot in eerste instantie niet zou uitvaren. Hoge golven en hevige wind duwden de boot alle kanten op, maar de kapitein wist ons veilig naar Tiritiri Matangi te brengen. Ook daar waren de golven hoog en voorzichtig liepen we via een hevig op en neer bewegende brug van de boot naar de werf.
Omdat geen van de studenten ooit eerder op Tiri was geweest gaf Dianne ons in de late middag een tour over het eiland.

Tiritiri Matangi Jungle en boardwalk
Na het avondeten nam ze ons naar het strand waar we pinguins gingen tellen. Het was een stormachtige nacht, goede omstandigheden om pinguins te vinden. We waren nog nauwelijks op het strand toen we de eerste 3 pinguins al zagen rondwaggelen over de rotsen. Verderop vonden we nog een koppel pinguins, het is dus wel duidelijk dat het geen zeldzame dieren zijn, maar elke keer is het weer geweldig om deze prachtige dieren van zo dichtbij te zien.
Vanaf het strand liepen we via een kronkelweggetje omhoog om bovenaan een klif te komen. Hier aangekomen namen we plaats op de rotsen en wachten tot de petrels kwamen. Onaangekondigd begon Dianne plotseling luidkeels een indianengeluid te maken. Voor een moment leek het alsof ze gek was geworden maar al gauw werd duidelijk waarom ze dit deed. Boven ons zag ik de schaduwen en sillhouetten van grote zeevogels rondzweven en vanuit het niets crashde de een na de andere petrel tussen ons in. Sommige storten neer op de grond en andere vlogen tegen iemands hoofd. De vogels, die schijnbaar gewend zijn om op deze manier te landen, waren ongedeerd.

Als een stel tamme nachtdieren liepen zij tussen onze groep door, nieuwsgierig om zich heen kijkend. Sommige vogels vochten een beetje met elkaar en andere sprongen op onze schoot en bleven hier een tijdje zitten. Elke keer dat iemand het indianengeluid maakte reageerden de vogels met hun schattige, hoge, piepende geluiden en renden zij allemaal in de richting van het geluid. Na een kwartiertje hadden de vogels genoeg gezien en stegen zij weer op om te zweven op de hevige wind die deze nacht teisterde.
Wij vervolgden onze weg naar het midden van het eiland waar wij 20 minuten een kiwi call count gedaan hebben. Als je dit vaak genoeg doet, en op verschillende plekken op het eiland, kan je zien of de kiwi populatie toeneemt of afneemt. Tijdens de call counts konden we de hoge, fluitende geluiden van de mannetjes en de lage, krakende (kikkerachtige) geluiden van de vrouwtjes horen.

De tweede avond zagen we een schaduw door de bush bewegen. We richten onze zaklampen en zagen een kiwi weg rennen. Hoewel ik vorige week kiwi's gevangen heb was dit toch ook een erg bijzonder moment. De kiwi van vorige week, North Island Brown Kiwi, is een veelvuldig voorkomende soort. De soort die op Tiri leeft, Little Spotted Kiwi, is echter een zeer zeldzame soort die met uisterven bedreigd is en hier liep er zomaar eentje in de struiken langs ons.

Overdag hielden wij ons voornamelijk bezig met het vangen van vogels in de netten. Ook hadden we transects uitgezet door 100 meter lange draden in een zo recht mogelijke lijn in de jungle te hangen. De bedoeling was om dit over het hele eiland te doen. De studenten lopen deze transects vier maal per dag waarbij zij alle vogels, die zich binnen vijf meter van de lijn bevinden, opschrijven. Hiermee kan uiteindelijk de totale dichtheid vogels op het eiland bepaald worden.

De laatste dag hadden we de mist nets zo geplaatst dat we een goede kans hadden om tui's (de vogels met de vlijmscherpe klauwen) te vangen en het duurde niet lang voordat de een na de andere tui in het net vloog. Ik was de enige die enthousiast genoeg was om de vogels uit het net te halen en dit keer is het gelukt zonder enig bloedverlies.

Die avond, na de kiwi call count, zijn we naar de oostkust gegaan om naar gecko's te zoeken en al gauw hadden we drie schattige hagedisjes gevonden.

De Common Gecko
Ook hadden we al gauw een stel Weta's (de krekel/kakkerlak achtige insecten) gevonden. Van dichtbij lijken deze vredige dieren op enorme monsters.

De kaken van een Tree Weta
Vanaf de oostkust gingen wij op weg naar de westkust waar de petrelnesten zijn om nog een laatste keer gedag te zeggen tegen deze bijzondere dieren. Op weg daarheen liepen wij door de bossen waar we een wel heel onverwachte gast tegenkwamen. Midden op het eiland, ver van de kust en het water, vonden wij een pinguin!

Schijnbaar was dit geen verdwaalde pinguin maar doen zij dit wel vaker. Wanneer ze ‘s avonds aan land komen kunnen ze kilometers landinwaarts trekken om de volgende ochtend weer kilometers terug te lopen. Erg bijzonder om zo'n dier in de bossen tegen te komen, vooral als je weet hoe klein ze zijn en hoe moeilijk het voor hen is om over al die obstakels te klimmen.
Niet lang daarna kwamen we bij ons petrelplekje aan. Er was geen zuchtje wind en de zee onder ons was kalm. Petrels jagen alleen (op vis) tijdens stormachtige nachten en deze avond gaven zij geen gehoor aan onze indianenroep. Na een half uur gaven wij het op en daalde teleurgesteld af naar het strand onder ons in de hoop pinguins te vinden. Onze zaklampen beschenen de stranden, de rotsten en het water, maar pinguins waren nergens te bekennen. We stonden even gedachtenloos op het strand en een voor een dimden we onze lichten totdat het pikdonker was op het verlaten strand. Plotseling leek er iets glimmends aan te spoelen op het strand. Ik liep naar het water, maar er was niets te zien. Toen spoelde er links van mij iets glimmends aan, maar weer was het verdwenen tegen de tijd dat ik mijn zaklamp erop scheen. Maar wat er toen gebeurde was onvoorstelbaar. Plotseling sprong er enkele meters voor ons een vis uit het water. De vis landde weer in het water en werd gevolgd door een zwak gloeiend, groen licht dat snel weer uitdoofde. Verbeelden wij ons dit? Een tweede en een derde vis sprongen omhoog en ook zij waren omringd door groene banen van licht. Aan de kust, waar het kalme water zachtjes het zand raakte begon het water op te lichten.

Dit is het beste wat ik op dat moment van de foto kon maken
We wisten niet wat we zagen. Iemand gooide een steen in het water en op de plek waar deze het water raakte verschenen groene lichtgevende kringen. Vol verbazing pakten we allemaal zand en stenen en gooiden deze in het water. Toen de kleine zandkorrels het water raakte was het alsof er vuurwerk onder het water ontplofte en een brede baan lichtgevende deeltjes bewogen zich door het water en doofde. We liepen dichter naar het water toe en zagen dat we lichtgevende voetstappen in het zand achter lieten. Ik stapte het ondiepe water in en overal om mijn schoenen heen lichte het water op. Hoewel het water niet warm was (het is hier bovendien bijna winter) was de beslissing snel gemaakt. Schoenen en shirts uit en met z'n vijfen renden we richting het water en namen een flinke duik. Overal waar wij het water in beweging brachten begon het groen op te lichten. Ik kwam omhoog uit het water en zag dat er honderden gloeiende deeltjes aan mijn lichaam kleefden. Het gaf een buitenaards gevoel. Om mij heen zag ik de andere onder water zwemmen en het leek alsof ze volledig gehuld waren in groene vlammen onder water. Ook de andere hadden honderden lichtpuntjes aan hun lichaam kleven toen zij omhoog kwamen uit het water. Het voelde zo onrealistisch, zo magisch. Na een half uur leek de intensiteit van het licht af te nemen, de gloeiende deeltjes leken bijna uitgewerkt te zijn. We klommen het strand weer op en wierpen nog enkele stenen in het water, zacht gloeiende ringen verschenen en verdwenen. Terwijl wij de zee onze rug toe keerden bleef de zee achter ons nog zachtjes gloeien.
Het was de perfecte manier om deze geweldige Tiritrip af te sluiten...

 

Why did the kiwi cross the road?

Massey University, Zondag 8 juni 2008

Na mijn trips naar Little Barrier, Tiri, Tawharanui en mijn helikoptervlucht was ik er toch echt van overtuigd dat het niet meer mooier kon worden, maar Nieuw Zeeland zit vol verrassingen en net wanneer je denkt dat je alles hebt gezien gebeurt er weer iets dat nog beter en nog bijzonderder is dan al het voorafgaande. Ik zal bij het begin beginnen...

Tawharanui
De 2 daagse trip naar Tawharanui was niet genoeg om het aantal bellbirds te vangen (20) dat we wilden vangen. Daarom gingen we de week erna nog eens 2 dagen naar dit Regionale Park. Nadat we alle netten weer hadden opgezet vlogen de vogeltjes weer langzaamaan in het net. Het ging niet zo snel als op Tiri, maar met dit tempo, gemiddeld 2 bellbirds per uur, moest het lukken om ons doel te bereiken. Naast bellbirds vingen we enkele whiteheads, grey warblers en een tui. Ook dit keer wist de tui mij weer zo te raken dat ik het bloed op mijn handen moest stelpen, het is elke keer weer een avontuur om deze dieren uit het net te halen.
Omdat het relatief rustig was besloot ik om een beetje rond te lopen in de omgeving van de netten. Niet ver van het pad vandaan kwam ik in een prachtige volgroeide jungle. Gigantische oerbomen, palmen, boomvarens en een beekje stroomde tussen de vegetatie door terwijl de zon hard zijn best deed om door het dichte bladerdak te schijnen.

Die avond verbleven we in de bunkhouse in het park. Ik had mijn gitaar meegenomen en Shauna haar viool en fluiten dus we waren weer verzekerd van een gezellige muzikale avond vol met ierse deuntjes.

De volgende dag ging het vangen van bellbirds nog langzamer, maar gelukkig wisten we voor het einde van de dag de twintigste vogel te vangen en konden we inpakken en wegwezen.

Motuihe Island
Niet lang daarna deed het vervolg van mijn Little Barrier trip zich aan. Na het vangen van de red crowned Kakariki en het vrijlaten op Motuihe Island is een onderzoek nog niet afgelopen. De vogels moeten, vooral in de begin periode, intensief gevolgd worden om te zien waar zij verblijven en of zij het allemaal overleefd hebben. Daarom ging ik voor een weekend naar Motuihe met Luis. 11 vogels die we hebben uitgezet zijn uitgerust met een radio transmitter zodat wij hen kunnen opzoeken met behulp van een grote antenne. De eerste dag hadden we helaas niet zoveel succes, maar de tweede dag was beter. Het was een mistige ochtend waardoor het moeilijker was om vogels te vinden. Het uitzicht werd er echter alleen maar mooier op.

Later in de ochtend trok de mist weg en uiteindelijk hebben we 9 van de 11 vogels gevonden. Ze maken het gelukkig allemaal goed en vliegen in groepen rond in de bossen op Motuihe. Van 1 vogel konden we echter geen signaal ontvangen, misschien is deze kakariki naar een ander eiland overgevlogen. Een tweede vogel hebben we niet kunnen vinden. Het signaal van de transmitter bracht ons naar de rand van een klif en de vogel leek ergens onderaan de klif te zijn. Dit is normaal gesproken niet de plek waar een kakariki zich thuis voelt dus we maakten ons wel een beetje zorgen. Omdat het te gevaarlijk is om naar beneden te klimmen en het onmogelijk is om via onderlangs te komen moesten we het opgeven en hopen dat de vogel de volgende keer ergens anders zit. Wat we trouwens wel zagen was een pijlstaartrog, die in de ondiepe zee onderaan een klif naar voedsel op zoek was. Het was van een grote afstand, maar toch bijzonder om te zien.
Over een week gaat Luis naar Mexico en aangezien de vogels nog steeds gevolgd moeten worden mag ik dit gaan doen. Dit betekent dat ik straks drie weken op Motuihe Island ga wonen en elke dag op zoek zal gaan naar de kakariki. Heerlijk drie weken weg van de wereld. Maar zover is het nu nog niet...

 

 

 

Het was donker. Het was pikdonker... Het was de zoveelste tunnel waar ik mij in had gewurmd. Alleen mijn voeten staken nog boven de grond uit terwijl de rest van mijn lichaam zich onder een dikke laag planten en aarde bevond. De tunnel was net breed genoeg voor mijn schouders, maar begon nu toch wel erg smal te worden. Mijn armen staken voor mij uit, dieper de tunnel in. In mijn linkerhand hield ik mijn zaklantaarn in een poging wat licht te creeeren terwijl ik mij met mijn rechterhand nog dieper de smalle tunnel in probeerde te trekken. De tunnel ging een hoekje om, ik besloot om verder te kruipen zodat ik om het hoekje kon zien, maar mijn lichaam liet het niet toe dat ik nog verder dan dat in de tunnel zou kruipen, daarvoor was de tunnel simpelweg te smal. Met mijn rechterhand maakte ik iets meer ruimte zodat mijn hoofd nog net iets verder kon. Op dit moment staken waarschijnlijk alleen mijn tenen nog uit de tunnel. Eindelijk wist ik mij klein genoeg te maken om die laatste paar centimeters vooruit te schuiven. Ik draaide mijn zaklamp het hoekje om en een zwak licht bescheen een bruin object dat de tunnel blokkeerde. In de eerste paar seconden kon ik mijn ogen niet geloven, in deze donkerte, waarin je ogen zich alleen kunnen focussen op het zwakke licht dat voortgebracht wordt door een mini maglite, kan je je inbeelden dingen te zien die er niet zijn. Zachtjes reikte ik met mijn vingers naar het object dat de tunnel blokkeerde. Het voelde zacht, het voelde echt. Was het nu dan eindelijk zover? Had ik eindelijk gevonden waar ik naar op zoek was? Ik schoof mijn hand er onder en wist zeker dat dit het was. Ik moest snel reageren...

