DE STRIJD TEGEN DEGENERATIEVE MYELOPATHIE Tanja; een introductie
Onze Duitse herder Tanja - ook wel Teenie of Waussie Teen genoemd- stond officieel geregistreerd als Carry van 't Fuuke. Zij werd op 12 februari 1997 geboren uit de combinatie Boris von Haus Geldermann en Anja Gentha van 't Heukske. Op 16 april van dat jaar is ze bij ons gekomen. Mijn vader was de officiële eigenaar van Tanja, maar al vanaf het allereerste begin was ze míjn hond. Toen ik ging samenwonen met mijn vriend Sander - Tanja was toen vijf jaar- ging ze dan ook met me mee. En van míjn hond werd het al snel ónze hond: ook mijn vriend Sander wist haar vertrouwen te winnen. Samen vormden we een onafscheidelijk drietal!
Hoe ik Tanja zou omschrijven? Als een levenslustige, eigenwijze en eigenzinnige hond, die precies wist wat ze wel en niet wilde en zich graag overal mee bemoeide. Als de meest trouwe vriendin, die ik ooit heb gehad: ze was er altijd en ging voor mij- en alléén voor mij- door het vuur. Als het zonnetje in mijn leven: haar vrolijkheid bood troost op moeilijke momenten en gaf het leven extra kleur. Kortom; Tanja was een van de belangrijkste ‘personen' in mijn leven, ze maakte dat ik mij volmaakt gelukkig voelde!
De dag des oordeels
De dag des oordeels, zo kun je 3 oktober 2005 wel noemen. Op die dag gingen we met Tanja naar onze dierenarts, dokter Oosse in Kessel. De reden: Tanja ging regelmatig door haar achterpoten en sleepte soms met haar poten over de grond. Wij gingen er vanuit dat het heupdysplasie (HD) zou zijn. Niet leuk, maar dit zou anno 2005 niet meteen het einde hoeven te betekenen.
Oosse nam de term HD echter niet in de mond. Hij wilde röntgenfoto's maken én deed een test met Tanja's achterpoten. Beide poten zette hij een stukje achteruit. Één poot corrigeerde Tanja vrij vlot, de ander liet ze staan. Wat dat betekende, konden wij toen niet vermoeden.....
Degeneratieve Myelopathie (DM), zo luidde de diagnose. Bij ons begonnen de alarmbellen nog steeds niet te rinkelen, we hadden immers nog nooit van deze ziekte gehoord. Tót Oosse uitlegde wat dit inhield: bij deze aangeboren afwijking -die voornamelijk voorkomt bij Duitse herders- treedt beschadiging op van structuren in het ruggenmerg waardoor de zenuwen afsterven en de hond van achteren verlamd raakt. Hoe snel dit zou gebeuren? Volgens Oosse zou Tanja binnen maximaal zes maanden niet meer kunnen lopen.
De klap kwam hard aan, heel hard. We hadden alles verwacht, maar niet dit. Volledig verdoofd gingen we naar huis. Om daar meteen achter de computer te duiken: we wilden weten wat DM was, wat het inhield én - het belangrijkste- wat eraan te doen was. Niets, daar kwamen we al snel achter. Op elke relevante webpagina kwam naar voren dat het ziekteproces onomkeerbaar - degeneratief dus- was.
De ziekte te lijf
Na de eerste moeilijke dagen, besloten we echter dat we ons niet zouden laten kisten door deze rotziekte: wij zouden er wel voor zorgen dat Tanja op de been bleef. Optimistisch gingen we op zoek naar behandelingen die de ziekte mogelijk in bedwang konden houden.
Om te beginnen, kreeg Tanja een dagelijkse dosis van de pijnstiller Metacam en gaven we haar diverse voedingssupplementen: visolie, vitamine B, Sint Janskruid, glucosamine etc. Ook kreeg ze één keer per week een haring, dit zou ook goed zijn voor haar zenuwen. En we wilden alles proberen!
We lazen ook dat accupunctuur een positief effect zou kunnen hebben. Dus al snel togen we wekelijks naar dierenarts Bormans in Sittard. Daarnaast zochten we contact met Dorit Aharon in Noorden. Zij is gespecialiseerd in orthomanuele therapie: een behandelmethode die er vanuit gaat dat problemen zoals bv. verlammingsverschijnselen onder andere terug te voeren zijn op een afwijkende stand van de wervels en gewrichten. Dus maakten wij elke paar weken de rit naar Noorden, 2 uur heen en 2 uur terug.
Wie dit leest, denkt misschien: wat zielig voor Tanja, dat zij dit allemaal moest ondergaan. Gelukkig leed zij hier totaal niet onder. Sterker nog: ze vond het geweldig om met ons op pad te gaan. En meestal knoopten we aan zo'n uitstapje dan ook nog een flinke wandeling vast. Zo kon het gebeuren dat Tanja door- en doornat aankwam bij Dorit Aharon: ze móest toch even een duik nemen in de nabijgelegen sloot.
