Voortplanting
Een artikel van Patricia, Trice ©


Dit artikel heb ik geschreven om mensen een idee te geven hoe de voortplanting van konijnen nou ongeveer in z'n werk gaat. Ik wil hiermee NIET mensen stimuleren om hun konijnen bij elkaar te gaan gooien. Ik wil dat juist voorkomen, en door ook te wijzen op grote gezondheidsricico's hoop ik toch wat mensen te bereiken om hun konijnen niet te vermeerderen.

Mijn motivatie voor dit artikel
Ikzelf ben niet tegen verantwoord fokken.
Daar versta ik onder dat je sowieso de basis van het voortplanten weet, dus hoe het dekken gaat, hoe lang de dracht is, hoe lang een bevalling duurt, hoeveel jongen, hoe lang af te spenen enz...
Daarnaast vind ik dat je met raszuiver konijnen moet fokken waarvan je de achtergrond weet. In hoeverre komen er ziektes en aandoeningen voor in de familielijnen. Sowieso een basis kennis van erfelijke ziektes en aandoeningen.
Genetica vind ik ook erg belangrijk. Zo kun je uitrekenen wat de kansen zijn wanneer je een ram en een voedster kruist qau kleurvererfing, enz.
Verder vind ik het ook erg belangrijk dat je er de ruimte en de tijd en zelfs het geld voor hebt. Wanneer het niet goed gaat met de jongen of de moeder dat je op tijd kunt ingrijpen.

Maar nog het allerbelangrijkste vind ik dat je een duidelijk fokdoel moet hebben!
Een leuk nestje voor de lol vind ik een slechte motivatie voor een nest. Vooral als je nagaat wat er allemaal mis kan gaan.
Onder duidelijke fokdoel versta ik dat je óf het ras wilt verbeteren, of in ieder geval bij dragen aan het ras, óf een nieuw ras probeert te ontwikkelen. Dit is naar mijn mening voor de al wat meer ervaren fokker, die al een aantal jaar volgens rasstaandaart gefokt heeft.
Dus als je niet weet wat je doet en geen duidelijk fokdoel voor ogen hebt vind ik het egoïstisch om aan een nest te beginnen. Vooral omdat er al zoveel konijnen in de opvang zitten te wachten op een baasje. Plus dat er gewoon ontzettend veel mis kan gaan.

In dit artikel ga ik alleen in op de basis van het fokken. Ik vind wel dat als konijneneigenaar je ongeveer moet weten hoe een konijn zich voortplant, dit ook om 'ongelukjes' te voorkomen.


De voorbereiding
Bij de meeste diersoorten zijn het de mannetjes die de dienst uitmaken, maar bij konijnen niet. Als je een ram naar een voedster brengt wordt dat vechten. Voedsters zijn zeer territoriaal en zullen dan hun territorium met hun leven verdedigen. Het beste is dus om de voedster naar de ram te brengen.
Ondanks dat een konijn de eisprong pas heeft na de dekking, kun je toch wel goed inschatten wanneer ze bronstig is. Ze zal wat meer territoriaal en/of agressiever zijn. Ook kan ze meer in de bodembedekking gaan woelen. Maar haar vulva zal altijd wat gezwollen en roder en van kleur zijn. De bronst is de ideale tijdstip om haar te laten dekken. De bronst duurt 3 weken.
Na de paring die maar een paar seconden duurt, kan de voedster terug naar haar hok. Ook kun je haar in een groter hok zetten, de zogeheten kraamkamer. Deze moet van te voren zijn ontsmet en vrij zijn van geuren van andere dieren. Als ze de geur van een andere dier bespeurt kan ze zodanig stress krijgen dat de dracht erdoor verstoord of afgebroken kan worden.

De Paring
De konijnen zullen eerst wat rondhuppen in het hok en daarna zal de dekking volgen. De ram bijt hierbij in de nek van de voedster, dit is normaal. Als de dekking gelukt is zal de ram wat gaan knorren. De dekking duurt welgeteld een paar seconden. Bij konijnen is één dekking meestal genoeg om de voedster zwanger te maken.

Problemen bij het paren
Het komt wel eens voor dat een voedster niet wil paren. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Ze kan bijvoorbeeld te jong zijn, en weet ze niet wat haar overkomt. Maar het kan ook zijn dat ze te dik is. Daardoor zijn de voedsters vaak niet gewillig.
Het probleem is op te lossen door flushing toe te passen. Dit is een methode waarbij de voedster moet afvallen. Zo kun je haar bijvoorbeeld een maand lang op water, hooi en groenvoer zetten. Het is belangrijk dat ze geen biks of hard brood krijgt. Hier zitten te veel vetten in. Door haar op dit dieet te zetten zal ze aanzienlijk afvallen en meer gewillig worden. De Flushing methode wordt nog wel eens toegepast door fokkers, zelf vind ik het geen fijn idee om een konijn op een strikt hooi en water dieët te zetten als ze geen diarree hebben.