Enkele uren eerder arriveerde ik met Birgit (Duitse Phd studente) in Tawharanui. Dit keer ging het niet om bellbirds. Nee, wij hadden iets anders voor ogen.
Gewapend met een antenne en ontvanger reden wij over de weilanden. Na enkele tijd lieten wij het vlakke land en de koeien achter ons en reden wij een smal paadje in dat door de jungle kronkelde. Het pad was net smal genoeg en diepe modderplassen leken onze weg te versperren. Gelukkig was onze 4 wheel drive goed opgewassen tegen het ruige terrein waar we in beland waren. We reden door tot aan de andere kant van de jungle. We kwamen op een klein open veldje waar het pad plotseling ophield en veranderde in een verticaal klif dat enkele tientallen meters naar beneden liep. Onderaan staken scherpe rotsen uit het water terwijl de zee de een na de andere golf tegen de stenen wand aan sloeg. We parkeerden onze wagen op het open veldje en probeerden wanhopig een signaal op te vangen via de antenne. We richtten de antenne naar links, wijzend naar een wijde en dichtbegroeide vallei. Een doffe piep kwam uit de luidspreker van de ontvanger. Een tweede piep volgde en een derde. Het geluid was zwak, maar duidelijk aanwezig. Er zat niets anders voor ons op, wij moesten ons een weg de vallei in banen. Met onze zware rugzakken vol met veld materialen en ehbo setjes doken wij de zwaar begroeide vallei in. Elke boom en elke struik was een barriere op onze weg naar beneden. Omgevallen boomvarens dwongen ons tot klimmen en kruipen, flax blokkeerden onze weg maar maakten het tegerlijkertijd onmogelijk om omheen te manouvreren. De een na de andere plant weg slaand liepen en kropen wij meter voor meter verder de vallei in totdat wij na een lange en zware tocht bijna beneden waren aangekomen. Daar werd onze weg geblokkeerd door een rotswand die steil naar beneden liep; een ware valkuil onderaan de vallei. Een kleine open plek tussen de planten gaf ons de mogelijkheid om de antenne weer uit te klappen en te zien waar het piepende signaal vandaan kwam. Het wees verder naar beneden. Onderaan het klif zou ons doel moeten zijn. Ik gooide mijn rugzak af en klom voorzichtig enkele meters lager over de steile rotswand. Daar aangekomen liet Birgit onze rugzakken en de antenne met ontvanger langzaam naar beneden zakken waar ik stond om het op te vangen. Daarna klom ook Birgit naar beneden. Verderop konden we het geruis van de zee horen, we moesten bijna bij de kust zijn. Het signaal kwam nu luid en duidelijk uit de ontvanger. Het kon niet meer dan tien meter van ons vandaan zijn. Via een smal randje liepen we voorzichtig de richting op die de antenne aangaf. Het signaal klonk nu luider dan ooit tevoren. Hier moest het zijn.
We ontkoppelden de antenne van de ontvanger en bewogen de ontvanger langzaam over de lage vegetatie. Zelfs nu, zonder antenne, was het signaal nog luid en duidelijk te horen. Wat wij zochten bevond zich direct onder ons.
Birgit deed een stap achteruit terwijl ik voorzichtig naar de andere kant kroop. We hadden hem nu ingesloten. Hij kon geen kant uit. Ik deed mijn laatste stap en zette mijn voet voorzichtig neer. Uit mijn broekzak haalde ik mijn zaklantaarn en probeerde hiermee door de dichte vegetatie heen te schijnen. Hij moest nu precies tussen mij en Birgit in zitten. Mijn ogen schoten heen en weer op zoek naar een tunnel toen plotseling de grond onder mij weg zakte. Ik zakte een halve meter naar beneden en zakte door mijn knieen. Ik had de tunnels gevonden en maakte mij zo klein mogelijk om in de tunnels te kunnen gluren. De tunnel ging rechtstreeks naar de plek waar ons signaal het sterkst leek te zijn, maar de tunnel was leeg. Op dat moment voelde ik de grond onder mij kraken en weer zakte ik een stuk naar beneden. Onder de eerste tunnelstelsel waar ik in zakte scheen nu een tweede tunnelstelsel te zijn. Ik bukte om ook hier in te kijken en verdween volledig in de kuil. Op het moment dat ik mijn zaklamp de tunnel in stak werd het piepende signaal, dat nog steeds door de ontvanger werd voortgebracht, een stukje zwakker. Het was in beweging en het bewoog zich van ons vandaan. Birgit pakte de ontvanger op en bewoog deze weer over de grond. Ondertussen was ik druk bezig om de tunnel uit te graven zodat deze groot genoeg was om in te kruipen. Ik kroop dan ook in de tunnel en wurmde mij een bocht om. Terwijl het signaal van de ontvanger weer aangaf dat ons doel stil zat was ik druk bezig met graven. Birgit was vanaf de andere kant aan het graven en had zich inmiddels ook een tunnel in gewurmd. Langzaam maar zeker leken we dichterbij te komen. Zo verstreken twee uren gedurende welke we ons het grootste deel van de tijd half ingegraven in tunnels bevonden, wanhopig gravend om dichterbij ons doel te komen.
Inmiddels had het signaal verschillende keren in sterkte afgenomen en toegenomen nadat wij de nieuwe locatie van ons doel weer gevonden hadden. Ik had mij inmiddels alweer in een nieuwe tunnel gewurmd.

Het was donker. Het was pikdonker...
...
...
...
Ik voelde iets hard en greep het gauw vast. Het begon tegen te stribbelen, maar ik liet niet toe dat het weer zou ontsnappen. Mijn grip verstevigde zich, het kon geen kant op. Ik voelde duidelijk dat ik zijn benen te pakken had. Twee dikke massieve benen, ze leken volledig uit spiermassa te bestaan. Met zijn krachtige benen probeerde hij te schoppen. De vlijmscherpe nagels aan de uiteinden van zijn tenen wisten mijn handen maar net te missen. Met een laatste krachtstoot wist ik mijzelf dichter naar het dier toe te trekken. Nu kon ik zijn poten met twee handen stevig vast pakken. Ik had hem!
De spieren in zijn poten leken te verslappen, hij gaf zich gewonnen. Bewegingsloos bleef ik liggen in het diepste donker van de tunnel. Nu ik mijn handen vol had kon ik mij onmogelijk uit de tunnel duwen. Ik riep Birgit en vertelde haar dat ik hem beet had. Boven mij hoorde ik geritsel in de dichte struiken, het geluid werd steeds luider. Niet lang daarna scheen een dunne strook licht de tunnel in en voelde ik twee handen langs mijn handen schuiven. De handen grepen de poten vast en ik kon loslaten. Birgit trok het wezen omhoog de tunnel uit terwijl ik, vol adrenaline, mijzelf snel achteruit de tunnel uit duwde. Voor een kort moment moesten mijn ogen wennen aan de lichtstralen die zachtjes door het bladerdak schenen. Ik keek naar Birgit en daar stond ze met onze vangst van de dag.
Een prachtige, bruine ‘haarbal' hing met zijn poten in de lucht. Aan de andere kant van de bruine bal hing een lang gerekte nek naar beneden. Mijn ogen volgden de nek, langs twee grote gaten wat de oren moesten zijn en twee kleine donkere ogen, die maar moeilijk konden wennen aan het velle zonlicht. Voorbij de ogen zag ik lange snorharen en een nog langere, beige snavel met aan het uiteinde twee kleine, maar duidelijk aanwezige, neusgaten. Het was het nationale symbool van Nieuw Zeeland. Het was Apteryx mantelli, de North Island Brown Kiwi.

Ik nam plaats op de grond en Birgit overhandigde mij de kiwi. Het enige dat ik in de eerste minuten kon doen was dit prachtige dier bewonderen. Een prachtig bruin verendek dat van een afstandje meer weg had van de vacht van een zoogdier, bedekte het dier.

Aan een van de poten van het dier hing een klein bruin apparaatje, de transmitter die via radio frequenties het piepende signaal uitzendt dat wij konden opvangen via onze antenne. Deze transmitter had het dier 13 maanden geleden om gekregen en de batterij was bijna leeg. Daarom moesten wij hem vangen en hem een nieuwe transmitter omdoen. Ook namen wij zijn gewicht en enkele maten op, tarsus en snavel lengte/breedte, om zijn groei te volgen. Na een kwartiertje was alles geregeld en konden wij het dier weer vrijlaten.

De kiwi ligt in mijn armen alsof het een baby is - Thanks to Birgit

Na deze kiwi zat ons werk er nog niet op. In totaal waren er zeven kiwi's in Tawharanui uitgerust met een transmitter en van de meeste was de batterij bijna op. Niet ver van ons vandaan, een stukje terug omhoog in de vallei, zat een tweede kiwi. Dit vrouwtje had de hoogste prioriteit om gevangen te worden omdat de batterij van haar transmitter er elk moment mee op kon houden. We beklommen een klif omhoog en vervolgde onze weg door lage vegetatie. Ook hier was de vallei dicht begroeid en, ondanks dat het voornamlijk lage planten waren, het was erg moeilijk om hier snel tussendoor te manoevreren. Al gauw kwamen we dicht bij het vrouwtje in de buurt, maar zij was erg alert en aan het signaal te horen rende zij constant van ons weg. Onder de lage vegetatie is het net een openveld met enkele bomen waar kiwi's, die net zo hard kunnen rennen als mensen, met een rotvaart doorheen kunnen rennen. Voor ons, grote en logge wezens, is het stukken moeilijker. Na een wild-goose-chase van enkele uren moesten wij de jacht opgeven voor vandaag, maar we hadden nog drie dagen om haar te vangen.

De volgende ochtend gingen wij weer op weg om kiwi's te vangen. We begonnen met een kiwi die wat dichterbij de bunkhouse zat en werden bijgestaan door nog twee andere vrijwillige kiwivangers. We liepen door een moeras en kwamen aan de rand van de jungle aan waar we onze tassen achterlieten. Het was een steile helling die volledig dichtgegroeid was met lage en hoge vegetatie, maar er waren dus genoeg planten om ons aan vast te houden. Deze kiwi leek erg dichtbij te zijn en we hadden goede hoop dat we dit dier gauw zouden vangen, vooral omdat we nu met z'n vieren waren. Al gauw vonden we de ingang tot een tunnel. Ik kroop erin en ontdekte dat er onder de lage vegetatie een ‘gigantische' ruimte was, waar ik volledig in kon kruipen, waar talloze tunnels op uit kwamen. De kiwi zat in een van deze tunnels, maar dit tunnelstelsel was zo uitgebreid dat de kiwi al gauw een vluchtroute gevonden had en er vandoor was gegaan, dieper de jungle in.
Deze kiwi was een stuk actiever dan de kiwi die we de vorige dag hadden gevangen, maar ook dit keer kwam het er op neer dat we uren lang in tunnels lagen en de kiwi probeerde uit te graven of in te sluiten. Na twee en half uur kon Birgit de kiwi eindelijk in een van de tunnels zien zitten. Ik zat aan de andere kant van de struiken en Birgit vertelde me dat de kiwi nog geen tien centimeter van mij vandaan zat. Ik kon de kiwi echter niet zien. Voordat Birgit ver genoeg de tunnel in kon kruipen nam de kiwi de benen. Ik hoorde luid geritsel en duidelijke voetstappen en terwijl de kiwi vlak langs mij rende kon ik het snelle dier nog steeds niet zien. Kiwi's zijn werkelijk koning in verstoppen. De jacht ging nog een half uur zo door voordat Birgit het dier eindelijk weer zag. Het dier sprong gauw een tunnel in, maar Birgit nam een duik richting de kiwi en kon nog net op tijd zijn poten grijpen. Kiwi nummer twee was gevangen. Ook bij deze kiwi werd zijn transmitter vervangen en werden zijn maten opgenomen voordat hij kon worden vrijgelaten.
We waren de hele ochtend, ruim vier uur, bezig geweest met deze klopjacht en we moesten nog vijf andere kiwi's vangen. We besloten ons weer te richten op het vrouwtje van de vorige dag. Met het 4 wheel drive wagentje reden wij weer diep door de jungle tot aan het klif met de scherpe rotsen. Nu zat het vrouwtje in een andere vallei, een vallei vol met flax en prikkelplanten. Voor enkele uren probeerden wij ons weer een weg te banen door de dichte begroeiing, maar weer moesten wij het opgeven omdat het vrouwtje te alert en te snel was. We bedachten ons dat het misschien makkelijker was om haar ‘s avonds, wanneer kiwi's officieel wakker en actief worden, op te wachten en haar te grijpen wanneer ze een open vlakte op kwam. Zo gezegd zo ged..., niet dus. Enkele uren zaten wij in de kou, maar volgens de antenne en ontvanger bleef zij op haar plek zitten. Na lang wachten besloten we het voor de derde keer op te geven en we wandelden via het pad terug naar de 4 wheel drive. Birgit wilde nog een maal checken of het vrouwtje nog steeds stil zat. Ze klapte de antenne uit en stak deze in de lucht. Ik scheen met mijn zaklamp over het pad voor mij uit terwijl ik stilletjes luisterde naar het piepende geluid dat de ontvanger voortbracht. Plotseling sprong er een grote kiwi uit de struiken het pad op. Zonder enige twijfel nam ze gelijk de benen, stak het pad over en verdween in de struiken aan de andere kant van het pad. Het was alsof ze een spelletje met ons aan het spelen was. Er was niets dat wij konden doen. Ze was te snel weg en het is onmogelijk om je weg te vinden in deze dichte struiken. Voor de derde keer was ze ons te slim af.

De derde ochtend gingen we gelijk terug naar waar het vrouwtje was. We kwamen weer bij een klif aan en keken naar de zee onder ons. Op dat moment kwam er een rugvin uit het water, en nog een, en nog een. Voor we het wisten sprongen er tientallen dolfijnen om en om uit het water onder ons. Het was een gigantische groep die op jacht was naar vis en die hun prooi in groepsverband insloten. Het was een prachtige ochtend.
Het signaal kwam van beneden, richting het strand, en via een vallei klommen wij langzaam naar beneden.

Strand op Tawharanui met op de achtergrond Little Barrier Island

Op het strand aangekomen luisterden wij weer naar de ontvanger en dit keer wees de antenne naar boven, recht naar een steile klif. Hoe kan een kiwi, een dier zonder staart voor balans en zonder vleugels om mee te vliegen (kiwi's hebben vleugels, maar deze zijn niet groter dan 4 centimeter), op zo'n onbereikbare plek terecht komen? Enkele gevaarlijke klim pogingen brachten ons halverwege waar de kiwi was, maar we moesten al gauw concluderen dat we daar met geen mogelijkheid konden komen. De vierde keer dat zij ons verslagen heeft...
Die middag was het geluk eindelijk aan onze zijde. We zaten achter een kiwi aan die aan de zuidkust van Tawharanui leek te zitten. We moesten weliswaar door een jungle heen om bij deze kust te komen, maar dit keer was het een prachtige jungle met hoge bomen en weinig lage vegetatie, een heerlijk wandelingetje dus. Al gauw kwamen we bij enkele flax struiken. Om de struiken heen was een grasveld, geen mogelijkheid voor kiwi's om door tunnels of onder planten door te kruipen. Aan beide zijden van deze flax struiken was een ingang/uitgang van een tunnel, dus terwijl Birgit aan de ene kant stond en ik aan de andere kant, kon de kiwi geen kant meer op. Ik duwde enkele bladeren opzij en zag gelijk een kiwi snavel. Mijn hand reikte onder de snavel door, ik voelde de schubben van de poten en greep zijn rechterpoot vast. Zijn linkerpoot had hij nog steeds vrij en daarmee zette hij zijn scherpe nagels in mijn hand. Gauw reikte ik met mijn andere hand in de tunnel en greep beide poten vast. Nog geen halve minuut later kon ik voorzichtig de kiwi uit zijn hol trekken en stond ik trots met een kiwi in mijn handen.
Zijn klauwen hadden drie flinke, bloedende krassen op mijn hand gezet. Na het ‘verwerken' van de vogel maakte ik nog even gauw een foto van zijn indrukwekkende klauwen.

