De Groenendaeler

De Groenedaeler is één van de 4 Belgische Herdershonden. De andere drie zijn de Mechelse Herder, de Tervuerense Herder en de Laekense Herder. Qua type en bouw zijn ze hetzelfde. Alleen het vachttype en de kleur verschillen. De Groenendaeler heeft een lange, zwart vacht. De Tervuerense heeft ook lange haren, maar heeft een zwartgevlamde vaalrosse kleur. De Mechelse Herder is kortharig en is zwartgevlamd vaalros met een zwart masker. De Laekense Herder is ruwharig en vaalrood van kleur.

De Groenendaeler is ontstaan bij Hoeve Groenendael in België en is dus ook zo aan zijn naam gekomen. In 1891 begon heer Rose met het fokken van Groenendaelers. Hij had zelf twee mooie zwarte langharige herdershonden en is hiermee gaan fokken. Deze reu en teef, Picard en Petite, zijn de stamouders van de hedendaagse Groenendaelers. Zij kregen prachtige pups, mooie zwarte honden met grote intelligentie en moed.

De Groenendaeler bezit nog steeds de eigenschap van Picard, Petite en hun nageslacht. Ze zijn echte familiehonden, ze willen de roedel altijd bij elkaar houden. Tijdens wandelingen resulteert dit in voortdurend in grote kringen om de roedel heen rennen. De Groenendaeler is dus erg aanhankelijk en lief naar de leden binnen de roedel, maar ze is absoluut geen allemansvriend.

Andere bekende eigenschappen zijn de enorme waakzaamheid, oplettendheid en de neiging voortdurend attent te zijn. Groenendaelers zijn niet geschikt voor het kennel-leven. Ze willen graag bij de roedel zijn, het liefst de hele dag.
Ook is de Groenedaeler niet geschikt om de hele dag alleen thuis te zitten. Hij moet geestelijk gestimuleerd worden, gebeurt dat niet dan zal hij dat zelf doen (wat kan eindigen in het slopen van het meubilair). De Groenendaeler is een hond die wil werken, niet de hele tijd stil zitten.

De Belgische Herder heeft door zijn fier gedragen hoofd en harmonieuze bouw de indruk van een sierlijke en toch robuuste hond. Hij heeft een aangeboren geschiktheid als kuddehond, maar heeft ook de belangrijke eigenschappen die hem een goede bewaker van huis en haard maken. Als het moet zal hij zijn baas vastberaden en hardnekkig verdedigen.
Het lichaam is fors zonder zwaar te zijn. Hij heeft een goed afgetekende schoft, een zeer licht afhellend kruis,  breed zonder overdrijving. Hij heeft een krachtige achterhand en brede en gespierde dijen. De gewenste grootte is gemiddeld 62 cm voor de reuen en 58 cm voor de teven. Een afwijking van 2 cm naar beneden en 4 cm naar boven zijn nog toegestaan. De Groenendaeler heeft een levendig en vrij gangwerk. Hij is voortdurend in beweging en lijkt onvermoeibaar. Door zijn uitbundige temperament heeft hij de neiging zich meer in cirkels dan in rechte lijnen te bewegen.

Jagger en Neo