Dracht
Nadat een voedster gedekt is vindt de eisprong pas plaats. Daarom is de kans heel groot dat ze drachtig is. Een voedster is 28 tot 32 dagen drachtig. Per voedster is het verschillend wanneer ze een nest bouwen. Zo'n 7 dagen tot 1 dag voor de worp begint de voedster een nest te bouwen. De nest maakt ze van het beschikbare strooisel. Ze maakt een bergje waarnaar ze er een kuiltje in maakt. De nest vult ze aan met haar. De haren trekt ze voornamelijk uit de buik en haar wam (onderkin). Zo hebben de jongen later een lekker warm nest.

Geboorte
Het werpen vindt in het nest plaats, waarbij de voedster een zithouding aanneemt. Tijdens de geboorte begeeft de voedster zich met haar bek naar de vagina toe en onmiddellijk begint ze de vliezen en de nageboorte weer op te nemen.
Op deze manier beperkt ze de lichaamsverliezen, die met de geboorte gepaard gaan en likt ze tegelijker tijd de naakte jongen droog.
De meeste jongen worden in het vruchtvlies geboren, de moeder bijt dit vlies kapot en zo overleven de jongen.
Direct na de geboorte beginnen de jongen te zogen. De eerste melk noemt men de biestmelk. Deze melk bevat alle noodzakelijke voedingsstoffen.
Het geboorteproces duurt normaal gezien een tiental minuten als er zich geen problemen voordoen. Na het laatste jong droog gelikt te hebben zal de voedster het nest dicht stoppen en haar terug trekken. Meestal zal door de beweging van de jongen het nest goed afgesloten worden, deze kruipen steeds dieper.

Problemen bij de geboorte
Een geboorte kan ook problemen met zich mee brengen. Zo kan er bij een voedster die na 32 dagen nog niet heeft geworpen Ocytocine ingespoten worden. Dit zorgt ervoor dat de bevalling op gang komt. Als de bevalling nog niet op gang komt is de kans groot dat de jongen al dood zijn.
Bij dode jongen in het nest is het zeer belangrijk om de dode jongen uit het nest te halen. De dode jongen zorgen voor te veel afkoeling bij de levende jongen.

Het zogen
Na de bevalling laat de voedster de jongen meteen de biest zogen. Daarna zal zij zelf de rust opzoeken. De voedster zal de jongen eens per dag de jongen laten zogen. Dit duurt ongeveer 3 minuten.
Een voedster met 4 paar tepels heeft plaats voor 8 jongen. De jongen zullen elkaar afwisselen bij het zogen. Vaak zijn niet alle tepels tegelijk bezet. Dat komt omdat de jongen deze vaak blind niet kunnen vinden.
Een jong zoogt per dag 10% van zijn eigen lichaamsgewicht. Als ze een voerbeurt hebben gemist kunnen ze haast al niet meer zogen.
Na 12 tot 14 dagen gaan de oogjes los van de jongen en krijgen ze al een donsvachtje. Doordat ze nu kunnen zien zijn vaak alle tepels nu wel bezet.
De melkproductie is in de tweede en derde week het hoogst.  De voedster heeft dan een melkproductie van 200 tot 300 gram per dag. Dat is 5 tot 8 % van haar lichaamsgewicht. De moedermelk bestaat voor 80% uit water.

In de eerste 3 weken leven de jongen alleen van de moedermelk. Na de derde week neemt de melkproductie af. En in de vijfde week is de melkproductie de helft van het maximale melkgift. De jongen gaan in de vijfde week dan ook al langzaam over op vast voedsel. Het is heel belangrijk dat ze veel water en groentes tot hun beschikking hebben.

Ook kun je vanaf de vijfde week beginnen met afspenen. Dit is alleen niet aan te raden. De moedermelk zit vol met goede bacteriën die helpen bij de afweer van ziektes. Ook is de moedermelk rijk aan eiwitten die ze nog hard nodig zullen hebben. Het beste is om de jongen af te spenen bij een leeftijd van 7 tot 8 weken. Het afspenen moet één voor één gebeuren. Dit om de melkproductie bij de voedster langzaam af te bouwen.

Tijdens het hele zoogproces is het zeer belangrijk dat de voedster veel rust krijgt. Als ze afgeleid wordt of gaat stressen is de kans groot dat ze niet meer voor haar jongen gaat zorgen.

De opfok van de jongen
Als de jongen 7 tot 8 weken zijn kunnen ze worden afgespeend. Nu is de tijd aangebroken voor de opfok.
Om de konijnen zo sociaal mogelijk te houden is het het beste om ze tot tien weken samen te huisvesten. Ook leren ze de rangorde van de groep.

Tussen de zevende en tiende week gaan de jongen voor het eerst in de rui. De rui kost erg veel eiwitten. Daarom is het belangrijk om ze pas met 7 tot 8 weken af te spenen. Ze krijgen dan bij het zogen extra veel eiwitten binnen, die als reserves worden opgeslagen. Die reserves komen nu erg van pas.

Vanaf de achtste week kun je zien wat voor geslacht de jongen zijn. Bij de rammetjes dalen de ballen tussen de achtste en tiende week in.
Ook wordt in deze periode de oren van de konijnen getatoeëerd. Het is voor een fokker belangrijk dat de jongen niet geboren worden in Oktober, November en December. Dan kunnen ze namelijk niet getatoeëerd worden.