En daarna kreeg ook deze kiwi zijn vrijheid weer terug.
Na deze makkelijke vangst waren we weer flink gemotiveerd om meer kiwi's te vangen. De volgende was niet ver weg en net zo makkelijk te bereiken als de laatste. Hoewel we in een vrij open bos stonden wist de kiwi ongezien van ons weg te rennen. Enkele keren lieten wij dit gebeuren totdat het signaal ons bij een grote, half omgevallen en horizontaal groeiende boom bracht. Bij de voet van de boom was een groot gat waar de kiwi in gesprongen was en al gauw bleek de boom volledig hol te zijn. De kiwi zat meters diep in de boom en het was onmogelijk om de boom open te breken of zelf in het gat te kruipen. De kiwi was niet van plan om uit zijn hol te komen en weer moesten wij onze jacht staken en ons verlies nemen.
Gelukkig was onze moeite niet voor niets. Vlak voordat we weer terug wilde gaan vonden we een forest gecko op een tak. Of deze soort zeldzaam is of niet weet ik niet, maar ik weet wel dat dit dier in Tawharanui zeer zeldzaam is.

Forest gecko

Ook die avond gingen we er weer op uit in de hoop het vrouwtje te vangen. Weer stonden we daar uren in het donker te wachten totdat ze dichterbij kwam, maar dit keer wilde ze echt niet en moesten we de aftocht blazen. 5 - 0 voor de kiwi.

De laatste morgen was aangebroken, onze laatste kans om het vrouwtje, die nog steeds de hoogste prioriteit had, te vangen. Helaas heeft het avontuur voor ons geen happy ending (voor die kiwi wel), want bij de afgrond aangekomen konden we gelijk concluderen dat het vrouwtje weer terug gekropen was naar de klif waar zij gister ook zat. Er was niets aan te doen. 6 - 0 voor de kiwi, einde wedstrijd.
We hadden nog enkele uren voordat we terug moesten en wisten nog een laatste kiwi te vangen, deze was net zo makkelijk als de kiwi van gister. Bij deze was het niet nodig om een nieuwe transmitter om te doen, het enige dat we moesten doen was er zeker van zijn dat de transmitter nog goed zat, dus na een paar minuten konden we het beestje alweer vrijlaten en kroop het weer terug in zijn veilige holletje.
We hebben niet alle zeven kiwi's gevangen, maar vier is toch ook een mooi aantal. En ik moet toegeven: dit dier, dat zo inmobiel lijkt en evolutionair gezien niet slim lijkt te zijn, is toch wel erg goed in zich verstoppen en in vluchten. Ik heb een nieuw soort respect ontwikkeld voor de kiwi.
Het was werkelijk een van de meest bijzondere dingen die ik ooit gedaan heb. In holen kruipen, kiwi's vangen en vervolgens een echte kiwi in je armen hebben. Een echt ‘Once in a lifetime' moment. Deze bijzondere ervaring neemt niemand mij meer af!

Knuffels en groetjes van Jordi

 

Kakriki, Kaka, Kokako, Kiwi, Korora, Kereru, korimako

Massey University, Maandag 26 mei 2008

En daar is dan eindelijk de nieuwe update! Vanwege ruim 3 weken aaneengesloten veldwerk op de meest afgelegen plekjes heb ik geen tijd gehad om eerder mijn verhalen te schrijven. De laatste 3 weken waren zo indrukwekkend en avontuurlijk, dus ga er goed voor zitten, schenk wat te drinken in voor jezelf en houd je vast want hier komen de verhalen.

Little Barrier Island (Hauturu)

‘s Ochtends vroeg op Maandag 5 mei was het eindelijk zover; mijn veldwerk op Little Barrier Island kon beginnen. Little barrier is niet zomaar een eiland zoals de andere in de Hauraki Gulf. Het eiland ligt 80 kilometer ten noorden van Auckland en het duurt ruim een uur om er met de boot (vanaf Warkworth) te komen. Little Barrier, samen met Great Barrier Island, is zo genoemd door Captain Cook omdat de eilanden een barriere vormde voor de doorvaart naar de Hauraki Gulf. Ook bieden beide eilanden bescheming van wind en golfstromen. In Maori wordt het eiland ‘Hauturu' genoemd, wat ‘rustplaats van de wind' betekent.


Uitzicht vanaf Little Barrier

Little Barrier is een 2817 hectare grote, dode vulkaan met een top van 722 meter hoog. Net als de rest van Nieuw Zeeland hebben de uitheemse roof-zoogdieren ook hun weg naar Little Barrier gevonden. De Department of Conservation heeft jaren geleden besloten om dit eiland flink onder handen te nemen. Na jaren intensieve roofdierbestrijding (uitzetten van vallen, gif sproeien vanuit een helikopter, etc) en het spenderen van miljoenen dollars is het hen gelukt om het eiland volledig roofdiervrij en onkruidvrij te krijgen. Sindsdien heeft Little Barrier zich ontwikkeld tot een waar paradijs voor de inheemse flora en fauna. De meest bijzondere vogels, reptielen en insecten van Nieuw Zeeland zijn te vinden op het eiland en, terwijl sommige soorten in de rest van Nieuw Zeeland uiterst zeldzaam of zelfs uitgestorven zijn, hier doen al deze soorten het goed en kom je ze elke dag tegen. Om deze bijzondere plek in de huidige status te laten is het strikt verboden om het eiland te bezoeken. Er leven slechts 2 DoC rangers op het eiland, onderdeel van hun taak is er voor te zorgen dat daadwerkelijk niemand met zijn boot op het eiland land. De enige mensen die het eiland op mogen zijn onderzoekers; ik dus!!!


Opgedroogde rivier op Little Barrier

Luis, een Phd student uit Mexico, doet onderzoek naar de Red crowned Kakariki (Cvanoramphus nouaezelandiae nouaezelandiae); een groen gekleurde parkiet met een rode vlek op zijn hoofd.

Ik haal een kakariki uit het net - thanks to Julie Thomson
De Kakariki was ooit een veelvoorkomende vogel in Nieuw Zeeland, maar het aantal is sterk gedaald. Onderdeel van Luis zijn onderzoek is het vangen van Kakariki op plekken waar zij veel voorkomen om hen uit te zetten op andere plekken in Nieuw Zeeland zodat zij daar kunnen voortplanten en uiteindelijk weer net zo veelvuldig voorkomen als zij ooit deden. Little Barrier Island is zo'n plek waar de Kakariki je letterlijk om de oren vliegen. Het doel is om 50 Kakariki te vangen en binnen twee weken naar Motuihe Island (waar ik eerder tijdens mijn stage een weekend ben geweest) over te laten vliegen per helikopter. Omdat dit een grootschalige actie is heeft Luis een team van ecologen/onderzoekers samengesteld zodat deze droom waargemaakt kon worden en ik ben dus een van deze onderzoekers!

Het avontuur begon op het vasteland, in Warkworth waar de Department of Conservation het Little Barrier hoofdkantoor heeft. Alle mensen die meegingen, inclusief alle baggage, moesten onderworpen worden aan een intense inspectie en quarantaine om er zeker van te zijn dat niemand per ongeluk muizen, ratten of zaden van uitheemse planten mee zou nemen. De quarantaine duurde ruim 2 uur, maar daarna konden we eindelijk uitvaren. Een uur ziggzaggend over hoge golven later dobberden we aan de voet van de dode vulkaan. De ranger van het eiland kwam ons tegemoet in een klein motorbootje waarin we onze baggage en ons zelf over laadden. Omdat Little Barrier niet open is voor het normale publiek heeft het geen haven of andere faciliteiten voor boten. De landing op het eiland was daarom ook niet helemaal zonder risico. De ranger stuurde zijn bootje naar het rotsstrand en op het moment dat hij dichtbij genoeg was moesten wij vanaf de voorkant van de boot naar de rotsen (in het water) springen. Nadat de eerste twee mensen (waaronder ik) dit gedaan hadden grepen de mensen aan boord onze kisten met baggage en wierpen deze naar ons toe waarna wij deze het strand op sleepten.

Na deze spannende landing was het tijd voor een tweede quarantaine. Al onze spullen moesten weer gecheckt worden om er zeker van te zijn dat er geen ongenode gasten in de kisten gekropen waren. Gelukkig was alles in orde en konden we gelijk uitpakken. Tientallen kilo's voedsel, drinken en onderzoeksmaterialen kwamen tevoorschijn. Na het uitpakken begon het echte werk pas. Als voorbereiding op het vangen van de vogels hebben we planten en voedsel verzameld uit de jungle om de aviary mee in te richten. Tegen de tijd dat we hiermee klaar waren begon het donker te worden en zijn we terug gegaan naar de bunkhouse, waar we ons avondeten gegeten hebben.

Natuurlijk laat ik geen minuut op deze bijzondere plek ongebruikt en ben ik direct na het avondeten met zaklamp en camera naar buiten gegaan in de hoop nachtdieren te vinden. Met de zaklamp schenen we op alle planten en het duurde niet lang voordat we een van de meest fascinerende insecten ter wereld hadden gevonden; de Giant Weta.
Giant Weta
Dit krekel/kakkerlak achtige dier is het zwaarste insect ter wereld, zo bijzonder dat ik ze nu in het echt gezien heb! Maar zoals ik al eerder zei; je merkt hier niet hoe zeldzaam de dieren zijn omdat ze zo veelvuldig voorkomen. Zo vonden we een plant waar we zeker 8 giant weta's op zagen zitten, ze zijn overal.

We vervolgden onze tocht door de nacht terwijl we de pinguins konden horen schreeuwen vanuit hun rustplaatsen. Zo nu en dan hoorden we het gefluit van enkele kiwi's die met elkaar aan het communiceren waren. Op een gegeven moment hoorden we geritsel van bladeren op de vloer, 3 zaklampen richten zich naar de plek en schenen hun licht op een vreemd nachtwezen. Een grote, bruin ‘behaarde' bol met een lange, dunne nek en een nog langere en dunnere snavel keek verschrikt op. Even leek het wezen te twijfelen, maar al gauw verschenen zijn twee benen onder zijn buik en nam het een paar grote stappen om in de jungle te verdwijnen. Dit alles gebeurde in een flits maar het was ons direct duidelijk waar wij mee te maken hadden; mijn eerste wilde kiwi!!!

Met de beelden van de kiwi in mijn gedachten sloten we de avond af om ons voor te bereiden op een nieuwe dag op Hauturu.

De tweede dag was aangebroken en het vangen van de vogels kon gaan beginnen. Vroeg in de ochtend hadden we de mist nets opgezet. Dit zijn dezelfde netten waar ik het al eens eerder over heb gehad toen ik naar Motuihe was geweest. Vanwege het fijne draad zijn de netten, die 2.5 meter hoog en 12 meter lang zijn, vrijwel onzichtbaar waardoor de vogels er in vliegen en gevangen zitten. We hadden nog niet eens alle netten opgezet toen de eerste bijzondere vogel al in het net gevlogen was. Het was een Morepork, een kleine Nieuw Zeelandse uil.

Dit prachtige beestje was waarschijnlijk op weg naar zijn schuilplaats om te rusten gedurende dag. Nadat we de afmetingen van zijn vleugels en snavel hadden opgenomen lieten we de morepork weer gaan. Natuurlijk weten de vogels niet dat wij alleen kakariki willen hebben en daarom vingen wij per dag dus tientallen andere vogels die wij, na hen uit het net gehaald te hebben, weer los lieten.

Een Saddle back die ik net uit het net gehaald heb - thanks to Julie Thomson
Dit was een goede oefening voor mij om te trainen met het hanteren van vogels en het werken met mist nets. De vogeltjes, zo klein als ze zijn, lijken heel breekbaar. In het begin was ik bang dat ze zouden breken bij de zachtste aanraking, maar na enkele dagen wist ik al precies hoe ik hen moest hanteren en merkte ik dat deze beestjes veel sterker zijn dan ze lijken. Ook was het gelijk een goede manier om vogelnamen te leren en vogels te leren herkennen. Zo'n beetje alle vogelsoorten op Little Barrier weet ik nu te noemen en te herkennen en de meeste heb ik inmiddels al in mijn handen gehad.
Hier een lijstje van enkele vogels die hier voorkomen:
Grey warbler
Whitehead


Welcome Swallow
welcome swallow

Bellbird
Fantail
Yellowhammer
Goldfinch
Tui
Kaka
Kaka little barrier

Saddleback


Kereru (New Zealand Wood Pigeon)


Robins
Silver eye
silvereye

De dagen op Little Barrier verstreken en de tijd ging veel te snel. Na 5 dagen was het alweer tijd voor mij om naar huis te gaan terwijl een nieuwe groep ecologen arriveerden om te helpen met het vangen van de kakariki. Maar het geluk was aan mijn zijde want vlak voordat de boot kwam om mij (en enkele andere) op te pikken vroeg Luis of ik langer wilde blijven. En daar zeg ik natuurlijk geen ‘nee' tegen.

De dagen daarna werd ik steeds handiger in vogels uit het net halen en al gauw was ik degene die de meeste kakariki's ving. Het is best grappig om deze vogels uit het net te halen. Mensen die verstand hebben van parkieten weten vast wel waarom. De kakariki's hebben behoorlijk wat kracht in hun snavel en zijn niet bang om deze te gebruiken. Dus terwijl ik mijn best doe om het net van hun vleugels en pootjes af te krijgen grijpt de kakariki mijn vinger, bijt en zaagt met zijn snavel tot bloedens aan toe. Een andere leuke vogel om uit het net te halen is de bellbird. Deze kleine vogeltjes hebben vlijmscherpe nagels aan hun poten die zij geregeld in mijn vingertoppen boren. Al gauw bestonden mijn vingers dus uit lossen stukken vel en waren zij geperforeerd met minstens 10 gaatjes per vinger. It comes with the job...

Een van de meest zeldzame vogels van Nieuw Zeeland (zeldzamer dan de kiwi) is de Kokako.
kokako
Zelfs op Little Barrier komen zij niet veelvuldig voor. Het zijn vrij grote vogels, maar zij springen door de bomen alsof het mussen zijn. Het meest bijzondere aan deze vogels vind ik de geluiden die zij maken. Vooral ‘s ochtends wanneer het nog donker is zijn zij zeer indrukwekkend. Het is moeilijk om deze geluiden te omschrijven, maar het klinkt erg duister en sinister, net als de spoken uit onze nachtmerries. In werkelijkheid zijn het echter prachtige sierlijke vogels met een zacht karakter. Elke keer wanneer iemand het geluid van deze spoken hoorden verzamelde iedereen zich rond de boom om een glimps van dit dier op te vangen. De overgrote meerderheid van Nieuw Zeelanders heeft nog nooit een Kokako gezien (hetzelfde geldt trouwens voor kiwi's), dus elke kans die wij hebben grijpen wij direct.