Actieplan twee
Aanvankelijk leek de situatie - met de genoemde behandelingen- te stabiliseren. Tanja stond niet erg stevig op haar achterpoten, ze waggelde een beetje, maar kon toch nog goed meekomen.
In december 2005 merkten we echter dat de situatie toch langzaamaan verslechterde, het kostte Tanja steeds meer moeite om op de been te blijven. De genoemde behandelingen werden afgerond, het was tijd voor actieplan twee.
Omdat diverse mensen twijfels plaatsten bij het gegeven dat Tanja leed aan DM, besloten we contrastfoto's te laten maken. Dit is de enige manier om DM met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast te stellen: op deze manier worden alle andere zaken - bv. een hernia of spondylose- uitgesloten. We lieten deze foto's maken bij de Veterinaire Specialisten in Oisterwijk. De uitkomst maakte duidelijk wat we eigenlijk al wisten: er was niets vreemds te zien op de foto's, de klachten konden alléén veroorzaakt worden door DM. Achteraf gezien is dit onderzoek het enige waarvan we spijt hebben dat we het gedaan hebben. Het heeft ons geen nieuwe informatie opgeleverd - diep in ons hart wisten we wel dat Tanja inderdaad DM had- en Tanja is erg ziek geweest van de narcose. De dagen erna kon ze nauwelijks op haar poten staan. Gelukkig trok dit uiteindelijk wel weer bij.
Om Tanja's spieren in goede conditie te houden, besloten we vervolgens met haar naar Aquadog te gaan, een praktijk voor hydrotherapie in Berghem. Hier moest ze één tot twee maal per week een minuut of tien zwemmen in warm water. Dit hebben we echter niet lang volgehouden, aangezien de verlammingsverschijnselen in haar achterhand in de eerste maanden van 2006 zienderogen toenamen. Ze waggelde steeds meer en sleepte meer en meer met haar achterpoten over de grond. Hierdoor haalde ze haar poten regelmatig open. Aanvankelijk probeerden we dit probleem met speciale hondenschoentjes te verhelpen, maar zonder succes. Uiteindelijk ontwikkelden we zelf een methode om Tanja's achterpoten te verbinden met Elastomull Haft, een zelfklevende tape die ook veel gebruikt wordt door sporters. Dit werkte goed.
In maart 2006 beseften we dat het zo niet verder kon: Tanja kon amper nog op haar poten staan en wandelen ging - voor zover dit nog mogelijk was- steeds moeizamer. Desondanks was Tanja haar levenslust nog lang niet kwijt: ze was - ondanks haar beperkingen- nog superenthousiast.
Maar zouden we haar toch moeten laten inslapen, ondanks dat ze nog zo'n zin had in het leven? Daar leek het wel op.....
Een tweede kans
Maar het was nog niet voorbij, Tanja kreeg een tweede kans....
We hadden al vaker gehoord van het bestaan van de hondenrolstoel. Hoewel Sander dit al meteen als een oplossing zag, was ik in eerste instantie nogal terughoudend. Een hond in een rolstoel, dat kón toch niet. Maar je gaat je grenzen verleggen: begin april 2006 was het óf een hondenrolstoel óf Tanja laten inslapen. Dus toen toch maar een afspraak gemaakt met Harco en Viviënne Jans van hondenrolstoel.nl.
Op zondag 9 april - een half jaar en zes dagen na de diagnose, Oosse had dus gelijk gekregen- togen we naar Rotterdam. Ik was erg zenuwachtig, want ik was bang dat Tanja de rolstoel niet zou accepteren. Ze was namelijk nogal eigenwijs en hield niet van gedoe aan haar lijf. Maar wat ik niet verwacht had, gebeurde: Tanja rende meteen weg met de rolstoel. De wielen en het tuigje stoorden haar totaal niet, ze was alleen maar blij dat ze weer goed uit de voeten (wielen) kon!
Met de rolstoel ging er een wereld voor Tanja -én voor ons- open, ze kon weer alles wat ze ook deed toen ze nog helemaal gezond was: wandelen, rennen en zelfs trappen lopen en zwemmen! Tanja was een echte waterrat en zodra het weer het toeliet, gingen we met haar naar de Maas. Ze scheurde dan van het talud af en vond het heerlijk om te zwemmen en stokken uit het water te halen. Alleen was ze soms een beetje té enthousiast; dan kiepte ze nl. met rolstoel en al om. En dan moesten wij dus ook het water in....Maar dat hadden we er graag voor over!