Een tatoeage verteld dus in welke maand ze zijn geboren, wie de fokker is en wat de fokvereniging is. Door al die gegevens is weer terug te vinden wie de ouders zijn en of er inteelt is. Dit is weer heel belangrijk als je wilt fokken met deze jongen. 

Rond 2 tot 3 maand mogen de jongen geënt worden. Dit is aan te raden voor alle konijnen. Ze worden dan vaak tegen Myxomatose en VHS geënt. Deze zijn zeer besmettelijk.

De konijnen, zowel rammetjes als voedsters zijn na 4 maand geslachtsrijp.
Pas na 8 tot 12 maand zijn ze fokrijp. Dat wil zeggen dat ze dan pas zijn uitgegroeid en dan pas met de konijnen kunt gaan fokken.

Als een voedster te jong is om jongen te krijgen, kunnen dat allerlei problemen met zich meebrengen, namelijk:
- Ze kan in de war zijn, en dus geen nest bouwen, waardoor de jongen zullen sterven aan kou.
- Haar melk kan niet komen of ze wil niet voeden
- Indien ze nog niet uitgegroeid is kunnen de jongen sterven
- Als de moeder niet volledig gezond is, kan ze ziek worden van de stress van de zwangerschap en geboorte.

Het is dus belangrijk dat er echt gewacht wordt tot ze ouder dan 8 maand is voordat ermee gefokt wordt. 

Inteelt en Lijnteelt
De begrippen inteelt en lijnteelt worden vaak door elkaar gehaald. Bij inteelt is er een kruising van nakomeling x ouder, of volle broer x volle zus. Het is dus een nauwe verwantschap die met elkaar gekruist worden.
Bij lijnteelt is er sprake van minder verwante kruisingen. Bijvoorbeeld kleinkind x grootouder, of halfbroer x halfzus.

Gevolgen van inteelt
Bij het verkeerd kruisen of bij doorgedreven inteelt kunnen er erfelijke aandoeningen ontstaan. Enkele voorbeelden zijn:
- Afname van worpgrootte
- Toename doodgeboren jongen
- Toename van verlies van jongen voor het afspenen
- Lagere geboortegewichten
- Afname van de groei na het afspenen
- Verhoogde steriliteit bij voedsters
- Verminderde vruchtbaarheid bij rammen
- Grotere vatbaarheid van ziektes, door het slechter aanpassen aan omgevingsinvloeden.

Erfelijke aandoeningen
Ook kunnen er door verkeerd kruisen en doorgedreven inteelt een aantal erfelijke aandoeningen ontstaan. Hierbij ook enkele voorbeelden:
- olifantstanden

- grotere vatbaarheid voor Pasteurella
Olifantstanden:
De stand van de tanden is erfelijk bepaald. Bij een afwijkende stand is het zeer raadzaam niet te fokken met deze dieren. Bij een verkeerd stand van de tanden kunnen de tanden niet meer op elkaar slijten en zal doorgroeien. Dat kan of naar boven in het tandvlees of opzij.
Grotere vatbaarheid op Pasteurella:
Alle konijnen zijn dragers van Pasteurella, alleen bij verminderde weerstand zal het zich openbaren. De eerste weerstand die konijnen hebben komt van hun moeder. Als de moeder al niet gezond is, kan het zijn dat de jongen sneller last krijgen van Pasteurella. Het is dus zeer belangrijk dat de voedster in goede gezondheid verkeert, om zo de vatbaarheid op Pasteurella bij de jongen te verminderen.

Fok niet zomaar!
Voor je meteen een nest wil, kijk eerst in een konijnenopvang of asiel. Hier zitten echt hele leuke konijnen. Allemaal gedumpt. Geef zo'n beestje een tweede kans, want ook deze konijnen zijn klein geweest.

Kies je er toch voor om te fokken met konijnen, is hier een checklist met dingen waar je rekening mee moet houden:

Wat ga je met de 5-12 jonge konijnen doen?
- Kun je een goed liefdevol tehuis voor ze vinden?
- Ben je eventueel bereid om 8-12 jaar voor ze te zorgen?
- Heb je het geld om ze te laten castreren of steriliseren?

Heb je hier ook al aan gedacht ?
- heb je het geld om ze door de dierenarts te laten helpen als het fout gaat?
- als je voedster niet goed voor haar jongen zorgt, ben je dan bereid de jongen te gaan dwangvoeren? En ben je dan bereid speciale konijnenmelk aan te schaffen voor de kleintjes?
- heb je tijd om voor de voedster en haar kleintjes te zorgen?
- is het hok wel groot genoeg voor de voedster en haar kleintjes?
- je kunt ook regelmatig dode jongen in het nest tegenkomen, durf je die dan weg te halen?
- het extra strooisel & voer dat je kwijt bent? In eerste instantie alleen voor de moeder, maar na 5 weken ook voor de kleintjes.

Ik wil wel goed benadrukken dat ik fokken voor de leuk of het geld afkeur!




sitebalk 1

naar boven