Natuurlijk bleef ik gedurende mijn verblijf elke avond een wandeling maken. Een tweede keer stond ik oog in oog met een kiwi (foto's zijn tot nu toe nog niet gelukt) en Giant weta's en Gecko's waren dagelijkse kost. Maar een van de meest geslaagde avonden was toen ik een andere vreemde vogel tegenkwam.
Elke avond ging ik even naar het strand in de hoop little blue penguins te zien en deze avond was het eindelijk gelukt en hoe?! Ik liep het strand op en direct zag ik twee pinguins. Natuurlijk hadden ze mij ook al gezien, maar deze onhandige beestjes kunnen niet snel rennen en al helemaal niet op een rotsstrand. Lichtelijk in paniek probeerde de twee in hun hol te kruipen, maar hun dikke konten pasten niet tegerlijk door de opening. Een van de pinguins kreeg het voor elkaar om weg te komen voordat ik dichtbij genoeg was, maar de tweede stond nog steeds buiten en besloot te gaan liggen in de hoop dat ik hem niet zou zien. Ik heb het beestje tot een meter benaderd en natuurlijk gauw wat foto's gemaakt om daarna weer snel weg te gaan en het arme beestje met rust te laten.
little blue penguin little barrier
De avond erna was ook een erg bijzondere en grappige avond. Ik besloot weer naar het strand te gaan samen met Lis (studente van Auckland university) en Liz (een van de rangers op Little Barrier). Dit keer zagen we een pinguin op het strand lopen die verdwaald leek te zijn. Hij keek om zich heen en leek flink gedesorienteerd. Het was vloed en de golven sloegen in op het strand als een hamer terwijl de pinguin (die waarschijnlijk eerder die avond veel moeite had gehad om op het strand te komen) gedesorienteerd richting de zee liep. We besloten, ondanks dat het eigenlijk niet is toegestaan, dat het het beste was om de pinguin op te pakken en wat verder op het strand te zetten zodat hij niet door de zee zou worden weggespoeld. Liz ging achter de pinguin staan met haar rug naar de zee en greep het beestje vast. De pinguin begon luid en agressief te brullen en net op dat moment kwam er een gigantische golf die over Liz en de pinguin heen sloeg, Liz was doorweekt. Het was alsof de zee wilde zeggen: "blijf van mijn pinguin af".

Een andere bijzondere avond was toen ik een dier tegenkwam waar ik al veel over gehoord had. Meerdere mensen, zowel tijdens mijn reizen in de eerste twee weken hier als mensen van Massey uni, hadden mij verteld over de Giant Centipede (reuze duizendpoot) die in Nieuw Zeeland leeft. Alle reisgidsen over Nieuw Zeeland zeggen dat Nieuw Zeeland geen giftige dieren heeft, maar dit is niet waar.
giant centipede
De Giant Centipede heeft twee gigantische kaken waarmee deze een sterk gif kan toedienen. Als je in je arm gebeten wordt heeft dit tot gevolg dat je volledige arm verlamd raakt. Hoewel er geen gevallen bekend zijn waarbij mensen stierven door het gif is het toch een dier waar je voor uit wilt kijken. Gelukkig zag ik het dier in een boom rondkruipen op een tak ver bij mij vandaan. Hoewel het op de foto niet echt duidelijk is was dit een gigantisch dier, ruim 30 centimeter.

Nu de nieuwe groep ecologen gearriveerd waren, waren we met 12 mensen in de bunkhouse. Het was een super gezellige groep en elke avond vulden we met het spelen van de leukste spelletjes. Een spel dat we iedere avond uren konden spelen was ‘weerwolf', een psychologisch moordspel. Behalve dat het een van de leukste gezelligheidsspelletjes is, is het ook een perfect spel voor team building, zo werden we dus een hechte groep die overdag perfect samenwerkte om de kakariki's te vangen.

Het vangen van de kakariki ging redelijk voorspoedig, maar we zagen al gauw dat het niet ging lukken om 50 te vangen in deze twee weken. Om toch zoveel mogelijk te vangen vroeg Luis of ik, in plaats van 1 week te blijven, de volledige 2 weken wilde blijven. Ik ben nog steeds laaiend enthousiast over Little Barrier, op een morgen werd ik zelfs gewekt door het gefluit van kiwi's, dus ik grijp elke kans om langer op deze magische plek te kunnen blijven.

Tegen het einde van de trip kwam er een cameraploeg naar het eiland om ons werk te filmen en een item over de kakariki translocation te maken voor het landelijke nieuws. Die dagen rende wij dus rond tussen netten op de voet gevolgd door een camera. Een beetje vreemd was het wel, maar al gauw raakte ik gewend aan de camera en merkte ik niet eens meer dat die er was. Het verhaal over Luis en de kakariki translocation werd op Maandag 18 mei uitgezonden op TV One! Hier een link naar het verhaal en het filmpje.
Klik op link "parakeets to be relocated" voor het filmpje
En ook verschenen er verschillende krantenartikels over de translocation.
Link krantenartikel

Inmiddels was de een na laatste dag op Little Barrier aangebroken. De mist nets hadden we inmiddels afgebroken en opgeruimd en 31 kakariki's waren in reisboxen geplaatst. Luis zou de vogels de volgende dag meenemen in een helikopter om hen zo snel mogelijk los te laten op Motuihe Island. Voor mij was het tijd om afscheid te nemen en dan toch echt de boot naar het vaste land te nemen. Maar ik heb blijkbaar iets goeds gedaan tijdens mijn verblijf hier, want zelfs nu, nu het einde van deze trip toch echt nabij was, kreeg ik te horen dat het nog niet over hoeft te zijn. Luis had gebeld met de helikoptermaatschappij en blijkbaar was er nog een plekje vrij in de helikopter voor mij!!! Net toen ik dacht dat deze trip niet meer beter kon worden werd ik getrakteerd op een gratis helikoptervlucht over de Hauraki Gulf!!!

Die avond dronken we Nieuw Zeelandse ‘Champagne' en hadden we een barbeque in het huis van de rangers om het einde van dit deel van het project te vieren. De volgende ochtend arriveerde de helikopter. We laadden onze spullen en natuurlijk het belangrijkste, de vogels, in en de helikopter steeg op. Het is zo'n onwerkelijk gevoel, vooral na alles wat ik heb gezien en meegemaakt op Little Barrier, wanneer een voertuig verticaal opstijgt om vervolgens horizontaal door de lucht te vliegen.


Terugblik op Little Barrier
Achter mij zag ik Little Barrier kleiner worden en voor mij verscheen een prachtig uitzicht over de Hauraki Gulf. Grote groepen vogels bewogen zich onder ons terwijl we langs Tiritiri Matangi vlogen.

Tiritiri Matangi Island


Zomaar een eilandje in de Hauraki Gulf

Nog geen half uur later landen wij op Motuihe Island waar we werden verwelkomt door ruim 200 mensen. De pers was aanwezig met camera's en het hoofd van een speciale Maori stam was aanwezig terwijl de kakariki stuk voor stuk ceremonieel werden vrijgelaten op hun nieuwe eiland. Na het vrijlaten hielden enkele mensen nog een speech, waaronder Luis. Zijn speech was zeer inspirerend en werd kracht bijgezet door een vlucht van 5 kakariki's die in de achtergrond over Motuihe Island rondvlogen. En daarmee eindigt mijn eerste Little Barrier avontuur...

Tiritiri Matangi

De dag na mijn helikoptervlucht naar Motuihe was het alweer tijd voor mijn volgende veldtrip, naar Tiritiri Matangi Island. Shauna, een Phd studente uit Canada, zal mij de komende tijd meenemen naar verschillende plekken om onderzoek te doen naar avian malaria bij bellbirds (Anthornis melanura). Ook hier gaat het voornamelijk om het vangen van de vogels met mist nets. Inmiddels heb ik genoeg ervaring hiermee dus kon ik lekker zelfstandig vogeltjes vangen.

Bellbird

Nadat we een stuk of vijf netten hadden opgezet begonnen de vogels in grote aantallen in de netten te vliegen. Het gemakkelijke aan Tiri is dat de bellbirds zeer tam zijn en gelokt kunnen worden met suikerwater. Binnen een uur hadden we al 20 bellbirds gevangen waarvan de vleugellengte, hoofd-snavellengte en pootlengte werd opgemeten. Het belangrijkste was het aftappen van bloed om later in het lab te onderzoeken of deze vogels malaria hebben of hadden. Ook kreeg elke vogel enkele kleurbanden om zijn poten zodat zij later herkent kunnen worden. Vanwege het grote aantal dat we al gevangen hadden waren we na twee dagen al klaar en konden we de derde dag rustig inpakken om de boot terug naar het vaste land te nemen. Maar... ‘s ochtends kregen we het bericht te horen dat de boot niet kon varen vanwege de hevige wind, we zaten dus vast op het eiland voor een extra nacht. Behalve harde wind was het weer prima en aangezien we niets meer te doen hadden besloot ik om een rondje om het eiland te gaan lopen. Het eiland is zo klein dat je dit rondje gemakkelijk in 2 uur kunt lopen, maar ik besloot om het eiland tot het uiterste te verkennen. Ik nam een pad dat mij via de oostkust naar het noorden bracht, maar ik bleef niet op het pad. Ik daalde af door de jungle naar elk strandje dat ik zag, daar beklom ik elke rots en elke heuvel. De golven waren ontzettend hoog en beukten met grof geweld in op de rotsen van Tiri. Als mens voel je je dan heel erg klein en kwetsbaar.

Na vijf uur klimmen en dalen kwam ik bij het noorden van Tiri waar ik even een foto van mijzelf heb genomen. Geloof me, met een self timer van slechts 20 seconden is het best lastig om op tijd bij de boom te zijn.

Vanaf het noorden ging ik via het strand aan de westkust weer terug richting het zuiden. Aan deze kant van het eiland was het water een stuk kalmer, een enorm verschil met het geweld aan de andere kant van het eiland. Aan de kust groeien een hoop Pohutukawa bomen. Dit zijn de bomen die te groot en zwaar worden en omvallen, maar daarna gewoon door blijven groeien. Daarom zijn het perfecte bomen om in te klimmen en natuurlijk laat ik die kans niet zomaar voorbij gaan.
pohutukawa
Na het klimmen en klauteren vervolgde ik mijn weg over het strand. Uiteindelijk vond ik een gleuf in de rotsen waar ik wat zag bewegen. Ik perste mijzelf tussen de rotsen door waar ik twee schattige pinguins in hun holletje zag zitten; zo zie je ze nooit en zo zie je ze bijna dagelijks.
little blue penguin tiri
Even later, toen ik weer via het strand naar het zuiden liep, sloeg het zonnige weer om en begon het hard te regenen. Voor een kort moment brak de zon weer door de wolken wat resulteerde in de helderste regenboog die ik ooit heb gezien.

Toen de regenboog weer verdween zocht ik mijn weg terug, de avond viel en verlicht onder de volle maan kwam ik terug bij de bunkhouse.

De dag erna was de wind gaan liggen en kon de boot naar het vasteland uitvaren. Maar voordat we vertrokken hebben we nog geholpen met een ander project. In de bunkhouse waar wij sliepen waren nog twee andere onderzoekers van een vogelsanctuary in Wellington. Zij waren naar Tiri gekomen om de zeldzame Stitchbirds (of Hihi, zoals de Maori ze noemen) te vangen en vrij te laten in de Waitakere, een regional park ten westen van Auckland. Ik heb geholpen door de reeds gevangen vogels uit de aviary te halen en in de reisboxen te stoppen. Daarna had ik nog even tijd voor mezelf voordat de boot naar het vasteland zou vertrekken. Ik ben gaan zitten bij een vogelvoedbox waar veel bellbirds, tui's en kokako's op af komen. Het is me nu ook eindelijk gelukt om een goede foto van de tui en kokako te maken. Vooral de tui straalt in het zonlicht. Het was prachtig om al deze vogels van zo dichtbij te zien en ik genoot vollop van alle geluiden die deze dieren voortbrengen; de tui die de geluiden van andere vogels en zijn omgeving kopieert en de kokako met zijn spookachtige zang.
tui tiri
Tui


kokako tiri
Kokako

 

Tawharanui

Ook na mijn Tiri trip werd mij geen dag rust gegunt. Gelijk de dag erna werd ik opgehaald door Shauna om bellbirds te gaan vangen in regional park Tawharanui, een schiereiland ten noorden van Auckland.

Na het opzetten van de mist nets bleek het vangen van bellbirds hier een stuk langzamer te gaan dan op Tiri. Maar ik vermaakte mij prima met het bekijken van de grote hoeveelheid tui's die rondvlogen en luidkeels zongen. Op een gegeven moment vloog er zelfs een tui in het net. Op Little Barrier had iedereen mij al de horror verhalen van tui's in het net verteld. Net als de bellbirds hebben zij vlijmscherpe nagels, het verschil is echter dat tui's ruim 3 keer zo groot zijn en een stuk agressiever kunnen zijn. Ik twijfelde even voordat ik mijn handen in het net stak, maar het moest toch echt gebeuren. Ik had het dier nog niet eens vast toen hij mijn vingers al greep met de roofvogelachtige klauwen. Het was slechts een seconden dat hij mij vast had, maar mijn vingers zaten al gelijk onder het bloed. Zo snel als ik kon greep ik de tui bij zijn rug, zodat hij mij niet kon raken met zijn klauwen. Gelukkig kwam hij gemakkelijk uit het net en kon ik hem weer zijn vrijheid geven. Het is een heel avontuur om zo'n vogel uit het net te halen, zelfs al duurt het maar enkele seconden. Dat was trouwens het moment waarop ik het zeker wist: de tui is mijn lievelings Nieuw Zeeland vogel!

De dag erna werden we wakker met hevige regen. In de regen kan/mag je geen vogels vangen met mist nets en helaas was de voorspelling dat het de komende dagen zou blijven regenen. De meest wijze beslissing was dan ook om onze spullen in te pakken en naar huis te gaan. Hopelijk klaart het volgende week op in Tawharanui en kunnen we ons mist net avontuur voortzetten.

Die avond had een collega van Massey, Weihong, een dinnerparty georganiseerd. Van Shauna had ik vernomen dat Weihong mandolien speelt en dat Shauna viool speelt. Ik ben ‘s middags gauw naar de muziekwinkel gerent om een kleine en goedkope gitaar te kopen. Het eten die avond was heerlijk, allemaal onbekende chineze gerechten. Na het eten haalden we onze muziekinstrumenten tevoorschijn, Weihong gaf de rest van de gasten een maracas en met zijn allen brachten we meest vrolijke ierse deuntjes voort. Zo werd het een muzikale avond en een goede afsluiting voor een maand vol veldwerk. Ik ben benieuwd wat voor avonturen ik de komende weken zal beleven.