In mei 2006 ging Tanja ook met ons mee naar Italië. Dat ging perfect: we hebben een geweldige vakantie gehad en Tanja heeft volop genoten. Over belangstelling hadden we overigens niet te klagen: iedereen draaide zijn hoofd om als Tanja voorbij kwam. In Florence vonden de meeste mensen Tanja zelfs nog interessanter dan de bezienswaardigheden. Dat was in Nederland overigens ook wel het geval, we werden vaak aangesproken door mensen. De meeste reacties waren uitermate positief. Dit kwam waarschijnlijk ook doordat Tanja uitstraalde dat ze nog volop plezier had in het leven: wanneer we gingen wandelen, stuiterde ze van het ene wiel op het andere van blijdschap en andere honden dacht ze nog makkelijk de baas te kunnen. Tanja voelde zich totaal niet gehandicapt, ze genoot met volle teugen van het leven!
En toch ging het mis...
We hadden gehoopt op deze manier nog een heleboel jaren van Tanja te kunnen genieten. Maar vanaf februari 2007 begon Tanja te kwakkelen. Ze kreeg last van haar voorpoten. Dokter Oosse dacht aan een ontsteking in combinatie met artrose. Röntgenfoto's in de Dierenartsenpraktijk in Ell wezen uit dat het inderdaad om artrose ging, maar dan in combinatie met overbelasting. Rustig aan doen, was het devies. Daarbij kregen we aangepaste medicatie. We waren aanvankelijk hoopvol gestemd, Tanja zou er wel weer bovenop komen.
Wat ik nog niet vermeld heb, is dat Tanja - als gevolg van haar ziekte- langzaam maar zeker ook de controle over haar ontlasting verloor. Het begon in het najaar van 2006 met haar harde ontlasting, in het voorjaar van 2007 liet ze ook haar urine lopen. Maar ook wat dit betreft verleg je je grenzen: Tanja deerde het niet - ze voelde immers niets van achteren- en wij vonden het niet erg om het op te ruimen. Vanwege Tanja's blijheid en levenslust hadden we het er graag voor over!
Medio april zat er plotseling bloed bij haar urine. We schrokken, maar een test bij de dierenarts wees uit dat het waarschijnlijk om een blaasontsteking ging. Dat was een opluchting, dit is immers te verhelpen. Dat was op donderdag 19 april 2007.
De dag daarna, vrijdag 20 april, begon als alle anderen. Ik ging 's ochtends met Tanja wandelen en daarna legde ik haar buiten in het zonnetje. Tegen elven ging ik bij haar kijken en toen ik haar knuffelde, ontdekte ik plotseling kleine, doorzichtige wormpjes op haar achterlichaam. Ik schrok en maakte het snel schoon met warm water en shampoo. De ernst van de situatie drong nog niet tot me door. Wel besloot ik de dierenartsenpraktijk in Ell te bellen voor informatie. De assistente zei al meteen dat het waarschijnlijk maden zouden zijn. Maden? Maar die zaten toch alleen op rottend vlees? Toch niet op onze Tanja, die we elke dag trouw wasten? Maar volgens de assistente waren de kleine wondjes op Tanja's achterhand - veroorzaakt door het vele liggen- en het feit dat haar achterhand vaak vochtig was van het wassen funest. Hier kwam vliegen op af, die eitjes legden waaruit maden kwamen. Dit fenomeen is wel bekend als de vliegenmadenziekte, ofwel myasis.
De eerste vraag die toen in me opkwam was: wat kunnen we eraan doen? We hadden immers al zoveel tegenslagen te verwerken gekregen en altijd was er wel een oplossing. De assistente gaf echter aan dat er maar een optie was: Tanja's achterlijf kaal scheren en haar dan behandelen met een speciale lotion. Toen begonnen bij mij de alarmbellen te rinkelen: moesten we, mochten we haar dit nog wel aandoen? Dit klonk wel heel hondonwaardig....
Ik vroeg de assistente of de dierenarts - Dré Coolen- mij terug wilde bellen en bereidde me voor op het ergste. Coolen bevestigde wat ik al vermoedde: dit moest het einde zijn. In deze situatie zouden de maden niet meer onder controle te krijgen zijn en zouden ze Tanja van binnenuit opvreten. Dat mochten we niet laten gebeuren.....
Een paar uur later zaten we in de auto naar Ell, haar laatste reis. Zelf had ze dit niet in de gaten, ze was dolblij dat ze mee mocht en heeft de hele weg geblaft én koekjes gegeten. In Ell zette Tanja nog de hele praktijk op stelten, ze blafte vrolijk naar alle honden. En hoewel ze bruiste van levenslust konden we geen kant meer uit: het móest. Uiteindelijk is ze rustig ingeslapen, mijn hoofd op haar kop.
We hadden de strijd tegen Degeneratieve Myelopathie verloren.....