Zonsondergang op Little Barrier Island

 

Lethal jungle

Dianne’s house , Zondag 4 mei 2008

Vorige week zaterdag besloot ik om een kijkje te gaan nemen in de Auckland zoo. Hoewel ik merk dat dierentuinen mij steeds minder kunnen boeien (het is niet uitdagend genoeg om dieren te vinden en dus is het niet zo interessant meer om de dieren te zien) is het toch een mooie dierentuin. Ruime en natuurgetrouwe verblijven met genoeg aspecten die de dieren stimuleren om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Voor de Cheetah betekent dit veel luieren.

cheetah

Een bijzonder dier dat ik hopelijk ook nog in het wild in Nieuw Zeeland tegen ga komen is de Tuatara; een pre pre historisch reptiel dat slechts op een paar plekken in Nieuw Zeeland in het wild voor komt.

tuatara

Tuatara

 

Na flinke regenbuien vorige week zondagochtend leek het ‘s middags, hoewel de donkere wolken dreigend boven Albany bleven hangen, droog te blijven. De afgelopen paar weken heb ik de tuin van Dianne willen verkennen en nu kwam het er eindelijk van. Gezellig met de twee Labradors, Tussy en Fern, stapte ik de achterdeur uit en zette ik voet in de vier hectare grote achtertuin. Met een hond aan beide zijden liep ik langs het zwembad en de groente/fruittuin en kwam ik bij de weide. Op de voet gevolgd door de geiten en kippen leek het net of ik en mijn gezelschap uit een sprookje kwamen (volgens mij was het een kruizing tussen ‘de Bremer stads muzikanten’ en ‘de rattenvanger van Hamelen’ ).

Voorbij de weide openede ik een hek, achter mij sloot het hek zich, de geiten en kippen achter mij latend. De honden liepen vrolijk voor mij uit over het pad, de naam ‘pad’ mag het eigenlijk niet dragen aangezien de helft door weer en wind is weggespoeld of is geblokkeerd door omgevallen bomen. Terwijl de honden behendig over de riviertjes sprongen en onder taken door kropen moest ik bij elke stap oppassen dat ik niet onderuit ging. De regen van vanochtend had het bos veranderd in een waar subtropisch regenwoud, omdat ik tussen alle natte planten door moest manoevreren was ik al gauw net zo nat als de rest van het regenwoud. De honden vonden dit duidelijk niet genoeg en schudde zich naast mij uit nadat ze in de rivier gesprongen waren.

Via omgevallen bomen stak ik wankelend het kronkelende beekje over, de honden vonden het makkelijker om te springen of the zwemmen. Ze genoten duidelijk evenveel van deze prachtige wandeling als ik. Na enkele tijd lopen waren we onderaan het dal, vanaf daar leek een pad naar links te gaan. We volgden het pad, maar die werd duidelijk steeds ontoegankelijker. Ik merkte dat de 10 jaar oude Tussy het ook steeds moeilijker vond worden toen ik haar over enkele obstakels heen moest tillen. Op dat moment besloot ik dat het tijd was om terug te gaan. Ik tilde Tussy weer over de obstakels en vervolgde mijn weg. Het viel me op dat de weg terug nog ontoegankelijker was dan toen ik deze heen liep. Ook leek de weg terug naar het dal langer te zijn dan voorheen en het geluid van het stromende beekje was inmiddels ook verdwenen. Toen realiseerde ik me dat ik niet meer op het pad liep. Ik wilde teruggaan, maar toen ik me omkeerde was mijn gelopen route niet meer te zien. Aangezien ik nog enigzins een idee had welke richting ik globaal uit moest besloot ik mij door de dichte jungle te waden. Het huis stond ergens aan de top van de heuvel dus bergopwaarts leek mij het beste idee. De jungle werd echter zo dicht dat ik noodgedwongen weer een stuk moest afdalen. Even later zag ik een mogelijkheid om weer omhoog te gaan, weliswaar dwars door een varen heen, maar hoe moeilijk kan dit zijn? Na enkele meters werd mij duidelijk waar ik in beland was. Dit was niet zomaar een varen. De lange dunnen bladen van de plant waren aan de zijkant net lange scheermessen. Ik keerde me om nu het nog kon, me verbijtend aan elke snee die de bladen veroorzaakten op mijn blote armen en vingers. Gelukkig zijn de honden uitgerust met een dike vacht en schijnbaar hebben hun neuzen geen sneeen opgelopen (ik heb hen in ieder geval niet horen piepen).

Dianne's backyard
Elke meter in de jungle was een worsteling met de planten. Lianen wikkelden zich om mijn middel en hielden mij in een wurggreep en tientallen gigantische spinnenwebben hadden zich inmiddels in mijn haren verzameld.

Op een gegeven moment werd mijn doorgang omhoog weer geblokkeerd en liet ik mijzelf met een vaartje naar beneden glijden. Half skiend over de glibberige jungle vloer leek ik eindelijk vaart te maken. Maar toen werd mij door de jungle op een hardhandige manier duidelijk gemaakt wie hier de baas was. Door mijn snelheid zag ik niet dat er op ooghoogte een zeer venijnige takje hing. Nee, ik stootte niet mijn hoofd, het is nog veel grappiger dan dat. Ik liep recht door een tak met kleine stekeltjes. Twee stekeltjes boorde zich in het topje van mijn neus en, hoewel het slechts een dun takje was, hield het mij stevig vast. Terwijl mijn neus (en hoofd) direct tot stilstand kwamen gleden mijn voeten nog even verder. Daar hing ik dan met mijn benen in de modder en mijn neus vastgeniet aan een tak. Ik trok mij op aan de dichtsbijzijnde boom binnen mijn bereik. Toen ik weer stond (nog steeds vastgenageld aan deze plant) greep ik de tak vast en met een flinke ruk trok ik deze van mijn neus af; geen survival avontuur is complete zonder een beetje bloed dat vloeit.

Met een boedende neuspunt, enkele snede en een vermoeide hond (Fern, de jongste hond, is niet moe te krijgen, maar de oude Tussy had het duidelijk moeilijk) vervolgde we onze weg. Na veel geklim kwamen we dan eindelijk op de top van de heuvel, maar er stond geen huis… Gelukkig biedt deze hoogte een aardig uitzicht over de vallei, maar nergens in de wijde omtrek zag ik een huis of enig ander teken van leven. Overal waar ik keek zag ik jungle tot aan de horizon. Inmiddels was ik volledig gedesorienteerd. Ik besloot mijn strategie te veranderen en daalde weer af richting het laagste punt van de vallei in de hoop iets te vinden dat een pad zou kunnen zijn. Halverwege de afdaling leek Fern er genoeg van te hebben. In plaats van mij te volgen week ze af van mijn zijde en hield ze afstand totdat ik volgde. Het duurde niet lang voordat de jungle weer iets toegangkelijker leek te worden. Even daarna kon ik een beekje horen stromen en al gauw leek het alsof we weer op een ‘pad’ liepen. Hoewel ik meerder malen het pad weer kwijt was leek Fern erg zeker van haar zaak en aangezien we stroomopwaarts (en dus heuvelopwaarts) liepen vertrouwde ik volledig op haar neus. Langzamerhand begon ik dingen te herkennen. Een omgevallen boom, een geimproviseerd bruggetje, deze had ik op de heenweg ook gezien. Nog enkele keren daarna zei mijn gevoel welke kant ik op moest terwijl Fern de andere kant op ging. Lang leve honden en hun neus, want van het een op het andere moment hield de jungle op en stond ik weer in de weide met de geiten en de kipen om mij heen.

Vergeleken met de jungles in de nationale parken van Nieuw Zeeland is dit maar een kleintje, maar het is zo makkelijk om te verdwalen in deze wereld waar alle planten op elkaar lijken maar toch compleet ander zijn. Bloed, zweet (geen tranen) heeft het mij gekost, maar het was een geweldig avontuur, en dat in de achtertuin van Dianne! Nu leg ik mijn pen neer, mijn sneeen op mijn vingers en handen beginnen pijn te doen en bovendien is het tijd voor bed. Als alles volgens plan gaat ga ik enkele drukke en spannende weken tegemoet, en als het niet volgens plan gaat?... Dan zorg ik er wel voor dat het op een andere manier spannend blijft, de achtertuin is groot genoeg!

 

Ponui Island
Ponui

De volgend dag, om half 6 ‘s ochtends, werd ik opgehaald door Dai. Dai is een onderzoeker (postdoc) die onderzoek doet naar de dichtheid van roofdieren op Ponui Island en de gevolgen hiervan op de vogelpopulatie.

Ponui is niet, zoals de meeste eilanden in de omgeving, een birdsanctuary en wordt niet beheerd door de Department of Conservation. In plaats daarvan is het eiland eigendom van drie boeren families die ieder een derde van het eiland bezitten. Het is een bijzonder eiland vanwege de ongewone samenstelling fauna die er leeft. Waar de meeste eilanden vrij van roofdieren gemaakt worden om de inheemse vogels te beschermen lijken de vogels op Ponui het allemaal prima te redden tussen de roofdieren. Het eiland barst van de wilde katten, ratten en muizen, maar toch is de dichtheid van kiwi’s nergens zo hoog als hier. Ook leven er een hoop tui’s in het bos, paradise duck op de weilanden en little blue penguins op het strand. De theorie hierachter is als volgt: de ratten, die normaal gesproken alle jonge kiwi’s aanvallen en opeten, worden flink bejaagd door de katten op het eiland en krijgen daardoor niet de kans om de kiwi populatie te doen dalen. De katten, zoals gezegd, eten de ratten. Hiermee houden ze niet alleen de rattenpopulatie in toom, maar ook hun honger, waardoor het niet nodig is om de (jonge) kiwi’s te eten. Het zou dus niet slim zijn om alle ratten te doden omdat de katten dan achter kiwi’s aan gaan en als de katten worden gedood stijgt de rattenpopulatie explosief en eten zij meer kiwi’s. het ecosystem op Ponui lijkt dus een perfecte balans gevonden te hebben en dat is waar Dai’s onderzoek om gaat en waar ik hem deze week mee heb geholpen.

Ten westen van Auckland stapte we in een motorbootje waarmee de boerin ons naar het eiland bracht. Nadat we onze spullen in een huisje hadden gedropt zijn we gelijk op pad gegaan naar het onderzoeksgebied; de jungle op Ponui. Terwijl we over de weilande richting de jungle liepen kwamen we een hoop leuke wilde en niet wilde dieren tegen.sheep

In Nieuw Zeeland leven meer schapen dan mensen. Op Ponui leven ook meer schapen dan mensenezels

De schattige ezeltjes in de weide volgde ons elke keer als wij weg gingen of terug kwamen

De Australische Galah

Als eerst liepen we een route waar we om de 250 meter vijf minuten bleven staan om alle vogels te tellen die we zagen of hoorden. In de praktijk betekent dit dat je ongeveer 90% alleen hoort en slechts 10% daadwerkelijk ziet. Dit was een goede oefening voor mij en al gauw kon ik de tui, de fantail en de grey wobler aan hun roep herkennen. De tui is een prachtig zwartblauwe vogel met twee witte veren onder de kop. Ze hebben een groot zang repertoir en zijn in staat om de zang van andere vogels te kopieren. Vaak begint hun roep dan ook als die van een andere vogel uit de omgeving (in dit gebied meestal de fantail) waarna ze hun eigen geluid maken dat klinkt als een stel bellen (zoals de koebellen). Tussendoor willen ze nog wel eens ratelen of rammelen; elke keer weer is het vermaklijk om naar hen te luisteren. Volgens Dai zijn ze zelfs in staat om onze woorden menselijker uit te spreken dan een papegaai (wanneer ze als huisdier worden gehouden, wat uiteraad niet mag).

Tui

De fantails zijn leuk op een hele andere manier. Het zijn de meest gezellige vogeltjes die ik ooit heb gezien. Ze zijn totaal niet bang voor mensen en maken dankbaar gebruik van onze aanwezigheid. Wanneer wij door de jungle lopen schoppen we de aarde weg en duwen we velen planten op zij. Hiermee verstoren wij de insecten die weg vliegen of kruipen. De insectenetende fantail ziet zijn kans schoon en jaagt achter zoveel mogelijk insecten aan. De fantails vliegen dan constant met ons mee om te profiteren van alle verstoorde insecten. Als wij stil blijven staan gaan de fantails vlak naast ons op een tak zitten terwijl ze constant hun vrolijke, piepende gefluit laten horen.

Fantail

Na het tellen van de vogels zijn we dieper de jungle in gegaan waar we verschillende 3 bij 3 meter afbakeningen hebben gemaakt. De afbakening zijn ervoor om ratten, katten, kiwi’s en/of morepork (uilen) tegen te houden. Na verloop van tijd wordt de aanwezigheid en dichtheid van insecten en andere ongewervelden gemeten en moet duidelijk worden of de roofdieren enige invloed hebben op de hoeveelheid ongewervelden in een gebied.paddestoellen

zonnestralen

In de jungle hing een magische sfeer

Dat er veel kiwi’s op het eiland leven bleek wel weer nadat ik een dode, half rottende, kiwi gevonden had; mijn eerste wilde kiwi…

dead kiwi

Tijdens de tweede dag zijn we langs alle 54 rattenvallen gegaan die Dai eerder had uitgezet. We hebben ze voorzien van pindakaas, waar ratten dol op zijn, en hebben ze op scherp gezet. Deze vallen klappen dicht wanneer de ratten op een plateau stappen. De ratten worden levend gevangen om te voorzien van een oormerkje zodat zij herkenbaar zijn wanneer ze later weer gevangen worden. Op deze manier kan uitgerkend worden hoeveel ratten er ongeveer in een gebied voor komen.

Het weer was deze dag een stuk beter en dat hadden we nodig voor de rattenvallen, je wilt de ratten namelijk niet de hele nacht in de regen laten zitten.

Die nacht viel er slechts een klein buitje en de volgende ochtend was het stralend weer, precies wat we nodig hadden. Opgewekt liepen we richting de bush waar de vallen waren, maar donkere wolken verzamelde zich boven ons en nog voordat we in de jungle waren was het aan het stortregenen. Dit zijn niet de weersomstandigheden die je wilt hebben wanneer je met 4 of 5 ratten in kooien door een glibberige jungle moet klimmen. De ratten kunnen zo onderkoelt raken of gewond raken wanneer wij uitglijden.

Zo snel als we konden verzamelden we alle vallen waar een rat in zat en tot onze schrik waren dit er 32! De wegen bleef maar uit de lucht vallen en het leek almaar harder te gaan regenen. Het was zo ernstig dat we besloten om de ratten geen oormerk te geven en hen zo snel mogelijk weer vrij te laten en onderkoeling te voorkomen. Om mij toch te laten zien hoe het in zijn werk ging heeft Dai twee ratten gedaan waarna ik er 1 mocht doen. De ratten worden eerst met een kussen tegen de zijkant van de kooi aan geduwd waarna zij met een injectie in slaap gebracht worden. Als ze volledig slapen krijgen ze een ringetje in hun oor. Daarna krijgen ze een tweede injectie om hen weer wakker te maken. Dit spul zorgt er ook voor dat de ratten kortetermijn geheugenverlies hebben zodat ze zich hopelijk niets herinneren van deze stresvolle ervaring. Ik heb alleen de verdoving gegeven en daarna vond ik dat ik wel weer genoeg injectienaalden had gezien. We gingen de vallen weer terug brengen om de ratten los te laten, maar omdat we in het slechte weer slechts vier ratten tegerlijk konden dragen zouden alle andere ratten nog uren in de regen staan. Aangezien ik onder mijn poncho toch al helemaal nat geworden was heb ik mijn poncho als een tent over de kooien heen gespannen (handig ding). Door de stromende regen werd ik nog natter dan ik al was en werd het beklimmen van de hellingen nog moeilijker, gelukkig was het zo zwaar dat ik het onmogelijk koud kon krijgen. Helaas mocht mijn poncho voor 3 ratten (2 volwassen ratten en 1 klein jong ratje) niet baten. De stres, kou en regen was voor hen teveel geworden en zij waren in hun vallen gestorven… Als we deze compleet onverwachte en onvoorspelde regenbui hadden voorzien zouden we de vallen nooit open hebben gezet. We voelen ons allebei zo schuldig dat we dit op ons geweten hebben. Hoewel het niet gebruikelijk is dat ratten in de vallen sterven zal ik toch waarschijnlijk voor een lange tijd een gruwelijk hekel hebben aan deze onderzoeksmethode. Voor de volgende keer gaan we dan ook kijken of we geisolleerde en waterdichte rattenvallen kunnen maken.

Ratten, ook al zijn ze de grootste vijand van vele Nieuw Zeelanders, hebben toch een speciaal plekje in mijn hart en dit voorval is bij mij dan ook niet zonder tranen verlopen…

Voordat ik solliciteerde voor een stage bij Massey heb ik geprobeerd een stage bij de Department of Conservation te krijgen. Onderdeel van die stage is pest control, oftewel het uitzetten van vallen om muizen, ratten, stouts en possums te doden. Ik heb nu bevestigd gekregen dat ik zulk werk niet zou kunnen doen en waarschijnlijk een ellendige stage zou hebben. Ik ben dus erg blij dat Massey’s onderzoeken dieren levend vangt. Helaas is er bij dit soort onderzoek altijd risico…

 

De dag erna was het typisch Nieuw Zeelands weer. Het begon zonnig, maar al gauw was het aan het stortregenen. Voor we het wisten scheen de zon weer volop waarna het weer begon te regenen. De hele dag ging het zo door (half uur zon, half uur regen, etc) en we realiseerden ons dat het geen zin had om deze week nog rattenvallen uit te zetten. Het weer is te onbetrouwbaar en we willen niet nog meer dode ratten op ons geweten hebben. Als we zouden doorwerken met het bouwen van de insectenplots dan zouden we ‘s middags klaar kunnen zijn en terug naar huis kunnen. We hadden dan ook met de boer afgesproken dat hij ons om vier uur naar het vaste land zou brengen.

Nadat de insectenplots klaar waren hadden we nog zat tijd. Die tijd hebben we gebruikt om naar kattenpoep te zoeken. Hiermee hopen we de kiwi-rat-kat-balans hypothese te kunnen bevestigen of verwerpen en de locatie van de katten op het eiland vast te stellen. Na enkele drollen gevonden te heben keerde we terug naar ons huisje waar we de boel hebben opgeruimd en schoon gemaakt.rainbow

Dankzij de regen-zon combinatie kregen we wel prachtige landschappen met regenbogen te zien.

Om vier uur stonden we klaar om naar het vaste land gebracht te worden, maar de boer en boot waren nergens te zien. Toch is dit niet abnormaal, want Dai is inmiddels gewend dat je bij de tijd die de boer opgeeft minstens een uur moet optellen. Twee uur later was hij er echter nog niet. Ook zijn telefoon wilde hij niet opnemen dus besloten we maar naar zijn huis te lopen. Daar aangekomen kwamen we de boer tegen die zich net op dat moment realiseerde dat hij ons was vergeten. Inmiddels was het te donker en te laat om nog te varen en dus zouden we pas de volgende ochtend kunnen vertrekken. Gelukkig was hij ons toen niet vergeten en zaten we om 7 uur in de boot.

Het was, ondanks de vervelende rattenvang ervaring, toch een geslaagde week. Ik kan niet wachten tot volgende week, dan begint mijn volgende veldtrip alweer en deze trip beloofd een bijzondere te worden!

 

Knuffels en groetjes van Jordi

 

 

Island hopper
Dianne’s house, Vrijdag 25 april 2008

Nadat ik te horen had gekregen dat de 10 dagen in de Waitakere Ranges niet door gingen moest ik op zoek gaan naar andere bezigheden. Ik heb met verschillende mensen gesproken over de mogelijkheden en ik heb een hoop mailtjes verstuurd, en dat heeft geholpen.

De donderdag en vrijdag heb ik Monique (studente uit Zuid Afrika) geholpen met haar onderzoek naar ecto- en endoparasieten van de Little Blue Penguin. Helaas zit haar veldwerk (o.a. nestmateriaal verzamelen) er al een tijdje op, maar nu moet het nestmateriaal uitgepluisd worden om ectoparasieten te vinden. Een mooi klusje voor mij dus. Elke dag besteed ik een paar uurtjes aan dit werk waarbij ik met pincetten elke vierkante centimeter van het nestmateriaal langs ga om zoveel mogelijk kriebelbeestjes te vinden. Misschien is dit voor sommige mensen wel het meest smerige baantje dat ze kunnen bedenken, maar ik vind het erg leuk! Ik ben al tientallen teken, vlooien, kevertjes en fruitvliegen tegengekomen, maar het meest interessante beestje dat ik regelmatig vind is de pseudo schorpioen; een insectje van slechts 1mm lang die veel weg heeft van een staartloze schorpioen.

pseude scorp
De pseude schorpioen

Vrijdagavond was iedereen van het lab uitgenodigd om te komen eten in het Italiaanse restaurant Gina's, waar Vincenzo (van het dolfijnenonderzoek) werkt. Het voelde echt Italiaans en de luidruchtige obers spraken dan ook bijna niets anders. Het eten was verrukkelijk en het was leuk om mijn collega's buiten de werkvloer te spreken. Monique spreekt Afrikaans, wat veel weg heeft van Nederlands, dus we hebben erg gelachen om elkaars taal en woordgebruik. Als je Nederlands spreekt tegen een Zuid Afrikaan dan kan dat nog wel eens hele grappige situaties opleveren.

Motuihe Island
Zaterdagochtend moest ik vroeg op, het was tijd voor een tweedaagse veldtrip. Dianne had, met haar studenten, een veldtrip naar Motuihe Island geplanned en ik mocht mee!
Motuihe
Motuihe Island is een klein eilandje een half uur (noord-oost) varen van Auckland. Enkele jaren geleden zijn alle roof(zoog)dieren (opossums, ratten, marterachtigen, etc) hier uitgeroeid en sindsdien is de Department of Conservation druk bezig om bossen met inheemse en zeldzame bomen te planten. De Massey University heeft enkele projecten lopen die zeldzame inheemse vogelsoorten herintroduceert op het eiland.

Tijdens dit weekend hebben we naar de zeldzaam en ernstig bedreigde Saddleback's (Philesturnus carunculatus) gezocht. Dit zijn luidruchtige vogeltjes die net iets kleiner zijn dan merels. Dankzij hun luide en duidelijk herkenbare stem waren de meeste niet moeilijk te vinden. Ook hebben we mist netten neergezet waarmee we de vogels hebben gevangen. De vogels kregen ringen om hun pootjes, er werd wat bloed afgetapt en de vogeltjes werden weer vrijgelaten. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in de populatie dichtheid op het eiland en de genetische variatie en gezondheid te bepalen.

Saddleback
Saddleback; het zal wel duidelijk zijn hoe deze aan zijn naam komt

In de avond zijn we, onder het velle licht van de volle maan, op jacht gegaan naar pinguins. Helaas hebben we ze niet gevonden, maar we hebben wel ander bijzonder wildlife gezien. Onder de wortels van een boom vonden we een kleine skink, een baby wandelende tak kroop over de boomstam omhoog langs twee weta's; het Nieuw Zeelandse alternatief voor een sprinkhaan.
treeweta
Giant weta's zijn de grootste insecten ter wereld, degene die ik gezien heb is geen giant weta en heeft het formaat van een gewone afrikaanse sprinkhaan. Wel leeft de Giant weta op Little Barrier island, dus de kans bestaat dat ik die giganten nog wel te zien zal krijgen.

Op het eilandje staat een huis met keuken, toilet en slaapkamers maar omdat alle bedden bezet waren door de studenten heb ik lekker in een tentje geslapen, het echte outdoor gevoel.

De volgende dag heb ik het hele eiland rondgelopen op zoek naar nog meer saddlebacks. Hoewel ik geen saddlebacks meer heb gezien vlogen er wel allerlei andere mooie vogels om mij heen zoals de Paradise Shell duck die altijd in koppels (mannetje-vrouwtje) leven.

Paradise duck
Wanneer ze je zien aankomen beginnen ze zenuwachtig heen en weer te lopen waarbij ze een mekkerend geluid maken. Als je nog dichterbij komt gaan ze steeds hardere mekkeren totdat ze hysterisch brullend weg vliegen, het is hilarisch!
Een andere mooie vogel waar ik er veel van heb gezien is de Kingfisher. Ze zaten werkelijk overal en dat terwijl ze in Nederland toch vrij zeldzaam zijn.
Kingfisher
Motuihe Island is, net als de rest van Nieuw Zeeland, een ware streling voor het oog, met de blauwe lucht, de witte wolken, het heldere water en de witte stranden... Genieten...

Uitzicht Motuihe
Helaas heb ik op Motuihe Island mijn camera een beetje gemolt. Doordat ik zo vaak in de stoffige buitenlucht mijn objectieven heb verwisseld is er stof op mijn lichtgevoelige sensor gekomen (het element dat in digitale fotografie fungeert als filmrolletje). Elk stofje dat op deze sensor komt blokkeert het licht en veroorzaakt een zwarte lijn of bal in de lichte delen van je foto. Meestal ben ik zelf nog wel in staat om het stof weg te krijgen, maar dit keer had ik het helemaal verpest. Gelukkig kon ik nog wel een beetje fotograferen wanneer de omstandigheden optimaal waren en ik de juiste instellingen gebruikte.


Na 2 dagen was het helaas weer tijd om terug naar het vaste land te gaan, maar de volgende trip het veld in liet niet lang op zich wachten. Donderdags stond een dagtrip naar Tiritiri Matangi Island geplanned en mijn camera was nog niet ontdaan van stof. Ik heb mijn camera naar een winkel gebracht en daar zouden ze kijken wat ze eraan konden doen. Woensdagochtend stond ik in de winkel, zenuwachtig naar het resultaat. De man van de winkel vermoedde dat ik mijn camera flink heb mishandeld om hem in de staat te krijgen waarin ik hem inleverde, maar gelukkig heeft hij zo'n beetje alle storende stofdeeltjes kunnen verwijderen en is mijn camera weer zo goed als nieuw!! Net op tijd voor Tiritiri Matangi, ik ben er klaar voor!

Tiritiri Matangi

Tiritiri Matangi Island

Donderdag was het dan eindelijk zover; mijn eerste trip naar Tiritiri Matangi Island! Allereerst even wat achergrond informatie over Tiri. Tiri is een klein eilandje in de Hauraki Gulf, het eilandje is ongeveer 800 meter breed en 1500 meter lang. Voor 1950 werd het eiland gebruikt voor intensieve veehouderij, om land voor het vee te creeeren werden bijna alle inheemse plantensoorten verwijderd wat tot gevolg had dat ook bijna alle inheemse diersoorten (met name vogels) verdwenen. Ook vonden uiteindelijk de uitheemse roofdieren hun weg naar Tiri en langzamerhand werd het hele eiland vernield. Vanaf ongeveer 1950 besloot de Department of Conservation (die bijna al het land in Nieuw Zeeland beheert) om de boeren van het eiland af te schoppen en het eiland in originele staat de herstellen. Jaren lang werd intensief jacht gemaakt op alle roofdieren totdat ze er zeker van waren dat ze allemaal gevangen of gedood waren. Vanaf dat moment kon het herplanten beginnen. Rond 1980 hebben honderden vrijwilligers duizenden inheemse bomen geplant op het eiland. De Department of Conservation en verschillende universiteiten (o.a. Auckland en Massey) hebben zich beziggehouden met het herintroduceren van vogel- en reptielsoorten die, door de intensieve veehouderij, volledig van het eiland waren verdreven. Nu, 25 jaar later, is het eiland een prachtig natuurreservaat waar honderden (misschien wel duizenden) vogels rondvliegen. Enkele bijzondere dieren die hier leven zijn de Kiwi en de pre-prehistorische Tuatara.tiri breedbeeld

Vanaf Gulf Harbour nam ik, samen met Cheeho (student uit Maleisie) die onderzoek doet naar de aanwezigheid van de Common Gecko (Hoplodactylus maculatus) in Nieuw Zeeland, de boot naar Tiri. Rond half 10 zette ik voet aan land en gelijk voelde ik al dat ik mij helemaal thuis zou voelen op dit kleine eilandje in Hauraki Gulf. Bij de haven werden we opgewacht door een tamme Takahe; een bedreigde loopvogel. Takahe

Vanaf de 'haven' in het westen zijn we naar het oosten overgestoken om inkttunnels te vinden. Deze inkttunnels zijn uitgezet om te onderzoeken of er gekko's aanwezig zijn op Tiri. Overal waren dan ook kleine pootafdrukken te zien, de gekko's zijn hier dus aanwezig, maar omdat gekko's nachtdieren zijn hebben we ze niet gezien. Vanaf het oosten zijn we naar het noorden gelopen waar we nog twee andere locaties hebben bezocht om inkttunnels te vinden. Onderweg heb ik vollop kunnen genieten van de grote hoeveelheid vogels op het eiland. Het is een waar paradijs voor zeldzame vogelsoorten. Ik had van Dianne als opdracht gekregen om te oefenen in het herkennen van ringbanden bij vogels. Er waren zat geringde vogels dus ik heb volop kunnen oefenen. Ook wilde Dianne graag een goede foto van een vrouwelijke Bellbird (Anthornis melanura), ik denk dat Dianne wel tevreden kan zijn met het resultaat.
bellbird
Bellbird

Het weer op Tiri was ideal. De zon zat meestal achter de wolken waardoor de temperatuur goed geschikt is om vogels te vinden. Andere bijzondere vogels die ik veel voorbij heb zien komen waren de Saddleback (die ik ook veel op Motuihe Island heb gezien) saddleback tiri


en de Stitchbird
tiri gele vogel

Aan de rotsachtige kust zijn prachtige uitzichten te zien en Tiri biedt uitzicht op Little- en Great Barrier Island, Shakespear Park, Coromandel Peninsula en Auckland; zo’n beetje de hele Hauraki Gulf is dus te zien.boom op tiriuitzicht vanaf tiri
Tiri's rotsachtige kust

little wooded island
De foto hierboven is genomen vanaf het noordelijkste puntje van Tiri. Net boven Tiri ligt dit kleine eilandje met de originele naam "Little wooded Island".

De vele rotsformaties aan de kust bieden elke keer weer een prachtig en uniek landschap. Op een gegeven moment kwamen we bij een hoge rotsformatie. Aan de voet van de rotsen vond ik enkele botjes, niets bijzonders eigenlijk. Boven op de top zouden nog een paar inkttunnels liggen die ik mocht gaan ophalen. Ik ben altijd wel in voor een beetje klauterwerk, dus ik dropte mijn rugtas en begon te klimmen. Na een korte maar intense klim kwam ik aan de top, waar ik een lugubere scene aantrof. De top van de rotsformatie was bezaaid met botten; vogelschedels, spaakbeentjes, dijbenen en ontelbaar veel kleine onidentificeerbare botsplinters lagen verspreid over de rotsen. Welk wezen dit massagraf veroorzaakt heeft weet ik niet, maar tijdens mijn bezoekjes aan Tiri die (hopelijk) nog gaan komen wil ik dit wel gaan uitvinden. Nadat ik alle tunnels gevonden en verzameld had klom ik weer naar beneden, ik plukte mijn rugtas van de grond en vervolgde mijn weg langs de kust. Ik beklom nog wat rotsen op zoek naar een geschikt 'pad' door de jungle. Na enkele tientallen meters keek ik terug naar de rotsformatie om tot een schokkende, maar ook verklarende, ontdekking te komen. De rotsformatie, degene met het massagraf op de top, leek mij na te kijken. Het wist wat ik ontdekt had, het wist dat ik het wist. De ogen van de rotsen, twee lege pikzwarte oogkassen, staarde mij van onderaf aan. De golven van de zee trokken zich even terug, de illusie creeerend dat de sinistere rots omhoog kwam uit het water om mij mee te sleuren in de eerstvolgende golf. Speelt mijn fantasie een spelletje met me, of ben ik niet de enige die de duistere kant van deze rots ziet?

... skullrock
The rock of death

Helaas was het na een korte dag vol prachtige indrukken alweer tijd om naar de boot terug te gaan. We hebben flink moeten doorlopen om de boot the halen, ik heb nog veel meer prachtige natuurtaferelen gezien waar ik geen tijd voor had om uitgebreid naar te kijken, dus die moeten wachten tot de volgende keer. Hopelijk kan ik over twee weken weer terug keren naar Tiritiri Matangi Island, maar dan voor een korte week.

Knuffels van Jordi

 

 

Spetter pitter pater
Albany University, Dinsdag 15 april 2008

Mijn eerste week stage zit er nog maar net op en ik voel me al helemaal thuis. Iedereen is super aardig en allemaal doen ze hun best om mij op weg te helpen en het veld in te krijgen (hoewel het op het moment even niet lijkt te lukken, maar daar later meer over). Dinsdag, na de lab meeting, heb ik met Vincenzo uit Napels, Italie, gesproken. Hij doet onderzoek naar de vocale communicatie tussen Bottlenosed dolpins (Tursiops truncatus). Met een hydrophone (onderwater microfoon) neemt hij hun geluiden op en observeert hij hun gedrag om later te analyseren en hopelijk meer inzicht in hun communicatie te krijgen. De opnames worden gemaakt vanaf een boot die touristen meeneemt om eventueel met dolfijnen te zwemmen. Zo wordt hopelijk ook inzicht verkregen in hoe de dolfijnen deze interactie met mensen ervaren en of dit slecht voor hun welzijn kan zijn.
De eerste paar dagen heb ik op het kantoor op de Massey University een hoop onderzoeksvoorstellen en onderzoeksverslagen gelezen om meer te leren over voorgaande onderzoeken van de universiteit. Gelijk vanaf de eerste dag bood Dianne me al onderdak aan in haar huis en aangezien iedereen al vol enthousiasme over haar huis verteld heeft kon ik dat aanbad natuurlijk niet weigeren. Het is een 3 verdiepeing hoge boerderij in ouderwetse stijl gebouwd. Het huis is gigantisch en de tuin van 4 hectare met zwembad, kippenbos, geitenwei, prive bos en talloze fruitbomen is nog indrukwekkender. Behalve de kippen en geiten hebben ze ook schapen, honden, een prachtige langharige kat, semi wilde eenden, konijnen en een schildpad; een ware boerderij dus.
Maargoed, woensdag heb ik met een van de studenten (Virginia) gesproken die veldonderzoek doet naar de Hochstetter's Frog (Leiopelma hochstetteri) op Great Barrier Island en in de Waitakere Ranges (ten westen van Auckland). Het plan was dat ik op dinsdag 15 april met haar en een andere onderzoeker naar de Waitakeres zou gaan om 10 dagen in riviertjes naar de kikkers te zoeken, het klinkt als geweldig werk!

Afgelopen vrijdag ben ik met Vincenzo meegegaan op de dolfijnenboot. Na enkele uren varen zagen we grote groepen Jan van Genten, meeuwen en aalscholvers duiken naar vis. Waar vogels zijn is vis en waar vis is zijn dolfijnen. Korte tijd later was de boot dan ook omringt met tientallen dolfijnen. Toen de moter van de boot werd uitgeschakeld heb ik de microfoon in het water laten zakken terwijl Vincenzo de boel heeft opgenomen. Op het moment zelf leek het erop alsof er geen goede opnames tussen zaten, maar hopelijk voor Vincenzo kan de computer er meer uit halen.
Tussen de opnames door had ik genoeg tijd om van de dolfijnenshow te genieten.


De beestjes sloofde zich flink uit en alle aandacht was dan ook gevestigd op hen, totdat er twee andere dieren opdoken en de show stalen. Vanaf de dolfijnenboot zijn ze wel vaker te zien, maar meestal slechts in de verte aan de horizon. Meestal zijn de fontijntjes het enige dat je te zien krijgt, maar met goede hoop bewoog de boot zich langzaam die kant op. Maar het volgen van onderwaterdieren (zonder speciale apparatuur) is erg lastig en je weet nooit waar de dieren opduiken en of ze uberhaupt nog opduiken of allang gevlucht zijn. De 15 minuten daarna leek het er dan ook op alsof de 'vogeltjes' 'gevlogen' waren en alle ogen richten zich weer op de dolfijnen die nog steeds vrolijk aan alle kanten van de boot sprongen. Mijn camera draaide overuren om zoveel mogelijk dolfijntjes vast te leggen midden in de lucht.

Ik moet zeggen dat dit aardig gelukt is.
Iets verderop zag ik een dolfijn enkele malen achter elkaar sprongen maken dus ik richtte mijn camera... zoomde in... drukte de ontspanknop stevig in en toen...
Net op het moment dat ik de foto maakte doken de twee giganten die we eerder in de verte zagen weer op. Een Bryde's whale met jong zwommen zij aan zij en spoten hun fontijntjes de lucht in (voor mij de eerste keer dat ik walvissen in het echt heb gezien!).

Ze kwamen maar heel kort boven, dus duidelijke foto's maken is helaas niet gelukt. Hier zie je links de dolfijn die de hele tijd sprongetjes maakte, de grote vlek in het midden is een klein stukje van de rug met de rugvin (waar een vogel voor vliegt) van de walvismoeder. Wat je hier ziet is waarschijnlijk slechts een kwart van de totale lengte van de walvis. Ze worden ongeveer 13 meter lang (de dolfijn is ongeveer 2 meter lang).

Regelmatig staken ze hun koppen boven water uit om snel weer onder te duiken, maar hun kleine rugvin verraade altijd hun aanwezigheid. Twee walvissen, tientallen dolfijnen en honderden zeevogels die om elkaar heen zwommen en vlogen zorgden werkelijk voor een spectakulair natuurverschijnsel, misschien wel een van de meest mooie en spectakulaire natuurscenes die ik ooit heb meegemaakt, het was een hele bijzondere ervaring! Hopelijk kan ik dit gauw nog eens over doen (er schijnen ook regelmatig Orka's rond de boot te zwemmen!!).

Een stormvogel die met de dolfijnenboot meezwom. Persoonlijk vind ik dit wel een mooie foto vanwege de reflectie in het glasheldere water.
De komende twee weken zou ik vanwege ander veldwerk niet kunnen helpen met de dolfijnen maar ik heb zowiezo met Vincenzo afgesproken dat ik contact met hem houd en mee zal gaan wanneer ik kan.

En toen begon het weekend. Op zaterdag ben ik naar de Kelly Tarlton's Underwater world gewandeld. Dit is een aquarium aan de rand van Auckland met een lange onderwatertunnel waar de haaien, schildpadden en pijlstaartroggen (die beesten zijn groot, ze hebben een 'vleugel' spanwijdte van meer dan 2 meter!) om je heen zwemmen.

Moray Eel: een sinistere bewoner van de onderwaterwereld

Behalve vissen waren er ook nog twee (interessantere) dieren aanwezig; Kings en Gentoo pinguins. 1 ruimte was volledig ingericht in Antarctische stijl, compleet met klimaatregelaar en sneeuw. Hier konden de pingpings* 'vrij' rondlopen en zwemmen in de temperatuur waarin ze thuis horen. Met een snowmobile (op een rails) werd ik door het verblijf gereden waarbij de pingpings nieuwsgierig een kijkje kwamen nemen. Helaas was de snowmobile goed afgesloten en geisoleerd en kon ik de kou van het pingpingverblijf niet voelen.

Op de voorgrond enkele Gentoo pinguins, links achter een Konings pinguin.

Zondag heb ik een rustdag gehouden, filmpje gekeken, puzzeltje gedaan, niets bijzonder dus...

Maandag, terug op de Massey University, kreeg ik het slechte nieuws dat het veldwerk in de Waitakeres (kikkers zoeken) niet door kon gaan omdat Virginia geen accommodatie heeft kunnen regelen in de bush. Omdat ze door de Department of Conservation gesponsord wordt voor haar onderzoek is ze vaak afhankelijk van de accommodatie die zij voor haar hebben. Helaas is de schoolvakantie net begonnen en schijnbaar hebben ze geen rekening gehouden met de onderzoekers die in die periode gewoon door gaan met hun werk. Dat was dus wel ontzettend balen. Maar ik heb natuurlijk gelijk stappen ondernomen (met behulp van Dianne natuurlijk) om zaken in gang te zetten die hopelijk andere veldwerk mogelijkheden opent. Een tweede 'helaas' hierin is echter dat het sinds zaterdag enorm hard is gaan regenen (net zelfs zware onweer). Hoewel ik hier geen enkel probleem mee heb denken de meeste dieren daar anders over en heeft onderzoek doen niet zoveel zin. Hopelijk klaart het vrijdag op en hopelijk heb ik tegen die tijd een ander veldonderzoek gevonden om in te participeren.
In de tussentijd houd ik mij maar bezig met lezen van zoveel mogelijk teksten over de eventuele onderzoeksplekken en de daar aanwezige diersoorten. Het beschrijven van deze diersoorten is ook een onderdeel van mijn stage, dus enige inzicht in de aanwezigheid hiervan is wel gewenst. Vandaag (dinsdag) had de Massey University een zeer formele diploma uitreiking, compleet met de wel bekende gewaden en hoedjes die hierbij gedragen worden. Het was leuk om zo'n diploma uitreiking mee te maken, heel anders dan wat ik gezien heb in Nederland.

Hopelijk kan ik de volgende update in geuren en kleuren vertellen over mijn veldwerk, maar voor nu is het nog steeds even afwachten...

Knuffels en groetjes van Jordi

*geen wetenschappelijk of educatief verantwoorde naam voor deze dieren uit Antarctica. Er wordt dan ook sterk afgeraden door de auteur om dit artikel als zodanig te beschouwen of te gebruiken. Het negeren van deze waarschuwing kan resulteren in ongemakkelijke situaties voor ieder die dit woord in formeel gezelschap gebruikt. Elk resultaat hierbij is voor eigen verantwoordelijkheid.


Dinosaurs and Gecko's
Albany University, Dinsdag 8 april 2008

Toen ik nog klein was (en ook toen ik al wat groter was) speelde ik regelmatig met mijn dinsauruspoppetjes. Ik had er een rotsachtige grondplaat met plastich boompjes bij en in het midden van mijn dinowereld stond een ware vulkaan. Ik leefde mij altijd helemaal in in deze wereld en zag de dino's in dit prachtige plastic landschap rondlopen, ik had een rijke fantasie...
Maar nu is deze fantasie werkelijkheid geworden. Afgelopen week ben ik naar het midden van het noord eiland afgereist, naar het Tongariro National Park. Hier staan 3 impostante vulkanen op een rijtje. In het noorden staat de 'laagste' van de 3, de 1967 meter hoge Mount Tongariro, direct daaraanvast staat de 2287 meter hoge Mount Ngauruho (tegenwoordig beter bekend als Mount Doom van Lord of the Rings). En ongeveer 16 kilometer naar het zuiden ligt de hoogste en breedst van de 3, de 2797 meter hoge Mount Ruepehu (tevens de hoogste berg op het noord eiland).
Alle 3 zijn het relatief actieve vulkanen. Ze blazen allemaal stoom uit en het afgelopen jaar is Mount Ruapehu zelfs uitgebarsten.

Mount Ruapehu


Zwaveldampen stijgen op vanaf Mount Tongariro

Het nationale park staat bekend om de wereldberoemde Tongariro Crossing, een 16 kilometer lange wandelroute die begint aan de voet van Mount Ngauruho en tussen deze en Mount Tongariro leidt waarna een afdaling volgt door zwavelvelden om uiteindelijk in een prachtig bos te eindigen.
Waar het hier natuurlijk om gaat is dat ik deze dagtocht gelopen heb. Ondanks dat het maar 16 kilometer is wordt er toch 8 uur voor uitgetrokken vanwege de vele steile paden. Terwijl ik daar liep, met de 3 (of meer) kraters van Mount Tongariro aan mijn linkerkant en de perfect gevormde vulkaan Mount Ngauruho aan mijn rechterkant realiseerde ik mij dat ik nu echt in de wereld van de dinosaurussen was beland waar ik vroeger altijd over fantaseerde.

Het is geen dino, maar dit was het enige levende wezen dat ik kon vinden tussen de vulkanen
Na een steile en vermoeiende klim tegen de helling van Mount Ngauruho kwam ik bij de prachtige Emerald lakes (waar de zwaveldampen uit de grond opstegen) waarna weer een steile helling langs 1 van de kraters van Mount Tongariro beklommen moest worden. Hoewel de hellingen op lossen lavastenen redelijk zwaar waren was het uitzicht (wanneer de wolken wegtrokken) werkelijk adembenemend (ook mede door de zware klim en de grote hoeveelheid zwaveldampen).

The Emerald Lakes


Ik blijf me verbazen over hoe perfect Mount Doom is, als je aan een vulkaan denkt dan zie je deze vulkaan voor je, gewoonweg prachtig met die rode krater en de kale rotswoestijn er omheen.
Nadat het hoogste punt was bereikt werd ik beloond met een heerlijke afdaling die bijna ski-end werd gedaan. Daarna volgde een lange zigzaggende afdaling tussen lage vegetatie door en tot slot eindigde ik in het bos, waar een mooi beekje met stroomversnellinkjes doorheen kronkelde.

Rustgevend beekje
Mijn rustpauzes niet meegerekent heb ik de crossing in 5 uur afgelegd.
Terug bij het hostel waar ik verbleef werd ik getrakteerd op een prachtig uitzicht op Mount Ruapehu terwijl de zon achter mij onderging.

Een passende kleur boven de mooie maar dreigende vulkanen. Links (in de wolken) is Mount Tongariro, daarnaast de herkenbare Mount Ngauruho en helemaal rechts de gigantische Mount Ruapehu

In het hostel sliep ik op een dormroom met een paar andere gezellige backpackers. Zo'n beetje heel west Europa werd vertegenwoordigd door een Fransman, een Duitser, een Spanjaard, twee Britten, een Belg en ik als Nederlander.

De volgende ochtend (3 april) heb ik mijn verjaardagsontbijt gegeten met uitzicht op de 3 vulkanen, kan het nog mooier?! na het ontbijt ben ik met Pascal (de Belg) wezen klimmen in de klimhal van het hostel. Daarna heb ik de bus naar Hamilton gepakt om de volgende dag door te reizen naar de Coromandel Peninsula, een schiereiland ten oosten van Auckland. Maar aangezien de bus pas 's middags vertrok heb ik de ochtend gebruikt om door de Hamilton gardens te wandelen, een oase van rust in de op twee na (Auckland en Wellington) grootste stad van Nieuw Zeeland.
Rond 5 uur kwam ik met de bus aan in Coromandel Town en gelijk voelde ik me al helemaal thuis in dit kleine en schattige dorpje waar vroeger naar goud gedolven werd. Ik heb de avond afgesloten met het genieten van de zonsondergang vanaf de top van de hoogste heuvel.

Zonsondergang vanaf de Coromandel Peninsula

De volgende ochtend heb ik van het hostel gratis een mountainbike meegekregen en ben ik op weg gegaan naar New Chums Beach (volgens zeggen 1 van de mooiste stranden van de Peninsula). Het was alweer een lange tijd geleden sinds ik voor het laatst gefietst heb en bergen kennen ze niet in Purmerend of Leeuwarden. Het beklimmen van de berg ging dan ook op zijn Zwarte Piets, lopend met de fiets aan mijn hand. Na een flink uur kwam ik eindelijk op de top aan en kon ik vanaf daar genieten van een heerlijke high speed afdaling. Een uur later parkeerde ik mijn fiets en moest ik te voet verder over het strand en later door de bush om, na een bijna onmogelijke verticale klauterpartij, een prachtig uitzicht over New Chums Beach te hebben.

Paradijselijke strand van New Chums Beach
Na een korte adempauze ben ik uiteraad weer naar beneden geklauterd om een paar uurtjes op mijn prive strand te genieten van alle pracht en rust om mij heen en mij mentaal en fisiek voor te bereiden op de zware fietstocht terug over de berg. Twee vermoeiende uren later was ik weer terug in het hostel en kon ik de avond lekker op de bank voor de tv hangen.

Ook de dag erna stond al helemaal vol geplanned. Met de bus ben ik naar het noorden van de Coromandel Peninsula gereden. Onderweg vertelde de buschauffeur over alles wat er te zien was en op de momenten dat ik foto's wilde maken werd er netjes gestopt en kreeg ik alle tijd voor mijn foto's, dat is het voordeel als het weer gelukt is om een prive tour te krijgen. In het uiterste noorden werd ik de bus uitgezet om een 3 uur durende scenic walk langs de kust te maken.

Uitzicht tijdens mijn wandeling in de top van de Peninsula
Tijdens deze wandeling had ik uitzicht op Rongitoto Island, Little Barrier Island en Great Barrier Island (zo genoemd door Captain Cook omdat ze de doorgang naar de Auckland region blokkeren).

Uitzicht over Great Barrier Island
Alle 3 zijn het natuurreservaten die ik hopelijk tijdens of na mijn stage kan bezoeken. Na de wandeling kreeg ik van de buschauffeur een kop thee met koekjes en een boekje met meer informatie over de omgeving. Ook tijdens de terugweg vertelde de chauffeur in geuren en kleuren over de geschiedenis van de omgeving en over de lokale wildlife. Zo vertelde hij onder andere dat in deze regio 1 van de grootste boerderijen van het land staat. Het stuk grond daar is gigantisch, daar kan de Nederlandse bio-industrie nog wat van leren. Ook vertelde hij dat er in deze regio een enorme groep wilde geiten leeft die uiteraad door de mens zijn geintroduceert. De geiten eten alle kleine plantjes op waardoor het land geen kans krijgt om bossen te vormen. Kiwi's zijn afhankelijk van de beschutting die bossen bieden en worden door de geiten dus uit het gebied verjaagd of gepakt door uitheemse roofdieren. De Department of Conservation heeft daarom besloten om zoveel mogelijk geiten af te schieten. De eigenares van de grote boerderij was het daar echter niet mee eens en heeft een projectje opgestart. Zij vangt zoveel mogelijk geiten, verzorgt hen en melkt hen. De geiten die zij niet kan houden (vanwege de grote hoeveelheid) geeft zij gratis weg aan iedereen die een geit wil. Helaas kan ik er niet een paar meenemen.
Hoe dan ook, het was een educatieve dag vol met prachtige landschappen. De dag heb ik heel passend afgesloten met het kijken van het eerste deel van de Lord of the Rings trilogie.

De volgende dag heb ik mijn spullen gepakt en ben ik weer terug naar Auckland gegaan. Vanaf daar ben ik met de bus naar Albany gegaan die mij voor de deur van de Massey University heeft afgezet. De nacht heb ik in een (voor mijn doen) luxe hotel doorgebracht en 's ochtends stond ik bij de University op de stoep. Zojuist heb ik Manu (een Duitste studente) geholpen met het voeren van de Gekko's en Skinks en over een paar minuten begint een lab meeting waarbij ik het hele team van de Ecology & Conservation Group zal ontmoeten, hier zal waarschijnlijk ook duidelijk worden met welke onderzoeken ik mee mag doen. Onderwerpen als Kiwi tracking en Bottlenose Dolphin Acoustics zijn al gevallen dus ik ben razend enthousiast en ben benieuwd waar ik de komende weken allemaal terecht zal komen. Hopelijk kan ik jullie daar gauw meer over vertellen.

Tot de volgende keer!
Groetjes en knuffels van Jordi

 

 

Tropische stranden en mooie vogels
Auckland, Maandag 31 maart 2008

Nog maar een week onderweg en nu al zoveel gezien en gedaan. Laat ik maar bij het begin beginnen.
De dag van vertrek was aangebroken. Een vreemde melding op internet deed nog even denken dat mijn vlucht niet door ging, maar gelukkig was dit een vals alarm en ben ik gewoon volgens schema vertrokken. De reis was lang en saai (met smerige vliegtuig maaltijden waarvan de geur alleen al braakneigingen veroorzaakte), maar verliep voorspoedig. Zo'n 28 slapeloze uren later stond ik dan toch echt in Auckland, New Zealand. Vanaf daar nam ik meteen de bus naar het noorden, naar de kustplaats Paihia, waar ik 3 nachten verbleef. Van de busreis heb ik echter niets meegekregen aangezien ik al in slaap gevallen was voordat we de eerste bocht in Auckland om waren. Ook in Paihia ben ik vrijwel meteen mijn bed in gedoken.
De volgende ochtend werd ik, onder invloed van een hevige jetlag, vroeg wakker. Hoewel het de bedoeling was om het rustig aan te doen heb ik toch veel gedaan die dag. Ik besloot om een 2 uur durende wandeling naar de Haruru Falls te maken.
Een prachtig pad door een ware jungle en mangrovebos kronkelde richting de waterval. Vergezeld door verschillende prachtige vogels liep ik daar, genietend van elke seconde.


Mangrovebos


Jungle


Aalscholvers

Na 4 km jungle en mangrove bleek het pad te zijn geblokkeerd en ben ik weer 4 km terug gelopen. Natuurlijk laat ik mij door zo'n obstakel niet weerhouden om mijn doel te bereiken en heb ik een andere, iets minder mooie route langs de autoweg genomen. Na een tijdje in de brandende zon gelopen te hebben kwam ik bij de Haruru Falls. Hoewel de waterval vrij klein en weinig spectakulair is kon ik toch niets anders dan genieten! Het feit alleen al dat ik hier in de prachtige wildernis van Nieuw Zeeland ben, met al die groene landschappen en vergezichten is zo overweldigend. Wie wil dit nou niet?!


Haruru Falls


Uitzicht tijdens mijn wandeling

Na een totale tijd van 6 uur (wandelen en heel veel rust en geniet pauzes) was ik weer terug bij het strand van Paihia waar ik genoten heb van een zelf samengestelde fruit maaltijd.

De dag erna was ik weer vroeg op. Ik had een ecotour geboekt met een bustour in de ochtend en boottocht in de middag. Voor de bustour bleek ik de enige te zijn, gelukkig was dit geen probleem en kreeg ik dus de hele ochtend mijn prive tour. Ik heb rondgelopen in exotische tuinen met de meest prachtige en fascinerende planten en ik heb de oudste twee huizen van NZ gezien. Ook heb ik een prive rondleiding gekregen door het Puketi Kauri forest, wederom een prachtige jungle. Hier staan een paar van de indrukwekkende Kauri bomen, deze bomen kunnen wel duizenden jaren oud worden en wel 4 meter dik worden.
Na het bos ben ik naar een kleine chocolade fabriek geweest en heb ik een wijngaard bezocht, uiteraard heb ik hier de heerlijkste chocolade en wijnen mogen proeven.
Daarna was het tijd voor de boottocht door de Bay of Islands, een magisch paradijs met honderen kleine eilandjes en evenveel tropische stranden. Ik heb voor het eerst in mijn leven wilde Jan van Genten gezien, dit was 1 van mijn doelen voor tijdens mijn reis en op de tweede dag was die dus al bereikt!


Jan van Gent
Na een paar uur varen hadden we een lunchpauze op 1 van de stranden van Urupukapuka Island: een waar paradijs op aarde.


Urupukapuka Island
Tijdens deze stopover kreeg de boot een melding binnen dat er dolfijnen waren gesignaleerd in de buurt, dus zijn we er snel naartoe gevaren. De dolfijnen sprongen volijk met de boot mee. Helaas mochten we niet met hen zwemmen omdat 1 van hen een jonkie had, maar de schattigheidsfactor van dit beestje maakte dat weer helemaal goed. Ik heb ook nog even een glimps opgevangen van een Little Blue Penguin, maar dit was niet meer dan een staartje. Maar deze pinguin zal ik tijdens mijn stage vast nog veel zien.


Springende dolfijn
Na de dolfijnentour werd het alweer langzaam tijd om naar bed te gaan. het zal nog wel even duren voordat ik volledig van mijn jetlag af ben.

De volgende ochtend heb ik nog een korte wandeling gemaakt door de bergen en daarna de bus naar Kaitaia gepakt, waar ik 3 nachten verbleef. Na de eerste nacht heb ik een tour gedaan naar Cape Reinga, het meest noordelijke puntje van Nieuw Zeeland waar de Tasmaanze zee en de Grote Oceaan elkaar tegenkomen. Tijdens de tour reed de bus naar het noorden over de 90 mile beach, een lang zandstrand dat een officiele snelweg is. Vanwege hoge kans op schade (drijfzand, snel opkomende vloed, kuilen in het zand waardoor je auto op z'n kop kan vliegen, etc) gelden de meeste autoverzekeringen hier niet als je op deze zandsnelweg rijdt.
Onderweg naar de top stopte de bus verscheidene keren. Ik heb gesurft op de enorme duinen, het grootste ijsje ooit gegeten, de witte stranden van Rarawa bezocht en weer mogen genieten van een prachtig paradijselijk strand in Tapotupotu Bay, waar de meeuwen de broodkruimels van mijn hoofd af aten.


Duinsurfen


Sternen op Tapotupotu Bay

Bij Cape Reinga zag ik het prachtige Te Werahi Beach. Alles is zo indrukwekkend hier. Het is onvoorstelbaar hoe mooi de wereld is op dit eiland aan de andere kant van de wereld.


Te Werahi Beach

Tijdens mijn laatste dag in Kaitaia ben ik bezig geweest met een workshop Whale bone carving, een goede manier om mijn creativiteit vorm te geven. Het resultaat zien jullie over 6 maanden wel.

Nu zit ik in Auckland om morgen door te reizen naar het Tongariro National Park waar mij een flinke wandeling voor de boeg staat. Hopelijk kan ik snel de volgende update geven.
Tot dan!!


 

Tot over 6 maanden!
Purmerend, Zaterdag 22 maart 2008

Morgen is het dan eindelijk zo ver; mijn tas is gepakt en mijn reis naar Nieuw Zeeland kan dan toch echt gaan beginnen! Na een vliegreis van ruim 24 uur zal ik op dinsdag 25 maart om 10.45uur (lokale tijd) landen op Auckland airport.
8 april heb ik afgesproken met mijn stagebegeleidster in Nieuw Zeeland, Dianne, en tot die tijd heb ik lekker te tijd om dingen voor mijzelf te gaan doen. De plannen zijn dan ook om na aankomst direct met de bus naar het noorden van Nieuw Zeeland te reizen waar ik verschillende spannende activiteiten zal gaan doen. Ik zal nog niet teveel verklappen over mijn geplande activiteiten, maar als het meezit kom ik Flipper daar tegen en ga ik surfen zonder water.

Hopelijk kan ik gauw wat van me laten horen vanuit Nieuw Zeeland, hou de boel dus goed in de gaten.

Tot over 6 maanden!!

 

Het Begin is er!
Purmerend, Zondag 1 maart 2008

 23 maart 2008, om 19:00uur is het eindelijk zover. Ik zal dan voor 6 maanden (tot 30 september, onder voorbehoud) naar Nieuw Zeeland vertrekken voor mijn Wildlifemanagement stage. Op deze plek zal ik zo regelmatig mogelijk mijn avonturen beschrijven om het thuisfront op de hoogte te houden van alle avonturen die ik meemaak in dit prachtige land. Natuurlijk zal deze pagina ook vol komen te staan met mijn mooiste foto´s die ik tijdens mijn reis zal maken.

De invulling van mijn stage is op het moment nog niet helemaal duidelijk, wel weet ik dat ik bij meerdere verschillende projecten zal meehelpen in het veld. Misschien beland ik ook nog wel op onbewoonde eilandjes zoals Tiritiri Matangi Island (ten noord-oosten van Auckland). Maar tot die tijd zal ik iedereen (inclusief mijzelf) nog even in spanning laten over de invulling van mijn stage. Reageren op mijn verhalen is natuurlijk van harte welkom, dit kan gewoon in het Gastenboek op deze site!

Nu begint al het regelwerk, mijn visum en vliegticket heb ik al maar er is nog genoeg om te regelen voordat ik vertrek. Over 3 weken is het al zover!!!